Donderdag 29/10/2020

InterviewFleet Foxes

Fleet Foxes verliezen hun streken niet: ‘Schoonheid in het aanschijn van miserie, dat past wel bij 2020’

Robin Pecknold, frontman van Fleet Foxes.

Vooraleer een team experts zich erover heeft gebogen, durven we niet van een vaccin te gewagen, maar Shore, de kwikzilveren vierde van Fleet Foxes, hélpt wel. De plaat is frisser, losser en vrijer dan de toch wat krampachtige voorganger Crack-Up, maar blijft wel onmiskenbaar Fleet Foxes: bucolisch, warm, melancholisch. Opper-Fox Robin Pecknold (34) vertelt u er alles over.

Het heeft niet veel gescheeld of Shore was een paar maanden geleden, in april, integraal naar de prullenmand verwezen.

“Ik prijs me gelukkig dat ik toen mijn instinct vrolijk heb genegeerd (lachje). De songs waren klaar, alleen de teksten moest ik nog schrijven. Maar in april barstte de chaos van corona los en de muziek – opgewekt, frivool – leek me opeens totaal niet meer verbonden te zijn met deze tijd. Ik had ook volstrekt niets te melden - nog eens nummers maken over de krassen op mijn ziel of de wonden in mijn hoofd, nee bedankt - en heb me drie maanden weggehouden van muziek.”

Wat heb je dan wel gedaan? Pottenbakken? Houtbewerking? Of heb je nog nieuwe hobby's ontdekt?

“Ik ben beginnen te bakken! Ik betrek een klein éénkamerappartement in Manhattan: in die bezemkast is geen plaats voor pottenbakken of houtbewerking.”

Wat is het heerlijkste dat je tot hiertoe al gebakken hebt?

“Mijn kaneel-kardemomrolletjes zijn verrukkelijk en ik heb ook uitgebreid geëxperimenteerd met zuurdesembrood. Al moet ik toegeven: toen ik de kunst onder de knie kreeg, verloor ik al snel mijn interesse.”

Je bent ook een surfer. Wanneer heb je voor het laatst op je plank gestaan?

“Wel, een paar jaar geleden heb ik een ongeval gehad. Mijn plank was weg, de stroom trok me onder en ik ben maar nét terug tot aan de kust geraakt. Ik dacht dat ik ging verdrinken. Sindsdien ben ik er niet meer zo happig op. Al heb ik gisteren eindelijk een nieuwe plank gekocht: nu de plaat af is, wil ik mijn angst overwinnen. Ik plan binnen een paar dagen met een maat in de golven te duiken. Wish me luck!”

“Dat hele voorval heeft wel de titel van de plaat opgeleverd: Shore verwoordt het gevoel van opluchting toen ik ongehavend de kustlijn wist te bereiken. Ik vergelijk de plaat ook graag met een glas ijskoud water op een hete dag: het moet deugd doen, troosten, zalven, verzachten.”

Je stond erop om Shore uit te brengen – onverwacht nog wel – op 22 september. Dat is het herfstpunt, wanneer dag en nacht bijna precies even lang zijn. En het zomerpunt, de langste dag van het jaar, vierde je op het dak van een studio. Waarom hecht je belang aan die dingen?

“2020 had niet veel erger kunnen zijn, hè? De politieke kloof in Amerika, de bosbranden, het politiegeweld... Om over de pandemie nog maar te zwijgen. Dan vind ik het troostend om te denken aan de hemellichamen. Die grote rotsblokken uit het diepst van de kosmos blijven onverstoorbaar rond de zon draaien, of wij mensen er nu zijn of niet. Dat kalmeert mij. Ik moet mezelf af en toe inprenten: 'Er zijn belangrijker zaken dan jij en je plaat.‘”

Weegt de erfenis van jullie fantastische debuut nog altijd zo zwaar?

“Wellicht.”

Als ik zo vrij mag zijn: op de nieuwe plaat lijk je daar eindelijk afstand van te nemen, alsof het gewicht op je schouders plots een stuk minder is.

“Totally. Dat is 100 procent zo. Tja, het parcours is niet ideaal geweest. Na die eerste plaat moesten we niet zomaar 'de volgende plaat' maken, maar 'de plaat na díé plaat'. Meteen erna was er een enorme folkrevival met groepen als Mumford & Sons en The Lumineers, waarmee wij ons totaal niet verbonden voelden. Ik voelde me daar ongemakkelijk bij, dus ben ik een paar jaar gaan studeren. Dan zit je achteraf natuurlijk met 'een comebackplaat'. Met Shore kon ik voor het eerst in meer dan een decennium nog eens gewoon muzíék maken.”

Ben je rustiger?

“Als ik slecht slaap, dan is het niet meer omdat ik bang ben voor hoe onze single het zal doen. Mijn humeur is erop vooruitgegaan.”

Shore is jullie vrolijkste plaat, vind ik.

“Vind ik ook. Het is een zomerplaat: ze klinkt moeiteloos, ook al heb ik er van juni tot augustus nog vijftig dagen aan een stuk twaalf uur per dag aan doorgewerkt – zonder pauze! – om elk detail juist te krijgen. Ik ben minder obsessief dan vroeger, maar nog altijd, euh, toegewijd (lachje). De teksten gaan dan weer over schoonheid in het aanschijn van miserie, wat me in 2020 wel zo toepasselijk leek.”

Je gebruikt de laatste tijd graag found sound. Voor Crack-Up baseerde je percussie op het geluid van de metrolijn die over de Manhattan Bridge denderde. Naar welke plekken heb je dit keer je bandopnemertje meegenomen?

“Overal waar we de studio zijn ingedoken: zo ongeveer de hele wereld dus. Mijn broer heeft vogelgeluiden voor me opgenomen in Nieuw-Zeeland. Ik heb cicaden gevonden op het terrein van de Long Pond-studio van Aaron Dessner (The National, red.). Ik heb songstructuren gebaseerd op het tempo van krekels in Portugal. Maar de speciaalste ervaring was misschien wel Los Angeles, omdat we er hebben opgenomen in Woody Jacksons Electro-Vox-studio. Daar heb je instrumenten staan, dat geloof je niet! Het tourdrumstel van Frank Sinatra, Fela Kuti's orgel...”

Neem je die dingen vast zoals een gemiddelde ukelele?

“Nee! Van het drumstel van Frank Sinatra moesten we zelfs goeddeels afblijven: we hebben ’t maar een paar keer aangeraakt, telkens met het nodige respect en behoed voor eventuele schadeclaims. De vibrafoon die The Beach Boys gebruikten op Pet Sounds was er trouwens ook: héél speciaal.”

Dat moet lukken: jij wilde per se een sample van Brian Wilsons stem uit de outtakes van Pet Sounds gebruiken, ‘Don't Talk ‘(Put Your Head on My Shoulder)’. Waarom dat fragment?

“Omdat het mijn leven veranderd heeft – zonder overdrijven. Voor mij is dat wellicht het waardevolste stukje muziek op deze planeet. Ik hoorde het voor het eerst als tiener: hoe Brian Wilson speelde met zijn stem, laag boven laag boven laag drapeerde... Hem zo bezig horen, dat is alsof je Picasso voor je neus een doek ziet schilderen.”

Je brengt op Sunblind hommage aan meer helden van je.

(dreunt af) “Richard Swift, David Behrman, Bill Withers, Judee Sill, John Prine, Arthur Russell, Elliott Smith... Gesneuvelde helden. Ik wilde de plaat zo openen, omdat overleden mensen in ere houden dit jaar meer dan ooit relevant is. Muziek is ook één lange ketting, de generaties lossen elkaar af als bij een estafette. Dan is een beetje respect voor de vorige generatie wel op zijn plaats.”

Je bent zelf ook iemands held. Weet je wie?

“Oei, euh...”

Post Malone: hij blijkt jullie grootste fan te zijn. Er staat een filmpje op het internet waarin hij helemaal losgaat op jullie ‘The Shrine/An Argument’.

(lacht) “Juist, natuurlijk! Toen we in L.A. aan het werken waren, is hij langsgekomen. He just hung out, plezierige namiddag. Ik heb 'm weleens versies van nummers doorgestuurd: om zes uur 's ochtends stuurt hij dan terug dat hij er wild van was. Ik vind zijn muziek trouwens ook heel goed.”

(kuchje)

“Nee, echt! Melodisch en structureel gezien zorgt hij eigenhandig voor één van de interessantste evoluties binnen de popmuziek in zeer lange tijd. Zijn stem klinkt cool, en hij is een lovable character: waarom zou je niet van hem houden?”

Over lovable characters gesproken: wat als Trump straks de verkiezingen wint? Jij hebt met een livestream al mensen opgeroepen om te gaan stemmen.

“Ik zie het eerlijk gezegd niet gebeuren. Als hij na alles wat hij heeft gedaan toch herverkozen raakt, zou ik me héél vervreemd voelen van een deel van ons land. Hoe kun je nu... (dwaalt af) Nee, ik begrijp het echt niet.”

Eén van de nummers op je plaat heet ‘Young Man's Game’. Voel je je al een oude zak?

“Ja en nee. Ik heb er nu zeven of acht jaar touren op zitten. Dat is in zekere zin verloren tijd. Terwijl vrienden een gezin uitbouwden, stond ik soundchecks te doen, of zat ik koffie te drinken in lege hotelkamers. Ik heb geen vrouw, geen huis, weinig materieel bezit, ik heb zelfs geen hond. Ik loop dus wat achter.”

“En toch vind ik het best, ouder worden: de wereld onthult steeds meer geheimen, ik voel me wijzer en stabieler... Die paar rimpels neem ik er graag bij.”

Shore van Fleet Foxes is nu uit bij Anti-.

© HUMO

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234