Maandag 23/11/2020

Boekenrecensie

Er was eens een Italiaans vakantiehuis

Beeld Gianni Cipriano for De Volkskrant

Alma Mathijsen probeert oude wonden te helen door heen en weer te springen tussen haar kinderjaren, de zomervakanties in het Italiaanse dorp en recentere jaren.

Alma Mathijsen (1984) ­vermijdt – godzijdank – de uitdrukking ‘woorden schieten tekort’, hoewel die frustratie het uitgangspunt van haar autobio­grafische vertelling Bewaar de zomer is. Ze schrijft: ‘Ik zou willen dat alle mensen over de hele wereld in mijn ogen zouden kunnen kijken en dat ze dan alles begrepen. Maar zo gaat dat niet.’

Er zijn een aantal momenten in haar leven aan te wijzen waar ze tegen de grenzen van de taal aanliep: ‘Op mijn negende en zestiende ging het mis. De eerste keer trok taal zich terug, hield zich koest toen ze er juist moest zijn. De tweede keer verloor een woord zijn betekenis. Taal kan me niet redden en laat me in de steek als het echt spannend wordt. Daarom wil ik de taal zelf niet ongedeerd laten, ik wil kwaad worden op het middel waardoor zoveel misverstanden ontstaan. Ik wil de taal zelf be­ledigen zonder haar tegen iemand uit te spreken. En zo een schram achterlaten die iedereen kan zien, een buts in alle woorden om te onthouden hoe gevaarlijk ze zijn.’

Bewaar de zomer is een poging om de taal te laten spreken. Overbodig om te melden, zou je zeggen, want wat trachten een schrijver en boek anders te doen? Enfin, zo makkelijk ligt dat allemaal niet voor Mathijsen. Juist op momenten van grote ontsteltenis, pijn en verdriet blijft de taal in gebreke.

Het overkomt Mathijsen bij de dood van haar vader, violist Hub Mathijsen, die in 1994 redelijk plotseling aan een fikse longontsteking en een hartstilstand overleed, toen zij negen jaar oud was. De dood van een dierbare is voor een volwassene al moeilijk te bevatten, maar voor een negenjarig meisje lijkt het me helemaal lastig.

Ook de verschrikkelijke ervaring van twee verkrachtingen die Mathijsen in haar tienerjaren doormaakt, geven haar het gevoel dat de taal het laat afweten. Of misschien is dat niet wat Mathijsen bedoelt: misschien wil ze de ruimte tussen haar en de ander opheffen, zodat de ander precíés begrijpt hoe de ervaring was en hoe ze zich voelde.

Dat woordje ‘precies’ komt een aantal keren terug. Ze schrijft: ‘Ik kneed mijn ervaringen zo dat er een verhaal ontstaat. Iets waardoor luisteraars dichter naar voren schuiven, hun oren naar me toe draaien en niet ­durven te verzitten om zo alles mee te krijgen. Dat wil ik niet meer, ik wil weg van het verhaal. Ik wil dat taal precies is.’

Daarmee begeeft de schrijver zich op wankel gebied, want taal kan verhalend én precies of eenduidig zijn. Soms kan een (fictief) verhaal beter uitdrukken hoe een ervaring was, dan een opsomming van feiten. En op wat er met de taal gebeurt nadat de ‘zender’ de ‘boodschap’ naar de ‘ontvanger’ heeft gestuurd (ruis?), daar heb je als schrijver geen vat op, hoewel de kwaliteit van de boodschap natuurlijk een bepalende ­factor is.

Traditie

Wat wil Mathijsen precíés? Die vraag blijft als een onduidelijke ambitie boven haar memoir zweven. Wil ze haar vader herdenken, het leven begrijpen, pijn en verdriet een plek geven? Om eenheid in het boek aan te brengen richt ze zich op herinneringen aan de zomers die ze van kinds af aan ieder jaar doorbrengt in Olivetta, een klein dorp in Italië waar haar ouders een ruïne kochten en ieder jaar stukje bij beetje probeerden op te knappen. Een traditie die door moeder en dochter wordt voortgezet na vaders dood.

Mathijsen springt heen en weer ­tussen haar kinderjaren, de vakanties voor en na het overlijden van haar vader, haar tienertijd en recente jaren. Er zitten mooie verhalen tussen, zoals over de wandelingen die ze met haar moeder door de bergen maakte naar het volgende dorp, waar haar vader hen opwachtte. Maar het boek bevat ook voor de lezer redelijk nietszeggende herinneringen over landerige zomerdagen met ­kinderen uit de buurt.

In de loop der jaren ontdekt Mathijsen dat haar herinneringen rondom het overlijden van haar vader niet allemaal even betrouwbaar zijn en dat het huwelijk van haar ouders misschien wel net even anders in elkaar stak dan ze dacht. En precies dat zijn van die universele waarheden waarbij de taal haar werk doet en de plank niet misslaat.

Alma Mathijsen, Bewaar de zomer, De Bezige Bij, 301 p., 21,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234