Donderdag 20/06/2019

Analyse Televisie

Er is geen bal te zien op tv, en daar is een reden voor

Een aantal usual suspects voor herhalingen. Taxshelter, besparingen en felle concurrentie zorgen voor een nooit geziene crisis bij de Vlaamse productiehuizen, klinkt het daar. Beeld VTM / VIER / Wat Als? / VRT - 2018 / Eyeworks 2017

Van zomerweer is amper sprake maar toch oogt het zendschema van de Vlaamse zenders nu al bijzonder schraal. Een vooruitblik op hoe de programmagids van de toekomst eruit zal zien waarschuwen de Vlaamse productiehuizen. Want die zijn naar eigen zeggen midden in een perfecte storm beland.

Dat de zomermaanden niet meteen hoogdagen zijn op televisievlak is niet nieuw. Wanneer de zon schijnt zit de doorsnee televisiekijker nu eenmaal liever op zijn of haar terras dan voor het scherm. Net daarom lopen ook adverteerders, ondanks de klimatologische omstandigheden, niet echt warm voor de vakantiemaanden. Wat er op zijn beurt toe leidt dat we tijdens de zomer getrakteerd worden op een eindeloze stroom herhalingen. Alleen zijn de programmadirecteurs dit jaar wel heel vroeg op verlof vertrokken. 

Bij VTM duiken al een paar weken herhalingen van succesformats als Wat als? of Groeten uit in het zendschema op. Bij Eén mag Martin Heylen nog eens terug naar Siberië en wordt het laatavondslot opgevuld met herhalingen van de fictiereeks Zie mij graag. En bij VIER tenslotte moet Viktor Verhulst de meubelen redden met Love Island, nadat vader Gert eind mei al de stekker uit zijn Late Night-talkshow heeft getrokken.

“Wie zijn televisie aanzet ziet dat de zenders op het rempedaal zijn gaan staan”, zegt Bruno Wyndaele. “En we vrezen dat ze hun voet er niet snel meer van af zullen halen.” Wanneer Wyndaele ‘wij’ zegt heeft hij het over de Vlaamse productiehuizen. Naast televisiegezicht en eigenaar van productiehuis De Filistijnen is Wyndaele immers ook voorzitter van de VOFTP, de beroepsvereniging van Vlaamse Onafhankelijke Film- en Televisieproducenten. En die maken zich ernstige zorgen over wat er momenteel gebeurt. 

Niet het enige probleem

De commerciële televisiezenders zien hun reclame-inkomsten smelten als sneeuw voor de zon nu het uitgesteld kijken en het daarbijbehorende doorspoelen van reclameblokken een steeds hogere vlucht neemt. Ook de openbare omroep, die al jaren in besparingsmodus is, moet sinds vorig jaar zijn reclame-inkomsten beter in de hand houden. Het gevolg daarvan laat zich merken op en achter de televisieschermen. De kijker krijgt meer herhalingen en minder fictie voorgeschoteld. Productiehuizen op hun beurt, zien het aantal bestelbons teruglopen en moeten hun programma’s steeds sneller en goedkoper zien te produceren.

En dat is niet het enige probleem waar die productiehuizen mee af te rekenen hebben. Ook met de taxshelter, het systeem waarbij wie in audiovisuele producties investeert op een gunstig fiscaal tarief kan rekenen, loopt het grondig fout. Die regeling zorgde sinds de start ervan in 2003 voor een forse kapitaalsinjectie in de film -en televisiesector. Maar de laatste paar jaar stokt die geldmachine. Terwijl de taxshelter in 2015 nog goed was voor 178,4 miljoen euro aan investeringen in film en tv bleef daar vorig jaar nog 136,4 miljoen van over. En dat laat zich voelen. Eind vorig jaar werd duidelijk dat er – voor het eerst sinds het ontstaan van de taxshelter – niet voldoende geld werd opgehaald om alle lopende producties te financieren waarvan de opnames normaal voor 2019 stonden gepland. Het gevolg daarvan? Uitstel en uiteindelijk ook minder nieuwe reeksen op tv. 

Naar oorzaken voor dat probleem is het niet lang zoeken. De regering-Michel verlaagde de vennootschapsbelasting van 34 naar 29,5 procent. Wat bij veel bedrijven de nood aan fiscale optimalisaties, zoals de taxshelter fors deed dalen. “In veel gevallen komt het erop neer dat het voordeliger is om gewoon belastingen te betalen”, klinkt het binnen de sector. 

Ook de uitbreiding van de taxshelter naar de podiumkunsten blijft niet zonder gevolgen. Terwijl daar op voorhand niet zo heel veel van werd verwacht, werd dat een gigantisch succes. In 2017 kregen de podiumkunsten een kapitaalinjectie van 38,79 miljoen, in 2018 was dat al 42,92 miljoen. Geld dat dus niet meer naar tv- en filmproducties vloeit. 

Nooit geziene crisis

En de toekomst belooft niet meteen verbetering. Normaal gezien gaat de vennootschapsbelasting in 2020 naar 25 procent, wat de taxshelter nog minder aantrekkelijk zal maken. En sinds dit jaar mogen ook de producenten van games bij de overgebleven investeerders aan komen kloppen. “Dat zal voor een verdere uitholling van het systeem zorgen, vreest An Jacobs, gedelegeerd bestuurder van de VOFTP.  

Ondertussen is ook aankloppen bij het Vlaams Audiovisueel Fonds, dat televisieproducties financieel ondersteunt, er niet makkelijker op geworden. Het Fonds besliste onlangs om de steun voor high end-reeksen op te trekken tot 1,3 miljoen euro. Wat begin dit jaar tot het bericht leidde dat de pot voor 2019 al leeg was nadat in de eerste subsidieronde twee van die prestigieuze reeksen waren gepasseerd. 

En alsof dat nog niet genoeg rampspoed is, wordt het spel tegenwoordig harder gespeeld dan ooit. Dat is dan weer het gevolg van de explosieve toename van het aantal productiehuizen de laatste jaren. Na de leegloop bij Woestijnvis zijn mensen als Tom Lenaerts of Wim Lybaert een eigen productiehuis gestart. Bedrijven als Het Nieuwshuis van Eric Goens of Roses are Blue groeien door, terwijl ook gevestigde waarden als Woestijnvis of De Mensen hun ding blijven doen. “De koek wordt steeds kleiner en we zijn met steeds meer die er een stukje van willen”, zegt een insider. “Met als gevolg dat over elke euro wordt gediscussieerd.” 

Die drie factoren – taxshelter, besparingen en de felle concurrentie – zorgen samen voor een nooit geziene crisis bij de Vlaamse productiehuizen, klinkt het bij de leden van de VOFTP. Vreemd, want voor buitenstaanders lijkt het alsof het nooit beter ging met de Vlaamse televisieproductie. Hoe zal ik het zeggen?, Down The Road , Taboe of Make Belgium Great zijn maar een paar van de programma’s die de prijzenkast zien vol lopen en fictiereeksen als Undercover, Over Water of Tabula rasa laten zich internationaal opmerken. “Maar daar mag je je niet op miskijken”, zegt Bruno Wyndaele. “Dat zijn stuk voor stuk projecten die jaren geleden al zijn opgestart. Die hele keten dreigt nu stil te vallen.”

Investeringsplicht

Al ziet niet iedereen de zaken zo negatief. “Het klopt dat bij een aantal productiehuizen het water aan de lippen staat”, klinkt het bij een van de VOFTP-leden. “En hoogstwaarschijnlijk zullen er de komende maanden ook een aantal verdwijnen. Ons businessmodel is door de snelle technologische veranderingen uit balans en niemand weet precies waar het nieuwe evenwicht ligt. Maar dat kan je ook positief zien. Door de komst van al die nieuwe platformen is de vraag naar content nooit groter geweest. Creatieve ideeën vinden altijd hun plaats. Ook al is onze sector volop in beweging.”

De VOFTP, die 32 productiehuizen vertegenwoordigt, doet meer dan enkel de alarmklok luiden. Wyndaele en co. komen ook met oplossing aandraven. “Er wordt gigantisch veel geld verdiend met onze series en films, door een hele hoop partijen. Alleen draagt slechts een fractie daarvan ook bij aan het productieproces.” 

De VOFTP richt zijn pijlen bijvoorbeeld op mobiele telecomoperatoren die hun inkomsten halen uit de in ons land peperdure data-abonnementen. Wyndaele: “We moeten daar niet flauw over doen. Je hebt geen databundel van een paar gigabyte nodig om elke dag eens naar je moeder te bellen. Mensen willen die data om naar filmpjes te kijken. Onze filmpjes.” De producenten van televisietoestellen, laptops en tablets komen ook in het vizier. “Waarom willen mensen steeds grotere schermen met een steeds hogere resolutie? Toch niet omdat ze hun cursor scherper zouden zien?”  

En dan zijn er nog de Facebooks en YouTubes van deze wereld, die met de reclameboodschappen die ze rond Vlaamse content plaatsen hun boterham verdienen. Iedereen die geld verdient aan hun content moet ook bijdragen aan het tot stand komen er van vinden de verzamelde producenten. Een investeringsplicht dus zoals die nu ook al bedrijven als Telenet, Proximus en Netflix te beurt valt. 

Bruno Wyndaele: ‘De vele bekende succesvolle series zijn projecten die jaren geleden al zijn opgestart. Die hele keten dreigt nu stil te vallen.’ Beeld één

Al is ook die nog lange van perfect, vinden ze bij de VOFTP. “In Wallonië bedraagt die verplichting 2,48 euro per abonnee, in Vlaanderen is dat slechts 1,35 euro”, legt Jacobs uit. “Gewoon het tarief in Vlaanderen gelijk trekken met dat in het zuiden van ons land zou al een groot verschil maken.” Ook de bijdrage die Netflix moet leveren – 2 procent van de omzet die ze in België draaien – is een lachertje, vindt Jacobs. “Het is zelfs minder dan wat Netflix in 2018 spontaan betaalde om rechten op Vlaamse content te verwerven op hun platform. Het mag allemaal wat ambitieuzer.” 

Bij de VOFTP wijzen ze dan naar landen als Frankrijk, waar vergelijkbare diensten tussen de 12 en 26 procent op hun jaaromzet betalen. Of Israël, waar dienstenverleners verplicht worden 8 procent van hun inkomsten in de lokale audiovisuele industrie te investeren.  De lat wat dat betreft net iets hoger leggen hoeft volgens Jacobs trouwens niet per se veel voeten in de aarde te hebben. “Het is iets wat je perfect kan regelen met een Vlaams decreet. Als de politieke wil er is kan het dus snel gaan.” 

Gebeurt dat niet, dan stevenen we volgens de VOFTP af op een ineenstorting van het systeem en dreigt het op ons televisiescherm altijd zomer te blijven. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden