Woensdag 13/11/2019

Interview

Freddy Tratlehner (De Jeugd van Tegenwoordig) heeft een kookboek uit: ‘Ik ben gelukkig nog steeds een klootzak’

Freddy Tratlehner, ofwel rapper Vieze Fur van de Jeugd van Tegenwoordig, heeft meteen succes met zijn kookboek ‘Lekker Fred’.

Freddy Tratlehner (36) van De Jeugd van Tegenwoordig stopte met drinken, begon met kookvlogs en houdt nog altijd van ontregelen. Zijn eerste kookboek Lekker Fred is net uit. ‘Een goede schnitzel hangt over het bord als een dikzak met z’n ellen­bogen in een hottub.’

Rapper Freddy Tratlehner, alias Vjeze Fur van De Jeugd van Tegenwoordig, lijkt zijn wilde haren kwijt te zijn. Vroeger joeg hij – meestal stomdronken – mensen op de kast. Tegenwoordig gaat hij broodnuchter door het leven, loopt drie keer per week hard en let op wat hij eet. Zijn populaire kookvlogs op Instagram groeiden uit tot het kookboek Lekker Fred, dat deze week is gelanceerd. “Als je kinderen krijgt, word je automatisch een burger.”

Hij was ooit het zelfbenoemde ‘tuig van de eerste klasse’, de rapper uit Amsterdam-Noord die dronk ‘tot de modderfokking fles leeg was’. Tratlehner, ‘de stille’ van De Jeugd van Tegenwoordig, staat nu nuchter op het podium.

BIO • geboren op 18 april 1983 in Amsterdam • richt in 2005 met Bas Bron, Pepijn Lanen en Olivier Locadia De Jeugd van Tegenwoordig op • rapformatie breekt later dat jaar door met ‘Watskeburt?!’ • tienjarig bestaan in 2015: twee keer uitverkochte Heineken Music Hall • 7 juni 2019: duizendste optreden, in Amsterdams Olympisch Stadion • studeert in 2007 af als beeldend kunstenaar • lanceert in 2014 eigen kledingmerk (inmiddels opgeheven) • trouwt in 2018 met fotograaf/documaker Elza Jo van Reenen • publiceerde onlangs kookboek Lekker Fred • woont met zijn vrouw en hun twee zoontjes, Claudi en Ennio, in Amsterdam

Hoe zat het nu met die drankinname?

“Door alcohol zijn er wel vervelende dingen gebeurd, ja. Wat, weet ik niet precies, die tijd is nogal een blur”, zegt de rapper met een glimlach.

Na enig aandringen: “Pepijn, Bas, Ollie en ik gingen alle vier voor totale destructie. Zonder dat dat ooit uitgesproken was. Ik zorgde ervoor dat iedereen wist dat ik de party guy was. Op een gegeven moment was ik echt uit elke club gegooid.”

“Een gouden tijd”, zegt hij droog. “Ik dronk soms ook gewoon om de tijd sneller te laten gaan. Bijvoorbeeld als we een show hadden in België. Tegen de chauffeur zeggen dat ie je na afloop van de show snel naar huis moet rijden. En dat de chauffeur dan zegt: ‘Je bent al thuis, je moet gewoon uit de auto stappen!’ En dat je dan blijft herhalen: ‘Nee, breng me naar huis!’ Dat soort dingen.”

Tratlehner deed eerder een poging van een halfjaar om te stoppen met alcohol. “Toen was ik meer bezig met het niet-drinken en wanneer ik weer mocht, werd ik daar echt chagrijnig van. Helemaal stoppen is makkelijker. Dan hoef je er ook niet over na te denken of je er nog eentje zal doen.”

Echt stoppen deed hij toen zijn zoontje Claudi, nu twee, een half jaar was.

“Ik denk dat ik zonder kinderen niet met dit leven was gestopt, met dat drinken en die totale destructie. Op een gegeven moment zou dat raar en zielig geweest zijn, maar dat had ik dan zelf niet zo gezien. Dan had ik mezelf waarschijnlijk een toffe gast gevonden.”

Hoe is het om nuchter op het podium te staan?

“Het is lastig als ik van het publiek een blik krijg van ‘verkoop het maar aan ons’. Als ik het publiek niet voelde, dronk ik vier of vijf biertjes en dan ging het weer. Ik ben op het podium nog aan het wennen, maar het gevoel is wel weer een beetje terug. Mijn stem is in elk geval beter, en ik voel me fysiek ook beter.”

Lastig, zeker als mensen verwachten dat u zich als een idioot gedraagt, uw handelsmerk.

“Dat lukt me nog wel, me als een idioot gedragen, maar nu probeer ik dat te kanaliseren, die onbevangenheid die je normaal met alcohol aanwakkert. Maar ik ben gelukkig nog steeds een klootzak.”

Hoezo? Waarin uit zich dat?

“Kom maar eens naar een concert, dan kun je dat zelf bepalen.”

Is het onbevangenheid of bestrijding van een soort angst?

“Ja, misschien is dat het ook. Wat de reden was om te drinken maakt niet meer zo uit. Zonder drank zijn dingen minder vaag, het komt meer binnen. Vaak als je drinkt, drink je omdat het een vervelende situatie leuker maakt. In plaats van blijven tot het vervelend wordt, kun je ook ergens weggaan. Of het niet doen. Ik ben selectiever geworden, ik doe vooral wat ik leuk vind.”

Freddy Trathlener: ‘Ik denk dat ik zonder kinderen niet met dit leven was gestopt, met dat drinken en die totale destructie.’ Beeld Teska Overbeeke

Zoals koken? Daarmee hebt u in betrekkelijk korte tijd een behoorlijke fanbase aangeboord.

“Zoals koken. Ik kreeg leuke reacties op mijn Instagram-filmpjes. Uitgeverijen stonden in de rij om dat boek te maken, Carrera Culinair was de leukste. Ik wilde een boek maken dat, als je niet van koken houdt of er niet meteen zin in hebt, toch leuk is om te hebben, met mooie fotografie door mijn vrouw Elza Jo. Ik denk dat er voor iedereen wel een gerecht bij zit.”

Wat maakt uw kookboek anders dan al die andere?

“Koken is al een tijdje mijn wereld, dat heb ik van huis uit meegekregen. Ik zat als kind vaak op het aanrecht, proefde alles, liefst zo rauw mogelijk, en lette goed op. Mijn vader is een redelijk goede kok, hij werkte in de jaren 1960 in Italië in diverse restaurantjes. Niets bijzonders, maar toen was dat een geweldige manier om het te leren. Bij koken is het zo: als je de basics kent en je blijft proeven, gaat het goed.”

Uw kookboek leest als een autobiografie. Zo lezen we met welk gerecht u als twintiger Elza Jo, tegenwoordig uw vrouw, verleidde.

“In die tijd was ik een beetje vreemd en dat vond zij wel interessant. Toen ik zei dat ik voor haar ging koken, kon ze zich er niets bij voorstellen en wist ze niet wat ze moest verwachten. Ik pakte van alles bij elkaar: een blikje krab, oesterzwammen, tagliatelle, paprika en nog wat dingen, en dat bleek toch te kloppen.”

U bent nogal dol op knoflook, minstens vier of vijf teentjes in elk gerecht.

“Ik vind het een van de lekkerste knollen om in gerechten te verwerken. Als je knoflook bakt, komen mensen naar beneden zo van: ‘Wat ruikt het lekker.’ Het geeft meteen smaak.”

En de schnitzel heeft ook een hoofdrol. Is dat niet een heel erg jarenzeventiggerecht?

“Wat moet ik daarmee? Mijn vader is Oostenrijker, de schnitzel hoort bij het Oostenrijkse erfgoed. Een goede schnitzel hangt aan beide kanten over het bord als een dikzak met z’n ellenbogen in een hottub.”

