Dinsdag 21/05/2019

Ultimas

fABULEUS en Forumtheater Radicalisering: "In het theater kun je álles zeggen"

Een beeld uit 'Othello' van fABULEUS. Beeld RV © Clara Hermans

De een gaat naar huis met een prijs voor profs, de andere met een voor amateurs. Maar in de praktijk van fABULEUS en Forumtheater Radicalisering doen die begrippen er weinig toe. Beide laureaten maken gebruik van een podium om een snaar te doen trillen, bij spelers en publiek.

"Combien de temps est-ce qu’il faut pour arriver a Louvain?”, informeert Souhad Khelifa nieuwsgierig. “C’est pas loin, je vous invite!”, roept Dirk De Lathauwer uit. Najila Aloui van vormingsorganisatie Citizenne kijkt even verschrikt – ze zou niet graag een van haar speelsters zien vertrekken, maar een knipoog van Khelifa stelt haar gerust. De vijftigjarige actrice zal haar standplaats in het Brusselse Molenbeek niet snel de rug toekeren. Zeker niet nu het Forumtheater Radicalisering werd bekroond met de Ultima Amateurkunsten, volgens de jury onder meer voor het ‘bespreekbaar maken van een extreem gevoelig onderwerp’.

Net als fABULEUS creëert Forumtheater Radicalisering een plek van empowerment, waar mensen hun stem ­kunnen laten horen. Beeld RV

Onder leiding van regisseur Har Tortike, GC De Vaartkapoen en Citizenne toerden een aantal Molenbeekse vrouwen het afgelopen jaar met een voorstelling die het taboe rond radicalisering doorbreekt. Ondanks haar liefde voor het theater twijfelde Khelifa aanvankelijk of ze wilde ­meespelen. Khelifa: “Ik heb twee zonen, dit onderwerp kwam plots zo dichtbij.” Ze liet zich ompraten door vriendinnen en ging na de eerste opvoering helemaal overstag. Khelifa: “In het theater kun je dingen zeggen die je in realiteit niet gezegd krijgt – zonder mensen te schokken of te kwetsen. Zelfs als het gaat over een delicaat onderwerp als dit.”

Transformatie

Wie nu hevig knikt is Dirk De Lathauwer, ­artistiek leider van het Leuvense productiehuis voor dans en theater fABULEUS, dat twintig jaar bestaat en uitgroeide tot ‘een volwaardige broedplaats voor jong theater- en danstalent’, zo zegt de jury, die fABULEUS bekroonde met de Ultima Podiumkunsten.

De Lathauwer: “Wat Souhad zegt, klopt. Theater is een symbolische plek met een duidelijke code: je komt er om verschillende perspectieven te leren kennen. fABULEUS speelt veel voor scholen. Kinderen die weinig kijkervaring hebben, worden in die schoolvoorstellingen soms geconfronteerd met dingen die hen ­on­gemakkelijk maken. Maar dat is oké, want het gebeurt in een veilige context.”

Najila Aloui: “Un amateur, c’est quelqu’un qui aime.” Beeld Illias Teirlinck

De artistieke finaliteit van fABULEUS is anders dan de emancipatorische opdracht van Forum­theater Radicalisering, maar artistieke en ­men­selijke groei gaan hand in hand, benadrukt De Lathauwer – zeker voor een huis dat werkt met jonge dansers, acteurs en regisseurs. “Er is bij die jongeren sowieso een transformatie. Om te beginnen fysiek: soms moeten we in de loop van een tournee drie keer de kostuums her­maken, omdat ze eruit zijn gegroeid. (lacht) Maar ook mentaal, intellectueel en sociaal worden ze in zo’n creatieproces groot. Sommige jongeren ­arriveren timide, maar ontdekken zichzelf op elk niveau van hun identiteit. Ze ervaren dat er nog mensen zijn met dezelfde passie, die denken of zich voelen zoals zij, en dat ze zich nergens voor hoeven te schamen.”

Dat het bevrijdend werkt om te kunnen ­spreken of spelen zonder te worden veroordeeld, ziet Aloui ook bij het Forumtheater. Vaak maakt schuldgevoel de moeders die te maken krijgen met radicalisering monddood. Dat gebeurde aanvankelijk ook met Saliha Ben Ali, de Molenbeekse vrouw die haar zoon verloor in Syrië en van wie het verhaal de inspiratiebron vormde voor het Forumtheater.

