Dinsdag 30/11/2021

InterviewGabriel Ríos

Gabriel Ríos over zijn nieuwe plaat, zijn overleden vader en een leven zonder thuisbasis: ‘Ja, de liefde is moeilijk voor mij’

‘Ik lijd niet, ik ben niet depressief, maar ik ben uit mijn element en ik raak niet van dat gevoel af.' Beeld Joris Casaer
‘Ik lijd niet, ik ben niet depressief, maar ik ben uit mijn element en ik raak niet van dat gevoel af.'Beeld Joris Casaer

Gabriel Ríos (42) toert met Flore, een plaat, die hij tijdens de ziekte van zijn vader schreef. Het album barst van melancholie én levenslust. Een beetje zoals Ríos zelf. ‘Angst voor de dood ken ik niet. Ik ben wel bang om in het leven de boot te missen.’

De voordeur zwaait open, en met een brede glimlach en dichtgeknepen ogen gebaart Gabriel Ríos me om binnen te komen. “Ik was net een nieuw paar lenzen aan het indoen”, zegt hij. Beter dan de kleffe ijsbreker die ik had voorbereid, bedenk ik snel, en ik hoor mezelf antwoorden dat ik ook bijziend ben. “Hoeveel heb jij?” Links min 5,5, rechts min 7, zeg ik. “Dan zijn we bijna even blind: ik aan beide kanten min 7,5. Laat me dus eerst even die lenzen fiksen voor we verder praten.” Ik knik, maar dat kan hij nog niet zien.

Interviews geeft Ríos liefst in het Engels, dat hij naast het Spaans, zijn moedertaal, perfect beheerst. Zijn Nederlands is goed, maar in die taal vindt hij zijn weg niet helemaal naar de beelden en vergelijkingen die hij graag gebruikt terwijl hij praat. We zitten ondertussen een verdieping hoger, op het terras aan de achterkant van zijn huis. Behalve een miauwende kat en wat zachte radiomuziek uit een van de omringende gebouwen is hier weinig te horen, ook al is het centrum Gent.

Het zal weer wennen zijn voor Ríos, zo zonder zeebries of zilte lucht rond hem. Hij is net terug van enkele maanden Puerto Rico, waar hij geboren is en opgroeide, tot hij op zijn 18de naar België kwam. Veel meer dan vroeger trekt het Caraïbische eiland Ríos aan de mouw en daar moeten we blij mee zijn, want het heeft tot de heerlijke plaat Flore geleid die begin dit jaar uitkwam.

Deze zomer laat hij wegens de pandemie voor het eerst zijn plaat aan een livepubliek horen, zoals straks op de Lokerse Feesten. Maar verwacht geen concert waarbij hij de songs van het album integraal zal nabootsen, zegt hij, want een band brengt hij niet mee. Enkel hij en Ruben Samama – zijn vriend, multi-instrumentalist en producer van Flore – zullen op het podium staan. “Ik wil bewijzen dat het kan met twee man. En ik wil nóg meer tot de essentie komen. Wat heb ik écht nodig om deze songs tot hun recht te laten komen in een concert, dat is voor mij de vraag.”

En wat is het antwoord?

“Mijn stem, mijn gitaar, en Ruben. Dat moet genoeg zijn. Ik hou ervan om live een song te spelen zonder de percussie, zodat het ritme van binnenuit kan komen. En van de stiltes. Moeilijk om te doen, hoor. Maar mijn moeder zegt altijd dat ik de moeilijkste weg kies, dus ja.” (lacht)

Zul je alleen songs van Flore spelen?

“Liefst wel. Het merendeel van de nummers zal in elk geval Spaans zijn. Maar ik ben in België, en dan moet ik misschien wat vrijgevig zijn en ook bepaalde andere songs spelen.” (glimlacht en verwijst naar zijn vroegere hits ‘Broad Daylight’ en ‘Gold’, red.)”

Flore bestaat uit negen populaire liedjes van Puerto Rico die door Ríos en Samama zijn bewerkt, en drie eigen nummers. De stemming die door de plaat geweven zit, lijkt er een van melancholie en levenslust tegelijk te zijn, want rond de kern van afscheid en afwezigheid zijn tal van muzikale grapjes gedrapeerd. Luister maar eens naar het oorspronkelijke ‘Panteon de amor’ op ‘Flore para Flore’, de Spotify-lijst die Ríos maakte met Caraïbische nummers die hem beïnvloed hebben: Orquesta Zodiac brengt je vlotjes aan het dansen, terwijl Ríos’ versie veel meer snijdt en tezelfdertijd heel guitig klinkt.”

