Maandag 21/10/2019

Interview Fikry El Azzouzi

Fikry El Azzouzi: ‘De houding van Etienne Vermeersch tegenover de islam stoorde me enorm’

Op zijn rustige manier is Fikry El Azzouzi (40) dezer dagen hard bezig. Hij staat zelf op de planken om Drarrie in de nacht, het boek dat hem faam bracht, mee te vertolken én hij heeft een nieuwe roman klaar.

Niet dat de aanslagen van 22/3 in Brussel en Zaventem prominent in je boek aanwezig zijn, maar ik vermoed dat ze wel de aanzet gaven?

“Die aanslagen waren het begin, ja. Vooral die gast met zijn hoedje (Mohamed Abrini, red.), die vlak voor de aanslag nog was gaan lopen, intrigeerde me. Alleen al het feit dat hij, terwijl iedereen naar hem op zoek was, in een café nog een vrouw had weten op te scharrelen – een marginale figuur die naar het schijnt van niets wist – en zich bij haar nog een paar weken wist te verstoppen.

“Het aanvankelijke idee was zo: die kerel staat te wachten op de taxi waarmee hij de explosieven zal vervoeren, en vertelt hoe hij zover gekomen is. Maar gaandeweg is het een heel ander verhaal geworden. Ik had geen vast plan, alleen de intentie om onderweg heel veel gekkigheid tegen te komen, iets van mezelf. Het moest een humoristisch en absurd boek worden, dat is het enige wat vaststond.”

De remmen los?

“Ja, ik had zin om me eens helemaal te laten gaan. Ik hou van het van de pot gerukte proza dat Arnon Grunberg aandurft. Of Edgar Hilsenrath, die in De nazi en de kapper een jongetje opvoert dat hersenschade heeft opgelopen en uitlegt waarom: hij is verkracht door zijn stiefvader en die had zó’n groot spel dat het tot in zijn hersenen doordrong. Wow! Daar was ik van onder de indruk, dat je van zoiets gruwelijks iets grappigs kunt maken.”

Verregaande humor wordt in deze hypersensitieve tijd niet altijd gewaardeerd. Er is zelfs de trend om sensitivity readers manuscripten te laten screenen op problematische passages.

“Ik vind het spijtig dat iedereen zo gevoelig is geworden. Van mij mag álles. Ook met God mag je lachen, maar zorg wel dat het grappig is. Men verwacht van een schrijver toch authentieke verhalen? Als ik voortdurend ga denken of iets wel kan en of het niet te flauw of te plat is, dan ga ik verkrampt schrijven en krijg je iets wat vlees noch vis is. Vergelijk het met dansen: als je op een podium danst, moet je je helemaal laten gaan, ook als je een slecht danser bent. Het wordt maar goed doordat je alle remmen loslaat.”

De beloning begint met een hoofdstuk vol hilarische masturbatiesessies en vrijpartijen. Je wilt streekgenoot Tom Lanoye toch niet naar de kroon steken?

“Mijn hoofdfiguur Zacharia beleeft na de dood van zijn vader een verwarrende periode. Hij is op zoek naar zijn identiteit, ook zijn seksuele identiteit. Dat is een taboe in de Marokkaanse gemeenschap, over seks wordt nooit gepraat. Zijn vrijpartijen met de Reusachtige Verpleegster geven hem, zeker in het begin, een gevoel van eigenwaarde. En hij krijgt een endorfineshot telkens wanneer hij zijn raket oppoetst.”

Voor een goed begrip: die raket is zijn mannelijk gerief.

“Je zult gemerkt hebben dat ik niet voor de letterlijke beschrijving ben als het over seks gaat. Als ik seksscènes lees, vind ik ze meestal plat en slecht. Bij mij vind je geen vleesknuppels, metaforen vind ik leuker.”

Ook djinns vind je blijkbaar leuk, want je voert een boel sprekende beesten op, van junkierat tot sprinkhaan.

“Djinns zijn in de islamitische cultuur nog een heel levendig iets. Ze worden vermeld in de Koran. Ik voer ze hier op als stemmen die de onzekere Zacharia in zijn hoofd hoort. Ze proberen hem de hele tijd naar beneden te krijgen. Veel mensen geloven hardnekkig in djinns, die hen depressief of gek kunnen maken. Duiveluitdrijvingen gebeuren af en toe. Zonder dat ik er zelf in geloof, vind ik het wel een intrigerend iets. En als een rat of een sprinkhaan iets zegt, geeft dat wel een extra lading, vind ik.”

