Zaterdag 07/12/2019

Erfgoed

Folklorist tot in de kist: op bezoek bij de diehard vrijwilligers en de reuzen in Aat

Iedereen wil een glimp opvangen van de reuzen in de hangar. Beeld Geert Braekers

Vroeger had elk gehucht een folklorefestival, vandaag is er nauwelijks nog iemand die er zijn kot voor verlaat. Behalve in Aat, waar de concurrentie moordend is om een graantje te mogen meepikken achter de schermen van ‘La Ducasse’. Wat maakt deze stoet van reuzen en koetsen zo bijzonder?

Eindeloze heuvels, koeien en solitaire dorpjes – hoe dieper we de Vlaamse Ardennen doorklieven op weg naar Aat, hoe meer we ons afvragen wat we in godsnaam komen zoeken in dit ingeslapen stadje van amper 30.000 inwoners rijk. Dat juist hier het grootste folklorefestival van België 120.000 toeschouwers trekt, is al even verbazend als de massa vrijwilligers die er een jaar lang naartoe leeft. Reminders zijn er in elk geval genoeg. Zodra we nog maar een beetje in de buurt komen, doemt elke 100 meter alweer een paneel op met een van de reuzen uit de stoet. Ook in het dorp zelf is het niet lang zoeken waar we moeten zijn. Een goeie twee weken voor de storm troepen tientallen bewoners al samen voor een grote hangar, in de hoop een glimp op te vangen van de voorbereidingen. Want dat blijkt niet voor iedereen weggelegd.

Jonathan was vroeger drager, maar coördineert nu de zaken achter de schermen. Beeld Geert Braekers

“De Ducasse is een verhaal dat wordt uitgebeeld door zeven reuzen en twaalf praalwagens. Bij elke reus horen tien mannen, die hem om de beurt dragen. Verder zijn er zeker dubbel zoveel verzorgers, die de reuzen oprichten, aankleden en schminken”, horen we van Jonathan (37), supervisor van het team dat de bustes met veel theater op hun sokkel plaatst. “Om daartoe te behoren moet je echt geselecteerd worden, en jaarlijks groeit het aantal geïnteresseerden. Ik heb het geluk uit een familie van dragers te komen, dan heb je voorrang. Ook mijn eigen zoon van anderhalf heb ik nu al ingeschreven om op het Ros Beiaard te mogen zitten. Tien jaar op voorhand, maar als je de wachtlijsten ziet is dat niet overdreven.”

Wie huilt, valt af

Alsof ze zijn punt willen bewijzen, zwermen de kinderen rond de reuzen. In een kakofonie zingen ze de liedjes van de stoet, sommigen zelfs nog zonder dat ze hun eerste volzin hebben uitgestoten. Op de schermpjes in hun hand speelt geen Disney, wel een urenlange opname van La Ducasse. “Al van kleins af kijken ze die video’s, ze kennen alle teksten. Daar steunen we hen in, want het is belangrijk bij de selectie”, vervolgt Jonathan doodserieus. Om dezelfde reden gooit hij zijn kroost ook regelmatig een metertje in de lucht – om op het dansende beiaardpaard te zitten, mogen ze niet bang zijn. “Wie bij de test huilt, vliegt er onherroepelijk af.”

De liefde voor de 'La Ducasse' en alle personages, zoals hier, Goliath, gaat diep bij de vrijwilligers. Beeld Geert Braekers

Intussen zijn naast de assembleurs enkele dragers aangekomen, en meteen is het drukte alom in de hangar. Stoere gasten die je eerder als hangjongere of clubkid zou klasseren, steken elkaar de loef af over hoeveel dansjes ze zoal uitvoeren met hun pop – “20!” “40!” “Ja, maar die van u duren maar 2 minuten!” Een nieuwkomer oefent in een hoekje een eigen choreografie als handelsmerk, goed voor maandenlang respect. “Elke inwoner van Aat kent die dansjes, want bijna allemaal komen ze kijken en meedoen. Op één dag zitten we gemakkelijk aan 200 dansjes”, pocht Jonathan. Zelf kreeg hij na tien jaar dragen zware rugproblemen, waardoor hij het nu met een functie aan de zijlijn moet stellen. 

