Maandag 06/12/2021

Gabriel GarcíaInterview

Gabriela García eert in haar debuutroman vijf generaties Latijns-Amerikaanse vrouwen

Gabriela García: ‘Cubanen die hier in de VS aan de witte kant zitten, willen niet over hun privileges praten; de zwarte Cubanen worden niet gehoord.'

 Beeld ANDRIA LO
Gabriela García: ‘Cubanen die hier in de VS aan de witte kant zitten, willen niet over hun privileges praten; de zwarte Cubanen worden niet gehoord.'Beeld ANDRIA LO

In haar debuutroman Van vrouwen en zout vertelt Gabriela García het verhaal van sterke vrouwen in ballingschap, vanaf het Cubaanse Camagüey anno 1866 tot het Miami van nu.

Ze heeft haar boek opgedragen aan ‘mi abuelita Iraida Rosa López’, haar 101-jarige grootmoeder die na de Cubaanse revolutie in 1968 naar de Verenigde Staten emigreerde. Gabriela García (37) groeide op in Miami als dochter van een alleenstaande moeder, met een zus en twee stiefzussen en haar oma in de buurt. “Een echt matriarchale familie, ik ben te midden van vrouwen opgegroeid en heb nooit het gevoel gehad dat ik iets miste. Mijn boek is niet autobiografisch, maar dat is wat ik wilde weerspiegelen. De vrouwen in mijn boek leven wel in een patriarchale en misogyne omgeving, in een wereld waar geweld tegen en misbruik van vrouwen heel gewoon is. Maar ik focuste op hen en hoe zij binnen die bestaande structuren standhouden en overleven.”

In de stamboom voorin Van vrouwen en zout zijn dan ook alleen haar vrouwelijke hoofdpersonen opgenomen: sigarenroller María Isabel, die in 1866 in Camagüey in centraal Cuba te maken krijgt met de onafhankelijkheidsstrijd tegen Spanje, en haar dochter Cecilia; de op Cuba achtergebleven grootmoeder Dolores, die vervreemd is van een van haar dochters, Carmen, die op haar beurt in Miami moet toezien hoe haar dochter Jeanette wegdrijft in haar verslavingen. Daarnaast is er de verhaallijn van de Salvadoraanse illegale Gloria en haar dochtertje Ana, die worden opgepakt en uitgezet, naar Mexico.

Gabriela García

• politiek geëngageerde, feministische journalist, dichter en romanschrijver
• geboren in 1984
• is de dochter van een Cubaanse moeder en een Mexicaanse vader
• groeide op in Miami
• studeerde sociologie in New York en ‘creative writing’ in Indiana
Van vrouwen en zout is haar debuutroman

García schetst zo het immigrantenbestaan in vele facetten: de kloof tussen legaal en illegaal, maar ook de hiërarchie in de Cubaanse samenleving in Miami, waar de eerste golf emigranten als de ‘Cubaanse elite’ geldt en waar wordt neergekeken op de vluchtelingen die later werden opgenomen. Maar overal is het zout: het zout van zweet, het zout van tranen, het zout van de Atlantische Oceaan die de Malecón, de zeedijk en boulevard van Havana, overspoelt.

Ze is overrompeld door de internationale belangstelling voor haar roman, die begon als een aantal losse verhalen tot ze zichzelf de vrijheid durfde geven die steeds verder te vervlechten. “Ik wist van meet af aan dat ik geen lineair verhaal wilde vertellen; mijn boek is gefragmenteerd, zoals ook herinneringen dat zijn. Zo begon ik de verschillende verhaallijnen te koppelen en kon ik ook de andere clashes laten zien, zoals die tussen moeders en dochters.”

U begint met het opmerkelijke verhaal van María Isabel, de enige vrouwelijke arbeider in een sigarenfabriek. Daar wordt voorgelezen uit werk van Victor Hugo, Alexandre Dumas, William Shakespeare. Hoe ontdekte u dat boeken destijds als afleiding en ter verheffing werden gebruikt?

“Tijdens een bezoek aan Cuba zag ik in Casa Victor Hugo in Havana de twee brieven die Victor Hugo in de 19de eeuw had geschreven ter ondersteuning van de verzetsstrijders en arbeiders. Mijn familie heeft altijd in de sigarenindustrie gewerkt en ik ben opgegroeid met de sigarenmerken Montecristo en Romeo y Julieta, maar ik had geen idee dat die waren vernoemd naar favoriete boeken die in de fabrieken werden voorgelezen.

