Maandag 14/10/2019

Interview

Freek Braeckman: "Ik wilde Bart De Pauw een faire kans geven"

Beeld Stefaan Temmerman

Hij heeft er zestien jaar VRT op zitten, en een halfjaar als nieuwsanker bij VTM. Na een periode van lichte twijfel, tegenvallende kijkcijfers en strenge recensies oogst Freek Braeckman (38) opnieuw lof. Maar: "Mijn zelfbeeld mag niet te veel afhangen van wat anderen vinden van mijn werk."

Freek Braeckman valt samen met zijn imago: professioneel, beheerst, slim. En te welopgevoed om zich te laten vangen aan een rondje natrappen naar zijn vorige werkgever. Die had hem na Café Corsari en Typisch mensen op de reservebank geposteerd, zonder concrete perspectieven op een invalbeurt. “Ik hou niet van interviews”, herhaalt hij een paar keer, verontschuldigend, want zo sympathiek is hij wel. Zich blootgeven aan Jan Publiek zit hem niet lekker. Hij spreekt behoedzaam, schaakt en peinst, overweegt of een vraag niet te privé is. Maar elke keer volgt een antwoord waar je iets mee kunt.

Freek Braeckman: “Ik ben recht van school bij de VRT begonnen. Bij Anderlecht. Zestien jaar heb ik daar op veel verschillende posities mogen spelen. Karrewiet, Het journaal, Pano, Koppen, eind­redactie, talkshows. Als Club Brugge dan komt aankloppen, ben je benieuwd. Zeker als ze je willen uitspelen op je vertrouwde positie.”

Is er een verschil tussen beide nieuwsdiensten? VTM had vroeger de naam wat lichter en sensationeler te zijn.

“Ik zal mijn oude en nieuwe collega’s misschien ontgoochelen, maar: weinig. Bij VTM is er iets meer competitiegeest. ’s Morgens voel je die drive: ‘Vrienden, we gaan ervoor. De advocaat van Puigdemont is niet genoeg, we willen de man zelf.’

“De eerste dag was ik nerveus als voor een eerste schooldag. Mijn maatje Bart Schols zette me af aan de Medialaan en ik vreesde dat ik niemand zou kennen. Toevallig kwam Tom Coninx ook net aangewandeld. ‘Jou ken ik nog van bij de VRT’, riep ik. Hij heeft me rondgeleid. Ik kwam voortdurend mensen tegen met wie ik vroeger nog had gewerkt, onder wie mijn ploeg van Café Corsari. Ook mijn nieuwe collega’s hebben me hartelijk ontvangen.

“Zeg, waar blijven de moeilijke vragen? Die gaan nog komen, hè?”

Zeker weten, maar nog even geduld. Je hebt zelf stekelige vragen gesteld aan Bart De Pauw. De dag nadat hij zijn vertrek bij de VRT had bekendgemaakt, interviewde jij hem in Het nieuws. Ruth Roets had hem ’s morgens al zwaar op de rooster gelegd op Radio 1. Wat was jouw strategie?

“Dat was niet gemakkelijk. Je zit daar tegenover een gevallen tv-god, je kent de verhalen die erachter schuilen. Maar ik wilde hem een faire kans geven. Hij was tenslotte zo fair om naar de studio te komen.

“Zo’n interview is vergelijkbaar met een partijtje schermen. Als je met honderd mogelijke technieken de piste opstapt, ben je te traag. Maar als je er drie in je achterhoofd houdt, kun je die intuïtief inzetten. De Pauw zei dat hij niet wist waarover de beschuldigingen tegen hem gingen.

Maar hij moest zich wel nog kunnen herinneren of hij pikante sms’en had gestuurd en of hij ’s avonds ooit bij vrouwen thuis was opgedoken. Daarop antwoordde hij dat hij weleens langs een huis was gereden. Dankzij mijn ervaring bij Café Corsari heb ik dat interview ook de nodige tijd durven geven. Bijna 12 minuten. Maar ik heb daar achteraf niemand over horen klagen.”

Vind je het moeilijk om in zo’n interview je emoties onder controle te houden?