“Zo’n reus weegt gemakkelijk 130 kilo en het beiaardpaard zelfs 800. Het is niet gemakkelijk om mee te manoeuvreren – als je plots remt, valt de pop voorover. Heel wat jongeren forceren zich, met gevolgen op lange termijn. Vorig jaar nog moest de ambulance een nieuweling afvoeren. Nochtans een brede gast, maar hiervoor heb je techniek nodig. Zo beginnen de dragers een paar weken op voorhand plots intensief te sporten.
(lacht)”

Minder heftig gaat het eraan toe in de loods een beetje verderop, waar een groepje enthousiastelingen monter sleutelt aan dat beruchte beiaardpaard. In deze werkgroep – met haar 80 leden de grootste van het gebeuren – zwaaien de vrouwen de plak. “Wij kunnen dan wel niet dragen, maar achter de schermen doen we des te meer!”, jubelt de gevatte Micheline. Met haar 82 lentes is ze de oudste van het team, maar als ex-president wel diegene met de meeste ervaring.

“Op mijn elfde hielp ik voor het eerst mee. Dat zit in mijn hart, ik zou niet anders kunnen. Toch heb ik dit jaar besloten om mijn kennis door te geven aan mijn opvolgster.” Ze wijst naar een jonge vrouw verscholen onder het achterwerk van het paard, druk bezig met het borstelen van de staart. Die blijkt echt paardenhaar – zo’n 35 pony’s moesten hun manen afstaan. “Tijdens de optocht verkopen we gadgets. Met de opbrengsten daarvan kunnen we zulke investeringen doen, zoals de nieuwe huid dit jaar.”

Het Ros Beiaard. Zijn haar is echt paardenhaar. Zo’n 35 pony’s moesten hun manen afstaan voor de staart. Beeld Geert Braekers

Indrukwekkend is dat zeker, maar toch blijft de vraag waarom dit titanenwerk in Aat nog zoveel volk op de been brengt. Vijfhonderd figuranten, 120 dragers, negen volledige fanfares en tientallen naaisters, technici, timmermannen en organisatoren: wat drijft hen tot deze aparte, nu ja, hobby? 

“Dat is simpel – het is al sinds de middeleeuwen de ziel van onze stad. Ons paard bestaat al sinds 1462!”, knikt Myriam stellig. Zij lijkt wel de fanatiekste van allemaal, en ook goochelen met feitjes over de Ducasse gaat haar goed af. “Wanneer Goliath verslagen wordt, betekent dat een jaar lang geluk voor Aat. Iedereen is euforisch, danst en eet la tarte à Masteilles. Die mag enkel op het festival gegeten worden, en pas na drie uur in de namiddag.” 

Michelle is vooral gepassioneerd door de reuzen. “Wanneer de reuzen buitenkomen, krijg ik kippenvel. Elke inwoner heeft wel een favoriete reus. Voor ons is dat natuurlijk Beiaard, maar op mijn tweede plaats staat Mademoiselle Victoire. Soms is het alsof ik haar echt ken.”

Clownerie

Dat herkent ook Jonathan, al is het hem vooral om het groepsgevoel te doen. Zelfs wij worden al snel opgenomen in de clownerie in de voorbereidingsperiode. “We gaan samen een pint pakken en lachen om de stommiteiten die we eerder begingen. Je voelt dat iedereen er zin in heeft, de ambiance zit erin. Verder vind ik het einde van de stoet machtig. Heel het publiek weet dat dat het laatste dansje is, dus je voelt hoe iedereen tot het uiterste gaat.”

Niet veel later begint het te stortregenen, dus Jonathan jaagt alle helpers naar buiten en haalt de garagepoort neer. Geen spatje regen mag de reuzen schaden. Zelf blijft hij alleen achter – hij wil nog een persoonlijk momentje met zijn grote vrienden. “Wanneer ik vlak voor de optocht nog even mijn toer doe, word ik toch altijd een beetje emotioneel. Deels fierheid, maar vooral omdat ik weet wat voor feest er bijna losbarst.”

De reuzen dragen is zwaar werk. Beeld Geert Braekers

La Ducasse, van 24-26 augustus in Aat. Meer info op ducasse-ath.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234