Maandag 20/09/2021

InterviewBoeken

Frans auteur Miguel Bonnefoy: ‘Het is hels wat mijn vader in de cel heeft meegemaakt’

Miguel Bonnefoy: ‘Wie weet nog dat Fransen naar Latijns-Amerika vluchtten en in de jaren 70 zelf vluchtelingen uit landen met een dictatuur opvingen?’ Beeld Elliott Verdier
Miguel Bonnefoy: ‘Wie weet nog dat Fransen naar Latijns-Amerika vluchtten en in de jaren 70 zelf vluchtelingen uit landen met een dictatuur opvingen?’Beeld Elliott Verdier

De jonge Miguel Bonnefoy (34) is het hotste exportproduct van de Franse letteren. In de familiesaga Erfgoed stoeit hij met 100 jaar emigratiegeschiedenis van naar Chili verkaste Fransen. ‘Mijn vader zei: ‘Je schrijft over dingen die je zelf niet kent.’

Miguel Bonnefoy staat op het punt af te reizen naar Berlijn, waar hij met zijn vriendin en hun baby voor één jaar in een schrijversresidentie intrekt. Maar een nerveuze indruk maakt de Frans-Venezolaanse auteur allerminst.

Sinds de verschijning van zijn roman Héritage (Erfgoed), in november vorig jaar, is Bonnefoy hotter dan hot in Frankrijk. Met zijn wervelende familiesaga was hij in de running voor drie grote Franse literaire prijzen: de Grand prix de l’Académie française, de Fémina en de Goncourt. Zowel boekhandelaren als lezers sloten hem massaal in de armen.

BIO • geboren op 22 december 1986 in Parijs; moeder is Venezolaanse, vader een Chileense politiek vluchteling • studeerde aan de Sorbonne • debuteerde in 2009 met verhalen * eerste roman Le voyage d’Octavio (2015) werd genomineerd voor de Prix Goncourt • wereldwijd zijn vertalingen op komst van zijn nieuwe roman Erfgoed

Nu de vertalingen in Latijns-Amerika en Europa van de persen rollen, trekken interviewers en journalisten hem bijna dagelijks aan de mouw en maakt hij nogal wat Zoom-uurtjes vol. Bonnefoy – open, gloedvolle blik én looks die op een catwalk of op een filmset niet zouden misstaan – maalt er niet om. Het enthousiasme én de inzet waarmee hij over zijn boek én zijn familiegeschiedenis praat, is ongetemperd. “In Frankrijk ben ik omhelsd door de hele literaire wereld”, geeft hij toe. “Ik ben er gek genoeg nu veel bekender dan in Venezuela of Chili. Maar in Latijns-Amerika is men behoedzamer tegenover boeken die niet direct in het Spaans zijn geschreven. Maar wat niet is kan nog komen.”

De in Parijs geboren Miguel Bonnefoy, zoon van een Venezolaanse cultureel attaché en een Chileense politieke vluchteling met Franse roots, weet wat het is om regelmatig zijn koffers te pakken. Hij bracht 14 jaar door in Venezuela, heeft de gemengd Frans-Venezolaanse nationaliteit, woonde in tal van hoofdsteden, studeerde aan de Sorbonne en doctoreerde op de geëngageerde literatuur van de twintigste eeuw.

Die intellectuele humus proef je in zijn ronkende volzinnen. Bonnefoy liet zich opmerken met het kleurrijke Le voyage d’Octavio (2015), een hymne aan Venezuela, en Sucre noir (2017). Was het magisch-realisme van Latijns-Amerikaanse snit helemaal terug van weggeweest?

Met zijn derde roman Erfgoed steekt Bonnefoy nog een tandje bij. We volgen er vier generaties Fransen in Chili gedurende een volledige eeuw (1870-1973), te beginnen met een wijnbouwer die vanuit de Jura een beetje per ongeluk via Valparaíso in Santiago de Chili terechtkomt én zich daar in de Franse gemeenschap nestelt. Zijn huis in de Santo Domingostraat wordt het epicentrum van de roman.