Zacharia’s identiteitscrisis draait er ook om of hij nu Belg dan wel Marokkaan is. Is dat iets waar je zelf nog mee zit?

“Nee. Voor mij is het heel duidelijk: ik ben een Belg slash Vlaming, net als jij. Wel een Belg van Marokkaanse origine, dat zal ik nooit vergeten, het is een deel van mezelf. Vlaanderen is veranderd hè, dit land is multicultureel geworden. Dat neemt niet weg dat jongeren het lastig kunnen hebben in hun zoektocht naar hun identiteit. Zacharia gaat één kant op: hij wil vooral door de witte Belgen omarmd worden. Zijn vriend Tupac staat voor een ander extreem: ‘Ik ben een Marokkaan’, zegt hij trots, terwijl hij hier geboren en getogen is.”

Zacharia wordt door de kinderbescherming van zijn moeder gescheiden en door een meneer Patron gekocht als huisdier – Jihaad heet hij intussen. Een knettergek hoofdstuk, maar wel met een serieuze kwestie op de achtergrond: de blik van de ‘oude Belg’ op de allochtoon.

“Meneer Patron weet heel weinig over de islamitische samenleving, hij denkt in stereotypen. Met de beste bedoelingen laat hij bijvoorbeeld Zacharia in de tuin overnachten en zijn behoefte doen naast de kersenboom: die gasten hangen toch zo graag buiten rond?

“Meneer Patron vindt hem eigenlijk wel een schattig Marokkaantje. Ook voor de Reusachtige Verpleegster was dat het geval, maar zij is wel heel duidelijk over één ding: hij moet vooral niet gaan denken dat hij een Belg is. Als puntje bij paaltje komt, hoort hij er nog altijd niet bij, en wordt hij simpelweg afgestoten.

“Zo heb ik het zelf ook ervaren in de wereld van de literatuur: Drarrie in de nacht vond men wel leuk, zo’n boek over hangjongeren, maar men leek het toch niet echt te begrijpen. Na een enthousiaste Humo-recensie en de bekroning met de Arkprijs is ‘Drarrie’ wel opgepikt als goede literatuur, maar voordien merkte ik vooral een denigrerende houding. En dat lokte van mijn kant weleens stoerdoenerij uit: ‘Dit boek is zijn tijd nu eenmaal ver vooruit, jullie zijn er nog niet klaar voor!’ Het was trouwens de waarheid en de waarheid kwetst nu eenmaal. In een radiointerview heb ik weleens gezegd: ‘Het is als De avonden van Reve, maar wel veel beter. (lacht)’ En dat vind ik ook echt.

“Het is een dubbel gevoel. Nog altijd denk ik dat ik er niet écht bij hoor, en ik vind dat ook wel iets hebben: ik wíl er niet echt bij horen.”

Laat ik de verhaallijn van De beloning weer oppikken: meneer Patron geeft Zacharia een vriendje cadeau. Zijn naam, Tupac Shakur, is allicht een herinnering aan een idool uit de tijd dat je weg was van de gangstarap?

“Zo rond mijn 18de zat ik in een Marokkaans-Vlaamse vriendenkring die die rappers cool vond. Sommigen droegen rapperskleren en deden hun pasjes na. Ze wilden echt als Tupac Shakur zijn. Coole rappers horen tenslotte tot de zeldzame voorbeeldfiguren.”

Zacharia heeft in de loop van het verhaal vele namen, waaronder Wacko Jacko, omdat hij zo gek is van Michael Jackson. Hij duldt geen kritiek op hem: ‘Hij is voor mij heilig.’ Zeg je hem dat in het zog van de beroemde documentaire Leaving Neverland nog na?

“Ik heb de documentaire gezien. Amai! Die man was gewoon een roofdier. Het tweede deel hakt er echt wel in. Maar zijn muziek gaat daarom voor mij niet anders klinken. Ik heb die muziek altijd cool gevonden, en zijn dansjes geweldig. Maar een heilige is Jackson voor mij nooit geweest. Zijn uiterlijk heb ik altijd griezelig gevonden, en hij was ook gewoon een pedofiel, dat was geweten. Ik snap niet waarom hij daar altijd mee weggekomen is. De documentaire toont nu vooral hoe aanhoudend en obsessief het was, het ene jongetje na het andere.”

De openbare omroep kondigde aan zijn muziek alleen nog met een woord vooraf te draaien.

“Moet die muziek nu plots gekaderd worden? Dan zullen ze nog veel moeten kaderen: er zijn hopen artiesten waar een hoek van af is. Men zou er beter uit leren dat je een artiest nooit op een sokkel moet plaatsen, dan is het niet zo erg als er een valt.”

Zacharia en Tupac beroven meneer Patron, laten hem voor dood achter en vluchten naar Marokko. Iets wat niet zo gebruikelijk is, Marokkaanse Belgen die terugkeren naar Marokko?

“Ik ken er een paar die het deden, maar die hadden daar dan wel een goede job. Wie hier geboren en getogen is en verplicht zou worden terug te keren, loopt er helemaal verloren. Ze houden het er geen maand vol. Marokkaanse Belgen onderschatten zelf weleens hoezeer ze Belg zijn. Marokko is voor hen een vreemd land. Tupac en Zacharia denken omarmd te zullen worden in Marokko, maar moeten vaststellen dat iedereen hen bekijkt als die twee zotten die uit Europa teruggekeerd zijn.”

‘Je bent te soft voor Afrika’, krijgt Zacharia er te horen.

“Hier is niet alles perfect, maar veel dingen zijn wel goed geregeld. Sociale zekerheid bijvoorbeeld. Een kennis van me had in Marokko een ontplofte appendix, en moest met spoed naar het ziekenhuis. Voor medicatie moest hij zelf zorgen en de dokters wilden op voorhand betaald worden. Geen geld? Dan heb je pech. Zeker als je de taal niet goed kent, verdwaal je algauw in Marokko.”

‘Ik ben de middeleeuwen niet gewoon’, zo vat Zacharia zijn leven in Marokko samen.

“Als ik bij mijn oom in het Rifgebergte verblijf, beland ik écht in de middeleeuwen: lemen huisjes, akkers die bewerkt worden met een ezel. Ik heb eens geprobeerd met een steen amandelnoten te kraken, dat lukte me gewoon niet. Het zou voor mij erg lastig zijn om daar nog te kunnen aarden.”

Keer je geregeld terug?

“Nu is het alweer een jaar geleden, maar daarvoor ging ik op regelmatige basis, altijd voor een paar weken, één keer voor een paar maanden. Ik ben er toen begonnen aan een familieroman, over het leven in Marokko, maar dat viel niet mee. Ik had het gevoel dat er iets niet klopte, wat ik hier schrijf voel ik als authentieker aan: het is niet echt mijn wereld daar.”

De conclusie van Zacharia over zijn verblijf in Marokko luidt: ‘Wat heb ik aan wortels als ik hier niet eens kan groeien?’

“Zacharia en Tupac beseffen dat ze in Marokko niets te zoeken hebben. Nog liever keren ze terug naar België, met het risico er in de gevangenis te belanden, dan daar te blijven.”

Ze keren terug in De gevulde sardien, te midden van zwarte vluchtelingen die de overtocht over de Middellandse Zee naar Europa wagen. Aan die passages proef ik dat je ter plekke wel één en ander hebt opgestoken over de vluchtelingentrafiek.

“Aan de Marokkaanse kust valt het niet zo erg op, want de vluchtelingen proberen min of meer onzichtbaar te zijn, dan laat de politie hen met rust. Zodra ze opkomen voor hun rechten, kunnen ze in de gevangenis belanden of nog ergere dingen meemaken. Het is een beetje zoals hier: mensen met andere roots houden zich maar beter gedeisd, want als ze zich opstandig tonen, vindt men het echt niet meer tof.”

Als hij weer in onze contreien is, opereert Zacharia onder alweer een andere naam: Manaraf.

“Manaraf betekent ‘ik weet het niet meer’. En zo is het ook: Zacharia weet met zichzelf geen blijf meer, hij is geen Belg, geen Marokkaan. Hij heeft een overval gepleegd, mensen neergeknald en zijn geweten begint een beetje op te spelen, hij heeft zijn geloof nooit achter zich gelaten. Het vooruitzicht om levenslang in de gevangenis te belanden, vindt hij nog het ergst. Hij ziet geen toekomst meer voor zichzelf. Als dan zijn broer en de ronselaar Abu X op de proppen komen met een heel simpel zwart-witverhaal, grijpt hij dat aan als een kans op ontsnapping uit zijn perspectiefloos bestaan.”

En de beloning in het paradijs oogt riant?

“Als je een aanslag pleegt en als martelaar sterft, worden al je zonden je vergeven en zul je een ster zijn in de hemel. Een heerlijke oplossing voor zijn problemen, toch? Zijn ouders zullen daar naar hem opkijken, want ook al waren ze geen goeie moslims op aarde, hij kan ze meenemen: een martelaar heeft de mogelijkheid een gastenlijst samen te stellen van mensen die hij wil meenemen. Sommigen geloven daar nu eenmaal in.”

De reconversie van Zacharia tot islamterrorist voltrekt zich in de plot wel erg snel. Ongeloofwaardig snel?

“Toch niet, dat heb ik bewust gedaan, omdat mensen inderdaad razendsnel kunnen radicaliseren. Dat weet ik ook uit gesprekken met ouders van Syriëstrijders. Een meisje dat twee weken eerder nog in een discotheek rondhing, kon plots naar Syrië afreizen. Ik heb zelf gezien hoe radicaal die ommeslag kan zijn: een vriend die helemaal opging in muziek en plots ging beweren: ‘Muziek is haram en vergiftigt je geest’, en jarenlang geen muziek meer speelde.

“Of denk aan Gökmen Tanis, de terrorist die in Utrecht drie mensen doodschoot in een tram. Hij was een doorgesnoven gek, een drugsdealer die geen kant meer op kon omdat hij ook beschuldigd werd van verkrachting. Wat doet hij? Snel een briefje schrijven dat hij handelt voor Allah en vervolgens schiet hij wat mensen neer omdat hij denkt dat hij daarvoor beloond wordt met de hemel. Dat was een radicalisering in welgeteld enkele minuten.

“In de context van de Syriëgangers mag je de ronselaars ook niet onderschatten: daar zitten charismatische figuren tussen, die als een soort sekteleider fungeren. Op een moment dat die jongeren het gevoel hebben dat iedereen hen verstoot, biedt zo’n ronselaar hun een warme jas aan. ‘Je bent geen Belg, geen Marokkaan, je bent een supermoslim!’

“Toen ik zelf veertien of vijftien was, had je ook al mensen die de jongeren probeerden te overtuigen om in Pakistan of Saudi-Arabië te gaan studeren, maar die hadden nauwelijks succes. Ze spraken heel wollig en dan nog in slecht Nederlands. Maar iemand als Fouad Belkacem kon jongeren wel overtuigen. Hij sprak een beetje als een rapper, geestig, gevat. Een 16-jarige die niet goed in zijn vel zit, is dan makkelijk te ronselen. Michael Jackson werkte eigenlijk op dezelfde manier: hij overtuigde die jongetjes ervan dat hun ouders en hun vrienden slecht waren, creëerde een gevoel van ‘wij tegen de rest van de wereld’, en dan kon hij met hen doen wat hij wilde.”

Moeten Belgische Syriëstrijders vandaag kunnen terugkeren?

“Absoluut! Ze moeten voor de rechter verschijnen en een gepaste straf krijgen. Het is te makkelijk om op voorhand te zeggen dat we hier niets zullen kunnen bewijzen en dat ze er dus mee zullen wegkomen. Als rechtsstaat met de waarden en normen waarmee we voortdurend koketteren, kunnen we geen andere boodschap geven dan: ‘Het zijn klootzakken, maar wel onze klootzakken’.”

De makkelijkste oplossing zou natuurlijk zijn dat ze ginds worden doodgeschoten, hoorde ik Bart De Wever een keer zeggen op de radio.

“‘Dat ze ze allemaal afschieten!’ Zoiets hoor je weleens aan de toog, en nu dus ook van een burgemeester. Pure onderbuik, dat verkoopt goed. Het toont ook aan met hoeveel misprijzen hij naar die mensen kijkt. Waarschijnlijk is het een bewuste keuze om ze te ontmenselijken. Ik heb voor die mensen in de kampen in Syrië geen spat sympathie, maar ik blijf wel denken: ‘Het zal je zoon of dochter maar zijn.’”

Na de aanslagen van 22/3 had je inktzwarte scenario’s voor ogen, die je ook ventileerde in je boek Alleen zij. Je vreesde dat men de moslims hier zou gaan verdrijven, de islam verbieden. Dat is duidelijk niet gebeurd.

“De islam wordt nog altijd in een hoekje geduwd. Dat men mensen in de Syrische kampen aan hun lot overlaat, alsof ze geen Belgen meer zijn, maakt dat al duidelijk.

“Wat me vandaag vooral verontrust, is dat er met steeds hardere woorden over de islam gesproken wordt. Alle centrum- en rechtse partijen lopen in dat opzicht Vlaams Belang achterna. Dat Theo Francken Vlaams Belang-praat uitkraamt is inmiddels genoegzaam bekend, maar ook Hendrik Bogaert van CD&V kan rustig voorstellen dat we alle religieuze tekens in de openbare ruimte moeten verbieden zodra 5 procent van de bevolking die religie aanhangt. Met dat percentage kan men wel de Joodse gemeenschap ontzien, maar niet de islam, die er net boven zit: zo perfide is zijn voorstel. Een CD&V’er die zegt dat een vrouw op straat geen hoofddoek mag dragen en daarmee wegkomt, dat vind ik heel straf! Het is een vorm van cultureel racisme. Adolf Hitler zou in zijn handen klappen voor zo’n straf statement. Jinnih Beels die zegt dat ze Filip Dewinter geen racist vindt en dat het woord racisme te pas en te onpas wordt gebruikt… What the fuck is er gebeurd met de socialisten?»

De slachtpartij onder moslims in Nieuw-Zeeland zorgt voor onrust onder moslims. Acht je zoiets in de Belgische context ook mogelijk?

“Absoluut. Daar is niet veel voor nodig. Je mixt de ophitsende praat van bepaalde politici met wat toogpraat, angst, woede en een diepe afkeer voor al wat anders is en boem! Het is zo gebeurd. Of zijn we Hans Van Themsche vergeten?”

Ben je zelf nog gelovig?

“Voor mij speelt de islam zeker nog een rol, anders zou die niet zo veel opduiken in wat ik schrijf, maar ik kan het zeer goed relativeren. Ik heb vooral een probleem met mensen die te zeker van zichzelf zijn, in het geloof, maar ook in de bestrijding ervan. Ik vind geloof juist aantrekkelijk omdat het maar een geloof is. Te bewijzen valt er niets, zoals ook atheïsten niet kunnen bewijzen dat God niet bestaat.”

Etienne Vermeersch maakte zich sterk dat hij dat wel kon. Heb je na zijn overlijden nog teruggedacht aan die keer toen je hem diep in zijn ziel geraakt had door hem in een column hard aan te pakken als verlichtingsfundamentalist? Hij voelde zich toen verplicht 23 bewijzen neer te pennen dat hij wel degelijk een progressief palmares had.

“Massa’s mails heb ik toen gekregen, en de chef opinie van De Morgen liet me meteen weten dat het de slechtste column was die ik ooit had geschreven: ‘Zoiets is veel te hoog gegrepen voor jou!’ Mijn repliek was dat het mijn beste column ooit was, maar je gaat dan toch even aan jezelf twijfelen. Ik heb toen nog even overwogen als antwoord 23 onnozele dingen op een rij te zetten die ik op één dag gerealiseerd had: koffietje gezet, eitje gekookt… Mensen die zo vol zijn van zichzelf als Vermeersch dat was, kun je nog het best raken met humor. Zijn houding tegenover de islam stoorde me enorm: ‘Ik heb de Koran gelezen, ik weet het beter dan de moslims zelf!’ Hij deed net hetzelfde als de fundamentalistische moslims: alles letterlijk nemen, terwijl het de bedoeling is dat je de Koran zelf interpreteert.”

‘Met je aanhoudende pleidooien voor een hoofddoekenverbod hou je bewust vrouwenemancipatie tegen’, wierp je hem voor de voeten. Doen al die feministische moslima’s die zich tegen de hoofddoek keren dat dan ook? Hebben ze niet gewoon een punt dat er ook moslima’s zijn die een hoofddoek dragen vanwege de sociale druk van mannen?

“Oké, die sociale druk bestaat zeker ook, maar ik kan niet alles in één column kwijt. Het belangrijkste voor mij is dat vrouwen met een hoofddoek naar hun werk kunnen gaan, dan zul je automatisch meer moslimvrouwen op de werkvloer zien. Ik verdedig vrouwen met een hoofddoek omdat ze het kwetsbaarst zijn, ze dragen zo ongeveer de vlag van de islam op hun hoofd, en die islam is voor velen niet welkom.

“In de toneelversie van Drarrie in de nacht zegt een Joodse juwelier: ‘Je land is pas je thuis als je daar met vuile schoenen kunt rondlopen.’ Moslims kunnen in dit land nog altijd niet met hun vuile schoenen naar binnen, het is nog altijd hun thuis niet.”

Je toneelstuk Malcolm X uit 2016 wordt ook nog altijd opgevoerd. Put je inspiratie uit zijn radicaliteit? Rachida Aziz – ‘onze vrouwelijke Malcolm X’ noemde je haar weleens – vindt dat je geen tijd meer moet verliezen met het opvoeden van witte mensen: liever dan een hand uit te steken, balt ze de vuist.

“Malcolm X stond eerst voor de gebalde vuist, maar aan het eind van zijn leven stak hij zijn hand uit. Hoe je het ook draait of keert, de witte mensen hebben hier de touwtjes in handen, maar ook voor ons eigenbelang is het beter om samen te werken. Stampen om te stampen leidt tot niets. Je moet eerst een goede stamp tussen de benen geven en daarna vragen: ‘Alles oké? Het doet toch niet te veel zeer?’ Dat heeft vaak meer effect. Daarna kun je zeggen: ‘Ik wil een grote zak geld voor een stuk met twintig gekleurde acteurs en heel misschien een excuusautochtoon. Die excuusautochtoon wordt nog lastig, want die zijn zo moeilijk te vinden.’

“Samengevat: ik ben niet kwaad op de witte man, dan zat ik hier niet met je te praten.”

Je staat dezer dagen zelf op de planken in een spetterende Drarrie in de nacht. Over dat acteren hoorde ik je zeggen: ‘Elke dag heb ik spijt dat ik het doe.’

“Dat was vorig jaar, toen de repetities in het honderd liepen en we ruzie kregen onder elkaar. Nu wordt het altijd maar plezanter. Ik heb ook veel minder angst om uitgelachen te worden als die schrijver die denkt dat hij ook kan acteren.”

Inmiddels denk je dat je kunt acteren?

“Noem mij nog één schrijver die op een podium in de regen staat te zingen en te dansen. Junior Mthombeni en Cesar Janssens hebben van dat toneelstuk een waar meesterwerk gemaakt, voor mij het belangrijkste stuk van de laatste jaren. Niet alleen een nieuwe vorm, een nieuwe taal. Voor het eerst hebben ze de stem en de ziel van hangjongeren zo goed weergegeven, drarries waar alleen met misprijzen en onbegrip op wordt neergekeken. Als je dat op podia kunt spelen waar Shakespeare en de juiste articulatie het belangrijkste goed zijn, denk ik: chapeau! Alleen spijtig van die ene waardeloze acteur…”

Negen jaar geleden debuteerde je, vandaag kun je van je pen leven en doe je theaterzalen vollopen. Kijk je tevreden terug?

“Toch wel. Ik vind het belangrijk dat ik evolueer als schrijver, dat ik mezelf heruitvind door telkens een boek te schrijven waarin je mijn stempel wel herkent, maar dat toch weer anders is.”

Een paar jaar geleden schreef je een column: ‘Aan mijn medeallochtonen die het ook willen maken’. Een vrolijk stuk vol ironie was dat, maar misschien toch ook met enige zelfkritiek: dat je je te makkelijk als knuffelallochtoon gedraagt?

(knikt) Ik heb een heel hoog fuck you-gehalte, maar ik heb ook wel door dat ik daarnaast behoorlijk aaibaar ben. En dat is Dyab Abou Jahjah niet, en daardoor hebben veel mensen het moeilijk met hem. Bij mij zit de fuck you ’m vooral in mijn pen, op tv ben ik een knappe man die wel te pruimen valt. (lacht)

“In die column was de ironie toch wel erg duidelijk als ik mijn medeallochtonen voorhield dat ze elke arrogantie moesten mijden, nooit het kleinste stekeltje mochten tonen. En het strafste was dat Vincent Van Quickenborne die ironie totaal niet begrepen had en mijn stuk op Twitter plaatste met de boodschap: ‘That’s the spirit. Niet klagen maar vooruitgaan.’ Waardoor we dus ook weer weten dat de burgemeester van Kortrijk vindt dat de allochtonen in dit land vooral hun plaats moeten kennen.”

Fikry El Azzouzi, De beloning, De Geus

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234