Zondag 23/02/2020

Boekrecensie

'Gebrek is een groot woord' van Nina Polak: een bootvrouw aan wal

Nina Polak.Beeld Stephan Vanfleteren

Nina Polak (1986) schreef met Gebrek is een groot woord haar langverwachte tweede roman. Talent toont ze opnieuw op overschot. Maar het springerige boek vol identiteitscrisissen overtuigt niet helemaal.

Personages die verzeild raken in een existentiële zoektocht en zich moeten ontworstelen aan onorthodoxe gezinssituaties: het is duidelijk een thema aan het worden voor de Nederlandse schrijfster Nina Polak. Toch gaat ze zich niet te buiten aan zwaartillend proza. Steeds weer duikt er welkome luchthartigheid op.

In haar debuutroman We zullen niet te pletter slaan (2014) lazen we over de naweeën voor twee ronddobberende jongvolwassenen van een op de klippen gelopen lesbisch huwelijk. 'Een klassiek familieverhaal over een niet-klassieke familie', zo omschreef Polak het destijds in De Telegraaf.

Het boek leverde haar een prominente plaats op aan de tegenwoordig rijkgevulde tafel met beloftevolle Nederlandse debutanten. Polak wordt sindsdien in één adem genoemd met haar voornaamgenote Niña Weijers.

Ook in haar tweede roman Gebrek is een groot woord is het hoofdpersonage een dolende ziel met een inherente rusteloosheid. En ook hier bulkt het van onderhuids verzet tegen de voorschriften van de burgermannetjessamenleving. Kies je voor ongebreidelde vrijheid en welke tol betaal je daarvoor? Of laat je je toch verstrikken in de netten van een gezapige relatie of van een warm maar bedilziek nest?

Nina Polak, Gebrek is een groot woord, Prometheus, 236 p., 19,99 euro.Beeld rv

Zeeclochards

De dertigjarige Nynke Nauta (bijgenaamd 'Skip') bevaart al een jaar of zeven de wereldzeeën. Ze lijkt zich in haar sas te voelen. 'Van types zoals ik - er zijn er meer, ik ken ze, bootmensen, zeeclochards - zou je kunnen beweren dat we rondjes draaien om de illusie van vooruitgang te behouden.'

Skip brengt samen met haar collega Lood de zeilboten van rijkelui op hun bestemming. Maar wanneer ze aan wal in Cannes de familie Zeno ontwaart, wordt ze bruusk teruggeslingerd naar haar verleden. De licht excentrieke Amsterdam-Zuid-familie (met Nico, de flamboyante actrice Masja en hun waanwijze zoon Juda) haalt haar over om maar weer eens een tijdje bij hen te verblijven. Zeven jaar eerder werd ze door de Zeno's warm opgevangen na de nogal bruuske dood van haar afstandelijke moeder.

Zonder duidelijk motief aanvaardt ze nu het verzoek en krijgt ze voor een zomer onderdak in hun tuinhuis, nabij het Vondelpark. Maar wat wil deze Skip echt?

Polak plaatst haar hoofdpersonage vervolgens in een proeflabo-situatie. Haar vroegere vriendje Borg trekt terug aan haar mouw en fysiek komt ze hem makkelijk weer tegemoet ('Zou het therapeutisch zijn om met je ex te slapen?'). Een rondgang langs een rist vrienden van weleer stelt haar op de proef. 'Ik zal met nieuwe ogen naar ze kijken, mijn oude vrienden, luisteren naar wat ze te zeggen hebben, als de antropoloog met tropenhoed en bandrecorder die ik mezelf ooit zag worden maar nooit geworden ben.'

Dat Skip een boon heeft voor outcasts, merk je onmiddellijk. De puberende Juda, 'een hongerkunstenaar', blijkt al snel haar sparringpartner. Al voelt ze zich dan haast een 'oud wijf' in zijn gezelschap. In Amsterdam vindt ze nauwelijks haar draai nog: 'Tussen de ontelbare hotels die er langs de grachten verrijzen wordt alles glimmender, smettelozer, en toch is het verval van Amsterdam me nog nooit zo naar de keel gevlogen.'

Vuursteentjes

Zeker, Nina Polak heeft een gemakkelijke pen. Haar talent vonkt op met de gretigheid van tegen elkaar tikkende vuursteentjes. Dat resulteert in relatief korte hoofdstukken met een aangename vaart vol feilloos schrandere observaties over het hier en nu. Met een geamuseerd oog betrapt ze hoe 'hippe hippie' Juda zich volledig overgeeft aan de virtuele wereld (en de alarmmeter van de ouders direct in het rood laat schieten). Met sprekend gemak geeft Polak een veelvoud aan stemmen weer, als een buikspreekpop met een bangelijk groot repertoire. Sommige scènes zijn bijna filmisch accuraat (het loze gebabbel met Masja na de theatervoorstelling van De meeuw bijvoorbeeld).

Ondertussen reikt Polak telkens meer puzzelstukken aan van de accidentrijke geschiedenis van Skip. Dat het ruime sop weer lonkt, voel je op je klompen aankomen. Hier in Nederland kampt ze met 'verloren tijd, die zich in negatief aan mijn zintuigen hecht en me de koortsige sensatie geeft dat het heden me door de vingers glipt'.

Een geheel geslaagde roman kun je Gebrek is een groot woord niet noemen. Daarvoor is Polaks proza te springerig en wordt er te veel gepalaverd. Soms ligt het er allemaal ook wat te dik op. En ze introduceert modieuze trucjes die te weinig aan het verhaal toevoegen, ja, het zelfs eerder stremmen. Een nogal geforceerde e-mailconversatie, uitdijende Whatsapp-dialogen - onontbeerlijk ingrediënt van de hedendaagse roman - en zelfs een lang verhaal in het verhaal van haar voormalige geliefde Borg, het kan niet op.

Het literaire probeersel van Borg is zo armetierig slecht dat je je afvraagt waarom het zo moet uitlopen. Tenzij om ons enige hints te offreren én Skip uit haar vel te laten springen. Zo loopt de roman natuurlijk snel vol.

Maar het schalkse, badinerende timbre van Polak maakt veel goed. Onheil en dramatiek spoken door de hele roman als een onweer dat nog even op afstand voortbuldert. Toch weet Polak de narigheid met een zekere lichtvoetigheid te verdrijven. Dat Gebrek is een groot woord af en toe zwalpt als een zeilschip in zeven beaufort? Ach, dát vergeven we haar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234