Donderdag 27/06/2019

Film

Filmfestival van Rotterdam: Brult de tijger nog?

Beeld ANP

Als er over het Film Festival Rotterdam (IFFR) gesproken wordt, komen er altijd twee woorden terug: eigenzinnig en avontuurlijk. Toch mort de filmpers. Brult de tijger dan niet meer?

Vanavond wordt de kick-off gegeven van het Internationaal Film Festival Rotterdam met War Book, een Britse satirische politieke thriller die past binnen in van de thema's dat dit jaar binnen het festival aan bod komt: dat van de hedendaagse propaganda. Twaalf dagen later wordt er afgesloten met 'A Most Violent Year', een New Yorks misdaaddrama van J.C. Chando dat nu al getipt wordt als een van de Hollywoodfilms van het jaar. Daartussen: honderden films, kort en lang, als een staalkaart van wat er in de wereld op het gebied van film gebeurt. Met dat verschil dat het IFFR, met een tijger als logo, nadrukkelijk inzet op aankomend talent, de persoonlijke en vernieuwende of experimentele film in plaats van op sterren, belangrijke gasten en avant-premières. Het doet dat met informele schwung, zonder de glamour en poeha die je gewoonlijk met een filmfestival associeert. En die aanpak werkt. Het aantal bezoekers schommelde de laatste jaren tussen 272.000 en 341.000, meteen het grootste culturele evenement van Nederland.

Toch krijgt het IFFR de laatste jaren soms stevig kritiek over zich heen: te groot, te veel slechte films, te weinig grote namen en te weinig interressante premières. Anders geformuleerd: het festival zit in een impasse en heeft het zijn hart verloren. Nu hoort die kritiek op de koers van het festival bij Rotterdam zoals klagen bij slecht weer - sommigen zijn het een voorspelbaar gezeur gaan noemen. Ook nu, nog voor de officiële start van het festival, verscheen er in het NRC Handelsblad een artikel met scherpe aanbevelingen voor de volgende editie.

Dat heeft ook een andere redenen. Festivaldirecteur Rutger Wolfson houdt het na deze editie voor bekeken. Of zijn aftreden - Wolfson stond acht jaar aan het roer; hij revalideerde vorig jaar van een zware auto-immuunziekte - met die kritiek te maken heeft, is weinig waarschijnlijk. Al was de vorige editie, met 'The State of Europe' als overkoepelend themaprogramma, niet bepaald een hoogvlieger. Tegen de pers zei Wolfson dit: "Acht jaar is heel lang om een belangrijk filmfestival te leiden. Het is misschien wel zo dat je, als je ernstig ziek bent geweest, beseft hoe kwetsbaar het leven is. En dat je dus niet moet wachten als je nog andere dingen wilt beleven."

Als je Wolfson iets kan verwijten, is het dat hij geen nieuwe elan of een duidelijker profiel aan de Tiger Awards heeft kunnen geven. Die competitie, een podium voor eigenzinnige nieuwkomers, zou het kloppende hart van het festival moeten zijn maar het is een probleemkind geworden. De kwaliteit is te wisselvallig en veel dwarse talenten die bepalend voor de filmcultuur zijn geweest, hebben de Tiger Awards nog niet voortgebracht.

Het hotel als bioscoop

Dat Wolfson en IFFR anders hun nek op programmatorisch vlak blijven uitsteken, laat ook het aanbod van de 44ste editie zien. Het festival, trouw aan de geest van stichter Huub Bals, heeft altijd al een sterke traditie gehad in het bedenken van een scherp en relevant programma met verrassende invalshoeken. En geen enkel ander belangrijk Europees filmfestival heeft zoveel oog voor de toekomst van het medium cinema én kijkt zo nieuwsgierig naar nieuwe media als Rotterdam.

Neem bijvoorbeeld 'Signals: 24/7', een programma samengesteld door Gentenaar en vaste Rotterdamcurator Edwin Carels. In dat programma kan je naar films en installaties kijken in de lobby's en kamers van verschillende Rotterdamse hotels: van een slaapconcert van industriële muziekpionier Steve Stapleton en een film van zestien uur waarin je meezweeft over de volledige 1378 kilometer van wat ooit het Ijzeren Gordijn tot een glazen sneeuwbol die omgebouwd is tot een interactieve sculptuur.

Festivaldirecteur Rutger Wolfson houdt het na deze editie voor bekeken. Beeld ANP

Waarom? Om ons te laten nadenken over slapen, werken, ons besef van tijd en de empowerment van nieuwe technologieën. Carels vertrok van het boek '24/7 : Late Capitalism and the Ends of Sleep' van de Amerikaanse mediafilosoof Jonathan Crary. Die stelt dat alle onderscheid tussen dag en nacht aan het verdwijnen is in onze 24-uurseconomie: door wifinetwerken, mobiele telefoons en schermen die overal te vinden zijn, worden we continue uitgenodigd om te consumeren. Militaire wetenschappers zijn al een tijd bezig met het zoeken naar middelen waardoor soldaten een week zonder slaap zouden kunnen. De volgende stap? De slaaploze werknemer en consument. Of de slaap, denk aan de metalen nagels die in Londen aan de ingang van een flatgebouw opdoken om te voorkomen dat daklozen er zouden slapen, als de laatste hindernis van het neoliberalisme.

Ook in de andere programmaonderdelen van Signals bewijst het festival dat het alert de vinger op de pols heeft van de actualiteit en nieuwe tendenzen. In 'Really ? Really.' wordt gefocust op het surrealisme, een kunststroming die volgens het festival bezig is aan een opvallende comeback. Zo worden er films van de nieuwe Zweedse surrealistische meester Roy Andersson vertoond, de Fransman Quentin Dupieux en de Duitse trashkoning Jörg Buttgereit. Lachen dus met het lot van het mensdom, al is de ondertoon vaak politiek.

Politiek komt eveneens aan bod in 'Everyday Propaganda', een programma dat zowel focust op de klassieke propagandaoorlog tussen landen (denk aan Israël en Palestina) als meer eigentijdse varianten: dankzij Facebook en blogs zijn we allemaal propagandisten in de informatieoorlog geworden. In 'What the F?!' bezint het festival zich dan weer over een andere ideologische strijd en topic, het feminisme en wat dat vandaag juist inhoudt. Een Iraanse vampierenwestern, een docu over prostitutie in Chicago of een mockumentary over een wereld waarin vrouwen geen mannen meer nodig hebben om zwanger te worden? Stof genoeg voor een pittig debat over de strijd tussen de seksen. Het festival wist zelfs de feministische Russische punkrockband Pussy Riot te strikken voor een talkshow en een concert.

Beeld ANP

Alternatiever

Dwarsliggers: daar heeft Rotterdam dus een boontje voor. En die mogen uit Hollywood komen. 'Inherent Vice', de Thomas Pynchon-bewerking van Paul Thomas Andersson wordt bijvoorbeeld ook vertoond en die trippy noir bulkt van de invloed van de gewezen Robert Altman, een notoire Hollywoodtegenwringer. Het festival steunt dergelijke eigenzinnige filmmakers ook via Het Huub Bals Fonds, al trekt dat fonds terecht vooral de kaart van filmmakers uit Azië, Africa, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika.

Ook de CineMart werd nog door Bals opgezet. Tijdens die filmbeurs krijgen regisseurs de kans om hun nieuw filmproject te pitchen aan potentiële financiers. Twee Vlaamse regisseurs zijn dit jaar geselecteerd: Nathalie Teirlinck en Koen Mortier. 'Tonic Immobility' moet de eerste langspeelfilm worden van Nathalie Teirlinck. "Het verhaal draait rond een nogal op zichzelf gerichte escorte die haar wereld om moet gooien als haar ex omkomt en ze tegen haar wil gedwongen om voor haar zoontje te zorgen dat ze eerder achterliet'', zegt Teirlinck tussen de repities door van 'Slumberland', een multimediale muziektheatervoorstelling voor kinderen waar ze samen met Ann Pierlé aan werkt.

"Het is een heel puur, eenvoudig verhaal maar ik wil het op een ongebruikelijke manier vertellen met veel aandacht voor dichte observatie van de personages. De casting is hangend, er is contact met goede en grote namen, en de binnenlandse financiering. Maar we zijn nog op zoek naar buitenlands geld." Dat hoopt Teirlinck samen met 'Rundskop'-producent Bart Van Langendonck in Rotterdam te vinden. "Ik weet dat CineMart een heel goede plek is om een filmproject te gaan verkopen. Ik heb net een mail gekregen met al de verzoeken voor afspraken. We gaan moeten selecteren want het zijn er te veel. Dat ziet er dus goed uit."

Koen Mortier zit in Rotterdam met 'Engel'. "Het gaat mijn meest romantische film worden, meer een gevoelsfilm in vergelijking met mijn ander films", aldus de regisseur van '22 Mei' en 'Ex Drummer'. "Wat niet wil zeggen dat ik visueel veiliger ga spelen. Mijn cameraman is Benoît Debie, gekend voor zijn werk met cineasten als Gaspard Noé en Harmony Korine." 'Engel' is gebaseerd op Monoloog van iemand die het gewoon werd om tegen zichzel te praten van Dimitri Verhulst. Voor dat boek liet Verhulst zich inspireren door de dood van wielrenner Frank Vandenbroucke bij een prostituee in Senegal.

"Net zoals in het boek gaat we de naam van Vandenbroucke niet gebruiken", zegt Mortier. "Het is meer een verhaal over een jonge sportman die ten einde raad is op het einde van hun carrière. Over zielen die op drift zijn." De hoofdrollen worden vertolkt door Jérémie Renier en Aïssa Maïga, een Franse actrice afkomstig uit Senegal. De opnamen zijn gepland voor eind dit jaar. "Ik heb al een Franse en een Waalse coproducent en ontwikkelingsgeld van het VAF. Op CineMart wil ik eventueel nog coproducenten vinden maar vooral sales en distributie. CineMart is een heel actief financieringsforum. Ik heb zowel in CineMart als op de coproductiemarkt in Berlijn gezeten. In Rotterdam komen de mensen echt met je praten, ze zijn echt op zoek naar projecten. Berlijn heeft meer iets van een bedrijfsreis op kosten van de baas. Het festival is probeert ook op alle manieren mensen met elkaar in contact te brengen. Berlijn mikt commerciëler terwijl CineMart alternatiever is en er ook meer alternatieve filmmensen samenkomen. Voor een filmmaker is dat welkom in deze commerciële tijden."

IFFR loop van 21 januari tot en met 1 februari. Info op www.iffr.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden