Zondag 05/12/2021

InterviewDe Vragen van Proust

Eva De Roo: ‘De liefde was voor mij altijd zo serieus. Net als seks. Als ik lichte spijt heb, is het dat ik op dat vlak niet gefladderd heb’

Eva De Roo: ‘Ik ben heel blij voor mezelf dat ik de liefde van mijn leven gevonden heb, omdat ik er dertig jaar naar gezocht heb. Het is mijn levenswerk.’ Beeld © Stefaan Temmerman
Eva De Roo: ‘Ik ben heel blij voor mezelf dat ik de liefde van mijn leven gevonden heb, omdat ik er dertig jaar naar gezocht heb. Het is mijn levenswerk.’Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vierentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: Studio Brussel-presentatrice Eva De Roo (33). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Veel jonger dan ik ben. Soms zeg ik: amai, die is oud, en dan blijk ik zelf even oud te zijn. Ik weet eigenlijk nooit zeker hoe oud ik ben. De laatste jaren, met corona ook, heb ik een paar verjaardagen overgeslagen. Ik ben dus 33. Nog maar sinds februari, dan mag je toch nog twijfelen over je leeftijd? (lacht)

“Ik vind leeftijd niet interessant. Ik ben graag in het moment. Ik denk dat sommigen zouden schrikken als ze zien hoe ik leef. Niet echt als een kotstudent, maar toch. Wanneer ben je volwassen? Ik weet dat echt niet. Anderen zullen in mijn ogen altijd volwassener lijken dan ikzelf, vrees ik.

“Ik ben niet graag al te serieus. En aan mijn gezag moet ik ook nog werken. (lacht) Onze keuken bijvoorbeeld zou ik je nu echt niet willen tonen, want gisteren heb ik ervoor gekozen om met ons kindje iets leuks te gaan doen in plaats van de boel op te ruimen. Op een bepaald moment zal ik het goede voorbeeld moeten geven. Maar wat is het goede voorbeeld, vraag ik mij dan af, want je moet toch ook plezier maken in het leven?

BIO • radiopresentatrice voor Studio Brussel • geboren op 4 februari 1988 in Reet • begon in het voorjaar van 2013 bij StuBru, bij het nachtprogramma The Wild Bunch • werd ook bekend als presen­tatrice van De warmste week • haalde in 2016 de finale van De slimste mens ter wereld • heeft samen met Black Box Revelation-zanger Jan Paternoster een zoontje (Lucca); is in verwachting van een tweede kind

“Eigenlijk ben ik een fladderaar. Ik fladder wat en zorg dat alles gedaan is wat moet, maar dat zal dan ook het hoogstnoodzakelijke zijn. Behalve op mijn werk. Je moet keuzes maken, vind ik. Ik snap niet hoe mensen alles geregeld krijgen, en dat is ook niet mijn ambitie. Ik zeg altijd: als je een kind hebt, moet het leren dat zijn moeder niet perfect is.” (lacht)

2. Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Empathie. Ik kan me heel erg in situaties inleven die ik zelf niet heb meegemaakt. Soms tot in het absurde. Zo kan ik niet naar spannende films kijken omdat ik daar achteraf te veel mee bezig ben.

“Met ‘De warmste week’ krijg ik een hele lading emoties over me heen. Hoe kun je dat aan, vragen mensen mij. Omdat ik heel positief ben ingesteld, denk ik, en ook heel snel vreugde kan oppikken. Ik probeer dan te focussen op mensen die staan te zwaaien in het publiek, maar het blijft natuurlijk soms lastig. En door moeder te worden, wordt het alleen maar erger.

“Maar ik ervaar dat niet als negatief. Ik vind het vooral interessant om me in anderen te verplaatsen omdat ik dan verhalen en gevoelens kan beleven die me helpen om de dingen anders te bekijken. Dat vind ik ook de rijkdom van mijn job.”

3. Wat is uw passie?

“Mensen. Soms denk ik dat ik ook wel graag in de zorg zou werken. Niet in de psychiatrie, dat is te heftig, maar oude mensen vind ik enorm fascinerend.

“Ik luister graag naar mensen. Vroeger kwam ik altijd met verhalen naar huis. ‘Jij kunt echt een steen doen praten’, zei mijn moeder. Daarom zit ik hier dus echt wel op mijn plek.”