“Ik ben me gaan verdiepen in het verband tussen literatuur en het groeiend klassenbewustzijn en de invloed op de onafhankelijkheidsstrijders. Les misérables van Hugo was daarin heel belangrijk naast de uitgesproken steun van de schrijver. Er was zo’n rijke geschiedenis verbonden met literatuur.”

U bent opgegroeid binnen die Cubaanse gemeenschap in Miami; het onderlinge statusbesef vond ik schokkend om te lezen.

“Mijn grootmoeder was niet van de eerste generatie, van de superelite. Zij kwam met de tweede migrantengolf naar de Verenigde Staten, maar heeft er wel van geprofiteerd dat die toen met open armen werd ontvangen. Mijn eigen familie is verdeeld: degenen die voor de revolutie waren, zijn gebleven – wie tegen was, is vertrokken.

“Ik heb altijd de drang gevoeld hierover te schrijven, die dynamiek is zo interessant. Maar nogmaals: mijn boek gaat niet over mijn eigen familie. Carmen in het boek is er fel op tegen dat haar dochter naar Cuba gaat. Mijn moeder en ik gaan vaak naar Cuba. Maar wij boffen natuurlijk dat dit mogelijk is geworden. Voor veel van die ballingen stond die deur niet open.”

Het is ook Carmen die gek wordt van de eeuwige nostalgie naar Cuba. ‘Cuba dit, Cuba dat. Cuba Cuba Cuba.’ Waarom weggaan en vervolgens elke gelegenheid aangrijpen om erover te praten?

“Ja, dat speelt vooral bij de generatie in Miami die nooit naar Cuba is teruggekeerd, het verlangen naar het prerevolutionaire Cuba. Er is een hele industrie omheen ontstaan; Cubaanse winkels van toen zijn herbouwd in Miami. Het is heel natuurlijk dat iemand die is geëmigreerd gevoelens heeft bij het land dat hij of zij heeft verlaten. Maar dit is een gecultiveerde nostalgie.”

Naast het statusverschil van de verschillende generaties Cubaanse immigranten is er ook onderling racisme. Schaamteloos onder de oude garde, schrijft u. Zwarte mannen zijn niet te vertrouwen; hoe lichter, hoe beter.

“Ik wilde eerlijk schrijven over de gemeenschap. Ik heb zelf het voordeel van wit privilege, al ben ik van Mexicaans-Cubaanse afkomst en dus van gemengd ras. Maar zo veel ooit gekoloniseerde landen hebben een dergelijk expliciet ‘kastenstelsel’, waarin mensen die de meeste toegang hebben tot whiteness de betere banen krijgen, over het meeste geld beschikken, politiek de dienst uitmaken. Cubanen die hier in de VS aan de witte kant zitten, willen daar niet over praten, zwarte Cubanen worden niet gehoord.”

U schuwt grote politieke onderwerpen niet: jonge kinderen in detentiecentra, bijvoorbeeld. Of de opmars van de uiterst verslavende pijnstiller Oxycontin, de ‘Oxy-Express.’

“Voor ik creative writing ging studeren, was ik politiek actief, waarbij ik me vooral op de zaak van vrouwen in detentie richtte. Daardoor kwam ik in die detentiecentra die als paddenstoelen uit de grond schoten, gelijkopgaand met het omhoog gaande aantal uitzettingen. Ik maakte aantekeningen, kleine stukjes tekst, observaties; ik denk dat het mijn manier was om om te kunnen gaan met wat ik daar allemaal zag.

“Uiteindelijk is daar de verhaallijn van Gloria en Ana uit voortgekomen, die zich in een kofferbak het land hebben laten binnensmokkelen – zo heel anders dan de manier waarop de familie van haar buurvrouw Jeanette werd binnengehaald. De Cubanen kregen een speciale behandeling, kregen al een legale status letterlijk door alleen maar voet op Amerikaanse bodem te zetten. Zij lieten zich erop voorstaan dat ze politieke vluchtelingen waren en geen economische.

“Het was aanvankelijk niet mijn bedoeling zo veel sociale, politieke en raciale issues in mijn boek te verwerken, maar het zijn dingen die mijn gedachten beheersen. De opiatencrisis inderdaad ook; die is begonnen in Miami en vanuit Florida opgerukt naar het Midden-Westen. Ik kan me herinneren dat, toen ik als journalist bij een weekblad werkte, zo veel reclameruimte werd gekocht door de fabrikanten. Ja, ik heb een sterke politieke opinie en die komt er onbedoeld doorheen.”

Gabriela García, Van vrouwen en zout, Signatuur, 256 p., 21,99 euro. Vertaald door Mary Bresser. Beeld rv
Gabriela García, Van vrouwen en zout, Signatuur, 256 p., 21,99 euro. Vertaald door Mary Bresser.Beeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234