Zijn nakomelingen – van zijn zoon Lazare, diens dochter Margot tot de door Pinochet gemartelde Ilario Da (waarin we de vader van Bonnefoy herkennen) – vergeten hun Franse wortels nooit en blijven een ambigue band met het thuisland bewaren. ‘Voor de zoveelste keer dacht Lazare aan Frankrijk als een hersenschim, een uit verhalen opgetrokken bouwwerk, en toen hij na veertig dagen de kust zag opdoemen, besefte hij dat er maar één ding niet bij hem was opgekomen, dat het echt bestond.’

Bonnefoy laat de Grote Geschiedenis menig mondje meespreken in deze bondige maar rijke én detailrijke vertelling vol extravagante personages, sterke vrouwenfiguren én emigratieverhalen. Hij zorgt voor een toef ontroering en tremolo, maar weet die goed te doseren. Verteltechnisch zit het snor met deze roman, waarin het toeval soms een zetje krijgt. “De roman situeert zich voor mij op die delicate frontlijn tussen toeval en lotsbestemming”, zegt Bonnefoy.

Dit boek graaft in uw eigen familiale voorgeschiedenis, met een van uw voorvaderen die inderdaad als wijnbouwer ooit aan het eind van de negentiende eeuw vanuit de Jura in Chili belandde. Het valt op hoezeer de Fransen daar tijdens de eerste generatie bijna angstvallig onder elkaar bleven?

“Claude-Georges Bonnefoy – hier Lonsonier genaamd – is inderdaad vertrokken naar Amerika, al had hij geen idee dat hij daar, in Chili, zou terechtkomen. En toch creëerden zij in het buitenland inderdaad een klein Frankrijk. Ze trouwden met Fransen, kregen kinderen tegen wie zij enkel Frans spraken, kozen voor de Franse keuken en leefden volgens Franse gewoonten en tradities. Ze konden in de krant lezen dat het in Parijs regende en met de paraplu in de hand gaan wandelen in Santiago, waar de zon heftig scheen. Ondanks 11.000 kilometer afstand leefden ze met hun hoofd in Frankrijk.”

Gek genoeg was er ook een gelijkaardige Duitse gemeenschap in Chili.

“Ja, die waren bijna een spiegelbeeld van elkaar, ook al zo gehecht aan hun eigen cultuur. Het was een vreemde utopie die ze koesterden. Dat had iets absurds en ironisch, ja.”

Bij Lazare, de zoon van Lonsonier, zien we prangend die waanzinnige aantrekkingskracht die zelfs vanuit Chili uitging van de strijd aan het WO I-front. Lazare zal levenslang gehavend blijven en zijn twee broers verliezen. Maar eerst leek het wel of ze naar een feestje gingen.

“Men noemde dat niet voor niets la fleur au fusil. Het vertrek naar het slagveld was zorgeloos. Ze waren zegezeker en dachten dat het een gezondheidswandeling zou worden. Er was in Frankrijk maar ook bij de exil-Fransen in Chili een patriottische fascinatie om de Duitsers te verslaan. Pruisen had al een oorlog gewonnen in 1870, de Frans-Pruisische oorlog, met de Commune van Parijs, waarbij Napoleon III is gevangengezet en vervolgens vermoord. Frankrijk cultiveerde die oude nederlaag en wonde. In de scholen werd men opgekweekt met die haat en het idee-fixe dat Duitsland de grote boosdoener was.”

‘Waarom zou ik niet over de vurige of trieste gevoelens van vrouwen kunnen schrijven?’
 Beeld Elliott Verdier
‘Waarom zou ik niet over de vurige of trieste gevoelens van vrouwen kunnen schrijven?’Beeld Elliott Verdier

De schellen vielen hun van de ogen in de loopgraven, ze hadden de wreedheden schromelijk onderschat?

“Ze dachten écht dat de oorlog maar een paar weken of maanden zou duren. Het werd een slachtpartij zonder weerga. Wist je dat er daarom in de Tweede Wereldoorlog veel minder Franse vrijwilligers waren om mee te strijden tegen de Duitsers? Bovendien probeerden de moeders en vaders hun kinderen verborgen of in huis te houden. Er is een prachtige scène in de roman Le livre des nuits (1985) van Sylvie Germain, waarin een vader de vingers van zijn zoon afsnijdt, terwijl hij klaarstaat om naar het front te vertrekken. Zodat hij niet meer naar de oorlog kan. Dat onheil weegt niet op tegen zijn mogelijke dood.”

U bent een rasverteller maar wel een met een grote zucht voor het detail. Hoe slijpt u uw stijl?

“Je moet de lezer de sensatie geven dat hij erbij is. Kom zo dicht mogelijk bij de gebeurtenissen. Strooi wat poeder en parfum op de pagina’s, wees kwistig met musk en peper. Die zwierigheid zit natuurlijk wel ingebakken in onze Franse taal.”

Er schuilt voorts iets uitgesproken emancipatorisch in Erfgoed, met die sterke vrouwelijke karakters. Thérèse bij de valkeniers, Margot die haar eerste baanbrekende stappen in de luchtvaartwereld zet én de eerste lijnpilote wordt. En dat telkens in nog volledig door mannen beheerste universa.

“Ik wil in elk van mijn boeken bijdragen aan een strijd die voor mij absoluut essentieel is in de 21ste eeuw. Ik wilde tonen dat er ook toen al voorlopers waren. Dat doe ik door moedige, krachtige en intelligente vrouwenfiguren te creëren die knokken tegen het patriarchaat. Ik waak er ook voor om niet constant hun vrouwelijke positie te seksualiseren, daar moet je voor waken als mannelijke schrijver. Ik kom uit een familie van felle vrouwen, mijn zus is een feministische activiste, dus ik neem dat serieus.” (lacht)

Zo legt Bonnefoy regelmatig kruisverbanden met het heden, zij het niet al te opzichtig. En met zijn turbulente – ook recente – familieverleden. Het pijnlijkst is dat vanzelfsprekend met zijn vader die langdurig gemarteld werd in de beruchte Villa Grimaldi van Augusto Pinochet (1915-2006). Ooit een ontmoetingsplaats voor intellectuelen veranderde het gebouw in de jaren onder de dictator tot een van de schandvlekken van de terreur in Chili.

Tussen 1973 en 1978 werden er 4.500 opposanten en verdachten vastgehouden en gemarteld. De scènes in Erfgoed zijn gewelddadig maar toch, zegt Bonnefoy, heeft hij die met de rem op geschreven. “Ik wilde het boek met de Chileense dictatuur en hun wandaden laten eindigen. Met mijn vader, die deel uitmaakte van de MIR, een extreemlinkse, revolutionaire beweging. En later als politiek vluchteling via Barcelona in Frankrijk terechtkwam, op een moment dat Parijs genereus was voor Latijns-Amerikaanse exilzoekers uit zowel Brazilië, Argentinië en Chili. Men bezorgde hen direct een woning en sociale zekerheid en nam hen op in het sociale leven.”

In Erfgoed heet hij Ilario Da, de vierde generatie Lonsonier en zoon van pilote Margot, en is hij een pro-Allende-activist. “Ik heb enorm veel gelezen over die periode en rechtstreekse vragen aan mijn vader gesteld. Hij is ook schrijver en heeft de ondergane martelingen met onwaarschijnlijke details, minuut na minuut, in 1974 vastgelegd in een boek, Relato en el frente chileno. Hij zat opgesloten in de Villa Grimaldi met zijn broer. Maar dat heb ik uit het boek gelaten, dat zou voor de lezer te ingewikkeld worden. Het is hels wat zij hebben doorgemaakt, al heb ik het een tikje gemilderd, omdat ik het overvloedige geweld het boek niet wilde laten overvleugelen.”

