Zaterdag 21/09/2019

Boeken

Exclusieve voorpublicatie uit 'De moord op Commendatore' van Haruki Murakami

Haruki Murakami voor het huis van Hans Christian Andersen in Odense, Denemarken, oktober 2016. Beeld AFP

Twee jaar na zijn verhalenbundel Mannen zonder vrouw laat Haruki Murakami (1949) weer een roman op de wereld los. In De moord op Commendatore wordt een portretschilder geplaagd door liefdesperikelen en een painter’s block. In een afgelegen atelier hoopt hij zijn inspiratie terug te vinden. Lees hier het begin van hoofdstuk 1.

1. Als de buitenkant mat blijkt

an mei dat jaar tot het begin van het jaar daarop woonde ik op een berg dicht bij de toegang tot een smal dal. In de zomer regende het in het dal zelf onafgebroken, maar aan de buitenzijde was het overwegend zonnig. Dat kwam door de zuidwestenwind vanaf zee. De door die wind aangevoerde vochtige wolken dreven het dal in en bij het bestijgen van de bergflanken loosden ze hun regen. Het huis stond precies op die scheidingslijn, waardoor het menigmaal zonnig was aan de voorkant terwijl het in de achtertuin hevig regende. In het begin vond ik dat heel vreemd, maar al snel wende het en ging ik het normaal vinden.

De wolken hingen laag over de omringende bergen, in flarden. Als de wind blies, zweefden die slierten over de bergwand, als dolende zielen uit het verleden, op zoek naar verloren herinneringen. De regen, zo wit als fijne sneeuw, danste soms geluidloos in de wind. Dankzij die bijna constante wind kon ik ook zonder airco de zomer op een tamelijk aangename manier doorkomen.

Het huis was klein en oud, maar de tuin was heel groot. Eerst liet ik hem ongemoeid, waardoor het groene onkruid hoog tierde en een kattengezin er zijn vaste schuiloord van maakte. Maar toen de tuinman langskwam om het gras te maaien, verhuisden ze ergens anders naartoe. Waarschijnlijk voelden ze zich niet meer op hun gemak. De gestreepte poes zorgde voor drie kleintjes. Ze had een grimmig gezicht en was zo mager dat ze nauwelijks leek te kunnen overleven.

Het huis was op de top van de berg gebouwd en vanaf het op het zuidwesten gerichte terras kon je tussen de bomen van het gemengde bos door een glimp van de zee opvangen. Die zag er zo groot uit als een met water gevulde wasbak. Een piepklein stukje van de enorme Stille Oceaan. Volgens een vastgoedmakelaar die ik ken, zorgt gezicht op zee, ook al is het maar zo’n stukje, voor een aanzienlijk verschil in de grondprijs. Mij maakte het niet uit of ik de zee kon zien of niet. Uit de verte leek die flard zee gewoon een vale brok lood. Ik kon niet begrijpen waarom mensen zo graag de zee willen zien. Ik hield er meer van naar de bergen om me heen te kijken. Naargelang het seizoen en het weer veranderden de bergen aan de overkant van het dal op pittoreske wijze het uitzicht. Ik werd het nooit moe die dagelijkse afwisseling gade te slaan.

In die periode hadden mijn vrouw en ik ons huwelijksleven beëindigd en ook de officiële echtscheidingspapieren al getekend en bezegeld, maar door alles wat daarna gebeurde, gaven we ons huwelijk ten slotte toch nog een nieuwe kans.

Hoe dat precies in zijn werk ging, is niet eenvoudig te begrijpen, in welke zin ook, en zelfs voor mij, de direct betrokkene, is het verband tussen oorzaak en gevolg niet goed te vatten. Als ik het dan toch in een paar woorden moet omschrijven, kom ik uit bij een banale uitdrukking als: ‘We herenigden ons.’ Maar tussen die twee huwelijkslevens (zeg maar de vroegere en de latere fase) gaapte dus een wijde, diepe kloof van een goeie negen maanden, als een kanaal dat is uitgegraven in een steile landengte.

Een goeie negen maanden... Ik kan zelf niet echt beoordelen of dat een lange of een korte tijd is om uit elkaar te zijn. Achteraf beschouwd lijkt het bijna een eeuwigheid, en anderzijds lijkt het alsof het verrassend snel voorbijging. Mijn indruk wisselt van dag tot dag. Om de ware grootte duidelijk te maken van een object dat is weergegeven op een foto, zetten ze er vaak een pakje sigaretten of zo naast. Het pakje sigaretten dat naast de beelden in mijn geheugen staat, lijkt echter naargelang mijn stemming van het moment uit te zetten of te krimpen. Net zoals zaken en gebeurtenissen onophoudelijk veranderen binnen de contouren van mijn geheugen, verandert kennelijk ook de meetlat, die toch constant hoort te zijn, alsof hij er de strijd mee aanbindt.

Toch is het niet zo dat al mijn herinneringen op die manier lukraak van plaats veranderen en zomaar uitzetten of krimpen. In principe verliep mijn leven tot dan toe rustig en consistent, en ik functioneerde overwegend rationeel. Maar deze welbepaalde negen maanden kwam ik terecht in een chaotische situatie, die op geen enkele manier te verklaren valt. Die periode was in alle mogelijke betekenissen uitzonderlijk en ongewoon voor mij. Het was alsof ik tijdens een zwempartijtje midden in een kalme zee plotseling werd meegesleurd door een grote draaikolk, het onbekende in.

Waarschijnlijk komt het daardoor dat bij mijn terugblik op wat zich in dat tijdsbestek afspeelde (want ja, ik schrijf deze tekst terwijl ik graaf in mijn herinneringen aan een reeks gebeurtenissen van een paar jaar geleden) het gewicht, de afstand en het verband der dingen herhaaldelijk onvast en onzeker worden, en dat zodra ik er ook maar heel even mijn blik van afwend, de logische volgorde vliegensvlug verstoord raakt. Toch wil ik mijn uiterste best doen om binnen de grenzen van mijn mogelijkheden het verhaal systematisch en logisch uit de doeken te doen. Misschien zal het uiteindelijk een vergeefse poging blijken, maar ik wil me uit alle macht vastklampen aan de provisorische meetlat die ik wist te creëren. Zoals een machteloze zwemmer zich vastklampt aan een stuk hout dat toevallig komt langsdrijven.

Beeld rv

Het eerste wat ik deed nadat ik in dat huis mijn intrek had genomen, was een goedkope tweedehandsauto op de kop tikken. De auto waarmee ik tot dan toe had gereden, had even daarvoor finaal de geest gegeven en was op de schroothoop beland, zodat ik een andere moest aanschaffen. Als je in je eentje in een provinciestad woont, en boven op een berg op de koop toe, is een auto onontbeerlijk om je dagelijkse boodschappen te doen. Ik ging naar een tweedehands Toyota-dealer in een buitenwijk van Odawara en vond er voor een schappelijke prijs een Corolla combi. De verkoper zei dat de auto kobaltblauw was, maar de kleur was die van het gezicht van een uitgeteerde zieke. Hoewel hij maar zesendertigduizend kilometer op de teller had, was hij flink afgeprijsd, omdat hij in het verleden bij een ongeval was betrokken. Ik deed een testritje en er leken geen problemen te zijn met de remmen of de banden. Van de autosnelweg zou ik niet zo vaak gebruikmaken en dus voldeed hij.

Ik huurde het huis van Masahiko Amada. Ik had met hem op de kunstacademie gezeten. Hij was twee jaar ouder dan ik, maar was een van de weinige vrienden met wie het echt klikte, en ook nadat we de academie hadden verlaten, bleven we elkaar geregeld zien. Na zijn studie gaf hij de brui aan de schilderkunst en ging als grafisch ontwerper bij een reclamebureau aan de slag. Toen hij hoorde dat ik weg was bij mijn vrouw en voorlopig zonder onderkomen zat, stelde hij me voor als een soort huisbewaarder in het leegstaande huis van zijn vader te gaan wonen. Zijn vader was Tomohiko Amada, een vermaard kunstschilder in de traditioneel Japanse nihonga-stijl. Hij had een huis in de bergen aan de rand van Odawara, dat ook als zijn atelier diende, en na het overlijden van zijn vrouw had hij daar nog een tiental jaar rustig in zijn eentje gewoond. Maar recent was vastgesteld dat hij leed aan dementie in een vergevorderd stadium, zodat hij was opgenomen in een eersteklaszorginstelling in Izu Kogen en het huis sinds een paar maanden leegstond.

‘Het staat afgezonderd op de top van een berg, dus praktisch gelegen kun je het zeker niet noemen, maar dat het er rustig is, kan ik je voor honderd procent garanderen. Het is echt een ideale omgeving om te schilderen. Er is helemaal niets om je aandacht af te leiden,’ zei Amada.

De huurprijs was zo goed als symbolisch.

‘Als er niemand woont, raakt een huis toch maar in verval en moet je je ook zorgen maken over inbrekers en brand. Een vaste bewoner is dus een geruststelling voor me. Maar als het gratis is, zal jou dat ook niet lekker zitten, neem ik aan. De keerzijde is dat ik misschien op korte termijn de huur zal opzeggen, als de omstandigheden dat vragen.’

Daar had ik geen bezwaar tegen. Ik had hoe dan ook weinig spullen. Al mijn bezittingen kon ik in de achterbak van een kleine auto stoppen. Als hij me zei te verkassen, kon ik dat de volgende dag al doen.

Ik arriveerde in het huis aan het begin van de reeks vakantiedagen in mei. Het was een huis met een plat dak in westerse stijl, wat je een cottage zou noemen, klein en knus maar ruim genoeg voor één bewoner. Het bevond zich boven op een berg van bescheiden hoogte en was omgeven door een gemengd bos. Amada wist ook niet goed tot waar het grondgebied zich precies uitstrekte. In de tuin stond een grote pijnboom, die zijn dikke takken in alle richtingen uitspreidde. Hier en daar lagen stapstenen en naast een stenen lantaarn groeide een prachtige bananenboom.

Zoals Amada had gezegd, was het er zonder enige twijfel rustig. Maar dat er helemaal niets was om je aandacht af te leiden kon je, achteraf beschouwd, allerminst beweren.

Tijdens de stuk of acht maanden dat ik na de breuk met mijn vrouw aan de rand van dat dal woonde, had ik met twee vrouwen een seksuele relatie. Ze waren allebei getrouwd. De ene was jonger dan ik en de andere ouder. Allebei volgden ze teken- en schilderles bij me.

Ik greep mijn kans om hen aan te spreken en avances te maken (wat ik onder normale omstandigheden nooit zou doen; ik ben schuchter van aard en zulke zaken dan ook niet gewoon). Ze sloegen die avances niet af. Ik weet ook niet waarom, maar voor mij was het op dat moment heel eenvoudig hen in bed te krijgen en het leek me ook gerechtvaardigd. Dat ik iemand aan wie ik lesgaf seksueel verleidde, gaf me nauwelijks een schuldgevoel. Met hen een lichamelijke relatie aangaan, kwam me even normaal voor als op straat aan een toevallige voorbijganger vragen hoe laat het is.

Haruki Murakami, De moord op Commendatore. Deel 1: Idea verschijnt, 480 p., 29,99 euro. Verkrijgbaar vanaf 1 december. Deel 2 verschijnt op 12 januari.

Murakami Weekend, 13 en 14 januari 2018, op het cruiseschip SS Rotterdam, met onder anderen Peter Buwalda, Jules Deelder en Ellen Deckwitz. Alle info op murakami.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234