“Interessant dat je dit zegt en er die twee zaken uithaalt zonder dat je Spaans spreekt. Toen ik als kind voor de eerste keer nummers als ‘El ratón’ of ‘Mujer divina’ hoorde, wist ik nog niet waarover precies gezongen werd, maar ik begreep wel dat het donkere én grappige songs waren. Dat is voor mij latin. De Latijns-Amerikaanse muziek die mij raakt, gaat zelden over typische onderwerpen als feesten of zonneschijn, maar doet me eerder denken aan een loungeband in het vagevuur: je gaat je ondergang tegemoet, maar er is wel nog entertainment. (lacht)”

“Ik wilde ook het idee bestrijden van Puerto Rico als louter blije en feestende plek. Dat aspect bestaat, uiteraard, maar daarnaast is mijn land ook behoorlijk fucked up. We zeulen een koloniaal verleden met ons mee, de corruptie zit ingebakken in ons systeem, de infrastructuur valt uit elkaar, en de rampen volgen elkaar op. Sinds 2006 heerst er een economische crisis, in 2017 werd alles verwoest door de orkaan Maria, en daarna volgde de pandemie. Er blijft amper iets van het eiland over. Alles wordt nu verkocht aan Amerikaanse ontwikkelaars: de vruchtbare gronden, de mooie stranden, alles. Bedrijven die zich vestigen in Puerto Rico hoeven geen belastingen te betalen als ze Puerto Ricanen in dienst hebben, maar dat laatste wordt amper gecontroleerd.”

“Maar voor ik te zwartgallig klink: de mensen zijn heel warm en intelligent, onze humor is top, de natuur is prachtig, en het eten is er verrukkelijk.” (lacht)

‘Mijn vader heeft me, samen met mijn moeder, geleerd hoe ik een mens moet zijn, maar ook hoe ik een man moet zijn.' Beeld Joris Casaer
‘Mijn vader heeft me, samen met mijn moeder, geleerd hoe ik een mens moet zijn, maar ook hoe ik een man moet zijn.'Beeld Joris Casaer

Je noemt het heel duidelijk ‘thuis’.

“Het is mijn thuis. Maar ik kan niet terug naar daar gaan.”

Waarom niet?

“In Puerto Rico zit niemand te wachten op iemand die een album met Puerto Ricaanse volksliedjes heeft gemaakt. Ik zal daar dus nooit kunnen doen wat ik hier doe met mijn muziek. En toch is het de enige plek waar ik mij compleet zal voelen. Dat is de pijn van mensen die in de diaspora leven.”

Tegelijk gedij je ook bij die dualiteit, toch?

“Zeker. Een album als Flore had ik anders nooit kunnen maken. Met het ouder worden besef je overigens steeds meer dat voor alles wat je wint er ook een prijs betaald moet worden.”

Overal een vreemde zijn kan ook voordelen hebben.

“Er zit inderdaad een zekere vrijheid in het telkens vertrekken en banden doorknippen. Een creatieve vrijheid. Vergelijk het met een schilderij of song vernietigen. En ja, dat is hoe ik leef, en ik gedij erbij. Maar het gebrek aan een basis of de afwezigheid van verbinding kan hard zijn. Onbewust sluipt het in je hoofd en in je lijf.”

“Ik heb een netwerk. Ik heb fantastische vrienden in België en fantastische vrienden in Puerto Rico. Maar het is geen permanent netwerk, want ik blijf pendelen tussen die twee plekken. En ik woon alleen.”

In de documentaire I’m Still Leaving die over jou gemaakt is, zegt Ruben Samama, die al een hele tijd in Amsterdam woont, dit: ‘Ik heb hier twee petekinderen, mijn vrienden hebben kinderen, we hebben een heel sterke gemeenschap, en we zorgen allemaal voor elkaars kinderen en voor elkaar. Dat is mijn geluk. Want hij (Gabriel Ríos, red.) snapt soms niet waarom hij zich zo voelt, maar ik snap dat wel. Ik zou me ook zo voelen als ik dit niet had.’ Dat zijn wel harde woorden. Wat denk je van die uitspraak?

“Hij heeft helemaal gelijk. We hebben er al vaker over gepraat, zeker tijdens het maken van de plaat. Zoals ik zei, ik heb hier goeie relaties, en als je je dan afvraagt wat er dan toch ontbreekt, waarom ik dat tribe-gevoel niet heb, denk ik dat het antwoord ‘familie’ is. Niets kan wedijveren met je familie. Ook al zijn het verschrikkelijke mensen, die band is nu eenmaal immens. De constructie in je brein over wie je bent, is ook enorm verbonden aan de geluiden, geuren en beelden van de plek waar je bent opgegroeid. Aan de stemmen van mensen, de woorden die ze gebruiken. Ik romantiseer mijn jeugd niet, zeker niet, maar de indrukken die je in je jeugd opdoet, bepalen gewoon wie je bent. Dat heb ik hier nooit kunnen ervaren.”

Gabrie Rios, Gent, Thuis, Groendak, muzikant, Flore Beeld Joris Casaer
Gabrie Rios, Gent, Thuis, Groendak, muzikant, FloreBeeld Joris Casaer

“Het is ook de reden waarom ik nooit Nederlands spreek. Ik kan de taal gebruiken, maar ik voel er niks bij. Voor jullie is het Nederlands een opslagplaats van emoties, maar ik heb geen toegang tot die ruimte. Enkel in Puerto Rico voel ik dat ik kan meedrijven op een rivier van taal. Ik praat anders als ik daar ben. En ik beweeg er anders.”

“Dus ja, in België zijn brengt isolatie met zich mee. Dat is niet altijd zo geweest. Je zei het net zelf: ik heb me altijd goed gevoeld bij die vrijheid. Maar toen mijn vader zes jaar geleden de diagnose van alzheimer kreeg en die ziekte stukje bij beetje alles wegnam bij hem, begon ik me af te vragen waaruit ik bestond als mens. Ik lijd niet, ik ben niet depressief, maar ik ben uit mijn element en ik raak niet van dat gevoel af.”

Na je vorige album This Marauder’s Midnight had je een heleboel nieuwe Engelstalige nummers geschreven, maar je hebt ze nooit uitgebracht. Waarom niet?

“De songs waren er, maar ze wilden niet samenkleven, vond ik. Ik had niet het gevoel dat ze een album vormden. En dat gevoel moet je wel hebben.”

“Ik denk dat mijn vaders ziekte er veel mee te maken had. Zijn afwezigheid was te sterk. Ik kon nog wel blij worden van sommige dingen, maar het bleef nooit duren. Onbewust voelde ik blijkbaar aan dat niets kon opwegen tegen de alzheimer. Er was een grote leegheid, en ik kon ze niet vullen. Tenzij met zaken die als zand weer door je vingers glijden.”

“Bepaalde elementen van die Engelstalige nummers heb ik wel gebruikt in Flore. Dat doe ik altijd. Ik bedrieg mijn eigen songs altijd met andere songs.”


BIO

• 42 jaar,
• woont in Gent
• geboren en opgegroeid in Puerto Rico
• woonde ook nog in De Pinte, New York en Amsterdam
• bracht in 2004 zijn debuutalbum Ghostboy uit, met de hit ‘Broad Daylight’
• daarna volgden nog Angelhead (2007), The Dangerous Return (2010), This Marauder’s Midnight (2014)

Uit de documentaire blijkt ook dat je een perfectionist en een controlefreak bent. Dat wordt niet beter met de leeftijd, denk ik.

(schatert) “Het wordt er niet minder op, dat klopt. Het goeie is wel dat hoe ouder je wordt, hoe meer je het herkent bij jezelf, en dus beter dan vroeger beseft dat je onuitstaanbaar bent.” (lacht)

Ouder worden, is dat iets wat je bezighoudt?

“Absoluut. Mensen die er níét mee bezig zijn, vind ik raar. (lacht) Weet je, mijn manier van leven is er altijd een geweest van grote bewegingen. Als kind verhuisden we van Puerto Rico naar California en weer terug, op mijn achttiende kwam ik naar Europa, vijftien jaar later verhuisde ik naar New York. Veel mensen zijn bang voor het woord ‘crisis’, maar ik ben het gewoon dat de dingen om de zoveel tijd uit elkaar vallen. Maar deze midlife is wel anders. Als kind of tiener ben je nog een blanco blad bij een crisis. Nu wordt bij zo’n omwenteling alles uitgedaagd wat je dacht dat je was. Door de dood van mijn vader (Rios’ vader is drie maanden geleden gestorven, red.) beleef ik dat allemaal heel intens. Maar het speelt zich binnen in mij af, het is niet aan mij te zien.”

Als je geluk hebt, zit je midden in je leven. Denk je daar vaak aan?

“Mijn vader ging op pensioen en werd meteen daarna ziek. Daarmee is er zoveel tijd weggenomen. Van hem, van ons, van mij. Sindsdien ben ik me wel meer bewust van tijd. Ik kan niet meer zoals vroeger dingen doen die me geen voldoening of betekenis geven.”

“Angst voor de dood, of om niet meer te bestaan, ken ik niet. Ik ben eerder bang om hier in dit leven de boot te missen. En dan bedoel ik niet de boot van succes, maar die van wie je echt bent.”

Is je vaders ziekte erfelijk?

“Waarschijnlijk wel, maar ik denk er niet te veel over na. Ik zou me kunnen laten testen, maar dat doe ik niet. Als het me te pakken krijgt, is dat zo. Hopelijk ben ik dan wel in een land waar het mogelijk is om euthanasie te krijgen. Voor mijn vader was dat niet het geval.”

Je vader wilde muzikant worden, maar koos uiteindelijk voor psychologie. Zijn eerste interesse heeft hij duidelijk aan jou doorgegeven, de tweede ook?

“Zeer zeker. Ik ben heel geïnteresseerd in wie we zijn als mens. Ik lees er ook veel over. Mijn zus en ik zijn zo opgegroeid: mijn moeder was kunst­lerares maar werkte daarnaast samen met mijn vader als coach. En blijkbaar zit het ook in mij, want ik merk dat mensen heel gemakkelijk over hun leven tegen mij vertellen. Wat niet altijd gemakkelijk is. Ik ben een introvert en ik kan zoveel informatie niet aan. Ik absorbeer te veel. Ik zou dus echt niet kunnen wat hij deed, elke dag naar tien mensen hun problemen luisteren.”

In juni ben je naar Puerto Rico teruggegaan om samen met je moeder en je zus zijn as uit te strooien in de Caraïbische Zee, zoals hij had gevraagd. Je hebt er overnacht in het appartementsgebouw waar je bent opgegroeid. Dat moeten heftige weken geweest zijn.

(trekt even aan zijn sigaar) “Het was alsof ik in een videogame van mijn eigen geheugen was beland. Het gebouw, de hal, het park rond het gebouw, de muren, het balkon, de trappen: de dimensies zijn dezelfde als vroeger, maar zelf ben je wel heel wat groter dan toen je kind was. In Puerto Rico zijn is sowieso altijd een heel fysieke ervaring – al is het maar door de lucht die er altijd knalblauw ziet, of de zeewind die er waait – maar nu nog meer dan anders.”

En na zo’n intense periode kom je dan terug naar België om een aantal optredens te doen. Dat is niet moeilijk voor je?

“Ik ben bewust twee maanden in Puerto Rico gebleven om voor alles veel tijd te kunnen nemen. In 2020, toen mijn vader erg ziek was, zat ik een heel jaar in Amsterdam en dat was keihard. Sinds hij is gestorven, voelt het alsof het makkelijker is. Omdat hij bevrijd is. Nu zal het een kwestie zijn van hem opnieuw te vinden in mijzelf, als een vader, en niet als een persoon die enkel gerelateerd is aan ziekte en lijden.”

‘Soms denk ik dat het mijn lot is om alleen te blijven. En toch hoop ik van niet. Ik hoop dat ik ooit in een relatie kan blijven.' Beeld Joris Casaer
‘Soms denk ik dat het mijn lot is om alleen te blijven. En toch hoop ik van niet. Ik hoop dat ik ooit in een relatie kan blijven.'Beeld Joris Casaer

Was hij een belangrijke figuur in je leven?

“Ontzettend belangrijk.”

“Sinds ik op mijn 18de Puerto Rico verliet voor België, zagen we elkaar wel elk jaar, maar het was niet genoeg om écht verbonden te zijn. En op de leeftijd waarop je meestal opnieuw een band krijgt met je vader, tijdens je veertigerjaren, verdween hij. Er zit dus wel een grote leegte in mij.”

“Mijn vader heeft me, samen met mijn moeder, niet alleen geleerd hoe ik een mens moet zijn, hij heeft me ook geleerd hoe ik een man moet zijn. Mijn vader was allesbehalve de typische machoman. Hij was nooit agressief en ging nooit op café. Hij wilde bij zijn gezin zijn. Hij was ook niet zo’n vader voor wie ik nooit goed genoeg was en op wie ik heel mijn leven indruk moest maken. Integendeel, hij was een grote fan van wat ik deed. Ik heb dus een heel gezond mannelijk voorbeeld gehad.”

“Dat alles wil je als mens wel graag aan iemand kunnen doorgeven. Maar ik heb geen kinderen, dus ik moet zoeken in welke vorm het er bij mij kan uitkomen. Ik geloof sterk in de betekenis van kennis en ervaring overdragen. Als het niet aan kinderen kan, dan aan vrienden of familie. Als je niets kunt doorgeven, is het allemaal tamelijk zinloos, toch?”

Voor een man van jouw leeftijd is het niet te laat om kinderen te krijgen.

(lacht) “Misschien niet. Maar voor je kinderen hebt, moet je wel in staat zijn om iets anders tot stand te brengen.”

Is de liefde moeilijk voor jou?

“Ja. Ik vermoed dat het waarschijnlijk de laatste grens is die ik moet oversteken. Ik ken veel mensen die alleen oud worden, en dat mooi en waardig doen, maar ik denk wel dat een goede relatie je een diep gevoel van voldoening kan geven. Soms denk ik dat het mijn lot is om alleen te blijven. En toch hoop ik van niet. Ik hoop dat ik ooit kan blijven in een relatie, en verder kan gaan dan waar ik in het verleden ging. Maar het is een uitdaging voor mij.”

Iets helemaal anders. Je studeerde schilderkunst aan de Sint-Lucas Academie hier in Gent. Schilder je nog?

“Wel, ik ben opnieuw begonnen. Sinds de pandemie. Het is fijn. Maar ook verschrikkelijk.” (lacht)

‘Ik spreek nooit Nederlands. Ik kan de taal gebruiken, maar ik voel er niks bij.' Beeld Joris Casaer
‘Ik spreek nooit Nederlands. Ik kan de taal gebruiken, maar ik voel er niks bij.'Beeld Joris Casaer

Kun je me iets laten zien?

“Er is nog niets wat helemaal af is, maar er hangen binnen wel enkele werken waaraan ik bezig ben. (Toont een drietal abstracte schilderijen in zijn living, red.) Soms fantaseer ik erover om een tijd te stoppen met muziek en me enkele jaren volledig aan het schilderen te wijden, zodat ik tenminste kan groeien. Maar dat zal voorlopig niet gebeuren. Ik heb nog dingen te zeggen met mijn muziek. Dat blijft aan me trekken.”

Ik las ergens dat je lang bokslessen hebt gevolgd. Doe je dat nog?

“Nee, en ik mis het. Voor de pandemie volgde ik lessen in New York en Gent, en ik vond het heerlijk. De enige manier om een goeie bokser te worden is herhaling, herhaling, herhaling, en dat betekent zwijgen, geen eigen mening hebben, en doen wat je gezegd wordt. Je persoonlijkheid doet bij boksen niet ter zake. Het gaat niet om verbeelding of creativiteit, het gaat om functionaliteit, je intellect gebruiken, tactisch zijn, uitvoeren.”

“Het is nooit mijn bedoeling geweest om te vechten. Ik hield er gewoon van als sport. De cardio is zo intens. Alsof je vanbinnen wordt gewassen. Optreden is ook heel fysiek, maar dat heeft ook een hele tijd stilgelegen. En lopen vind ik zo saai. Ik heb dus dringend een andere uitlaatklep nodig.” (lacht)

Toen je acht was, kreeg je je eerste akoestische gitaar van je vader. Het is altijd je doel geweest om muzikant te zijn. Ben je de muzikant geworden die je voor ogen had?

(denkt lang na) “Ik heb het altijd op mijn manier willen doen. Mijn ouders hebben die houding ook altijd gestimuleerd. Als mijn zus en ik iets creëerden dat anders was dan wat de meeste mensen maakten, vonden ze dat heel fijn. Zo leerde ik dat je beloond kunt worden om jezelf te uiten. Maar ze leerden me ook dat je hard moet werken voor die beloning. Toen ik die gitaar kreeg van mijn vader, had ik diezelfde dag al een nummer geschreven. Althans, dat dacht ik. Maar mijn vader zei: dit is nog geen song, je zult er nog aan moeten werken.”

“Ik ben geen geschoolde muzikant. Ik heb nooit willen leren om muziek te lezen, en ik kan nog altijd geen muziek lezen. Tot grote irritatie van mensen zoals Ruben, trouwens. (lacht) Ik wilde tot mijn eigen manier van spelen komen. Dat is gelukt, maar het vraagt nog elke dag veel werk om wat ik voor ogen heb ook op die manier naar buiten te kunnen brengen.”

(denkt na) “Ik ben niet snel tevreden, dat weet ik. Maar je hoeft niet snel tevreden te zijn, vind ik. Ik heb altijd wat een gevecht nodig. (glimlacht) Het mag niet te gemakkelijk zijn voor mij.”

Gabriel Ríos speelt deze zomer op Leuven Air (23 juli) , Durbuy Green Fields (29 juli), Moods! Brugge (1 augustus), Het Zomerkwartier Hasselt (5 augustus), Dranouter Zomersessies XL (6 augustus), Lokerse Feesten (8 augustus) en in OLT Rivierenhof (21 augustus).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234