“Ik ben fan van Ignaas Devisch en zijn ‘werkbare onverschilligheid’. (lacht) Ik kende Bart niet echt, maar toen ik hem zag binnenkomen, dacht ik ook: ‘Fuck man, hij moet kapot zijn.’ Maar daarna schakel je je emoties uit en doe je je werk. Je mag niet meegaan in dat verhaal.

“Eind vorige maand heb ik een podcast gemaakt over Jochen Maes, een vader die zijn drie kinderen verloor. Dat is pas heftig. Maar tijdens dat interview ga ik ook niet zitten huilen. Mijn empathie schuilt in het feit dat ik naar zijn verhaal luister.”

Jarenlang kon Braeckman niets verkeerd doen. Hij was het frisse nieuwsanker, de nieuwe Stef Wauters, die bovendien geschermd had op top­niveau en Bart De Wever klopte in de finale van De slimste mens. Maar bij zijn overgang naar VTM opperde Carl Huybrechts in Dag Allemaal dat de VRT daar niet rouwig om zou zijn. “Met Freek zijn ze echt geen goudklompje kwijt. Nogal wat schermgezichten worden tegenwoordig schromelijk overschat.”

Het lijkt van hem af te glijden. Alleen dit: “Ik hoop dat het goed gaat met Carl.”

De venijnige recensies over Café Corsari en Typisch mensen (waarvan de kijkcijfers schommelden rond het half miljoen kijkers) hebben hem iets meer geraakt. Café Corsari heette luchtiger te zijn dan de witte vulling in een Melo-cake. “Zouden ze bij de VRT nog zo’n ouderwets testbeeld hebben liggen? Een stuk boeiender om naar te kijken”, sneerde Bart Steenhaut in deze krant.

Braeckman: “In de kijk- en waarderingscijfers deden we het goed, maar een deel van de pers was ronduit giftig. Tomas (De Soete, red.) en ik vroegen ons af: ‘Wat hebben wij misdaan?’ We begrepen niet wat daar achter zat. Maar ik heb geen revanchegevoelens. Sinds mijn entree bij VTM krijg ik weer positievere commentaren, maar die relativeer ik ook. Ik heb het mechanisme achter recensie­media leren zien. Profileringsdrang. Net zoals pubers zoeken sommige mediarecensenten hun plek in de wereld door zich af te zetten tegen wat ‘commercieel’ is. Soms wordt dat lachwekkend voorspelbaar. Met een talkshow voor een breed publiek kun je voor hen nooit goed doen.”

"Sinds mijn entree bij VTM krijg ik weer positievere commentaren, maar die relativeer ik ook." Beeld Stefaan Temmerman

Veel schermgezichten gaan aan zichzelf twijfelen door slechte kritieken. Jij niet?

“Jawel, maar tijdens Café Corsari heb ik geleerd om los te laten. Vroeger was ik maniakaler en zette ik alles op mijn topsportcarrière. Nadien nam mijn werk die status over. Maar dan ben je op den duur alleen nog voor applaus aan het spelen. Ik heb het leren relativeren. Tv is een fantastische stiel, maar het is maar één aspect van mezelf. Ik ben in die periode beginnen te trainen voor een marathon. Geloof me: na 35 kilometer lopen zie je de dingen anders. Ik probeer het wat minder serieus te nemen, zéker wat anderen vinden van mijn werk.”

Maar had je na Café Corsari het idee dat Typisch mensen er pal op moest zijn?

“Ik wilde dat dolgraag maken. Het menselijke gedrag is de kern van alles. Wij gaan er altijd van uit dat we rationele wezens zijn. In Freakonomics, mijn favoriete boek, wordt dat doorprikt op basis van statistieken. Veel mensen denken bijvoorbeeld dat je een gefundeerder oordeel velt over een thema als je beter geïnformeerd bent. Klopt niet! We vormen onze opinie op voorhand. Als we informatie krijgen, halen we daar de elementen uit die in ons kraam passen, waardoor onze opinie nog verstrakt.

“Er is dus een verschil tussen ons buikgevoel en ons reëel gedrag. Toch is die irrationaliteit perfect voorspelbaar. Dat wilde ik graag in een toegankelijk tv-programma gieten. Helaas is dat niet gelukt. We hebben leuke dingen gedaan, maar Typisch mensen stond mijlenver af van wat ik voor ogen had.”

Het heette eerst Truken van de foor maar veranderde tegen jouw zin van naam.

“Het was een moeilijk productieproces. Blijkbaar ben ik er niet in geslaagd om de rest van het team te overtuigen van mijn basisidee. Het is zwaar bijgevijld. Ik heb daar gefaald als tv-maker.

“De BBC doet met World Hacks nu exact wat ik twee jaar geleden wilde doen. Ze onderzoeken hoe je de wereld kunt vooruithelpen door met kleine, slimme ingrepen het menselijke gedrag bij te sturen. Het had dus wel gekund.”

Had je nog uitzicht op een nieuw programma bij de VRT?

“Ik was nog een eigen idee aan het ontwikkelen. Er waren ook mogelijkheden op de nieuwsdienst.”

Echt? Bij je overstap van Het journaal naar Café Corsari zei je dat je nooit meer naar de nieuwsdienst terug kon.

“En toch lag dat scenario op tafel. Maar ik wilde liever eerst nog een ander programma maken.”

In de wandelgangen werd gezegd dat je bij de VRT op een dood spoor zat.

“Hm, er lag geen plan voor me klaar, maar ik had wel nog de vrijheid om dingen te doen. Voor Typisch mensen had ik tenslotte ook acht afleveringen in primetime gekregen. Bij mijn vertrek heeft niemand echt zuur gereageerd, maar er is toch gevloekt.”

Blijf je nu nieuwsanker tot het einde van je carrière?

“Geen idee. Ik heb nog nooit zo ver vooruitgedacht. Ik heb al te veel mensen gezien die allerlei plannen maken voor hun pensioen. En als ze 60 worden, krijgen ze kanker.

“Ik doe dit graag, maar wil me nergens aan vastklampen. Als er een nieuwe trein passeert en ik voel het kriebelen, spring ik erop. Op mijn 23ste was ik de nummer 32 van de wereld in het schermen. Ik had nog groeimarge en er was een goede kans om de Olympische Spelen te halen. Maar op dat moment vond ik Radio 2 interessanter en ben ik met topsport gestopt. Misschien kan ik bij VTM ook nieuwe terreinen ontginnen. Meer podcasts maken, bijvoorbeeld.”

De eerste dag van Freek Braeckman bij het VTM Nieuws. Beeld VTM

Jij hebt voortdurend nieuwe prikkels nodig?

“Ja, verschrikkelijk. (lacht) Die marathon is een typisch voorbeeld. Ik had nog nooit meer dan 10 kilometer gelopen, maar toen Mediclowns me vroeg om de marathon van New York te lopen, ben ik meteen naar sportcoach Paul Van den Bosch gestapt. ‘Ik wil over negen maanden een marathon onder de vier uur lopen, zie je dat zitten?’”

Waarom onder de vier uur?

“Anders durf ik niet naar huis. (lacht) Onderweg heb ik alle kleuren van de regenboog gezien, om uiteindelijk 3u54 te klokken. Pas drie dagen later kon ik weer normaal stappen. Dit jaar liep ik de marathon van Gent, omdat ik in New York te veel fouten had gemaakt: te snel starten, te weinig eten en drinken, krampen negeren. In Gent liep ik een kwartier sneller. Daar was ik content mee. Mijn vrienden, die samen met mij zijn beginnen lopen, hebben de smaak te pakken en willen hun tijd nog aanscherpen. Ik wil alweer iets nieuws. Want gaat die derde marathon nog even interessant zijn? Nee, dan leg ik me liever toe op de mijl of de vijf kilometer.

“Drie jaar geleden heb ik meegedaan aan een moderne vijfkamp: schermen, jumping, 200 meter vrije slag zwemmen, en een combinatie van hardlopen en pistoolschieten. Die trainingen liepen tijdens Café Corsari. Elke ochtend ging ik zwemmen: hatelijk. Ik heb even gedacht aan de Olympische Spelen, maar dat heb ik wijselijk losgelaten. Vijf sporten combineren met werk en gezin is gekkenwerk.”

Vraag je je niet af waarom je het nodig vindt om naast een uitdagende job ook nog uit te blinken in de sport? Je verdient er geen bal mee en het kost zeeën van tijd.

“Ik weet waarom ik het doe. Toen ik negen was, trainde ik al vier keer per week. Op mijn achttiende ging ik niet mee op schoolreis naar Praag, omdat ik een voorbereidingsweek had voor het WK. Sport houdt me mentaal in balans, het schenkt méétbare voldoening. Als vader doe ik mijn best, maar je weet nooit zeker of je het goed doet. Door mijn sportprestaties hang ik niet af van twee of vier sterren in de krant. Mijn zelfbeeld mag niet te veel bepaald worden door mijn werk. Daarom geef ik ook niet graag interviews. Die blazen dat facet van mezelf op.”

Maar heb je door dat competitief sporten niet het gevoel dat je krampachtig allerlei balletjes probeert hoog te houden, zonder dat je iets echt goed doet?

“Je mag die balletjes niet los van elkaar zien. Lopen helpt mij om te ontstressen en ideeën te vinden voor het werk. Het maakt me thuis ook een aangenamere mens.

“Mijn kinderen zijn in de voorbereiding eens mee gaan trainen en hebben in Gent ook de vijf kilometer gelopen. Vond ik super. Mijn vrouw doet dat niet graag, maar ze steunt me. Ze beseft dat ik als ex-topsporter een uitlaatklep nodig heb. Maar ik ben niet mateloos fanatiek. Als ik mijn beoogde tijd niet haal, stort mijn wereld niet in. In Gent wilde ik onder de 3u30 lopen. Na 25 kilometer zat ik op schema, maar kreeg ik krampen. Bon, dan vertraag ik en loop ik 3u39. Ook goed. Zo’n straffe tijd is een leuk gespreksonderwerp op recepties, maar het beheerst mijn leven niet.

“Ik hoef niet de beste marathonloper ooit te zijn, of de beste papa, of de beste nieuwslezer. Ik probeer alles op een draaglijke manier te combineren.”

Klopt het dat je zelf hebt gevraagd om met Café Corsari te stoppen, vanwege de druk op je gezin?

“Ja. Zo’n talkshow is mentaal heel belastend. Het nieuws presenteren vraagt het concentratieniveau van een F1-piloot, maar nadien ga je naar huis en is het gedaan.

“Met een talkshow blíjf je bezig, van ’s morgens tot ’s avonds. De weekends stonden in het teken van mijn recuperatie. Soms duurde dat tot zondagavond. Ik heb vaak te horen gekregen: ‘Freek, je zit hier wel, maar je bént hier niet'. Zo pleeg je roofbouw op je privéleven. Maar als ze me over tien jaar iets gelijkaardigs vragen, zou ik het opnieuw overwegen. Dan is mijn jongste twintig.”

Wat voor vader ben jij?

“Dat is nogal privé, niet? Maar bon, ik vind eerlijkheid en vertrouwen belangrijk. Ik hoop dat er nooit een moment komt dat mijn kinderen me iets niet durven te vertellen. Straffen doe ik niet. Ik probeer geen ingrijpende, sturende ouder te zijn. Veel heb je aan het leven van je kinderen toch niet te zeggen. Iedereen bewandelt zijn eigen pad. Ik heb vrienden met een getroebleerde vader-zoonrelatie. Sommigen hebben daar veel energie uit gehaald, anderen hebben de bodem gezien. Die vaders waren allemaal smeerlappen, maar wat je daarmee doet is je eigen keuze.”

Wil je iets vertellen over je eigen nest?

“Nu wordt het echt privé, hè. Laten we zeggen dat ik thuis alle ruimte kreeg om mijn eigen keuzes te maken. Op mijn vijftiende mocht ik alleen het vliegtuig naar Boedapest nemen, voor een toernooi. Op mijn twintigste ben ik solo naar Iran gereisd. Ik stapte in Gent-Dampoort met mijn schermzak op de trein naar Frankfurt en vloog naar Teheran. Dat toernooi was nog drieduizend kilometer zuidelijker, in Shiraz.

"Ik functioneer makkelijk in groep. Maar als het me niet aanstaat, zeg ik het." Beeld Stefaan Temmerman

“Een week later kwam ik terug thuis en vroeg mijn moeder hoe het was geweest. Zoveel vrijheid had ik. Zolang er geen probleem was, hoefde ik niet te bellen. Ik heb dat wereldbekertoernooi trouwens gewonnen.”

Tomas De Soete vergelijkt jou met een iPad: zo handig in gebruik dat zelfs een tweejarige ermee aan de slag kan.

“Haha, de smeerlap! Ik functioneer makkelijk in groep. Maar als het me niet aanstaat, zeg ik het. Op het werk blijf ik meestal rustig onder hectische omstandigheden. Maar als iedereen in het rond begint te springen, en de kwaliteit van de uitzending komt in het gedrang, durf ik de zaken vast te pakken: ‘Ga nu allemaal opzij en laat dat maar aan mij over. Morgen evalueren we wel of dat de juiste keuze was.’ Als ik zeker weet dat dat de snelste weg naar de uitgang is, gaan we dat doen en moet de rest zwijgen. Soms voelen mensen zich daardoor geschoffeerd, maar ik bedoel dat nooit persoonlijk, ik zoek een oplossing. Zelf aanvaard ik ook kritiek van collega’s, zeker als het rationeel onderbouwd is. Met egokwesties hou ik me niet bezig.

“Wellicht is het dat wat Tomas bedoelt: als ik het belangrijk vind, zeg ik het, en anders zwijg ik. Mijn favoriete woord is ultracrepidarianisme. Ultra-crepi-daria-nisme: de onbedwingbare drang om je mening te spuien over dingen waar je geen verstand van hebt. Dat vat de tijdgeest wel een beetje samen. Vroeger hadden alleen kapsters en café­bazen daar last van. Nu valt er – door de sociale media – niet meer aan te ontsnappen.”

Het beeld dat mensen van jou hebben, is dat van de ernstige nieuwslezer met ideale-schoonzoon-allures. Waar zit het randje?

“Het zou dom zijn om dat te zeggen, hè? Dan is het geen randje meer. Mensen denken dat ik heel slim ben, omdat ik ooit eens een tv-quiz heb gewonnen, en dat ik altijd serieus ben, omdat ik Het nieuws presenteer. De rest mogen ze zelf invullen.”

Volgens De Soete ben je een studentikoos zwijn.

“Daar heb je mijn randje! Twee jaar geleden heb ik – als ex-praeses – voor mijn verjaardag nog eens een cantus gehouden in de kelder van mijn huis. Die is ingericht als een café, met een toog en een Playstation. Ik hou van FIFA-toernooien en Risk- en-bieravondjes met de maten. Dat is toch het geheim van het leven?

“Als we met de ploeg van Café Corsari een afterparty hielden, was ik soms degene die de keet sloot. Blijkbaar verwachten mensen dat niet van mij. Ik ben vertrouwd met carnaval, mijn familieroots liggen in Aalst. Tot mijn 21ste heb ik me daar volop aan gelaafd, als Voil Janet. Drie dagen grenzeloos gáán: heerlijk. Maar maak van mij nu geen onbedwingbare drinker. Als ik ga skiën, sla ik de après-ski over. Om tien uur ’s avonds lig ik in mijn bed. Ik ben eerder een fijnproever: liever twee streekbieren die ik nog niet kende dan tien pinten.”

Volgens mijn bronnen heb je je studententijd destijds bekroond met een fietsreis naar Compostela?

“Dat was mijn manier om twee hoofdstukken af te sluiten: topsport en studeren. We waren met vieren. Onderweg sliepen we in tentjes en jeugdherbergen. ’s Morgens bepaalden we op de kaart waar we de volgende nacht zouden slapen. We legden elke dag 80 tot 140 kilometer af. In een desolaat stuk van Frankrijk bleek dat de vooraf aangestipte jeugdherberg al vijf jaar gesloten was. Op zoek naar een alternatief stootten we op een koppel dat net een oud huis had gekocht. We mochten er overnachten.

“Zo’n reis gaat niet om de bestemming, maar om het onderweg zijn. Als je daar aankomt, betekent dat ook het afscheid van je reis. In de galerijen tegenover de basiliek zitten de pelgrims allemaal wezenloos voor zich uit te staren. Na die vier weken had ik het moeilijk om me weer aan te passen. Ik vroeg me af waar iedereen toch mee bezig was. En waarom zo haastig? Na twee weken was dat weg.”

Die nood aan escapisme lijkt sterker dan ooit. Zelfs hoger opgeleide mensen zeggen dat ze het nieuws niet meer volgen, vanwege alle negativiteit.

“Vroeger was nieuws consumeren een bewuste keuze. Je moest er je tv voor aanzetten en de rest moest zwijgen. Nu moet je er bewust voor kiezen om het te vermijden. Daarom zit ik niet op Facebook. Van mij mogen mensen de hele dag rustig en geconcentreerd voortdoen, en ’s avonds gezellig voor tv kruipen, zodat ik kan vertellen wat er die dag gebeurd is. Zou dat geen idee zijn? (lacht)

“Nieuws is niet negatiever dan vroeger. In
Menuet van Louis Paul Boon staat bovenaan op elke pagina een doorlopende regel met allerlei krantenartikels over moorden, verkrachtingen en aanrandingen. Een halve eeuw geleden was het dus minstens even erg. Alleen krijg je de negativiteit vandaag de hele dag door van alle kanten in je gezicht gesmeten.

“Maar de wereld is echt nog niet naar de knoppen. Kijk eens op humanprogress.org, de website die op basis van statistiek oplijst hoe de wereld erop vooruit is gegaan. Toch zijn de mensen bang. De 95-jarige grootvader van mijn vrouw durft niet eens meer naar Gent. Hij zegt dat hij blij is dat hij niet te lang meer in deze gevaarlijke wereld moet leven. Daar schrik ik van. Die mens heeft een wereldoorlog meegemaakt!”

Word jij dan niet onrustig van de klimaatverandering? Of van de bevolkingsexplosie in Afrika, die tot een vluchtelingeninvasie kan leiden? Herman De Croo zei onlangs in Terzake: ‘Wat er op ons afkomt, houdt ge met geen wetten of bajonetten tegen'.

“Bij zulke verhalen denk ik altijd aan een bankbediende die beweert dat ik mijn geld in een fonds moet steken omdat het elk jaar met 10 procent in waarde stijgt. Wie zegt dat dat volgend jaar ook nog zo is? Waarom kan Afrika niet evolueren naar een welvarende regio waar gezinnen met twee kinderen de norm zijn? In Aziatische landen is dat ook gebeurd. En als vooruitgangsactivist geloof ik dat er voor de klimaatopwarming ook oplossingen komen. Er zijn nu al experimenten bezig om CO2 uit de lucht te halen of de zon te filteren met zwavel.

“Maar je krijgt de massa niet in beweging door te zeggen dat het toch wel erg is, en dat ze minder met de auto moeten rijden. Als het te voet sneller is, zullen we opnieuw te voet gaan, of met de bus. En als je diesel tien keer duurder maakt, is het ook opgelost. Dat we dat nu nog niet doen, betekent dat we het probleem nog niet nijpend genoeg vinden.”

Hoe kijk je naar de Belgische politiek?

“Als een journalist: met afstand. Als burger wil ik er één ding over zeggen. Politiek moet niet gaan om gelijk hebben. Vandaag stellen wetenschappers vast wat het beste zou zijn voor de samenleving. Als politici dat aanvechten omdat het niet in hun kraam past, is dat ergerlijk. Ik droom ervan dat politici, op basis van de wetenschap, een inspirerend totaalplan bedenken dat ze samen uitvoeren. Vandaag zie ik vooral veel zinloze boksmatchen. ‘Ik zeg A, omdat jij B zegt.’

“Sommige zaken zijn pure wiskunde. We weten dat onze samenleving de komende decennia zal vergrijzen. Een hoop jobs zullen niet meer ingevuld geraken. Tenzij je mensen wilt verplichten om allemaal vier kinderen te maken, is de aangewezen oplossing: selecteren uit nieuwe instroom. Maar daar zijn we ook tegen. Dan zondig je tegen de wiskundige logica. Politici zouden de mensen daarin mee moeten krijgen, in een inspirerend project dat perspectief biedt voor de hele samenleving.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234