Aloui: “Eerst wilde Saliha het huis niet ver­laten, ze schaamde zich om wat er was gebeurd. Later besefte ze dat dat niet nodig was, omdat ze naar best vermogen had geprobeerd haar kind op te voeden. Dat is wat het Forumtheater mensen duidelijk wil maken: dat ze niet alleen zijn, dat ze zich niet hoeven te schamen, dat ook andere mensen dit meemaken.”

Angst bij moeders

Zowel fABULEUS als Forumtheater Radicali­sering creëert een plek van empowerment, waar mensen hun stem kunnen laten horen. Alleen is de manier waarop dat gebeurt erg verschillend. Bij fABULEUS wordt artistiek werk ontwikkeld in professionele omstandigheden. De methodiek van Forumtheater Radicalisering is gestoeld op publieksparticipatie. Er worden een aantal scènes gespeeld die een situatie van onderdrukking tonen. Op een gegeven moment wordt de voorstelling stilgelegd en is het aan de toeschouwers om suggesties te doen voor een betere afloop. Soms lopen de discussies hoog op.

Aloui: “We hebben een discussion chaude gehad toen een dame uit het publiek vond dat je je als migrant aan het land van aankomst moet aanpassen, en andere toeschouwers daar heftig op reageerden. Uiteindelijk zijn de grootste tegenstanders het langst blijven doorpraten. Ze voelden duidelijk de nood om zich uit te spreken.”

Carl von Winckelmann: "Je ziet die jongeren denken: ‘Wie zijn die mensen op scène? Hoe gedragen die zich? Waarom doen die zo? Doe ik soms ook zo?’" Beeld Illias Teirlinck

Er zijn nog verhalen. Aloui vertelt van een vrouw die tijdens de voorstelling rond radicali­sering opstaat uit het publiek en zegt: “Wat jullie nu spelen herken ik, ik zie dat elke dag bij mijn kind.” Aloui: “Het is een angst die leeft bij veel moeders, maar bij deze moeder bleek ze terecht.”

De voorstelling vormde voor de moeder een déclic, hét bewijs dat haar intuïtie haar niet bedroog. Ze ging spreken met haar familie en er kon worden voorkomen dat de jongen vertrok. Aloui: “Je ziet het: theater kan een concrete impact hebben op de realiteit.”

Van dat soort directe impact kunnen professionele kunstenaars meestal alleen maar dromen. Sterker nog: de laatste jaren wordt hen door sommigen verweten ze zich afkeren van de realiteit, dat ze het contact ermee verloren zijn. Precies het soort polarisering waaraan de jonge regisseur Carl von Winckelmann, die bij fABULEUS zijn eerste producties maakt, zich ergert.

Von Winckelmann: “Het verwijt hangt samen met het verlangen van een samenleving naar snel resultaat. De waarde van wat je doet, wordt daarop afgerekend. Terwijl er jonge mensen zijn van wie het leven uiteindelijk een andere wending neemt door dans of theater. Niet alleen door in een voorstelling te spelen, maar ook door ze te zien.

“In mijn eigen producties merk ik hoe direct de communicatie kan zijn met een zaal vol jonge mensen, hoe krachtig de wisselwerking. Je ziet die jongeren denken: ‘Wie zijn die mensen op scène? Hoe gedragen die zich? Waarom doen die zo? Doe ik soms ook zo?’ Het is als een snaar die begint te trillen, dat is de essentie. Dat de waarde van zo’n reflectief proces niet wordt erkend, is een gebrek van de samenleving, niet van de kunst.”

Dirk De Lathauwer: "Wij hebben dubbel zo hard ­moeten bewijzen dat we professionele ­producties maken met jongeren." Beeld Illias Teirlinck

De Lathauwer: “Het feit dat wij hier samen ­zitten met de mensen van Forumtheater bewijst alleen maar dat die snaren in verschillende contexten kunnen beginnen te trillen. In het kunstenveld kan die context abstracter zijn, met meer afstand tot de toeschouwer, zonder de herkenbaarheid die zo essentieel is bij het Forumtheater. Feit is wel dat er vandaag meer aandacht is voor theatervormen die op een duidelijke manier dicht bij de samenleving staan.”

Winckelmann: “Klopt. Maar toen ik mijn Othello maakte, zag ik jongeren in de zaal opspringen toen Othello Desdemona sloeg – zo’n scène komt aan, ook al gaat het om een klassiek repertoirestuk, en niet direct om een voorstelling over een maatschappelijk ­probleem.”

