Dinsdag 23/04/2019

Eric Goens

Eric Goens: ‘Deze job is de beste van twee werelden. Ik kan de baas spelen en tegelijk tv blijven maken’

Beeld Thomas Sweertvaegher

De tv-kijker kan dezer dagen niet om Eric Goens (49) heen. In anderhalf jaar tijd zal hij met zijn productiehuis Het Nieuwshuis tien programma’s gemaakt hebben. Goens is overal, maar voor hetzelfde geld was het anders gelopen: ‘Ik wilde per se voor de televisie werken, maar ik had op mijn 20ste nog altijd een rare, frêle piepstem.’

Maar nu gaat het goed met u?

“Beter dan ooit. Het zijn nu wel gestoorde dagen, door de vele programma’s zitten we met een flessenhals. Er is ook iets fout gelopen met Trafiek Axel, waardoor ik zelf in de montagecel moest kruipen om opnieuw te beginnen. Dat is heftig, omdat het boven op de rest komt. Ik ben ook bezig met het interviewprogramma Kantine voor betaalzender Play Sports naar aanleiding van de play-offs. Ik had Met de voeten vooruit gesuggereerd als titel, maar dat vonden ze te agressief (lacht). Vanavond schrijf ik een voice-over voor Trafiek Axel, morgen lees ik een aflevering van Bargoens in. En tussendoor bereid ik het nieuwe seizoen van Het huis voor. Nee, over de nieuwe locatie kan ik nog niets zeggen, maar we komen wel terug naar België.”

Druk, druk, druk.

“Dat zeg ik nooit, maar ik ben tevreden. Als ik zeg dat we vier jaar geleden met twee man zonder paardenkop een productietuinhuis waren, ben ik niet aan het koketteren. Regisseur Zeger Van der Donckt en ik hebben het eerste seizoen van Kroost aan een keukentafel bedacht én gemonteerd. Met een studentenlicentie voor onze montagesoftware, op naam van mijn neefje (lacht). We zijn nu goede klanten van Avid, ik hoop dat ze het mij vergeven, maar we wáren toen ook aan het leren. En we waren kanonnenvlees: Kroost stond tegenover Wauters vs. Waes geprogrammeerd. De eerste aflevering haalde 180.000 kijkers. Dan loop je niet jubelend door de gangen. Vier jaar later leid ik een gezond productiehuis waar twintig mensen werken.”

Speel je graag baas?

“Ja, omdat ik nog altijd met anderhalve voet op het terrein sta. Ik heb mezelf beloofd dat ik me nooit meer zal begraven in een vergadercultuur, zoals in mijn VTM-periode: deelnemen aan een vergadering waar wordt vergaderd over de vorige vergadering. Na 9/11 heb ik op Zaventem urenlang ingepraat op de leiding van SN Brussels, we wilden onze mensen het koste wat het kost in New York krijgen. Toen ik ze eindelijk had overtuigd, zeiden ze: ‘Het is al goed, kom maar mee.’ Mijn hart bloedde toen ik moest zeggen: ‘Het is niet voor mij, maar voor mijn collega.’”

Hoe bewaar je het overzicht als je tegelijk manager en maker bent?

“Eindredacteur Karel Lattrez zegt vaak: ‘Ik snap niet dat je hoofd niet ontploft.’ Ik werk hard, maar ik tel mijn uren niet en ik kan ongelooflijk efficiënt lui zijn: in tien minuten ben ik ontspannen. Ik vind het erger wanneer ik niets omhanden heb. Ik ben tweehonderd dagen per jaar op stap met een cameraploeg. Als ik niet aan het draaien ben en thuis naar het toilet ga, grabbel ik vanzelf naar mijn microfoontje – je wilt niet dat de klankman meegeniet – dat er dan natuurlijk niet is (lacht).”

Hoe heb je Het Nieuwshuis in vier jaar uitgebouwd tot een sterke speler?

“Door te focussen: de missie zit vervat in de bedrijfsnaam. Maar ik kan ons ook negatief definiëren: wij maken géén entertainment, géén quizzen en géén fictie.”

Je hebt het ook al factual tv genoemd.

“Omdat ik het geen reality wil noemen. Televisie heeft vandaag drie assen: fun, fictie en factual tv. Tien jaar geleden dacht ik dat factual tv een niche was, maar ik stel vast dat het vandaag de identiteit van de zenders bepaalt. Het is moeilijk geworden om een zender een smoel te geven met fictie. Je ziet overal hetzelfde kransje topacteurs opduiken. Sport: idem, want wie weet nog welke zender welke wedstrijden toont? Met factual tv – of het nu Niveau 4, Topdokters of De rechtbank is – maak je het verschil: dat ís de zender.”

Hoe kunnen ze dat als ze allemaal factual tv uitzenden die jij hebt gemaakt?

“Ik lever merken. Niveau 4 is erg VIER, en niemand zal bij Die huis aan VTM denken. Toen VTM op een gegeven moment zei dat ze een relevant en spraakmakend programma wilden, is dat Cold Case geworden.”

Klopt het dat het idee voor elk van de tien programma’s uit jouw koker komt?

“Ja.”

Waar en wanneer komen de ideeën?

“In de file. Op vakantie. De eerste twee dagen slaap ik, op de tweede dag begint er van alles door mijn hoofd te malen, en op de derde dag bel ik naar de zender: ‘Ik heb een idee!’”

Hoe beslis je welk idee bij welke zender hoort?

Het huis had ik bedacht voor VIER, maar twee maanden vóór de productie zou starten, hebben ze afgehaakt. Ik ben toen naar programmadirecteur Olivier Goris gegaan, die intussen naar Eén was overgestapt: hij wilde het meteen hebben. Als je een programma op elke zender kwijt kunt, is dat het mooiste compliment. Ik denk dat Cold Case zo op VIER of Eén had gekund.”

Men heeft mij ingeseind dat er een aparte bedrijfscultuur heerst bij Het Nieuwshuis.

“Wij zijn een atypisch bedrijf. Er is geen personeelsdienst waar je vakantie moet aanvragen, er zitten geen secretaresses, ik heb niet eens een bureau of een parkeerplaats. En we hebben één gouden regel waar ik angstvallig over waak: wij vergaderen nooit. Ik heb bij VTM gemerkt hoe afstompend de vergadercultuur kan zijn: mensen worden overlevingskunstenaars en het is moordend voor de creativiteit. Als ik een idee heb, haal ik mijn regisseurs uit hun montagecel en gaan we tien minuten op een bankje in de gang zitten.”

Spiegel je je stiekem aan de mythische pioniersjaren van Woestijnvis: geen regeltjes, de creativiteit aan de macht?

“Ik spiegel mij aan niets of niemand. Ik heb een bloedhekel aan vergaderitis.”

Heb je managementboeken gelezen toen je deze onderneming begon?

“Bij VTM kreeg ik er elk jaar één cadeau, ik heb ze allemaal gelezen en er niets van onthouden. We hebben met de VTM-directie ooit een seminarie aan de INSEAD Business School in Parijs gevolgd bij de leiderschapsgoeroe Manfred Kets de Vries. Managerspraat van het zuiverste water, en je wilt niet weten wat dat heeft gekost. Na drie dagen zei hij tegen VTM-baas Peter Quaghebeur: ‘Die Goens moet je zo snel mogelijk ontslaan.’ (lacht)

“We hebben ooit een managementcursus moeten volgen waar ieder directielid met legoblokken zijn ideale bedrijf moest bouwen. Daar krijg ik dus stenen kloten van. Ik heb gewoon een toren van twintig verdiepingen gemaakt. Vooraan staat daar dan zo’n Bucky Laplasse te doceren, maar zodra je die op de korrel neemt, ben je karakterieel ongeschikt om een bedrijf te leiden. Ik snap niet dat bedrijven daar geld aan willen uitgeven.”

Beeld Thomas Sweertvaegher

Een werknemer vertelde me: ‘Eric heeft de hand in alles wat hier buiten gaat, maar hij is geen dictator.’ Ik herinner me je toch als iemand die beenhard kon zijn.

“Ik ben vergevingsgezind voor mensen die fouten maken, maar ik verdraag niet dat iemand de kantjes eraf loopt.”

Zijn je eigen werkdagen de norm? In de beginjaren van Woestijnvis heerste er een sfeer die het midden hield tussen machismo en stachanovisme. Het was bon ton om ’s nachts door te werken, desnoods op kerstavond.

“Dat doen wij niet. Een monteur krijgt 400 euro per dag, 40 euro per uur maal tien, maar wij monteren nooit tien uur aan een stuk. Een draaidag duurt nooit langer dan vier of vijf uur, anders mat je je gesprekspartner af. Hier heerst geen machocultuur.”

Wat men ook moge zeggen over cowboy Goens.

(wuift) “Daar ben ik al lang overheen. Mensen die met mij gewerkt hebben, weten dat dat niet zo is.”

Ben je softer geworden?

“Soft? Hard? Ik vind dat zever in pakskes. Soms botst het, andere keren amuseren we ons kapot.”

Winnen en verliezen

Aan welke criteria moet een programma van Het Nieuwshuis voldoen?

“Het moet relevant en spraakmakend zijn, en nooit vrijblijvend. Ik kan zo tien programma’s opsommen die je, met alle liefde van de wereld voor de makers, niet gezien moet hebben. Blind Date is puur entertainment, maar niet spraakmakend. Onze programma’s moet je gezien hebben om mee te kunnen praten. Stig Broeckx heeft in Bargoens een snaar geraakt. Cold Case heeft iets in gang gezet, nadat het parket 22 jaar niets had gedaan.”

Op Eén loopt het tweede seizoen van Bargoens. Ik vond het intrigerend dat je je in de aanloop uitgebreid leek te excuseren voor het eerste seizoen.

“Bij elk interview werd één vraag gesteld over het vorige seizoen, en dat werd dan groot uitgelicht. Ik weet dat het eerste seizoen veel te hard was, maar ik verontschuldig mij niet. De openingsscène is nog altijd mijn favoriete openingsscène: kun je dieper in iemands hoofd kruipen?”

Je zoomde toen minutenlang in op een man die getroffen werd door een aanval van clusterhoofdpijn. Hij schreeuwde het uit, zijn hele lijf schudde en beefde.

“We hebben er weken over gediscussieerd met de VRT. Ze vonden het te hard, en ze hadden wellicht gelijk.”

Dat zou je niet meer doen?

“Nee, omdat de verhalen zich er niet mee toe lenen.”

Jij kiest die verhalen toch?

“Ja, maar je hebt er weinig vat op. We hebben vorig jaar twee mannen gevolgd die na twintig jaar vrijkwamen uit de gevangenis. De ene heeft zich herpakt, de andere is hervallen. Wij maken geen scripted reality, je weet niet hoe het leven loopt, en ik ben niet bang om het in zijn hardste vorm te tonen.”

Als je iemand volgt die aan onbehandelbare clusterhoofdpijn lijdt, weet je dat hij dubbel zal plooien van de pijn. Als je dat minutenlang toont, kun je toch spreken van effectbejag?

“Helemaal niet. Ik hoopte dat die man geholpen zou worden. Intussen heeft hij een ingreep ondergaan die effect lijkt te hebben.”

De kijkcijfers van het eerste seizoen Bargoens waren slecht.

“Die van de eerste aflevering waren goed, daarna zijn we naar een later uur verschoven. Daar waren we meer op onze plaats.”

Was dat een persoonlijke nederlaag?

“Natuurlijk. Ik ben daar letterlijk ziek van geweest.”

Hoe heb je Eén ervan kunnen overtuigen dat je een tweede reeks wilde maken?

“Ik heb niemand moeten overtuigen: zij hebben mij gevraagd, omdat ze overtuigd zijn van de kwaliteit. Maar de sfeer van deze reeks is helemaal anders, vooral door het onvoorstelbaar mooie verhaal van Stig Broeckx, die na een val met zijn fiets weken tussen leven en dood heeft gezweefd en nu fluitend door het leven wandelt.”

Je krijgt weleens het verwijt dat je werk vaak langs sensatiezucht scheert.

“Nog nooit heeft een kijker mij dat verweten. Als die paar rakkers die elke week een stukje moeten schrijven dat vinden, maak ik me daar niet druk over.”

Sta je nog achter de beslissing om een journalist mee te sturen met Jean-Marie Dedecker toen die Marc Dutroux ging bezoeken?

“Ja.”

Het interview had weinig meerwaarde.

“Ik had ook op meer gehoopt, maar sometimes you win, sometimes you lose. Als ik vandaag een nieuwe kans krijg om Marc Dutroux te interviewen, doe ik dat meteen. Het zal wel een afwijking zijn, maar ik wil weten wat er in zijn hoofd zit.”

 Je hebt reporters met een nepbom op het vliegtuig gezet.

“Maar dat is toch relevant gebleken, nee? Wij hebben toen aangetoond dat de beveiliging van Zaventem niet optimaal was: de Staatsveiligheid had beter meegekeken en er iets mee gedaan voor die terroristen de luchthaven binnenstapten. Eigenlijk heb ik geen probleem met het verwijt van sensatiezucht, want het betekent niet meer dan ‘opzienbarend’. Vaak zijn het de waarheden die opzienbarend zijn.”

De Tijd hield begin deze maand de Vlaamse televisiesector tegen het licht: veel bedrijven zouden wankele constructies zijn.

“Wij hebben pas uitgebreid toen Het Nieuwshuis goed begon te draaien. Veel bedrijven doen het omgekeerde: ze nemen veertig mensen aan, kopen een gebouw, richten dat in met duur meubilair en vragen zich dan af: ‘Hebben we klanten?’ Een deal met een zender is maar zo sterk als je laatste programma. Als de zender de samenwerking stopt, ben je gezien. Zeker als je veel mensen in dienst hebt.”

Beeld Thomas Sweertvaegher

De VRT deed in drie jaar tijd zaken met 113 productiehuizen. In geen enkele sector richt je makkelijker een bedrijf op: elke hond met een hoge hoed die een idee heeft en geld van de zender aftroggelt, kan een productiehuis uit de grond stampen.

“Over drie jaar zijn er wellicht nog altijd 113 productiehuizen. Waaronder honderd nieuwe, wat wil zeggen dat honderd bedrijven over de kop zijn gegaan. Creativiteit volstaat niet, je hebt ook een onderbouw nodig. Tom Lenaerts toont hoe je zo’n bedrijf moet besturen: hij heeft iemand aangeworven voor de zakelijke kant. Mijn eerste aanwerving was die van een fiscalist. Hij kent niks van televisie, maar hij zorgt ervoor dat de rekeningen kloppen. De tijd van de zandbak is voorbij, vandaag is het een keiharde business.”

Ik ken niets van zakendoen, maar als ik je bezig zie, kan ik alleen maar denken: Eric Goens heeft zijn zaakjes goed voor elkaar.

“Natuurlijk, maar dat is ook nodig als je wilt overleven. Ik denk dat wij één van de gezondere huizen van de sector zijn. Ik heb geen vaste mensen in dienst, want ik moet wendbaar blijven. Het uitgangspunt blijft: de bestelbon. We hebben er nu tien liggen, volgend jaar kunnen dat er vijf of twaalf zijn. Wat moet ik dan doen als ik een leger mensen in dienst heb? De budgetten maak ik nog altijd zelf op: de dag dat we in de problemen komen door inschattingsfouten, heb ik liever dat het mijn eigen inschattingsfout is. Maar dat zal niet gebeuren, want de rekeningen kloppen: ik heb nog nooit een euro uitgegeven die hier niet eerst was binnengekomen. Ik maak er ook een erezaak van om goed te zorgen voor de mensen die hier werken: als iemand op dinsdag een factuur binnenbrengt, wordt die woensdagochtend betaald. In de sector is drie maanden een meevaller en zes maanden de norm, maar zo hou je je mensen niet gepassioneerd.”

Zijn er tv-makers die evenveel verdienen als jij nu?

“Ik kan hun rekening niet maken, maar ik mag doodvallen als ik twee jaar geleden niet meer verdiende dan vandaag. Meer programma’s betekent meer risico’s, ook financieel. Voor Cold Case hebben we veertig dagen langer gemonteerd dan gepland. Een montagedag kost 800 euro, dat gaat dus om 32.000 euro. Voor Trafiek Axel zijn we ook opnieuw moeten beginnen. Als ik moet kiezen tussen méér winst of een beter programma, kies ik voor een beter programma. Ik zie te veel programma’s die met spuug en paktouw aan elkaar hangen. Er gaat hier niets de deur uit waarvoor we niet met zijn allen tot het uiterste zijn gegaan, ook financieel. We werken sowieso lang aan onze programma’s: er is niks waar we niet minstens honderd dagen aan gewerkt hebben. Maar zulke offers kun je alleen maar brengen omdat het goed draait. Maak van mij geen Gert Verhulst, maar ik ga ook niet onnozel doen: voor nul procent marge zou ik het niet doen.”

Ingewijden vertellen me dat je alles verkocht krijgt.

“Misschien heb ik gewoon goede ideeën?”

Ik heb het over je mercantiele talent. Je bent opgegroeid in een krantenwinkel.

“Dat is mijn vader zijn schuld, niet de mijne (lacht). Molenbeek heb ik per sms gepitcht. Nadat CNN om drie uur ’s nachts de link met Molenbeek had gelegd, heb ik Olivier Goris een sms gestuurd: ‘Ik ga drie, vier maanden in Molenbeek wonen. Doen?’ ’s Ochtends kreeg ik al een sms terug: ‘Yes.’ We zijn ’s anderendaags een kot in Molenbeek gaan zoeken. Heeft dat met verkooptalent te maken, of weet ik gewoon waarnaartoe als het brandt?”

Je brengt je waren toch slim aan de man? Stefaan Degand vertelde in Die huis niet meer dan wat hij eerder in Humo had gezegd, maar toch slaagde je erin om het te verkopen als de onthulling van de eeuw.

“Ik heb helemaal niets verkocht als de onthulling van de eeuw. Ik heb gezegd dat de aflevering met Stefaan voor mij het aangrijpendste uur televisie was dat ik ooit heb gezien, en daar sta ik nog altijd achter. Dat is de kracht van televisie.”

‘Trafiek Axel’. Beeld rv

Ik herinner me ook dat je het geruime tijd vooraf over de uitzending van Die huis met Kris Peeters had. Je wekte de indruk dat het politieke systeem zou kapseizen door zijn ontboezemingen, maar dat viel tegen.

“Dat heb ik nooit gezegd, dat is jouw poëtische interpretatie. Het risico bestaat dat mensen achteraf zeggen: ‘Was het dat maar?’ Maar Kris Peeters heb ik nog nooit op die manier zien praten over de nacht van de lange messen, toen hij met het pistool tegen de slaap afstand deed van het premierschap. Daar blijf ik bij. En nochtans verklaarde iedereen mij voor gek toen ik zijn naam hier voorstelde: ‘Dat ga je toch niet doen?’

“Het is niet zo dat ik loop te leuren. Bij de start van een reeks is er een persvisie, en dan ontstaat er een gevecht onder journalisten: ‘Mogen we Stig interviewen?’”

‘Bargoens’ betekent zoveel als ‘koeterwaals, dieventaal’. Maar daar heeft het programma niets mee te zien, het is een gewiekste manier om je naam binnen te smokkelen.

“Dat is het allesbehalve, dan had ik het programma wel Goens en of Goens bij genoemd. De zenders willen dat namelijk graag. Het is eerder een cynische knipoog. We waren op zoek naar een vlag waar meerdere ladingen onder passen. En geloof het of geloof het niet, ik wilde vooral níét dat het Goens en of Goens bij zou heten. Ik ben een ijdele mens, maar dat vertaalt zich niet in een drang om met mijn kop op tv te komen. Toen ik Kroost maakte, wilde VIER per se dat ik in beeld zou komen. In die drie seizoenen ben ik 3 seconden in beeld geweest. In het eerste seizoen van Het huis was ik bij wijze van spreken 120 seconden te zien, daarna meer, op vraag van de zender. Het draait tegenwoordig te vaak rond de maker. Ik denk dat het zelfs averechts werkt. Mensen krijgen zoveel gezichten te zien, dat ze door de bomen het bos niet meer zien.”