U groeide op in een gezin in Amsterdam dat het niet breed had, blijkt uit het boek.

“We moesten creatief zijn. Er werd niks verspild. Mijn opa rookte zelf paling, van de gestroopte huid maakte mijn grootmoeder kleine stropdasjes voor mijn teddybeer Davie. Ik heb die teddybeer nog steeds. Hij stonk toen al, en nu niet minder. Mijn moeder kookte elke zondag vrijwillig voor de Hartstichting en het afgekoelde vet bewaarden we. Mijn zus en ik boetseerden de mooiste dingen met reuzel: auto’s, boten, fantasiedieren. Onze verbeelding was onbeperkt.”

Hoe was het om jong te zijn in een volkswijk in Amsterdam?

“Ik vond het geweldig, of toch in het begin. Mijn moeder werkte op zaterdag bij de slager en dan kwam de buurvrouw oppassen, zij gaf me tekenles. Hele zaterdagen zat ik te tekenen. Het was een leuk wijkje.

“En toen werd het niet leuk, of het was al niet leuk en ik zag dat als kind niet.

“Later bleek dat de vader van een vriendje waar ik speelde, de eigenaar van een Chinees restaurant, aan stukken was gehakt na het niet terugbetalen van een gokschuld. In het pierenbadje lagen glas en drugsnaalden. Er was veel huiselijk geweld daar. Als je nu bij het pleintje komt waar ons huis stond, is de helft van de huizen dichtgetimmerd.”

Uw ouders verhuisden daarna nog een paar keer, maar keerden uiteindelijk terug naar Amsterdam-Noord.

“Ja, ze verhuisden graag en vaak. Toen ik rond de 15 was, keerden we terug, maar nu naar een groter huis met een fijne tuin. Ik had mijn eigen omgebouwde garage, helemaal goed.”

Ontregelde u de boel ook al zo graag in uw middelbareschooltijd?

“Ik heb vijf scholen versleten. Ja, ik moest even mijn draai vinden. Ik was niet echt lastig, maar ook weer niet heel niet-lastig. Ik werkte niet mee, dat was het een beetje. Lastig doen tegen mijn ouders, in aanraking komen met de politie, puberdingen gewoon. Nou ja, gewoon. Ik sloeg met vrienden weleens een ruit van een telefooncel in als we dronken waren.”

Oftewel: u dreef uw vader en moeder tot wanhoop.

“Ja, best wel. Ik heb het er verder nooit met ze over gehad. Ook niet nu ik zelf vader ben. Ik ga mijn zoon later wel strenger toespreken, als hij dingen flikt. Bij mij waren er weinig consequenties verbonden aan de dingen die ik deed.”

Bent u zelf een strenge vader?

“Ik weet het niet. Ik stel wel duidelijke grenzen, probeer goed met mensen om te gaan. Het werkt, die baby, die vindt mij superleuk. Ik vind dat een kind relaxter wordt van duidelijke grenzen. Niet dat drie keer nee ineens ja wordt. Dat neemt niet weg dat die van mij ook weleens tegenstribbelen of op de grond van de supermarkt liggen, van die classic dingen. Dat is ook het leuke van kinderen, ze brengen een vrolijke vorm van chaos en breken met allerlei regeltjes.”

Als u leest over wat de 15-jarige zoon van burgemeester Halsema heeft uitgespookt, wat denkt u dan?

“Hoezo, wat is er dan met die zoon?”

Hij klooide met een onklaar gemaakte revolver, brak met vrienden in bij een verlaten woonboot, spoot brandblussers leeg.

“O, dat zou ik ook geweest kunnen zijn. Maar het blijft een minderjarig kind. Als kinderen 15 worden, gaat er iets mis in hun hoofd. Iets chemisch. Zo was het ook bij mij.”

Freddy Trathlener: ‘Mijn opa rookte zelf paling, van de gestroopte huid maakte mijn oma stropdasjes voor mijn teddybeer Davie. Ik heb Davie nog altijd. Hij stonk toen al, en nu niet minder.’ Beeld Teska Overbeeke

U maakte uiteindelijk toch wel netjes uw school af.

“Zodra ik wist dat ik naar de kunstacademie wilde, heb ik snel de middelbare school afgemaakt, zonder gezeik. Als 18-jarige vond ik de New Yorkse kunstscene van de jaren 1980 fascinerend. Van die superster-kunstenaars. Dat wilde ik eigenlijk, simpel gezegd. Ik hield van de popcultuur en kunstenaars als Jeff Koons en Damien Hirst. Ik wilde het soort dingen maken dat zij maakten.

“Ik kwam vrij soepel door de selectie met onder meer een onbruikbare gitaartas met een gat op de plek waar die ook in de gitaar zit. De reactie was positief, al heb ik daarna wel spannender werk gemaakt.”

U behield op de academie vast een zekere opstandigheid?

“De eerste twee jaar was ik tot laat op de academie en werkte ik hard. Toen kwam De Jeugd en werd de concentratie minder, best jammer. Maar als je op Lowlands kunt staan met je vrienden, wordt school al snel minder belangrijk. Ik ben er dan ook een jaartje tussenuit gegaan. Het nachtleven kostte veel tijd. Soms traden we drie keer per week op, en gingen erna nog uit.”

Welke rol speelde eten in die tijd in uw leven?

“Ik kan me veel tosti’s met gruyère herinneren. Of ik maakte pizza’s voor vrienden, en daar deed ik dan de hele dag over, ingrediënten halen en zo. Maar ik ging ook veel uit eten. De Jeugd bracht geld binnen en ik leende maximaal bij, dus...”

...heeft De Jeugd u rijk gemaakt.

“Hmm, wat is rijk?”

Dat u in de supermarkt niet hoeft na te denken wat u afrekent bij de kassa, een goede cashflow hebt, op vakantie kunt gaan waarheen u wilt?

“Ik hoef echt niet op die manier op mijn geld te letten. We zijn met zijn vieren en een manager erbij, dus als je het met vijf moet delen, is het een stuk minder geld. Maar er wordt goed geld verdiend, ja.”

Uw boek gaat heel erg over de ‘gewone’ benadering. Vindt u de eetcultuur doorgeschoten?

“Voor nu zijn dit gerechten die dicht bij me staan en die ik ken. In een volgend boek breng ik wat meer structuur aan. En wat is doorgeschoten?”

Dat je als vrienden komen eten je ze niet meer iets simpels kunt voorzetten.

“Voor vrienden doe je toch extra je best? Of je nu een kwartel in de oven schuift of een kip, dat maakt niks uit. Het is maar wat je gewend bent. Als je opgegroeid bent met mosselen, af en toe een oester, grote gamba-dingen en orgaanvlees zoals ik, ga je het vanzelf ook koken. Het hoeft niet altijd fancy te zijn, het moet lékker zijn. Kleine porties in sterrenrestaurants? Dan moet het alsnog lekker zijn. Het showelement mag de lekkerte niet belemmeren.”

U houdt wel van een beetje show?

“Absoluut. Soms vind ik het heel leuk om naar die echte sterrententen te gaan en te kijken wat voor een gekke circussen ze dan weer bouwen. Maar ook dan: als het niet goed is, is het alleen maar circus en dus niks, eigenlijk.”

Kookt u anders sinds u kinderen hebt?

“Nee, nog net zo pittig. Wel iets minder uitgebreid, vanwege gillende kinderen en onze kleine keuken. Die oudste zoon is ook gek op heftige dingen. Ik gaf hem laatst van die ingedroogde bruine geitenkaas en hij at het gewoon zonder een kik te geven.

“Wat wel vervelend is met kinderen, is dat je eten snel koud wordt. Dan heb je gekookt en je hebt tien minuten van tevoren gezegd dat het eten klaar is en dat mensen aan tafel moeten. Als je het op tafel zet, gaat iedereen nog allemaal dingen doen. Bij mij is het: kom je niet, dan krijg je geen eten. Als ze een jaartje of acht zijn en ze begrijpen het concept van aan tafel, ga ik heel streng worden.”

U bent midden dertig en presenteert zich nog als rapper en jongen van de straat. Klopt dat nog wel?

“Ik speel geen rol bij De Jeugd of zo, dat is gewoon een bepaald aspect van mij dat daar naar voren komt. Ja, dat is het gewoon. Ik vertel een verhaal. In een verhaal vertel je de hoogte- en dieptepunten en de drijfveren. De rest eromheen is niet zo interessant.”

Vindt u uw fans nog leuk?

“Ik vind ze wel leuk, ja. De meeste fans hebben wel een interessant verhaal, die vertellen me dat ze dit en dit nummer op die vakantie of toen die en die overleed hebben gedraaid. Ik word daar meestal wel vrolijk van, af en toe maak ik een praatje. Ik word niet lastiggevallen door fans die me op straat aanvallen en iets van me willen. Ik hou dat ook af. In het begin, toen we groot werden met De Jeugd, vermeed ik bepaalde plekken. Ik was meer in de luwte, dat vind ik wel fijn.”

U woont nog steeds in Amsterdam-Noord, hoe is het daar nu?

“Prima, ik kook veel, met Claudi op het aanrecht zoals ik vroeger bij mijn vader op het aanrecht zat. Maar ik ga nu veel rennen op het platteland in de buurt, zo’n drie keer per week, om al die boter eraf te krijgen die ik in mijn gerechten verwerk.”

Mist u het drinken helemaal niet?

“Soms. Ik was deze zomer in de Bourgogne. Daar heb je die verschrikkelijk lekkere kaas. En rode wijn brengt die echt naar boven. Of als je in Oostenrijk op een berg zit en je ziet een ijskoud biertje met van die druppeltjes ernaast, dan is dat wel iets waarvan ik denk: oei ja, dat zou wel lekker zijn. Maar ik kan me ook herinneren dat we een dineetje hadden in een dure zaak hier in Amsterdam en dat ik dacht: waarom smaakt dat eten zo vies, er is iets, iemand heeft iets in mijn eten gedaan. Dat bleek gewoon een heftige kater te zijn.”

Bedreigt het gesettelde leven het bandleven?

“We zijn allemaal veranderd, rustiger geworden. Ook Bas, Ollie en Pepijn hebben kinderen nu, dan zie je dat er steeds minder ruimte is voor totale destructie. Daar wil je die kids echt niet bij betrekken. Je wordt automatisch een burger als je kinderen krijgt.”

Vindt u dat jammer?

“Alles verandert altijd. Sinds De Jeugd bestaat, hebben alle bandleden al twee keer totaal nieuwe lichaamscellen gekregen en zich ontdaan van al hun oude cellen. Gelukkig is de energie waar we bekend om staan op het podium nog als vanouds.”

Gaat u het nu rustiger aan doen met De Jeugd?

“Nee, zeker niet. De kookvlogs zijn niet belangrijker geworden dan de muziek. In juni was het duizendste concert in het Olympisch Stadion, volgend jaar bestaan we vijftien jaar. Wat we gaan doen weet ik nog niet, maar reken op een feestje, iets met en voor onze fans. De andere leden van De Jeugd zijn nog steeds heel fijne mensen die ik graag zie en als ik ze zie, is het nog steeds leuk. Er wordt nog steeds de hele tijd gelachen, en we irriteren elkaar nog steeds. Goede vrienden, goede collega’s. Die vijftien jaar gaan we halen.”

Doet u nog weleens iets wat niet mag?

“Het is een beetje gek maar af en toe als ik het gevoel heb dat ik echt te stabiel ga, wil ik nog weleens een jonge kitten wurgen. Ik zorg dan wel dat ik die week extra veel sport. Alles moet wel in balans blijven natuurlijk.”

Fredddy Tratlehner, Lekker Fred, Carrera Culinair, 192 p., 25 euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234