Strijd om erkenning

De Ultima Podiumkunsten smaakt voor fABULEUS zoet, na een koppige strijd om ­erkenning. Het feit dat er met jongeren en jonge makers wordt gewerkt, hield het huis in de ­perceptie lang weg van het etiket ‘profes­sioneel’. De Lathauwer: “Wij hebben dubbel zo hard ­moeten bewijzen dat we professionele ­producties maken met jongeren – die uiteraard niet ‘profes­sioneel’ kunnen zijn als je een diploma als ­criterium neemt. Het gekke is dat dat nooit in vraag wordt gesteld bij films met kinderen in de cast, maar wel bij de podiumkunsten.”

Of het onderscheid niet samenvalt met de kwestie rond betaling, vraagt Khelifa zich af – amateurs worden immers verondersteld het ‘voor het ­plezier’ te doen. De Lathauwer lacht groen dat er in dat geval nogal wat profs zich ‘amateur’ ­kunnen noemen.

De Lathauwer: “Serieus: het hangt niet samen met diploma of verdienste, maar met de context waarin een voorstelling wordt gemaakt. Die context moet door het veld worden gezien als ‘professioneel’. Als Milo Rau bij CAMPO een voorstelling maakt met kinderen, twijfelt niemand daaraan.”

Bij het Forumtheater Radicalisering is er ­weinig ongemak rond het woord ‘amateur’.

Un amateur, c’est quelqu’un qui aime”, stipt Aloui fijntjes aan. En dat aimer, het plezier in het spelen zelf, is voor de dames cruciaal. Khelifa doet lachend voor hoe de vrouwen tijdens de voor­stelling de mannenrollen spelen: ze tekenen zich met een oogpotlood een karikaturale snor en een baardje. Khelifa: “Maar heb je al ooit een man met een foulard gezien?”

Toch is het voor haarzelf een hele strijd geweest om die liefde voor theater te mogen ­beleven. Khelifa: “Ik ben begonnen als jong meisje, tegen de wil van mijn familie in. Mijn ouders stelden me op een gegeven moment voor de keuze: zij of het theater. Dat was lastig. Ik hou van theater, maar ook van mijn moeder.” En nu? Khelifa knipoogt: “Nu ben ik 53, niemand hoeft me meer te berispen. Je veux le faire, et je le fais.”

Souhad Khelifa: "Ik ben begonnen als jong meisje, tegen de wil van mijn familie in. Mijn ouders stelden me op een gegeven moment voor de keuze: zij of het theater. Dat was lastig." Beeld Illias Teirlinck

Plezier mag niet verdwijnen

Intussen speelde Khelifa ook al in een profes­sionele productie van regisseur Ben Hamidou, maar ze koestert geen ambitie om door te groeien als prof. Ze geniet van de ontmoetingen met het publiek, het reizen naar andere steden, het opsnuiven van lucht naast die van Molenbeek. Forumtheater Radicalisering werd al uitgenodigd in Lille, in Amsterdam, in Parijs – al was er geen tijd om de Eiffeltoren te bezichtigen. Hét bewijs van professionaliteit, grapt De Lathauwer: “Je reist langs de mooiste steden, maar je bent zo intens bezig dat je er niets van ziet. Dat herken ik!”

Wat De Lathauwer en Winckelmann uit hun ontmoeting met Khelifa en Aloui meenemen, is vooral het idee van spelplezier. Winckelmann: “Soms zijn we in de kunstensector zo hard bezig met professioneel te zijn, dat het plezier dreigt te verdwijnen.”

Aan de kant van het Forumtheater Radica­lisering blijft het idee plakken rond de meer ­universele benadering van thema’s, los van de concrete realiteit. Aloui: “Ik vind het interessant dat een stuk als Othello, dat zo ver van ons staat, toch iets kan betekenen voor de spelers en het publiek vandaag.”

In de bekroning van beide organisaties ziet Aloui een teken dat het hokjesdenken tussen de verschillende beleidsdomeinen begint af te brokkelen. Aloui: “Het interessante is dat we ons allebei bewegen buiten onze strikte terreinen. Gewoonlijk zitten de kunsten in de kunsten­huizen, de sociale projecten in de gemeenschapscentra, onderwijs of vormingsorganisaties ­houden zich bezig met educatie – terwijl wij overal mee te maken hebben. De politici hebben dat niet graag, ze willen weten uit welk potje hun geld moet komen. (glimlacht) Maar in ­realiteit leven en bewegen mensen zich niet ­binnen één gebied, maar binnen al die gebieden tegelijk.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.