Maandag 23/09/2019

Interview

Frank Raes: "Dit is een eenzame job, maar ik vind het fantastisch"

Frank Raes: 'Stilte is zo slecht niet. Een commentator is er om te begeleiden.' Beeld Stefaan Temmerman

Frank Raes had de goal van Romelu Lukaku niet nodig om zeker te zijn van zijn ticket voor het WK voetbal in Rusland. Dat het er een met de Belgen wordt, is meegenomen, want wellicht wordt het zijn laatste. Raes is 63. Maar je weet nooit, leerde hij van het leven, van de dood en van Jules Deelder. "De lente komt elk jaar terug."

Zijn broer Jan, vertelde vorig jaar in Zeno: "Messi is wonderbaarlijk, maar Stravinsky is voor de eeuwigheid. Maar of die passie vergelijkbaar is, zou je Frank zelf moeten vragen."

We vragen het hem, we zitten nu toch aan dit tafeltje in de Entrepot du Congo. Frank zegt: "Componeren is nog iets anders dan spelen. Messi en Maradona zijn spelers, dus die vergelijking met Stravinsky is moeilijk. Al was Cruijff ook een vernieuwer in het spel. Maar voor mij bestaat hiërarchie in begaafdheid niet. Ik schat Maradona even hoog in als Vladimir Horowitz. Allebei hebben ze een extreem talent. De ene met de bal, de andere op de piano."

Jan Raes is intendant van het Amsterdamse Concertgebouworkest, Frank is Frank Raes. Volgend jaar veertig jaar op de sportredactie van de openbare omroep. Eerst radio, dan televisie. Voor ondertussen minstens twee generaties is hij de voetbalstem. Maar Raes is Rik De Saedeleer niet. "Rik deed zijn allerlaatste match toen hij 75 was, op het WK 98, de wedstrijd om de derde plaats tussen Kroatië en Nederland. Ik zat naast hem. Maar Rik was een geval apart. Je had lang alleen de openbare omroep en heel weinig matchen werden uitgezonden. En bij al die machten gaf Rik commentaar. Nu zijn er zoveel commentatoren en je kunt zelfs de training van Chelsea live volgen."

Je kunt dat niet vergelijken en dat gaan we ook niet doen. Van Rik De Saedeleer wisten we overigens niks, zelfs zijn leeftijd niet. Van Frank Raes alles: Brasschaat, 3 maart 1954, zegt Wikipedia, naam van vrouw, geboortejaar van kind en zelfs dit: In april 2009 raakte bekend dat Raes een medische ingreep aan het hart moet ondergaanMaar Wikipedia vergist zich: "Ik ben op 4 maart geboren. Het staat daar al jaren verkeerd, maar ik heb dat nog niet laten veranderen. Ik vind het grappig zo." Veel rekenen hoeft niet en aan de telefoon voor dit gesprek zei hij al: "Ja, allicht wordt dit mijn laatste WK." De goal van Lukaku in Athene zorgde voor de kwalificatie, al gebeurde dat na een slechte match. 'De Rode Duivels gaan naar Rusland', wordt wellicht geen liedje. Andere tijden sport.

Nu zegt hij: "Officieel wordt het mijn laatste. Het zal het achtste zijn. Ik heb er twee gemist. Dat van 86, omdat ik in die jaren ook tennis deed. Terwijl ik Roland Garros en Wimbledon volgde, werden de Rode Duivels vierde. Het WK in '82 had ik wel gedaan voor de radio. Jan Wauters deed het verslag en ik de interviews. Na de openingsmatch (die België won van wereldkampioen Argentinië, RVP) sukkelde ik me in de kleedkamers en interviewde ik daar Erwin Vandenbergh (de maker van de goal, RVP). Vandaag zouden ze je daarvoor in de gevangenis steken. Het WK van 2006 miste ik omdat de rechten toen niet bij de VRT zaten."

Tel je, zoals Jan Wauters, je leven af aan het aantal WK's? Normaal zul je er op dat van Qatar niet bij zijn. En op alle andere ook niet.

Raes: "WK's zijn ijkpunten. Dit gebeurde voor dat WK, dat na dat WK. Net zoals de Olympische Spelen, daarvan heb ik er vier ter plekke gedaan. Jan móést stoppen toen hij zestig was. Dat was zo bij de VRT. Op de RTBF was dat zelfs 58. Ik zat naast Roger Laboureur (jarenlang dé voetbalcommentator op RTBF, RVP) toen die zijn laatste match deed en hij zat te wenen. (filosofisch) Ik ben 63 nu. Ooit was ik de jongste op redactie, nu ben ik de oudste. De moeder van mijn eindredacteur bij Extra Time is exact op dezelfde dag als ik geboren."

Een kop in De Morgen, in 2003: 'De laatste man van FC Reyerslaan'. Maar in 1995 al, in Het Belang van Limburg: 'Nog genoeg volk op de BRTN om het licht uit te doen. "Ik heb het hier goed"'. De teneur was altijd dezelfde: Frank Raes bleef toen anderen vertrokken, hij paste zich aan nieuwe tijden aan, aan nieuwe formats, aan nieuwe bazen. Misschien was hij, meer dan Mark Uytterhoeven, Carl Huybrechts en Wouter Vandenhaute, de échte sportjournalist. Die wel heel veel uiteenlopende dingen deed, zoals het geweldige Niet te wissen, zeg maar het Alleen Elvis blijft bestaan van de sport. Daar gaan we niet opnieuw naar vragen. Maar we vragen wel dit: kun je, als je dan 63 wordt, makkelijk de veranderingen in je eigen leven aanvaarden? "Daar heb ik niet zoveel last van. Ik heb altijd wel plannen op korte termijn, maar nooit op lange termijn. Ik zal wel naar het voetbal blijven gaan en er zijn nu zoveel platformen. En ik zal wel bezig blijven. Ik heb een kleine van 9, Cath (Luyten, zijn vrouw, RVP) heeft haar carrière, ik ben veel met fotografie bezig en wie weet maken we wel een wereldreis."

Iemand zei me: 'Frank is een timide mens.'

"Is dat zo? Jan Decleir is ook een schuchtere mens. Dat kan. Ik ben sterker met een camera voor me dan voor een groot publiek in de zaal. Al lukt dat wel beter dan vroeger. Zou ik voor een vol Sportpaleis willen staan? Misschien nu wel. Of ik het zou kunnen, is iets anders."

Maar toch verbaast dat voor iemand die veertig jaar voor radio en televisie werkt.

"Ik vertrek nog altijd naar geen enkele match zonder voorbereiding. Meestal gebeurt dat hier, in de Entrepot. Dan zoek ik alles op, via sites of in de kranten, ik schik dat en dan wordt dat een geheel. Natuurlijk is er een overaanbod. Vroeger moest ik in Antwerpen op zoek naar magazines als France Football of Kicker en soms reed ik naar Nederland om Voetbal International te kopen. Nu moet je maar twee keer klikken en je weet hoeveel gele kaarten die speler van Chievo kreeg. Vraag is: wat doe je daar dan mee? Het is zoals met boxen. Die kunnen 200 watt produceren, maar je moet die niet altijd openzetten. Er zijn te veel anekdotes, wat verzamelt die speler, wat zijn zijn hobby's..."

Jan Mulder zei ooit: 'Er is geen lucht meer. De kunst op tv is: hou je mond.'

"Je hebt de Duitse school en je hebt de Zuid-Amerikaanse school. De Duitsers durven soms een halve of zelfs een hele minuut zwijgen. En dan zeggen ze: 'Tor'. De Zuid-Amerikanen zijn soms met drie: één die de reclameboodschappen voorleest, één commentator en één die alleen zo lang mogelijk 'Goaaaaaaal' moet roepen. Want daar heeft de commentator de adem niet voor. Stilte is zo slecht niet. Een commentator is er om te begeleiden."

Had je een eigen 'school'? De naam van Jan Wauters valt vaak.

"Toen ik twaalf was, wilde ik dit al doen. Ik voetbalde zelf en hield plakboeken van de Ronde van Frankrijk bij. Ik wilde journalist worden. In mijn laatste jaar Germaanse schreef ik een brief naar de tv en de radio. De tv antwoordde niet, de radio wel. Het was augustus '78, ik moest in tweede zit mijn thesis nog afgeven, maar Jan belde me. Ik ken zijn telefoonnummer nog altijd van buiten, zo vaak heb ik hem gebeld. Hij zei: 'Je brouwt je r nogal'. Gelukkig kon ik antwoorden dat in Nederland 60 procent van de mensen dat deed en dat veel journalisten op de BRT ook met een huig-r spraken.

"Jans kracht was dat hij een echte journalist was. Hij ging achter nieuws over doping en omkoperij aan, maar lang voor er van infotainment sprake was, bracht hij ook de beleving van de match over. En dan zijn taalbeheersing, zijn flux de bouche."

'In die tijd', een bijna bijbelse uitdrukking, deed Frank Raes een eerste matchverslag. Hij denkt dat het Union Tongeren was, maar – we zijn dat vergeten – toen mocht op de radio pas na de rust live commentaar gegeven worden. Zijn eerste volledige wedstrijd was Beerschot tegen Rijeka, Europees. "0-0. René Mücher schoot nog tegen de paal." Raes combineerde zijn legerdienst bij de persdienst in Brussel ("alle krantenartikels die over het leger gingen, zelfs als stond het in de Neue Zürcher Zeitung, moesten we uitknippen, samenvoegen en dan met een camionette rondbrengen in Brussel") met zijn radiowerk. Alweer: onvergelijkbaar. Ook de voetbalwereld, je moet het nog niet eens over de 222 miljoen voor Neymar hebben. "Vandaag weten we alles van hen. Via Instagram, de sites van de clubs, we weten dat de kleine van Kevin De Bruyne Mason heet. Maar tegelijk geraak je niet meer bij die mannen. Ik ging bij Erik Gerets of Jan Ceulemans thuis, nu bepaalt Vincent Kompany zelf wat en wanneer hij iets wil zeggen. Als je een interview wil, moet dat via Bonka Circus gebeuren. Soms bellen ze je: 'Kom nu.' De rest zet hij op Twitter of op de site van Manchester City. Dat is de paradox. Je weet alles, maar je komt er niet meer bij."

Waarin zit dan toch nog altijd de schoonheid van het voetbal?

"Rik Coppens, Pelé, Diego Maradona en Lionel Messi, dat zijn allemaal mensen met een ongelooflijk talent dat ik even hoog inschat als iemand die uitmuntend is in muziek. Natuurlijk is muziek misschien wel het strafste wat er is, de hoogste kunst. Iemand die zomaar de hoge sol kan herkennen of de muzikaliteit heeft om achter een piano te gaan zitten en meteen te spelen, dat is uitzonderlijk. Maar Maradona of Messi zijn ook uniek. Is schrijven straffer dan schilderen? Ik wil dat niet vergelijken."

Raes schrijft zelf. Boeken over voetbal, columns over voetbal, met bruggetjes. Tien jaar na de dood van Ayrton Senna – nieuws dat hij vernam toen hij zelf in het stadion van Club Brugge klaar zat voor een match – verbond hij die herinnering aan de dood van François Sterchelé. Over Josse De Pauw die 'Raymond', Goethals, speelde. Over Socrates, de gracieuze Braziliaanse voetballer. Te veel gedronken, te vroeg dood.

Frank Raes: ‘Sterven is ook een moment om bij elkaar te komen. Aan de koffietafel mensen terugzien. Dat heeft iets onthechts.' Beeld Stefaan Temmerman

Dat is taal, je haalt de germanist niet uit de voetbalman. Al begon hij ooit wiskunde te studeren. "Ik kon elke oefening die we ooit maakten reproduceren. Dat je dus een alfa- óf een bètamens moet zijn en niet de twee, is dus onzin. Maar ik had geen zin om elke dag om 8 uur te beginnen en na de lessen ook nog eens elke dag vier uur te studeren. Bovendien voetbalde ik toen nog zelf bij Beerschot. Na Nieuwjaar schakelde ik over naar de Germaanse." De liefde voor taal en literatuur bleef. In Winteruur, bij Wim Helsen, las hij 'Made in Lapland' van Jules Deelder voor. Dat gaat zo:

'Als in Lapland de lupine weer gaat bloeien/en de scheepvaart rond Gibraltar ligt gestremd/zal in Lapland de lupine weer gaan bloeien/en de scheepvaart rond Gibraltar zijn gestremd.'

"Jules Deelder is zwaar onderschat. Het lijkt simpel of bijna rijmelarij, maar dat is het niet. Mensen kennen hem als performer, als iemand die constant stoned lijkt, maar ik vind wat hij schrijft krachtig in eenvoud. Zelf schrijf ik ook niet barok. Het juiste woord op de juiste plaats, vind ik heel mooi, maar niet te veel woorden. Van Jan Mulders columns geniet ik, terwijl ik van andere geelzucht krijg. Omwille van die barok."

Maar dit gedicht koos je niet alleen voor de taal. Wel voor de inhoud: alles is herhaling.

"Alles komt altijd terug, ja. Dat kan hard zijn, maar ook mooi. Leven en doodgaan. Je wordt ouder, maar de lente komt elk jaar terug. Er zijn mensen die hun leven aftellen aan het aantal kerstfeesten. Dat doe ik niet. Het leven is maar zo mooi omdat de dood er deel van uitmaakt.

"Ik heb heel veel tijd in luchthavens doorgebracht waar je het leven, letterlijk, vluchtig ziet passeren. Ooit zat ik tien uur in Zaventem, omdat mijn vlucht altijd maar werd uitgesteld. Toch vond ik dat geen verloren tijd, ik zat de hele dag te kijken naar al die levens die aan mij voorbijtrokken. Een beetje crazy eigenlijk."

Eenzaam ook.

"Dat is mijn job altijd, maar ik vind het fantastisch. In Rotterdam zat ik in een vol huis voor Feyenoord-Juventus, op de middenstip stond André Rieu te spelen en al die supporters in oranje gingen maar op en neer. Toen dacht ik: 'Wat zit ik hier te doen? Wat beweegt die mensen?' Ik heb dan niet de neiging om de mexican wave mee te doen.

"Met die eenzaamheid probeer ik wel iets te doen. Kom ik in Swansea, waar je niet eens op kunt vliegen, dan ga ik een half uurtje wandelen in de stad. Blijkt dat een dorpje met fantastische stranden te zijn. AA Gent speelde ooit tegen Spartak Moskou in Simferopol (in de Krim, RVP), Gorbatsjov was toen net verbannen naar zijn datsja en wij zaten in een hotel in Jalta naast het museum. Een hotel met dertig verdiepingen met verder geen gasten, op elke verdieping zat een madammeke te waken en er was maar één gerecht te krijgen: steak stroganoff. We gingen elders eten, waar de cola aangelengd was en toen we onze overschot van Duitse mark en dollars aan die mijnheer van het restaurant lieten, begon hij te wenen."

Zijn dat indrukken die je als cadeaus beschouwt, omwille van de lessen?

"Zonder deze job was ik nooit in Zuid-Korea geraakt. Of in Perth, dankzij Fred Deburghgraeve voor het WK zwemmen. Maar ik was ook in Boekarest, nog voor de val van Ceausescu, waar mensen in rijen van 500 meter aanschoven voor een pot augurken. Roemenië, toen, was het ergste dat ik zag."

Is de wereld er vandaag beter op geworden?

(met een lachje) "Ik dacht dat de werken in Antwerpen ooit gedaan zouden zijn, maar neen: die blijven eeuwig voortduren. Zo is het ook met de wereld. Het Oostblok is veel veranderd. Warschau is nu een westerse stad geworden. Met Paul Vermeiren (de boogschutter die door een interview met Frank legendarisch werd omwille van zijn tranen voor het gemiste olympische brons, RVP) was ik in Baranja, Kroatië. Een week lang, hij was er op missie met de blauwhelmen. Daar waren nog lemen hutten. In die landen is de wereld zeker verbeterd, maar nu gaat het op andere plaatsen moeilijker."

Tijdens het WK voetbal van '78 in Argentinië nam Jan Wauters de kans om de dictatuur in zijn radiocolumns tijdens 'Wat is er van de sport?' te bekritiseren. Jij had die behoefte nooit?

"Neen, niet zoals Jan. Jan ging in Buenos Aires op pad, naar het Plaza de Mayo, waar de moeders verzamelden van mensen die verdwenen waren. Ik heb dat op de radio gehoord en dat zette me aan het denken. Maar zelf? Neen. Moet ik me daar schuldig over voelen? Misschien wel, ja. Ik vond het niet zo gemakkelijk. En je leert zelf dat het hier zo slecht niet is. Dat zag ik deze zomer nog toen we een maand door Amerika reisden. Heel veel mensen zijn er homeless. Wij hebben een sociaal systeem dat we zouden moeten koesteren. Zelfs in Nederland of Duitsland vind je dat niet. Als ik in Amerika een openhartoperatie had moeten ondergaan, was dat lang niet zo makkelijk geweest."

Dat was in 2009. Nadien zei je: 'Ik denk er nog dagelijks aan'. Is dat acht jaar later nog zo?

"Ik praat daar niet graag over. Natuurlijk denk ik daar nog aan, maar je hebt twee keuzes: ofwel speel je een rolmodel, ofwel niet. Ik heb ervoor gekozen om dat niet te doen. Ik wil niet als hartlijder gezien worden."

Enkele jaren terug ondertekende je wel een opiniestuk van Etienne Vermeersch over euthanasie.

"Wim Distelmans zat een jaar voor mij op school, ik ken hem, en hij riep op een dag wat mensen samen. Tom Barman onder meer, de weduwe van Hugo Claus ook. Ik wilde dat doen, want in mijn familie heb ik het twee keer meegemaakt dat mensen via euthanasie bewust hun leven stopten. Ik was daarbij.

"Wat is waardig ouder worden? Mijn moeder overleed twee jaar geleden en dat voelde toch een beetje aan alsof het dak boven je hoofd weg is. Ik was een moederskindje. Ze was pianolerares en toen ik achttien was, had ze onderweg naar een pianoles in Boom een zwaar ongeval. Ze moest nadien alles opnieuw leren, zelfs spreken. Ze kon enkel nog 'la do' zeggen. We hebben haar geholpen en ze heeft alles opnieuw geleerd: spreken, autorijden, noem maar op. Alleen piano is er nooit meer van gekomen. De piano en de klavecimbel werden verkocht."

Wat hielp jou erdoor? En wat helpt altijd bij tegenslagen?

"Een levenshouding, denk ik. Bezig zijn met meer dan één ding. Je moet meerdere paletten bespelen. Als het privé tegenzit, heb je nog je job. Heb je pech in je job, dan is er je privé. Of reizen. Sterven is ook een moment om bij elkaar te komen. Aan de koffietafel mensen terugzien. Dat heeft iets onthechts. En anders ga ik wandelen in de bossen of rijd ik met mijn fiets naar het Noordkasteel. Of ik fotografeer."

Wanneer heb je die liefde voor de fotografie ontdekt?

"Mijn vader had een Pentax, tot die op een dag in de Noordzee viel. Ik heb altijd foto's gemaakt en toen de digitale fotografie ontplofte, kocht ik me een Nikon D70. Ik had nooit een doka, ben een autodidact en lees er veel over. Magazines als Chasseur d'images en boeken. Ik heb Photoshop geleerd en ik zit ook altijd naar het licht te kijken. Dat ontspant me. En het technische aspect interesseert me. Herman Selleslags zegt dat goed: 'Het gaat om het juiste moment, maar ook om de juiste instelling.' Mij interesseert het hoe ze nu een bepaalde foto maken. (glimlacht) Maar dat vertellen ze meestal niet."

Frank Raes: ‘Wij hebben een sociaal systeem dat we zouden moeten koesteren. Zelfs in Nederland of Duitsland vind je dat niet.' Beeld Stefaan Temmerman

Ooit pleitte je voor een fotografieprogramma op tv, maar nu presenteer je De Donkere Kamer, een avondvullend programma over fotografie dat door Vlaanderen trekt. Wat leer je daarvan?

"Ik leer nieuwe fotografen kennen. Mensen als Frederik Buyckx en Peter Van Agtmael. Buyckx kan zelfs van een landschapsfoto zonder mensen iets persoonlijks maken. Als je naar een oorlogsgebied trekt, is het niet zo moeilijk om straffe beelden te maken. Dat hier op het Zuid doen, zou je net zo goed moeten kunnen. Het is een sector met een bepaalde code en een hiërarchie. Als je bij Magnum zit, zit je hoger. Of als je een Sony Award gewonnen hebt. Blijkbaar zijn prijzen in die wereld heel belangrijk. Dat vind ik vreemd, zoals in alle sectoren van de maatschappij. De Libris Literatuurprijs – voor schrijvers is dat heel belangrijk. Voor het geld natuurlijk, maar ook voor de plotse waardering. Terwijl dat eigenlijk een abstracte jurybeslissing is. Voetbal is simpel: het is 1-0 en je hebt gewonnen. Maar literatuur, muziek of fotografie? Daar zouden ze geen prijzen mogen voor geven."

Er is geen tijd voor extra time. In café Zürich wacht de Nederlandse televisie voor een interview over de Rode Duivels. Ze kennen hem in Nederland. De Volkskrant schreef vorig jaar dit: '... Frank Raes (laten we hem voor het gemak even De Mart van België noemen)...' 

Een handdruk. "Hebben we niet te veel gezwamd?", vraagt hij dan.

Zwammen? Je haalt de Antwerpenaar niet uit de germanist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234