Jouw tronie is nogal, euh, herkenbaar.

“En toch kom ik niet veel in beeld. Ik hoor wel dat mensen mijn stem herkenbaar vinden, terwijl ik lang een frêle, hoge piepstem heb gehad. Toen ik 20 was, ben ik eens naar een lezing van Frans Verleyen zaliger geweest. Hij had een basstem, en ik heb hem toen onder meer de onnozele vraag gesteld (als een smurf die helium heeft geïnhaleerd): ‘Hoe komt u aan uw stem? Ik wil voor televisie werken, maar ik heb een beetje een rare stem.’ (lacht) Waarop Verleyen bromde: ‘Veel roken en whisky drinken.’ Ik drink amper en rook weinig, en het is vanzelf goed gekomen.”

Hypochonder

Je wordt over enkele weken 50.

“Erg, hè? (denkt na) Ik vond het altijd belachelijk als mensen bang waren om 30 of 40 te worden. 50 vind ik toch iets anders.”

Je bent nu half bejaard.

“Raap je jezelf op, zo meteen, of draag ik je naar de deur? (lacht) Natuurlijk is het niet fijn, ik ben over de helft. Zoals Tom Waes onlangs zei: ‘Alleen al die onnozele leesbril!’ Maar ik voel me geen 50, ik werk nu harder dan tien jaar geleden. Ik ben een hypochonder: ik leef al mijn hele leven alsof het mijn laatste dag is. Ze zullen nooit kunnen zeggen dat ik niet elke seconde bewust heb beleefd.”

Klopt het dat je geteisterd wordt door helse rugpijnen?

“Daar heb ik al last van sinds mijn 16de. Ik heb geen hernia, maar twee keer per jaar raak ik niet overeind. Dan lig ik een dag in bed. Onlangs ging ik Stig filmen toen hij voor de eerste keer op zijn koersfiets kroop. Nadat we op een bankje een interview hadden gedaan, schoot er iets in mijn rug, en ik heb Stigs vader moeten bellen om mijn fiets in de koffer te laden (lacht). Gênant. Iedereen heeft iets, als ik dan iets moet kiezen, dan toch mijn rugpijn.”

Een quizvraag tussendoor: wat heb jij gemeen met Jef Nys, Wilfried Martens en Maurice Deneckere?

“Het ereburgerschap van Koksijde? Jef Nys en Wilfried Martens ken ik, maar wie is Maurice Deneckere?”

Een garnalenvisser.

“Aha. Dat ereburgerschap vond ik wel mooi – ik zou nooit een lintje van het Hof aanvaarden, en ze zouden het mij ook nooit geven. Mijn meester van het eerste leerjaar stond erbij, het was een sacraal momentje. Ik ben een trotse ambassadeur van de gemeente Koksijde (lacht). De oorkonde ligt ergens in een lade, maar ze hebben me – in de traditie van Het huis – een stuk boomstam gegeven waarin ze ‘Koksijde’ hebben gegraveerd: dat heb ik wel opgehangen.”

Wat heb je de voorbije vijftig jaar goed gedaan en wat niet?

“Ik ben trots op Het Nieuwshuis. En ik was wellicht niet de best denkbare directeur informatie van VTM, of toch niet zoals zij die functie wilden invullen.”

Je twee oudste dochters zeiden in Humo’s reeks Jonge Leeuwen dat ze je weinig hebben gezien toen ze jong waren. Spijt van?

“Nee. Natuurlijk ben je verantwoordelijk voor je kinderen, maar je bent toch vooral verantwoordelijk voor je eigen leven. De jongste heeft nu zes maanden in Genève gewoond, ze studeert rechten en is gebeten door mensenrechten en internationaal recht. Als ze morgen de kans krijgt om definitief naar Genève of Den Haag te verkassen, zal ze dat doen. Een job maakt onlosmakelijk deel uit van het leven, driekwart van je tijd gaat eraan op. Ik heb wellicht veel gemist, maar ik stel vast dat mijn kinderen tevreden zijn met wie ik ben en hoe ik in het leven sta.”

Doe je het anders bij je twee jongste kinderen?

“Ja, omdat ik nu niet meer van acht tot acht in mijn aquarium bij VTM zit. Mijn zoon van 6 kan hier op elk moment binnenwandelen en een film zien in ons filmzaaltje. Ik ben nu baas van mijn agenda: als ik hem op woensdagmiddag naar de zwemles wil brengen, doe ik dat. Dat gaat niet als je om drie uur naar het directiecomité moet.”

Beeld RV

Je hebt de naam conflictueus te zijn.

“Dat is mijn reputatie, maar hier zien veel mensen dat anders.”

Je laat een spoor van ruzies achter. Bij VTM verliep je vertrek niet zonder slag of stoot, en bij het ter ziele gegane weekblad Bonanza zijn vele vriendschappen gebroken.

“Ik laat helemaal geen spoor van ruzies achter. De mensen met wie ik ruzie heb, zijn op de vingers van één hand te tellen. Ik ga nog elke zes maanden eten met Wouter Vandenhaute.”

En met Bruno Wyndaele?

“Met Bruno Wyndaele niet, maar die heeft Bonanza dan ook deskundig naar de knoppen geholpen. Ik ben heel direct. De meeste mensen zeggen dat ze daarvan houden, tot het zover is.”

Als iemand van VTM naar de VRT verkaste, ervoer je dat als een persoonlijk affront.

“Ik heb tranen met tuiten gejankt in het bureau van Peter Quaghebeur toen Karl Leenkneght, het absolute goudhaantje van mijn nieuwsdienst, kwam zeggen dat hij naar de VRT ging. Peter begreep dat niet: ‘Als je je alles zo persoonlijk aantrekt, sta je binnenkort niet meer recht.’ Maar ik vond dat een afgrijselijke nederlaag.”

En dan spreek je een tijd niet meer tegen die mensen.

“In het geval van Karl zal dat maximaal drie weken geduurd hebben (lacht).”

‘Cold Case’. Beeld rv

Met kritiek heb je het ook vaak lastig.

“Ja en nee. Als ik niet tegen kritiek zou kunnen, zou ik hier elke dag vechtend over de vloer rollen. Hier zoek ik het op, het maakt heel hard deel uit van wie we zijn om alles ter discussie te stellen: als mijn regisseur Diederd Esseldeurs mijn montages voor Trafiek Axel niet goed vindt, zal hij dat snoeihard in mijn gezicht zeggen. En ik zou omgekeerd net hetzelfde doen. Ik heb het wel moeilijk met recensenten die naar ‘Trafiek Axel’ kijken en niet verder komen dan (jammerend): ‘Hoe kan dat een undercoveroperatie zijn als er een drone boven hun hoofd vliegt?’ Omdat we dat shot later hebben gedraaid, tiens. Televisiekritiek schrijven zonder dat je een besef hebt van de elementaire logica van televisie, vind ik onfatsoenlijk.”

Heb je nooit zin om eens iets helemaal anders te doen?

“Een quiz presenteren? (Siddert) Nooit. In wezen doe ik niets anders dan wat ik dertig jaar geleden bij Humo ben beginnen te doen: interviewen. Soms tussen vier muren, soms op een ijsvlakte op Antarctica. Toen ik in Nederland journalistiek wilde studeren – de opleiding bestond hier nog niet – werd er geloot omdat er te veel kandidaten waren. Toen de directeur mij belde om te zeggen dat ik er niet bij was, was dat een enorme klap. Mijn toenmalige lief zei: ‘Misschien moet je naar de normaalschool gaan.’ In die ene nanoseconde heeft mijn midlifecrisis zich voltrokken: ik werd gek van de gedachte dat ik een directeur en inspecteurs boven mij zou hebben, en dat ik ’s morgens zou weten wat ik tot ’s avonds ga doen. Daarom is deze job de beste van twee werelden. Ik kan de baas spelen en tegelijk tv blijven maken.”

En je gaat door zolang de mensen kijken?

“Daar heb ik geen enkele schroom over: ik wil schitteren voor een volle tribune. Je kunt alleen maar impact hebben als je een publiek hebt.”

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.