4. Is het leven voor u een cadeau?

“Ja, echt wel. En ik ben ook opnieuw zwanger, maar omdat er deze zomer zo veel slecht nieuws is geweest, denk ik wel: in welke wereld gaan onze twee kindjes terechtkomen? Ik heb het dan vooral over het grote klimaatverhaal waar over ik me ernstige zorgen maak, zo erg dat ik het moet uitzetten om te kunnen functioneren. Want ik hoop natuurlijk dat onze kinderen ook gaan kunnen opgroeien met het idee dat het leven een cadeau is. Vanuit mezelf zal ik er alles aan doen om er het beste van te maken. Ik denk dat daar veel kracht in schuilt, in de wil om er zelf een mooi cadeau van te maken. Maar ik voel wel dat dat ineens niet meer zo voor de hand liggend is.

“Ik weet dat ik op mijn vijfentwintigste dacht: misschien is het geen goed idee om nog kinderen op de wereld te zetten. Maar nu zie ik dat anders: nu ga ik er van uit dat die kinderen aan de goede zaak zullen bijdragen en aan de omwenteling die er hopelijk snel komt. Ik geloof wel dat we er uit zullen raken, maar het zal nog een heftige weg zijn als je ziet hoeveel mensen niet constructief willen nadenken en hopen dat alles bij het oude blijft.”

5. Wat vond u de moeilijkste periode in uw leven?

“Ik heb op zich nog geen erge momenten meegemaakt. Vandaar dat ik zeg dat het leven voor mij een cadeau is. Als kind hoopte ik dat de tijd nooit zou voorbijgaan. Ik weet nog dat ik naar een musical ging en vanaf het puntje van mijn stoel tegen mijn mama zei: ‘Dit mag nooit stoppen.’ Al leer je dan wel dat er nog momenten komen waarop je dat gevoel zult hebben. Zo heb ik geleerd om vertrouwen te hebben in de toekomst.”

6. Welke kleine alledaagse dingen kunnen u blij maken?

“Echt veel dingen, op het idiote af. Mijn papa is ook zo’n megaoptimist. Bijvoorbeeld: als het een mottige grijze dag is, zeggen: ‘Komaan, we gaan naar buiten, het regent niet!’ Of zeggen: ‘Dat is perfect!’, terwijl het eigenlijk om iets heel banaals gaat. Als iemand mij daarop wijst moet ik er altijd om lachen.

“Ik vind het vooral leuk als de dag niet verloopt zoals gepland. Onverwachts gaan eten, iemand tegenkomen, wat babbelen, een nummer horen dat je terugwerpt in de tijd.

'Soms denk ik dat ik ook wel graag in de zorg zou werken. Niet in de psychiatrie, dat is te heftig, maar oude mensen vind ik enorm fascinerend.' Beeld © Stefaan Temmerman
'Soms denk ik dat ik ook wel graag in de zorg zou werken. Niet in de psychiatrie, dat is te heftig, maar oude mensen vind ik enorm fascinerend.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Ik kan ook genieten van alleen te fietsen. Even een gevoel van vrijheid. Even tussen thuis en werk, waarbij niemand weet waar je bent.”

7. Wat biedt u troost?

“Woorden. Fysieke warmte. Het gevoel dat iemand me begrijpt of tenminste probeert te begrijpen.

“Muziek ook. Zo heb ik eens een hele avond naar ABBA geluisterd nadat het uit was met een lief. Toen ben ik letterlijk van heel diep naar wow gegaan! (lacht) Ik heb ook een playlist voor onder de douche of voor als ik me klaarmaak voor een feestje, met echt slechte muziek, gewoon ordinaire dansnummers. Die heb ik opgezet tijdens de bevalling, om de pijn niet te voelen. Ik heb die bredere horizon altijd nodig. Gewoon aan iets positiefs denken. Ik denk dat het een verdedigingsmechanisme is, dat ik van mijn vader heb geërfd.”

8. Wat is uw zwakte?

“Als alle optimisme wegvalt, weet ik het niet meer. Als luisteraars mij superheftige deprimerende berichten sturen, probeer ik in hun kop te kruipen en daar wil ik echt niet zijn. Ik vind dat bijzonder vermoeiend. Ik kan niet tegen mensen met een pessimistische levenshouding, die totaal niet constructief zijn. Ik weet op heel veel dingen geen antwoord, maar heb toch liefst het gevoel dat we samen naar een oplossing kunnen zoeken of er simpelweg over kunnen praten.”

9. Waar hebt u spijt van?

“Ik heb nergens spijt van. (lacht) Ik zou spijt hebben mocht ik iemand gekwetst hebben, maar ik hoop dat ik dat nog niet gedaan heb. Ik probeer ook niet al te veel achterom te kijken.”

10. Wat is uw grootste angst?

“Mensen verliezen. En ook gek worden, dat heeft waarschijnlijk met mijn oma te maken. Zij wist op den duur niet meer waar zij was. Vaak belde ze om te zeggen dat haar ouders net overleden waren. Telkens opnieuw voelde ze die pijn van het moment dat ze hen verloor. Telkens opnieuw beleefde ze dat. Dat vind ik zo vreselijk, dat je hoofd daartoe in staat is. Blijkbaar is dat typisch voor dementie, dat de heftige momenten uit je leven overblijven in je herinneringen, net als de heftige gevoelens die ermee gepaard gingen.”

11. Hoe was uw kindertijd?

“Zorgeloos. Ik ben opgegroeid in Reet, een dorpje met veel jongeren, waar ik een fijne jeugd heb gehad. Ik kreeg veel vertrouwen van de mensen rond mij. Zowel op school als op de muziekschool als thuis.

“Mijn jongste broer heeft een beperking. Dat heeft ons gezin alleen maar verrijkt en voor veel fijne uitdagingen gesteld. Het heeft me ook veel bijgeleerd over hoe met mensen om te gaan. Ik heb daardoor een grote interesse in anderen ontwikkeld. Ook in mensen die anders zijn, liever zelfs mensen die durven te zijn wie ze zijn dan mensen die pretenderen iemand anders te zijn. Ik kan daar nogal snel doorheen kijken.

“Bij ons thuis was het nooit van: o, onze broer heeft een beperking, nee, het was van: kijk eens wat hij allemaal kan. Waardoor mijn broer een van de ondernemendste mensen ooit is. Hij is een fikser tot en met.

“Ik herinner me nog een verjaardagsfeestje waarop hij zes vriendjes mocht uitnodigen. Een uur voor het begon belde een gast van een wijk verder dat zijn vader een dj-booth kwam brengen. Mijn broer fikst zijn eigen geluk. Mocht iedereen zo veel ondernemingszin hebben, het zou er nogal hard tegenaan gaan. (lacht) Ik bewonder hem daar enorm voor. Hij is altijd met van alles bezig, altijd met dezelfde onbevangenheid.”

12. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Toen de eerste festivals begonnen en ik er niet bij was omdat we geen oppas hadden terwijl mijn lief (Jan Paternoster, frontman van Black Box Revelation, red.) twee keer moest optreden. Ik was thuis bij ons kindje en heb dan maar filmpjes van dansende mensen gekeken. Toen had ik even een fomo-moment. Ik had dat nog nooit gehad door corona, maar wist ook wel dat het nog ging komen en dat ik een evenwicht zou moeten leren te vinden tussen mijn eigen plezier en zorgen voor ons kindje. Dan heb ik eens goed geweend: (snikkend) ik ben supersaai geworden! Zo’n moment dat waarschijnlijk wel herkenbaar is voor veel mensen.”

13. Hebt u soms last van heimwee?

“Nee, het is lang geleden dat ik dat nog heb gehad. Ik ben snel thuis op verschillende plekken, en ik vind soms ook rust in het niet thuis zijn. Heimwee zal ik pas hebben als ik me alleen voel.”

14. Bent u ooit door het lint gegaan?

“Ik ben nog niet echt door het lint gegaan. Als er iets zou gebeuren met mensen die dicht bij me staan, dan zou dat kunnen gebeuren. Als iemand mijn jongste broer zou pesten, bijvoorbeeld. Zo zat hij als kind ooit eens te roken in de tuin. ‘Ik moet dat doen van de jongens in de wijk’, zei hij. En ik: ‘Meen je dat?’, waarop ik naar de wijk ben gestormd om die gasten te gaan zoeken. Om midden op het plein te beseffen: hij heeft me beetgenomen.” (lacht)

15. Wat is uw vroegste herinnering?

“Ik zit in het tweede kleuterklasje en juf Maria, een keistrenge juf met lange rode nagels en ros haar, sleurt me bij mijn kraag naar de deur omdat ik iets fout heb gedaan. Dat beeld is blijven hangen.”

16. Wat hing er aan de muur van uw tienerkamer?

“Posters van Hanson. Ik was een megafan. Ze hadden maar drie cd’s en ik kende ze helemaal vanbuiten. Elke nacht droomde ik van hen. Toen we naar Amerika op vakantie gingen, was ik er ook heilig van overtuigd dat ik ze zou tegenkomen.

'De liefde was voor mij altijd zo serieus. Net als seks. Als ik lichte spijt heb, is het dat ik op dat vlak niet gefladderd heb.' Beeld © Stefaan Temmerman
'De liefde was voor mij altijd zo serieus. Net als seks. Als ik lichte spijt heb, is het dat ik op dat vlak niet gefladderd heb.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Overal ging ik op zoek naar een glimp van de Hansons. Het internet bestond nog niet, dus kocht ik de Joepie in de hoop dat ze erin stonden. Tot Taylor opeens samen bleek te zijn met de dochter van Ozzy Osbourne, die tijdens een liveconcert een vleermuis de kop had afgebeten. Toen dacht ik: komaan, Taylor Hanson, dat kan toch niet dat je voor zo iemand kiest? Ik zit hier in België op jou te wachten.” (lacht)

17. Hoe zou u liefde definiëren?

“Ik ben een supergrote liefdesfan. (lacht) Mijn leven draait rond liefde. Ik weet niet waar dat vandaan komt, maar sinds mijn vijfde was ik al op zoek naar mijn prins. Ik wist dat ik er veel tijd en energie in zou moeten steken om hem te vinden. Nu heb ik hem dus gevonden. En ik merk dat veel mensen er troost uit putten als ik vertel dat echte liefde bestaat. Dat je geen compromissen hoeft te sluiten, dat alles voluit ja kan zijn. Ik ben heel blij voor mezelf dat ik de liefde van mijn leven gevonden heb, omdat ik er dertig jaar naar gezocht heb. Het is mijn levenswerk. (lacht)

“Ik ging ook alleen maar met iemand als ik dacht: dit kan mijn prins zijn. Als ik lichte spijt heb, is het dat ik op dat vlak niet gefladderd heb. De liefde was voor mij altijd zo serieus. Net als seks. Ik wilde alleen seks met iemand op wie ik echt verliefd was. Toen mensen mij tijdens die zoektocht zeiden: ‘Dat gaat voorbij hè, verliefdheid’, wilde ik dat niet geloven. Ik wil het nog altijd niet geloven. Ik wil niet dat het maar af en toe eens ‘joepie’ is, en voor de rest doodgewoon, niet warm, niet koud. Ik wil op dat gebied geen toegevingen doen, ik wil echt een full-blown liefde.

“Daarom ben ik zo dankbaar dat ik van thuis uit heb meegekregen wat gezonde liefde betekent. Het gaat niet alleen over hoe graag je iemand ziet, maar ook over hoe graag de ander jou ziet. Ik heb ook geleerd hoe die prins moet zijn. Iemand die je trots maakt op jezelf en die je in jezelf doet geloven.

“Rond mijn dertigste heb ik hem leren kennen. Op het juiste moment, want ik heb toch wel wat tijd nodig gehad om te beseffen dat het niet vanzelfsprekend is, dat er niet nog zo twee prinsen rondlopen. En het fijne is natuurlijk dat het wederzijds is, dat we elkaar in dat liefdesverhaal hebben gevonden. En blijkbaar werkt dat zo aanstekelijk dat mensen op ons trouwfeest zeiden: ‘Ik ben precies zelf verliefd.’ (lacht)

“Ik besef dat de liefde me veel kracht geeft. Het gevoel dat je met twee alles aankunt. Dat maakt van mijn leven een cadeau.”

18. Wat vindt u erotisch?

“Zweet vind ik erotiserend. Mensen die opgaan in dans en muziek. Dat heb ik de voorbije twee jaar wel gemist. Zo’n avondje uit wekt seksuele gevoelens op. Je voelt jezelf aantrekkelijk en ziet dan ook de aantrekkelijkheid van anderen. Als je hele dagen op een grijs kantoor met oude mannen zit, kun je niet anders dan in slaap vallen. (lacht)

“Na corona mag er weer wat meer erotiek zijn. Ik heb meer pampers ververst dan ik muilende mensen heb gezien. (lacht) Mijn single vriendinnen, ocharme.”

19. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Goed. Ik moet nu wel zeggen dat het anders voelt omdat ik zwanger ben, maar ik ben altijd heel tevreden geweest met mijn lichaam. Omdat ik een sterk lijf heb. Omdat ik goed besef dat niemand een perfect lichaam heeft. Ik probeer nooit te veel met anderen te vergelijken. Als iemand mooiere vollere borsten heeft, denk ik: maar ik heb een megagoede kont. (lacht) Die hele body positivity vind ik bijzonder waardevol. Ik vind het goed dat je niet zomaar meer kunt roepen: ‘Hé, gij met uw dik gat’, dat mensen daarop reageren. Op dat gebied is er wel een mooie strijd geleverd.

“Ik voel graag mijn lijf, daarom sport ik ook zo graag, omdat ik zo graag zweet. Ik heb heel lang gebasketbald op hoog niveau. Drie keer per week trainen plus een match. Ik was dus heel sportief, en nu doe ik niets meer. Ik ben echt vergeten hoe het voelt om niet na te denken en volledig in je lichaam op te gaan. Soms vraag ik me af: zo staan dansen, ga ik dat nog kunnen?” (lacht)

20. Wat is de bijzonderste plek waar u ooit de liefde bedreven hebt?

“Op een rots op Ibiza. Terwijl je denkt dat niemand je kan zien en er ineens een zeilbootje voorbijvaart. (lacht) Ik heb eens gelezen dat mensen op reis veel makkelijker seks in het openbaar hebben. Alsof het dan veel minder uitmaakt. Ik heb al seks gehad onder een waterval, op een berg, in een bamboeveld. Op reis denk je: hier passeert niemand, wat natuurlijk niet zo is. Ik ben wel heel dankbaar dat niemand mij ooit betrapt heeft. ‘De torenpoepster van Aalst’, dat wil je echt niet meemaken.

‘Zweet vind ik erotiserend. Mensen die opgaan in dans en muziek. Dat heb ik de voorbije twee jaar wel gemist.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Zweet vind ik erotiserend. Mensen die opgaan in dans en muziek. Dat heb ik de voorbije twee jaar wel gemist.’Beeld © Stefaan Temmerman

“Achteraf denk ik soms wel: dit was misschien een stap te ver, maar het is niet zo dat ik daarop kick. Er gaat bij mij geen voyeurisme mee gepaard. We hebben eens gevreeën in een tent en toen we buiten kwamen kregen we applaus. Nu, ik vond dat niet gênant. Seks is gewoon... een noodzaak.” (lacht)

21. Welk boek heeft voor u een bijzondere betekenis?

“Moeilijke vraag. Bij mij gaat dat in levensfases. Turks fruit (van Jan Wolkers, red.) heeft voor mijn erotische bevrijding gezorgd. Een boek waar ik een paar jaar mee gedweept heb. Harry Mulisch, De ontdekking van de hemel, is ook inspirerend geweest. Over hoe alles kan veranderen in het leven, de intensiteit van de liefde en de zoektocht naar vrijheid.

“Ik heb wel duizend boeken in mijn kast, maar zelf heb ik nog nooit een boek gekocht. Eigenlijk zou ik ze eens allemaal moeten teruggeven aan mijn ouders.” (lacht)

22. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Ik ben niet gedoopt en ben niet katholiek. Ik geloof niet. Maar ik ben tijdens een reis in Bolivië eens op een nachtbus verzeild geraakt waarvan iedere moeder zou zeggen: ‘Ik heb liever dat je daar niet opstapt.’ Een kapotte ruit, banken weg, kakelende kippen, huilende kinderen en een afbeelding van Jezus. We hadden geen keuze, want het was tien uur ’s avonds.

“Dus met de instelling van: we zullen dit wel overleven zeker, reden we daar door een immense zoutvlakte, woestijnachtig gebied. Onze handen in het lot van die chauffeur die de hele nacht alleen zou rijden. Ik weet nog dat ik naar buiten keek en dacht: als ik nu sterf, is het oké. Ik voelde mij helemaal één worden met mezelf. Net alsof ik de wereld begreep. Toen dacht ik: wat er ook gebeurt, het is goed. Een gevoel van totale overgave.”

23. Hoe zou u willen sterven?

“Wanneer ik oud ben, moe en blij dat ik het allemaal heb mogen meemaken. Ik denk wel dat doodgaan spannend is, dus liefst in het gezelschap van mijn man die zegt: ‘Doe maar gewoon je ogen dicht en adem rustig’, terwijl hij vertelt over vroeger. Zodat ik gewoon kan gaan, in een veilige context.”

24. Wat zou u wensen als laatste avondmaal?

“O, een heel menu. Na vier gangen heb ik het normaal gezien gehad, dus in het ideale scenario blijf ik honger hebben. Ik zou dat superlang rekken, met nog een digestief op het einde. Burrito’s met avocado, pasta met zuiderse tomatensaus, een lekkere vis, pannenkoeken, chips en veel alcohol. En zeker ook een cocktail met een rauw ei, een tequila sour. Vooral wil ik bepaalde gasten bij mij aan tafel. Ik kijk er al naar uit.” (lacht)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234