Woensdag 26/02/2020

Concertrecensie

For a minute there, we lost ourselves: Radiohead laat Werchter zingen

Beeld Stefaan Temmerman

Radiohead tergde het poppubliek in eerste instantie met een hoop obscure experimentele songs en beloonde de wachtenden vervolgens met een stortvloed aan klassiekers. De bastards!

Je hebt lef, als je jouw concert aftrapt met 'Daydreamin’ - één van de tedere, flinterdunne pianosongs uit het recente album A Moon Shaped Pool. Een kopstoot klinkt beslist anders. Een momentje vreesden we dat Radiohead even hermetisch uit de hoek zou komen als op Best Kept Secret, twee weken geleden, waar de Britse groep voor de minder bekende pareltjes uit zijn oeuvre opteerde. In Werchter schotelde Radiohead na zijn etherische start meteen 'Lucky’ voor, uit OK Computer. Die onverwoestbare klassieker uit '97 werd vorige week overigens opnieuw gereleased in een geremasterde versie, met extra liedjes. Nogal wiedes dat het clubje uit Oxford het koren uit dat magnum opus plukte.

Toch deed de band zijn reputatie van nukkige dwarsligger in de eerste helft van dit concert alle eer aan. Zo mepten de heren het op hits beluste festivalpubliek om de oren met 'Ful Stop’ - donker brommende artpunk die langzaam openbloeide tot engelachtige gitaarpop. Fraai hoor, maar de fans van 'Creep’ win je er niet meer. Het zal Radiohead worst wezen, zoals u en ik al bijna twee decennia weten. Sinds Kid A, hun weerbarstige elektronicaplaat uit 2000, luistert Radiohead voornamelijk naar zijn eigen gehunker, niet naar dat van zijn aanhangers.

Groezelig

In Werchter werden de festivalgangers die simpelweg bekende songs wilden meezingen in eerste instantie flink gepest. 'Airbag’, ook uit OK Computer, koketteerde met zijn krinkelende, winkelende gitaarmotiefjes. Daarna stak '15 Step’ de liefhebbers van het obscure werk weer een hart onder de riem met een klepperende drumcomputer, hoekige postrockgitaren en het ravissante geneuzel van Yorke. Noch de setlist, noch Yorkes nonsensicale gemompel tussen de songs gaven de indruk dat Radiohead in een gulle bui was. Dan zwijgen we nog over de rare splitscreens op de videoschermen die de groepsleden en hun instrumenten in groezelig groen toonden.

Beeld Stefaan Temmerman

Of in passend sepia tijdens het tot in de kern gebarsten 'All I Need’ - hartstocht met etterende zweren op de huid. Of wat dacht u van bluesy blauw tijdens 'Pyramid Song’, dat bijna bezweek onder een slechte geluidsmix. Wij blij met 'Everything in Its Right Place', metalige elektronica waarbij gitarist Jonny Greenwood neerhurkte bij zijn speelgoedjes, zoals een Kaos Pad waarmee hij stemsamples van Yorke als bliksemschichten door de groove liet flitsen.

Hotsen en ploppen

Nog meer OK Computer? Yessirree! 'Let Down’, bijvoorbeeld, waarbij de armen in de lucht gingen. Diezelfde armen zakten weer toen 'Bloom’ hotsend door de weide plonsde. Jonny Greenwood roffelde als een manische Muppet over drumvellen en de rest van de band saboteerde het boeltje zoals alleen Radiohead dat kan.

De freaks waren wellicht opgetogen toen 'Arpeggi/Weird Fishes’ tevoorschijn kroop, in een fenomenale versie nog wel. Of het analoge bliepfeestje 'Idioteque’, deze keer zonder de stuiptrekkende dansjes van Yorke. 'You & Whose Army’ leek wel opzettelijk knullig gespeeld, extreem in zichzelf gekeerd, zodat de technobeats van Charlotte de Witte uit de KluB C ons tegemoet kwamen waaien. De meeste popliefhebbers op de weide bleven mak bij grimmig voortploeterende albumtracks als 'Bodysnatchers’ en '2+2=5’. “Waar blijven die klassiekers?”, zag je hen denken.

Welaan dan, redeneerden Yorke en zijn kornuiten vast: wie al die undergroundshizzle zonder morren doorstaat, heeft recht op onze meezingers. Et voilà: de bissen schonken ons 'No Surprises’, een gammel 'Climbing Up the Walls’, doorzeefd met ruisende radiosignalen, en - jawel - 'Paranoid Android’, broos als peperduur kristal. 'Nude’ legde een knoop in onze maag, 'My Iron Lung’ (uit The Bends verdorie, hun tweede plaat!) was het oudje, waarvan we dachten dat Radiohead het uit zijn festivalsets weerde.

Beeld Stefaan Temmerman

I lost myself

Bende koppigaards. Kunnen het zich perfect permitteren om een concert lang te pingpongen van classic naar obscuurtje, met een weinig orthodoxe dynamiek tot gevolg. Wie een concert met een klassieke spanningsboog had verwacht, heeft in zijn leven teveel naar Kings of Leon geluisterd.

"Merci tout le monde”, sprak Yorke plots, verstaanbaar zowaar. Waarna 'Karma Police’ iedereen een opgelucht "Aaaaaaah!” liet slaken. Het had beslist iets, zo’n volle weide ongenaakbare feestvierders een tekst als "For a minute there, I lost myself” te horen meezingen. Dat vond Yorke blijkbaar ook, want na het liedje hernam hij de zangstonde en porde het publiek aan hetzelfde te doen. U en ik, wij neuzelden met hem mee en strompelden meewarig de nacht in. Niet zonder weemoed, zij het lichtjes hoopvol.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234