Dinsdag 15/06/2021

Eurosonic in Groningen legt de klemtoon op Ierland

Foto: Alex Vanhee Beeld UNKNOWN
Foto: Alex VanheeBeeld UNKNOWN

De voorbije zesentwintig jaar is Eurosonic in Groningen uitgegroeid tot het belangrijkste showcasefestival van Europa. Ook dit jaar troepte de hele muziekindustrie vier dagen samen in Friesland voor meer dan tweehonderd optredens van veelal jonge, veelbelovende bands die hier de eerste stap naar een internationale doorbraak hopen te zetten. Dit jaar werd de Ierse muziekscene extra in de schijnwerpers gezet, maar ook van elders in Europa kwam talent aangewaaid. We haalden er de tien beste uit.

Clock Opera
Nooit meegemaakt: een band waar je geen enkel nummer van kent, en tot vijf minuten voor het optreden niet eens het bestaan van had vermoed, en die pas over drie maanden een eerste plaat uitbrengt, maar je vervolgens met een briljante set wél compleet uit je lood slaat. Verantwoordelijk hiervoor was Clock Opera, een jong viertal uit Londen dat het midden hield tussen Roxy Music, Hot Chip en The Associates. Zanger Guy Connelly stond te trillen als een vibrator, maar gooide zich in de diepte als een kunstduiker van een klif. De band speelde aan een verpletterend tempo de ene potentiële Studio Brussel-hit na de andere. 'Once And For All' -de binnenkort te verschijnen single- was er pal op, en ook de andere nummers - 'Eleventh Hour', 'The Lost Boys' - koppelden bruisende indierock aan klaterende electronica, energieke new wave en melodieuze pop. Zelden zo overtuigd geweest dat een plaat onze eindejaarslijst zal halen zonder er al één noot van gehoord te hebben, maar het debuut van Clock Opera wordt er één om naar uit te kijken. En de eerste passage op Belgische bodem nog meer.

James Vincent McMorrow

Begin 2009 verhuisde James Vincent McMorrow in zijn eentje naar een strandhuis aan de Ierse kust, waar hij naast één microfoon en wat opnameapparatuur weinig middelen had om te doen waar hij voor gekomen was: liedjes maken. Waar die over zouden gaan wist hij niet, maar na vijf maanden had de jonge Ier al de liedjes klaar die uiteindelijk Early In The Morning zouden halen, zijn adembenemende debuutplaat. In Ierland is hij inmiddels tot een fenomeen uitgegroeid, en in Groningen begreep je meteen waarom. Omringd door een uitstekende, vijfkoppige band zong hij vereenzaamde, droefgeestige liedjes die werden ingekleurd met mandoline, banjo, piano en percussie. Er waren - ook al door McMorrow's hoge kopstem - parallelen met Bon Iver, maar het songmateriaal was te verbluffend om hem als een epigoon af te schilderen. Hij leek -de blik op oneindig- zichzelf in een trance te zingen, wist zowel te overtuigen in de verstilde passages als wanneer -zoals tijdens 'Follow You Down To The Red Oak Tree'- de band even voluit ging. Het spelplezier droop eraf. En het publiek dwong -zeer tegen de traditie van Eurosonic in- zelfs een bisnummer af. Zijn cover van Chris Isaak's 'Wicked Game' klonk -geen geringe verdienste- nog hartverscheurender dan het origineel. Een optreden dat van voor tot achter in ons geheugen staat gegrift.

Lisa Hannigan
Lisa Hannigan tourde zeven jaar als zangeres met Damien Rice en speelt ook een prominente rol op diens klassieke debuut O, maar sinds 2007 werkt ze voor eigen rekening. In Ierland -waar ze vandaan komt- werd haar debuut een heus fenomeen, en binnenkort verschijnt haar uitstekende tweede cd Passenger ook bij ons. Live opteert ze voor een geluid waar je zowel country, folk als gospel in hoort doorschemeren, en haar zes begeleiders kleurden de songs prachtig in met viool, banjo, trompet en piano. Zo ontstond er een geluid dat je nog het beste kon omschrijven als het vrouwelijke equivalent van Beirut, waar de Balkaninvloeden werden ingewisseld tegen een meer Keltisch geluid. Hannigan zelf - die zich excuseerde omdat de eerste rijen even een glimp van haar bh konden opvangen- zong met het hart op de tong, en tegen die warme, lichtjes hese stem was geen kruid opgewassen. Soms kwetsbaar en fragiel, dan weer uitbundig en extrovert, maar altijd schemerde er een puurheid door in de muziek waar je meteen smoorverliefd op werd.

Wallis Bird

Ze is zo klein dat ze zonder zich te bukken door een sleutelgat kan kijken, maar wie Wallis Bird live heeft gezien zal dat niet licht vergeten. De Ierse zangeres versmelt folk, blues en funk met de energie van een punkband, en staat met het soort vechtlust op het podium waar je onmogelijk onverschillig bij kan blijven. Als u nu aan Ani Difranco moet denken zal niemand u tegenspreken, ook al omdat Bird -haar nieuwe cd verschijnt in maart- het hart op de tong draagt, en complexloos over haar meest persoonlijke emoties schrijft, zonder er haar gevoel voor humor en zelfrelativering bij in te schieten. Op de koop toe werd ze in de rug gedekt door een ritmesectie waar geen speld tussen viel te krijgen, én had ze nog een vierde man op gitaar en kinderspeelgoed mee. Ze sprong rond als een bezetene, zong op de toppen van haar tegen en ramde intussen af en toe een snaar. Wallis Bird had meer ballen aan haar lijf dan de meeste mannen. Eentje om in de gaten te houden, kortom.

Emmett Tinley
Met amper vier cd's op vijfentwintig jaar kan je Emmett Tinley niet meteen een streber noemen, maar de quality control die hij erop nahoudt zorgt ervoor dat zijn platen keer op keer de perfectie benaderen. Hij koppelt de melancholie van The Blue Nile aan het soort songs dat Radiohead schreef voor de groep popmuziek een lelijk woord ging vinden. Ook live maakte Tinley een bezielde indruk. Omgeven door een vierkoppige band vulde hij de hem toegemeten drie kwartier met songs die vertelden over de weemoed van het alledaagse leven. 'Wherever You Are' en 'Takes A Long Time To Heal' -verstilde getuigenissen van stukgelopen liefdes en uit het oog verloren dierbaren- genereerden moeiteloos een krop in de keel, en die krachtige, androgyne stem van hem zorgde ervoor dat je aandacht geen moment verslapte. Het nieuwe 'Marvelous Day' klonk even pakkend als tijdloos, en ook wanneer hij teruggreep naar ouder werk -'Polichinelle' van zijn vorige band The Prayer Boat- kon je er met je hoofd niet bij dat Emmett Tinley niet door een groter publiek in de armen wordt gesloten. Hoog tijd dat daar verandering in komt.

Niki & The Dove
Weinig landen waar zoveel perfect geconstrueerde popmuziek wordt gemaakt dan Zweden, en ook de passage van Niki & The Dove onderstreepte dat de gave om een catchy popsong te bedenken er kennelijk via het leidingwater wordt meegegeven. Zangeres Malin Dahlström & electronicawizzard Gustaf Karlöf vormen de creatieve tandem van dit gezelschap, dat live werd aangevuld met twee percussionisten en een zangeres wiens gezicht -net als dat van Dahlström zelf- beschilderd was met alles wat ze nog in hun verfpotjes hadden zitten. Een klok van een stem had ze wel, en op muzikaal vlak situeerde de band zich in de deelverzameling van The Knife, Robyn en -doordat de nadruk bij momenten heel erg op tribale ritmes lag- Lykke Li. Qua presentatie was er nog wat werk aan - de choreografie haalde het niet op de gemiddelde bonte avond- maar qua sound, songs en stem is Niki & The Dove klaar om de vleugels ook buiten de landsgrenzen uit te strekken.

Hauschka
De Duitse Hauschka is een klassieke pianist, maar geen conventionele. Hij speelt -zoals hij dat zelf noemt- 'prepared piano' en wie hem live aan het werk heeft gezien weet dat dat niet gelogen is. Hij bedenkt sfeervolle, vaak wat minimalistische composities die het midden houden tussen Erik Satie, John Cage en de Koyaanisqatsi-soundtrack van Philip Glass, maar bewerkt het traditionele geluid door potloden tussen de snaren van zijn glimmende vleugelpiano te steken, of er een hele sportzak pingpongballetjes over uit te kieperen, die dan op en neer veerden telkens Hauschka een andere toets aansloeg. Zo werd wat op papier een saaie bedoening kan zijn - sombere man speelt piano onder spaarzame podiumverlichting, mompelt dankuwel en gaat af- een amusant, avontuurlijk driekwartiertje dat even verrassend als intrigerend was. Het beste bewijs dat je ook bij iets dat al zo vaak gedaan is nog steeds originele invalshoeken kan bedenken.

You Say France & I Whistle

De groepsnaam geeft al aan dat dit Zweedse vijftal met een gezonde dosis zelfrelativering in het leven staat, en ook live stond You Say France & I Whistle met een aanstekelijke joie de vivre op het podium. De band had een winkeltje opengedaan waar vooral sprankelende popliedjes in de etalage lagen die het midden hielden tussen Vampire Weekend, The B-52's en Alphabeat. Het podium werd opgesmukt met pluche knuffeldieren, en ook in de nummers zelf - waar twee zangers en een zangeres frivool tegen elkaar opzongen- zat een speelsheid die je prompt goedgeluimd maakte. Op de koop toe koppelden ze die complexloze vrolijkheid aan spitsvondige teksten, getuige een refrein als 'We Got Second Thoughts About Thinking Twice Tonight' waar je -inderdaad- twee keer over na moest denken. Tel daarbij een kruisbestuiving tussen hoekige gitaarriffs, minimalistische Casio-keybards en springerige ritmes en je kwam uit met een set die bruisde als een vers glas Spa Rood. Geen wonder dat de zaal in Groningen binnen de kortste keren op stelten stond.

Vondelpark
Een Brits trio dat zichzelf noemt naar het beroemdste park van Amsterdam prikkelde uiteraard de nieuwsgierigheid van het Nederlandse publiek, en het was dan ook drummen om binnen te raken in het bovenste zaaltje van Simplon, waar deze band geprogrammeerd stond. In de spaarzame recensies die in de UK al verschenen waren hadden ze het over 'Sade geremixt door The XX', maar dat was onzin. Op het podium zag je weinig meer dan donkere silhouetten en werd de aandacht getrokken door een groot videoscherm waarop beelden van bewolkte hemels werden geprojecteerd. Die visuals pasten niettemin perfect bij de donkere dubstep waar de band mee uitpakte. De gedachte aan James Blake en Burial was nooit ver weg, en de raspende electronica stak mooi af tegen de wat zweverige, breed uitwaaiende gitaren. Tel daar nog dwingende beats bij en je wist meteen dat Vondelpark een naam was die de volgende maanden nog vaker over de tong zou gaan.

Lianne La Havas
In de UK worden de superlatieven niet gespaard voor Lianne La Havas, een zwarte zangeres met een kristalheldere stem die sinds haar passage op Jools Holland een mooie toekomst wordt voorspeld. Veel volk dus voor het podium, maar La Havas slaagde er voorlopig niet écht in om te overtuigen. Het klonk allemaal niet kwaad, en haar gitaarspel was sober en jazzy, maar voorlopig was haar songmateriaal nog wat te doordeweeks om echt van een revelatie te spreken. Ze zag er in haar bonbonjurk als een snoepje uit, maar het deed het allemaal zo braaf aan dat in vergelijking zelfs Corinne Bailey Rae en Dido ruige punkrock maakten. Ook de wat knuddige aankondigingen -'het volgende liedje heet...' haalden de vaart uit de set, en pas in de staart van het concert hoorde je met 'Lost & Found' een nummer dat aangaf dat Lianne La Havas toch wat in haar mars had. Alleen: er was nog werk aan deze ruwe diamant.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234