Vrijdag 21/06/2019

Magazine

Festivaldrugs: gebruikers vertellen over hun beste en slechtste ervaringen

Hoe graag festivals en politiediensten ook beweren dat hun no drug policy werkt: waar een wil is om te smoren, snuiven of slikken, daar is een weg. Zo is het altijd geweest. We lieten festivalgebruikers overgaan tot bekentenissen, en speelden hun namen uiteraard meteen door aan de bevoegde autoriteiten. 

Beeld Sarah Yu Zeebroek

Van één zegeltje lsd zou je het waanidee krijgen dat je kunt vliegen. Eén theelepel heroïne verandert je spontaan in een crackhoertje dat blowjobs aan zwervers geeft. Cannabis, lieve kindertjes, is al even erg: vroeg of laat stap je over op zwaarder spul, en lig je in de goot met een spuit in je arm en wondkorsten over je hele lijf.

Begin er dus nooit aan!

Geen idee hoe het met jou zit, maar zo klonken de angstverhalen en drugsmythes die wij vroeger ingepeperd kregen van eender welke Mr. Mackey die het goed meende. Wijlen Bill Hicks, een briljante stand-upcomedian, stelde dat doembeeld later enigszins bij. “Ik geloof dat drugs ook goed zijn. Echt waar. En als je dat niet gelooft, doe me dan een lol. Ga vanavond naar huis en verbrand al je platen. Want de muzikanten die al deze geweldige muziek hebben bedacht, alle muziek die je leven doorheen de jaren glans heeft gegeven, waren ongelooflijk high.”

Voor de moraalridders collectief hun paard de sporen willen geven naar de redactie: we denken natuurlijk niet dat je een concert van Millionaire alleen maar met een fikse toeter of een likje acid zou moeten beluisteren. Dit stuk is ook allerminst een pleidooi voor bandeloos gebruik.

Alleen is het zo dat ondanks alle maatregelen op festivals, al het lievemoederen, de verbodstekens en drugstonnetjes nog steeds geldt: wie spul wil gebruiken op een festival, zal er vast wel aan geraken. Een aantal sporadische gebruikers en chemischgelukzoekers vonden we bereid om adviezen, leuke anekdotes en minder fijne festivalavonturen te delen. Maar ook om een aantal hardnekkige mythes te ontkrachten.

Dat wilden ze evenwel alleen anoniem doen. Want het taboe blijft. Angst voor ontslag, sociaal stigma of relatieperikelen zit er dik in. “Op cannabis en alcohol na blijft drugs nog altijd iets voor louche achterkamertjes”, legt ‘Evelyne’ uit. “Zonde, want net door al dat geniepig gedoe gebeuren te veel ongelukken.”

Het advies dat we vaak hoorden terugkomen, is: geniet, maar doe het met mate. “En met maten”, zegt Peter. “Als enige in je vriendenkring xtc of MDMA nemen op een festival, is een beetje sneu. Maar wanneer je al je maatjes gelukzalig ziet dansen op Tame Impala en Underworld, iedereen elkaar omhelst omdat we allemaal het gevoel krijgen in dezelfde roezige samenzwering te zitten: bestaat er iets mooiers?”

Een tijdreiziger met een coke-lul

Een juiste dosering blijft wel dé sleutel tot een fijne festivalhigh. “Wees nooit gulzig”, maant Tom aan. “Als je meer wil, wacht dan tot de vorige drug is uitgewerkt. Neem nooit te veel in een keer. Anders loop je rond met malende kaken, als een goedkope junkie. Bovendien hou je elkaar op die manier ook beter in de gaten. Je weet nooit of iemand anders reageert dan verhoopt.” 