Frankrijk werd het land van een nieuwe start voor zijn vader. Met glanzende ogen vertelt Bonnefoy over die ontroerende ontmoeting die tot zijn geboorte leidde. “Mijn vader was in Parijs betrokken bij een aantal voetbalploegen van vluchtelingen en vroegere gemartelden. Ze hielden illegale toernooien in het Bois de Vincennes. Daar ontmoette hij mijn moeder die naar zo’n wedstrijd kwam kijken. Ze was cultureel attaché bij de Venezolaanse ambassade te Parijs, tien jaar ouder én had al één dochter. En het bizarre is: er bestaan beelden van die dag én van die match. Iemand heeft mij die video later geschonken.

“Stel je voor, wie kan zeggen dat hij een opname heeft van de eerste ontmoeting van zijn ouders? Hij was toen nog veel jonger dan ik nu ben, dat is ook zo mooi eraan.”

In eerdere romans bracht u al een hommage aan uw moeder. En nu duikt ze kortstondig op als Venezuela?

“Zeker, Venezuela was er al in mijn eerste roman Le voyage d’Octavio, als een soort droomprojectie van mijn moeder. In mijn hart draag ik haar geschiedenis, haar grootouders waren bovendien befaamd in Venezuela. Ik zet pionnen én thema’s uit zodat ik in mijn volgende boeken alles kan laten samenvloeien, zoals twee stromen die uitmonden in de zee. Een oeuvre bouwen, met ondergrondse, geheime galerijen, is belangrijk voor mij. Al schrijf ik geen vervolgverhalen, daar hou ik niet van.”

Wat vonden uw ouders van Erfgoed?

“Mijn moeder heeft er geweldig van genoten. Maar mijn vader was veel kritischer. ‘Je schrijft zomaar over allerlei zaken die je zelf niet eens kent’, zei hij. Dat kwam hard aan. Maar ik antwoordde hem: ‘Ik heb de Franse Revolutie niet meegemaakt, maar waarom zou ik er niet over mogen schrijven?’ Waarom zou ik als mannelijke auteur niet over de vurige of trieste gevoelens van vrouwen kunnen schrijven? Dat is juist de legitimitéít van de schrijver. Daarvoor dient de fictie. Om andere levens dan het mijne te kunnen leiden.”

U keerde ook vier jaar lang naar Venezuela terug, om de bolivariaanse revolutie van Hugo Chavez van nabij te volgen. Houdt u de politieke situatie in Latijns-Amerika nog steeds nauwlettend in de gaten? En wat te denken van Braziliës drama met Bolsonaro?

“Ik volg het, maar het is heel moeilijk om een algemene tendens af te leiden uit wat er in Latijns-Amerika gebeurt. In Brazilië heb je nu inderdaad Bolsonaro, maar politiek is volatieler dan ooit. Kijk naar de Verenigde Staten waar na twee ambstermijnen Obama daar plots Trump was, die nu al weer van het toneel is verdwenen. Ik sluit de terugkeer van Lula da Silva (president van 2003 tot 2011, red.) niet uit, die opnieuw plannen heeft om zich kandidaat te stellen.

‘Je moet de lezer de sensatie geven dat hij erbij is. Strooi wat poeder en parfum op de pagina’s.’ Beeld Elliott Verdier
‘Je moet de lezer de sensatie geven dat hij erbij is. Strooi wat poeder en parfum op de pagina’s.’Beeld Elliott Verdier

“Toch lijkt het me tegenwoordig interessanter om niet zozeer naar de politiek maar naar de sociale bewegingen, de activisten, de militanten, feministen, de studenten… te kijken. Daar zie je de structurele veranderingsgezindheid in de samenleving, die vervolgens een politieke kracht wordt. De democratisering van de onlinecommunicatie wakkert dat nog aan.”

En hoe kijkt u naar de polarisering in Frankrijk waar president Macron de hete adem van Marine Le Pen én andere partijen steeds dichter in de nek voelt?

(wegwuivend) “Om eerlijk te zijn, ik heb geen flauw idee wat er volgend jaar zal gebeuren. Hoe zal het stemgedrag van de meerderheid evolueren na corona? Iedereen heeft een heel zwaar jaar achter de rug met Covid-19, in de hele wereld is men stilaan bezig het hoofd op te richten. Ik waardeer de inspanningen van de Franse overheid voor cultuur, waar de boekhandels nu ook zijn uitgeroepen tot essentiële winkels. Je ziet, ik probeer de positieve kanten te zien. Ik wil bescheiden zijn, men kan een schrijver niet over alles een mening vragen. Laat het over aan politicologen en economisten om daar werk van te maken.”

Bonnefoy denkt nog even na en zegt dan: “Het zou wellicht pretentieus zijn om te zeggen dat ik met Erfgoed ook iets wil zeggen over onze eigen tijd of de wereld wil uitleggen. Als schrijver over Venezuela en Chili wilde ik wel de wonden van een land en een gemeenschap blootleggen.”

“Ik laat het aan de politiek over om de remedies en de eerste zorgen toe te dienen. De geschiedenis van de migratie is veel ouder én gevarieerder dan iedereen denkt. Wie weet nog dat Fransen ook naar het buitenland zijn gevlucht én naar Latijns-Amerika, en in de jaren zeventig zelf vluchtelingen onthaalden die in Latijns-Amerikaanse landen onder een dictatuur leefden?”

U bent zowel perfect Spaans- als Franstalig. Waarom is het Frans uiteindelijk de taal geworden waarin u schrijft?

“Met mijn ouders spreek ik Spaans. Het is mijn échte moedertaal, de taal van de familie… Voor mij is het ook de taal van de verleiding, van de liefde en van de vriendschap. Maar ik ben een diplomatenzoon. En zoals elk diplomatenkind woonde ik in veel uiteenlopende hoofdsteden, waar ik telkens op de Franse lycea terechtkwam. Ook omdat mijn ouders mijn opleiding eenvormig wilden houden.

“Ik volgde dus gedurende jaren – op andere locaties – ongeveer hetzelfde lesparcours. Ik ben gekneed door de klassieken en leerde lezen en denken in het Frans. Kortom, mijn geest is in het Frans georganiseerd en ik voel me in die taal op mijn gemak. Een abstract idee uitwerken, lukt me beter in het Frans. Toch hoop ik ooit op een complete tabula rasa: van nul herbeginnen en in het Spaans nieuwe vertelvormen uitproberen.”

Uw boeken krijgen meermaals het etiket magisch-realistisch mee. Bent u gevleid door al die vergelijkingen met Gabriel García Márquez?

(voorzichtig) “Ik kan niet ontkennen dat ik in een zekere Latijns-Amerikaanse traditie sta. Maar na de boom in de jaren zeventig en tachtig – met Juan Rulfo, Julio Cortázar, Jorge Luis Borges en Gabriel García Márquez en vele anderen –, is men de Latijns-Amerikaanse literatuur te zeer gaan reduceren tot dat magisch-realisme. Dat is zonde. Vergeet bovendien niet dat Márquez en co. naar de Europese literatuur lonkten en daar volop uit putten. En dat het bovennatuurlijke daar ook volop aanwezig is.”

Verklaar u nader.

“Wel, we weten dat Gabriel García Márquez helemaal ondersteboven was van De gedaanteverwisseling van Franz Kafka, waarin Gregor Samsa op een morgen wakker wordt en in een insect is veranderd. ‘Ik had nooit gedacht dat zoiets mogelijk was in de literatuur’, zei hij ooit. ‘Ik dacht dat ik bedot was.’ Als je de lezer zo kunt bedriegen, wel, dan is alles mogelijk in de letteren, vond hij.

“Maar het wonderbaarlijke mag nooit een gratuite koketterie zijn. Ze moet bijdragen aan het verhaal, aan de compositie én aan de personages een prikkelend elan geven. Maar vaker kun je met een fabel of een allegorie wél een diepzinniger effect bereiken dan met een puur rationele aanpak.”

In Erfgoed gaan het fantastische en het exotische hand in hand en springen we van het ene tijdvak naar het andere. En dat allemaal in amper tweehonderd pagina’s. Waarom wilde u per se al die lotsbestemmingen van vier generaties in honderd jaar proppen?

“O, maar denk maar niet dat het van een leien dakje ging. Mijn eerste versie van Erfgoed was werkelijk gigantisch. Het boek was minstens dubbel zo dik. Je weet hoe dat gaat. Ik had ontzettend veel research gedaan over bijvoorbeeld de wijnbouw, de aanwezigheid van Fransen in Latijns-Amerika of latino’s in de Eerste en Tweede Wereldoorlog, over migratie en exil of de ontwikkeling van Santiago, en de beginnende luchtvaart – allemaal thema’s van Erfgoed. Geweldig inspirerend, natuurlijk, en als auteur vind je dat alles zijn plaatsje verdient. Daar moet je mee uitkijken. Het dreigde een overdadig én vermoeiend boek te gaan worden.”

En hoe verging u dat, to kill your darlings?

“Ik besefte plots dat het wel heel pretentieus van mij was om zowel een boek over de Eerste als de Tweede Wereldoorlog te willen schrijven en dan nog eens een geschiedenis van de luchtvaart in te vlechten. En dan zwijg ik nog over een paar thema’s. Ik moest nederig blijven, een pact sluiten met de lezer. Ervan uitgaan dat er zoiets bestond als de collectieve herinnering. Niet alles hoefde geduid te worden. Dat gaf me rust.”

Ten slotte: het valt op dat grote saga’s weer floreren, niet alleen in de Franse literatuur waar Leila Slimani in haar Marokkaanse voorgeschiedenis graaft. International Booker Prizewinnaar David Diop kijkt naar zijn Senegalese voorouders. En zie ook Booker Prizewinnaar Bernardine Evaristo. Is er sprake van een trend?

“Het is altijd lastig om binnen je eigen literaire generatie – waar je met je voeten middenin staat –trends te ontdekken. Vraag je mij om terug te blikken op de jaren vijftig of tachtig, dan doe ik dat met plezier. Want dan is er voldoende afstand. Maar goed, ik denk wel dat de Franse literatuur momenteel veel registers bespeelt. En er is inderdaad die internationale fascinatie voor de familiesaga met historische trekjes.

“Maar er is vooral de ‘autofiction’, én literatuur die zich vastbijt in ecologie, in de strijd voor een duurzame wereld. Er is ook een groeiende feministische literatuur met getuigenissen over seksuele agressie en verkrachtingen. Denk maar aan de impact van Vanessa Springora en haar boek (‘Le consentement’, red.) over Gabriel Matzneff, en Camille Kouchner (met ‘La familia grande’, red.).

“Uitgevers zeggen me trouwens dat ze overspoeld worden door manuscripten over seksueel geweld en incest. Dus wat rijst er op als we binnen vijftig jaar terugblikken? De familiesaga? Ik durf het niet te zeggen. De literaire taart is tegenwoordig groot genoeg, zodat iedereen wel zijn gading vindt.”

Bonnefoy benadrukt het regelmatig tijdens ons gesprek, als een mantra: wees vooral authentiek als schrijver. “Ik hou me niet bezig met de literaire modes. Als auteur mag je je niet laten afleiden door de buzz van het moment of door wat zou kunnen aanslaan. Volg je eigen weg, schrijf boeken die mensen willen herlezen. Wees eerlijk en integer in je schrijverschap. Want de lezer doorprikt het meteen als je niet authentiek bent.”

Miguel Bonnefoy, 'Erfgoed', De Bezige Bij, 204 p., 22,99 euro. Vertaling Liesbeth van Nes. Beeld rv
Miguel Bonnefoy, 'Erfgoed', De Bezige Bij, 204 p., 22,99 euro. Vertaling Liesbeth van Nes.Beeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234