Gulzigheid wordt ook bestraft tussen de lakens. “Wie te veel sneeuw snuift, zal een beschamende nacht in zijn tentje beleven: van een gram cocaïne word ik zo geil als boter, maar het resulteert ook vaak (wijst tussen zijn benen) in een ‘coke-lul’. Veel actie hoef je op dat slappe front niet meer te verwachten. In het slechtste geval dreigt zelfs de black-out. Of zoals ik het noem: tijdreizen. Tussen twee zwarte gaten in, merk je plots dat je voor het ­verkeerde podium staat, in een onbekend tentje bent beland, een paar lieve chiromeisjes hebt beledigd of – treuriger nog – na een uur wakker schiet in een meurend Dixie-toilet. Geloof me: ik heb het allemaal al zien gebeuren. Dat is misschien wel de foutste eigenschap van drugs: als je je niet kunt beheersen, verander je in een idioot. Een tijdreizende idioot, dat natuurlijk wel.” (lacht)

Het binnensmokkelen van drugs wordt steeds moeilijker, geven de meeste festivalgangers toe. “Maar wie niet compleet van de wereld voorbij de security strompelt en een béétje inventief is, slaagt wel in zijn opzet”, schokschoudert Stefanie. Zolang er geen drugshonden staan, tenminste. Moffel gewoon een zakje weg in je slipje. Zeker als je een meisje bent, gaat niemand daar zoeken. Indertijd had een vriend van me ook een valse bodem in zijn jas, maar toen we hoorden dat iemand op die manier was betrapt, zijn we daarvan afgestapt. Ik weet niet wat ik erger zou vinden: de boete betalen of mijn mooie fuchsia pilletje moeten afgeven.” (lacht)

Minder babbelziek

Eén van de leukste eigenschappen aan MDMA vindt zij het sociale contact. “Uit je dak gaan zonder eens te doppen in zo’n zakje kan ook, hoor. Maar mét is veel leuker, ondeugender en speelser."

"Je maakt je nergens zorgen over. Dat heb je misschien ook als je het houdt op wijn en bier, maar ik merk toch een verschil in waarneming. Ik onthoud beter wat er is gebeurd, beleef alles veel intenser. En mijn vrienden zijn blij omdat ik minder babbelziek word. (lacht) Als ik dans, blijf ik dansen. Dan moet je geen intens gesprek met me proberen aan te knopen.”

Minder leuke ervaringen heeft Dorien. “De eerste en laatste keer dat ik drugs slikte op een festivalcamping, voelde ik me een hoopje ellende. Een Hollandse jongen had me een tabletje gegeven dat hij een ‘duifje’ noemde. Ik vond dat zo schattig klinken, dat ik het wel wilde proberen. Maar plots was ik mijn vrienden kwijt, en leek het alsof ik alle autoriteit over mijn eigen lichaam en geest kwijtspeelde. Het bijkomende probleem was: die week was ik naar Hannibal gaan kijken. In die film neemt een van de personages drugs en wordt hij door Hannibal Lecter aangespoord om zijn eigen gezicht aan reepjes te snijden met een spiegelscherf. Toen de drugs door mijn lijf gierden, sloeg de paniek wild om me heen: zou ik mezelf iets aandoen? Echt akelig.

“Daar lag ik dan: zwetend, trippend, panikerend in mijn tentje. Op de camping hoorde ik plots iemand ‘hoereeeuh’ roepen. In mijn hoofd klonk het als: “Doeeee hèèèt!” Nooit meer drugs, dacht ik de volgende dag. Niet dat ik me daar lang aan gehouden heb. Zolang ik het rustig aan doe, en me vooraf ook al goed voelde, heb ik eigenlijk nooit last.”

Na het feesten komt een pamper

Maar hoe dans je nu het best met de duivel? Op zoek naar de minste risico’s met recreatieve roesmiddelen en party­drugs trekken we naar Miguel, ervaringsdeskundige in uppers, downers, chiller, thrillers. “Ik dealde ook even, maar ik was er slecht in”, lacht hij. “Ik gebruikte en deelde meer uit dan ik verkocht. Op festivals waren mijn drugs of choice altijd coke, MDMA, mushrooms en wiet. Op de camping of de heenweg: lachgas en spacecake. Vooral dat laatste is nog altijd gemakkelijk voorbij de controle te krijgen. Niemand die zo’n plakje cake verdacht vindt." (lacht)

“De slechtste drug? Dat moeten ketamine, spice en GHB zijn. Alle drugs hebben een keerzijde, maar die rotzooi kun je best in élke situatie vermijden. Spice of synthetische wiet is levensgevaarlijk. Keta is dan weer een verdovingsmedicijn voor beesten, dus dat zegt genoeg. (lacht) Eerst voel je je heel dromerig en zweverig, maar als je net iets te veel neemt, begin je te hallucineren of kun je niet meer bewegen. Ik hoorde ook dat een aantal Britse clubbers de controle over hun blaas permanent kwijtraakte door te zwaar gebruik. Geloof me: geen énkele drug is een leven in pampers waard.”

Ook lsd is tricky, vindt hij. “Sowieso gebruik je psychedelica best wanneer je er volkomen zeker van bent dat je brein de dosis aankan. Dan beleef je een mooie trip. Maar bij enige twijfel: doe het vooral niét.” En als iemand het ongemerkt in je drankje mengt? Het overkwam Eva. “Ik proefde het niet. Aan alle kerels die denken dat je zo een meisje in bed krijgt: ga toch ergens in stilte sterven, klootzak. Je moet écht wel een psychopaat zijn om iemand in het geniep te drogeren. De dosis was gelukkig niet zo groot en mijn vriendinnen hebben me heel goed opgevangen. Maar het had verkeerd kunnen aflopen: ik was 17 en durfde niet naar de post van het Rode Kruis omdat ik dacht dat ze mijn ouders zouden waarschuwen en mijn festivalbandje doorknippen. Ik had mijn prioriteiten niet echt op orde! (lacht) Mijn advies aan iedereen die in dezelfde situatie als ik zou belanden: angst is de slechtste raadgever.”

Naast alle party- en designerdrugs zijn er ook altijd de mensen die hun toevlucht zoeken tot farmaceutica. Geen briljant alternatief. “Soms zijn medicijnen op voorschrift nog veel gevaarlijker”, weet Jürgen uit ervaring. “Wodka met Valium? Dat is alleen goed als je een paar uur van je leven kwijt wil zijn. Zelfs Ibuprofen en whisky? Perfect als je bloed wil kotsen. En met angstremmers kun je beter ook voorzichtig omspringen.”

Maar je blijft ook best ver weg van de rommel die schimmige dealers je willen aansmeren. “In het stomste geval verpatst zo’n kerel je een antihooikoortsmiddel, als hij ziet dat je goed weg bent”, zegt Sander. “Maar met vervuilde drugs moet je écht zwaar oppassen. Dat is waar ik me ook zo kwaad over kan maken. De overheid zou na al die jaren ­eindelijk eens moeten inzien dat wie drugs wil, drugs vindt. Maar niemand wil ziek worden. Met test­apparatuur bespaar je jezelf dus veel meer ellende dan met boetes en een roedel drugshonden. Kortom: zet minder in op repressie en méér op preventie. Nu worden alle gebruikers over dezelfde kam geschoren en heet alle gebruik per definitie problematisch. Terwijl we het misschien ook maar eens van een andere kant moeten bekijken: het is – net als bier en wijn – ook een hoop lol." (lacht)

Dat beseffen ze in Engeland inmiddels ook. Het Britse duofestival van Reading en Leeds gaf onlangs te kennen dat er vanaf dit jaar een standje zal zijn waar bezoekers hun drugs kunnen laten testen, zonder de kans te lopen op bestraffing.

Zou iemand méér gebruiken op een festival als de kans op bestraffing kleiner wordt? “Tuurlijk niet”, klinkt het eensgezind. “In de eerste plaats kom je voor de muziek, in de tweede plaats om je te amuseren met je vrienden. Drugs is geen bestaansreden, maar een extraatje. De kers op de taart.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden