Donderdag 19/09/2019

Interview Joost Vandecasteele

‘Er is een gulden regel voor mannen: wees geen eikel’: Joost Vandecasteele over zijn nieuwe roman

Joost Vandecasteele. Beeld Thomas Sweertvaegher

Na een klim uit een diep dal is Vlaanderens luidruchtigste schrijver terug met de roman Wraakengel. Van Joost Vandecasteele mogen de vrouwen revanche nemen voor allerlei onrecht dat hun is aangedaan. ‘Een vrouw die twee mannen in elkaar slaat terwijl ze wordt gebeld door haar babysit. Daar zag ik wel iets in.’

Je kunt er niet naast kijken: Joost Vandecasteele (40) is drastisch vermagerd. Wat is er gebeurd? Waarschijnlijk is de vraag hem al honderd keer voor de voeten geworpen. “Het moest van de dokter. Ik had aanleg voor diabetes. Maar ik heb me eruit gewandeld.” Als een bezetene begon Vandecasteele een dik jaar geleden door Brussel te stappen, op zoek naar zichzelf én een betere conditie. “Ik was in een zwart gat beland”, vertelt hij – dertig kilo lichter – op een terras vlak bij het tumult van de Zuidkermis.

Ondanks prima kritieken op zijn edgy Canvas-reeks Generatie B (2017), die hij samen met regisseur Pieter Van Hees uitbroedde, kreeg zijn tv-avontuur geen staartje. Het bleef stil in zijn mailbox. Dat stak. “Ik was apetrots op Generatie B. We waren er jaren mee bezig, we kregen respons tot in de VS. Plezant hoor, op een festival in Amerika terechtkomen en de mensen aan het lachen krijgen met je eigen moppen. Ik dacht: we zijn voorgoed vertrokken. Maar Generatie B bleek een eindpunt. Blijkbaar moet je in Vlaanderen steeds weer van nul beginnen.”

Het besef rees: “Ik zal altijd dat kleine broertje blijven dat slechts als een last-minuteclowntje mag opdraven in De afspraak.”

“Ik ben niet meer beloftevol”, bedenkt Vandecasteele. “Maar blijkbaar haal ik ook nog niet het niveau van een schrijver die zijn pluimen heeft verdiend. Dat kwam hard binnen.” Vandecasteele verzeilde in een zware depressie. “Ik heb een korte aandachtsspanne. Tijdens mijn depressie ging ik er dan ook volledig voor. Met alles erop en eraan, het diepste dal.”

Hij herpakte zich tijdig. Dit voorjaar werd de auteur zelfs voor de tweede keer vader, van een zoon. “Ik dacht: kweken! (lacht) Ja, ik stond al vlug weer in overdrive.”

In één moeite door schreef Vandecasteele een behoorlijk onstuimige en gechargeerde roman, die hem weer op de literaire kaart moet zetten. In het van geweld uitpuilende Wraakengel maken we kennis met de schijnbaar gezapige Esther, gezegend met een lastige dochter en een onachtzame man. Telkens als ze met agressie wordt geconfronteerd, gaat het mis.

In haar parallelle leven – terwijl de babysit waakt – voert Esther drieste wraaknemingen uit op mannen. Ze blijkt lang niet de enige vrouw met superkrachten.

Met het ontwrichtende Wraakengel, dat wat schoorvoetend op dreef komt, lijkt Vandecasteele iets te willen verhelderen over onder meer #MeToo, de toenemende straatagressie en een samenleving die op scherp staat. Hij doet dat met de ongepolijstheid die hem kenmerkt. “Ik wil pulp zo belangwekkend mogelijk maken”, beaamt hij, terwijl het gegil en gekrijs van kermisattractiebezoekers ons gesprek doorkruist. Een licht apocalyptische toets is nooit ver weg bij de voormalige Debuutprijswinnaar.

‘Ik wil een eigen Vandecasteele-hoekje in de boekhandel, met rare geuren en flikkerende tl-buizen.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

Vandecasteele praat plastisch, met veel stembuigingen en vocale chicanes. Dan weer strooit hij met tegenspraken en twijfels, om vervolgens zijn woorden met stelligheid en kreetjes te onderstrepen. “Een interview is een momentopname”, zegt hij. “Morgen kan ik het weer helemaal anders zien.” We zijn gewaarschuwd.

Als een van de weinige Vlaamse auteurs experimenteert u telkens met diverse media om uw boeken onder de aandacht te brengen. Waarom slingert u Wraakengel nu eerst als audioserie de wereld in?

“Het heeft te maken met persoonlijke bewijsdrang. En met het eeuwige geloof dat literatuur nog altijd baldadig kan zijn. Het boek moet tegenwoordig zijn plek afdwingen. Literatuur wedijvert met Netflix, met feelgood, met YouTube, met film, met sociale media, met kranten, met radio…. Je moet inhoudelijk en vormelijk straffe kost bieden. Alle middelen zijn toegestaan in deze hevige strijd om de aandacht. Waarom dan geen podcast? Het heeft geen zin meer om stilletjes in een hoekje te zitten en te wachten op een lezer die – waarschijnlijk – nooit komt.”

Voert literatuur tegenwoordig een verloren strijd tegenover andere media?

“Nee, want elk medium heeft zijn eigen troefkaarten. Boeken hebben het immense voordeel dat ze diep kunnen gaan. Het komt allemaal door die kop hier. (tikt driftig met zijn wijsvinger op zijn voorhoofd) In twee à drie zinnen en alinea’s kan ik daar switchen van drakengevechten en tijdreizen naar een huis-, tuin- en keukendrama. En weer terug. Als schrijver heb je daarvoor niet veel nodig. Een pen. Maar geen budget. Dat ligt wel anders als je een tv-serie maakt. Ik wil aan nieuwe generaties bewijzen dat boeken helemaal niet passé of cliché zijn.”

Hoe ontdekte u het podcastuniversum?

“Zoals ik zei: ik wandel tegenwoordig heel veel door Brussel. Daarbij verdwaal ik bijna opzettelijk – volgens het principe van de situationisten van Guy Debord (die hetzelfde deden in Parijs, DL) Al rondstappend met mijn koptelefoon op raakte ik verslaafd aan podcasts. Onderweg voed ik me met informatie. Lange podcasts over nerdy dingen, over de vreemde hoekjes van het internet of traktaten over superhelden. Of over plot- en scenarioschrijven.”

U doet niets liever dan trashy genres naar uw hand zetten. Wraakengel deed me af en toe denken aan een pulpstrip of een manga.

“Klopt. Ik maak gretig misbruik van banale vertelsjablonen. Ik wil demonstreren dat je pulp en het superheldengenre ook kunt aanwenden om een psychologisch verhaal te vertellen. Via die omweg wilde ik over een vrouw schrijven: Esther, die worstelt met haar relatie, haar gezin, haar opvoeding en ambities. Na Jungle (Vandecasteeles roman uit uit 2016, red.) en Generatie B besefte ik dat ik een andere kant uit moest. Het dystopische, de overdrijvingen, de grauwheid van de grote stad: ik kon niet in dat potje blíjven roeren. Ik was bang om in herhaling te vallen.”

Hoe hebt u zichzelf heruitgevonden?

“Kijk, ik ben nu 40 jaar. Ik merkte dat mijn personages te jong werden om nog geloofwaardig te blijven. Is het niet ronduit zielig als een man van 40 over uitgaanscultuur blijft doorbomen? Ook al omdat je niet meer mee bent met de laatste drugstrends. (lacht) Je verliezen in het hedonistische, dat had ik al gehad. Ik wilde me dit keer concentreren op één personage. En Wraakengel is mijn eerste boek waarin een kind en een gezin voorkomen.”

‘Als we de vraag wat mannelijkheid is gaan overlaten aan de Baudets en de Van Langenhoves van deze wereld, dan komen we er niet.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

Esther lijkt op het eerste gezicht banaal en onopvallend. Maar wanneer ze in aanraking komt met agressie, gaat ze door het lint en mept ze mannen tot moes. Zet u het Superman-genre op zijn kop?

“Je zult het misschien niet geloven, maar ik wilde in de eerste plaats een spannend en fun boek schrijven. Ik had een krachtig beeld in mijn hoofd: een vrouw die twee mannen in elkaar slaat, terwijl ze wordt gebeld door haar babysit. Daar zag ik iets in, hier kon ik pagina’s mee vullen.

“Esther is een heel normale vrouw met een lastige, veeleisende dochter en een bijna afwezige man. En dan zijn er die plots opduikende superkrachten. Vroeger zou ik Esther gedropt hebben in een vreemde wereld. Nu plaatste ik haar in de banaliteit van een doorsneegezin. Het is eigenlijk een heel Vlaams boek. (lacht) Over opgedrongen bescheidenheid en niet graag in the picture staan.”

In romans zijn het meestal mannen die een dubbelleven leiden. Hier is het voor de verandering vooral een vrouw. ‘Haar lichaam raakte de hunkering naar geweld niet kwijt, het was een fysiek gemis, als een onmogelijk te stillen dorst’, staat er.

“Het is een boek waarin vrouwen openlijk revanche mogen nemen voor allerlei vormen van geweld die hen zijn aangedaan. Ik ken genoeg vrouwen die niets liever zouden willen dan over Esthers kracht beschikken. Dat ze kunnen terugslaan. Dat ze hun agressie kunnen uitleven. Maar bij Esther worden haar superkrachten tegenover agressieve mannen een probleem. Het is bijna een verslaving.”

Het boek puilt dan ook uit van de haast groteske geweldscènes.

“En dan moet je weten dat de uitgever er nog een paar heeft geschrapt. Tja. Als je over superkrachten schrijft, moet je er telkens een schepje bovenop doen. Je mag overdrijven. Meer zelfs, het móét uitmonden in excessen. Toch zoek ik niet echt naar verklaringen voor Esthers gedrag. Ik word zelf altijd een beetje kregelig van psychologische uitleggerij in tv-series of romans.”

Het neerslaan van mannen is voor Esther ook een broodwinning.

“Ze voert haar vechtopdrachten uit als een zakelijke transactie, ja. Zo kan ze de daden voor zichzelf verantwoorden. Ze is een freelance kruimelvechter. Het is crisis voor iedereen, hè. (lacht) Als mijn uitgeverij mij geen voorschotten meer zou geven, zou ik ook geen boeken schrijven.”

Een constante in uw werk is die fascinatie voor samenzweringstheorieën, voor schimmige organisaties en voor polarisatie van geweld. Alles escaleert wanneer handlangers van het ‘Ministerie voor Familiezaken’ jacht beginnen te maken op Esther.

“Agressie en gevaar zijn heel aanwezig in mijn boeken. Logisch. Omdat ik zelf constant merk hoezeer agressie in Brussel is toegenomen. Voor jezelf opkomen is geëvolueerd tot een soort egoïs­tische rechtvaardiging. Op straat word je er elke dag mee geconfronteerd. Alsof we het gevoel hebben dat we de weinige plaats die we voor onszelf hebben, fel moeten verdedigen. En daarbovenop ontdekte ik dat duistere krachten bestaan! Zo werd ik onlangs via mijn bank opgelicht en duizenden euro’s lichter gemaakt.”

Het voorval kreeg een plaats in uw roman. Maar hoe raakte u daar in godsnaam in verzeild, als door de wol geverfde computernerd?

“Het werd compleet hallucinant toen ik bij de bank aangifte ging doen. Blijkbaar was er iets misgegaan via een code die mijn vader telefonisch had doorgegeven en via een volmacht op mijn rekening. Eerst probeerden de hackers mijn vader op te lichten en vervolgens mij.

“Toen ik in het bankkantoor binnenkwam, stond er een vrouw aan de balie van haar oren te maken. Woedend was ze, omdat haar kaart was geblokkeerd. Ze nam plaats in de cabine naast mij. Plots ontdekte de bank dat zij de vrouw was die mij had opgelicht. Ze kwam op dat eigenste moment haar laatste duizend euro van mij afpakken! Stel je voor: ik zat zomaar naast de persoon die mij aan het pluimen was.”

‘Schrijvers zijn gesubsidieerde oppositie. Als we té bang blijven, dan verliezen we onze geloofwaardigheid.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

Kon u zich beheersen?

“Het merkwaardige was: ik zag de ijzige kalmte van die vrouw, die natuurlijk als tussenpersoon fungeerde, als ‘muilezel’. Ze moest op dat moment weten dat ze er gloeiend bij was. Maar toch gaf ze niet op. Ze bleef geld eisen. De politie werd gebeld en men kon haar een kwartier aan de praat houden. Ik keek de hele tijd toe.

“Een maand later heb ik mijn geld alsnog teruggekregen. En dan besef je: identiteitsdiefstal is geen fantasie. Dit is echt. Een kleine misstap volstaat. Af en toe moet ik als schrijver dus niets verzinnen.” (grinnikt)

Denkt u dat we onze privacy tegenwoordig te makkelijk te grabbel gooien?

“Ja, en ik heb daar veel moeite mee. Neem nu bijvoorbeeld dat gedoe met FaceApp (populaire verouderingsapp, red.). Toch denk ik dat een volgende jongere generatie daar beter in zal worden. Ze weten precies wat ze wel of niet willen delen. Ze zijn in staat om veel te tonen en toch een ferm rookgordijn op te hangen.”

In Vel (2013) schreef u over seksuele verovering vanuit mannelijk perspectief. Over pure seks zonder bindingen. Mogen we Wraakengel beschouwen als de antipode van dat boek? Wat wilde u zeggen over hoe vrouwen in de huidige samenleving door mannen behandeld worden?

“Nu je het zegt. Zo had ik Vel zelf nog niet bekeken. In ieder geval is Wraakengel het boek dat ik het vaakst heb herschreven. Omdat het gevoelig ligt. Ik heb zelfs even getwijfeld of ik het niet onder een schuilnaam zou uitbrengen. Omdat ik niet de zoveelste witte kerel wilde zijn die zich mengt in het seksismedebat. #MeToo is het moment van vrouwen. Het laatste wat ze nu nodig hebben is mijn steun. Nu is het aan vrouwen om te grijpen wat hen ontzegd is.”

Dat klinkt raar. Waarom zou een man niet kunnen sympathiseren met #MeToo of ijveren voor gelijkheid van man en vrouw?

“Nogmaals: het beste is als blanke man om een stapje achteruit te zetten en je niet in dit debat te torpederen. (na enig aandringen) Toch ben ik de laatste om te zeggen dat #MeToo te ver is doorgeschoten. Het kan voor mij niet ver genoeg gaan. Je hoort soms zeggen: ‘Bart De Pauw wordt gelyncht.’ Tja, dan weet je toch blijkbaar niet wat dat is, gelyncht worden. De Pauw wordt nog steeds gesteund, hij mag nog dingen maken. Ook Jan Fabre krijgt nog altijd opdrachten.

“Dat het te ver is doorgeschoten, is absolute onzin. Maar ik vraag me wel af: wat betekent het intussen om man te zijn? Als we dat enkel gaan overlaten aan de Jordan Petersons, Thierry Baudets en Dries Van Langenhoves van deze wereld, dan komen we er niet.”

Nu wordt u weer een tikje cryptisch.

“Wel, ik snap heel goed dat jongens van 16, 17 jaar niet meer weten hoe ze zich moeten gedragen. Ik begrijp perfect dat er een tegenbeweging is tegen de goede bedoelingen van #MeToo. Ik word ook lastig van het idee dat alles de schuld is van de man. Wie wordt beschouwd als een probleemgeval, gaat zich als dusdanig gedragen.

“Ik hoorde onlangs een podcast van een journaliste die eerst op bezoek ging bij een witte extremist en later bij moslimradicalen. Welnu, ze ontdekte verrassende parallellen. Het begon allebei met totaal niet meer weten hoe je je als man gedraagt. En met een worsteling met seksualiteit. We mogen hier dus niet lichtzinnig over doen.”

Legt u uw eigen gedrag ook op de rooster?

“Er is een gulden regel als man: wees geen eikel. Maar ik heb ook agressie in mij. Ik speelde een tijdje rugby bij een homoteam om daar een uitweg voor te vinden. Veel pijn en kwetsuren gehad, dat kan ik je verzekeren. Toch is beweren dat mannelijke agressie per definitie iets slechts is, geen oplossing. Als we mannelijkheid aan religieuze of rechtse zotten overlaten, dan is de discussie voorbij. Laten we luisteren naar wie er iets over te zeggen heeft.”

‘Een zoon opvoeden is een van de moeilijkste dingen die er bestaan.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

Als vader van – sinds kort – twee zonen bent u daar misschien extra gevoelig voor?

“Ja, want een zoon opvoeden is een van de moeilijkste dingen die er bestaan. Tegen dochters zeggen we: ‘Kom voor jezelf op, laat je niet kleineren en wees voorzichtig.’ Maar bij zonen loopt er een heel dunne lijn tussen opkomen voor jezelf en macho- en stoerdoenerij.

“Ik merk dat ook aan de Brusselse schoolpoorten. Dat is heftig. Mijn zoon van tien is heel taalvaardig en vaak grappiger dan ik. Maar in een Brusselse school is taalvaardigheid geen pluspunt! Ze zijn niet onder de indruk van een kind dat een mooie Nederlandse volzin kan vormen. Het gaat om agressie en stoerdoenerij. Ik weet nog altijd niet hoe hij daarmee moet omgaan. De identiteit van de man is tegenwoordig veel troebeler. We moeten dringend in het reine komen met ons man-zijn.”

Toch lijkt het erop dat Vandecasteele minder schreeuwerig in het leven staat dan pakweg een decennium geleden. Niet dat hij meel in de mond heeft. Maar in sommige debatten verkiest hij een wijselijk stilzwijgen, benadrukt hij. “Ik heb bijvoorbeeld geen mening over Zwarte Piet. Het is nu niet aan mij – als bange, blanke man van veertig jaar – om me daarmee te bemoeien. En omdat iedereen tegenwoordig op Facebook en Twitter voortdurend kwaad is, valt het zelfs niet eens meer op als ik een keertje kwaad ben. Provocatie wordt zo saai en voorspelbaar. We noemen elkaar fascisten alsof het niets is.”

Toch houdt Vandecasteele de Belgische politiek nauwlettend in de gaten. En in het bijzonder de emoties en agressie die ook daar door de kelen gieren. “Ik ben een burger. Dus dat heeft rechtstreeks belang voor mij.”

‘Politiek is emotie geworden en alleen verontwaardiging maakt nog indruk. Dus stop met zo saai te zijn’, schreef je recent in een column in De Standaard. Dat was een sneer naar links. Hoe moet een hedendaagse politicus zich staande houden, volgens u?

“Er is geen weg terug meer. De burger zal niet milder worden. De emoties in de politiek gaan alleen maar toenemen. Rechts heeft dat heel goed begrepen, dat zag je in de laatste verkiezingscampagne van het Vlaams Belang. Maar links, en vooral de sp.a, blijft zeuren: ‘Het is oneerlijk.’ Links gedraagt zich lachwekkend, als een calimero. Maar waarom zou links ook niet met emoties mogen spelen? Zie bijvoorbeeld naar het Amerikaanse Democratische parlementslid Alexandria Ocasio-Cortez. Het idee dat een politicus saai en gedegen moet zijn, heeft definitief afgedaan. Ook Groen trapte in de val: bepleiten dat we moeten ‘minderen’, nee, dat werkt niet bij de burger. Koop jij een product waarbij je ‘minder’ wordt aangeboden? Nee, toch?”

Dus links moet de tactieken van rechts kopiëren en er nog een schepje bovenop doen?

“Ik geef toe: ik vind het ronduit fascinerend te zien hoe bedreven rechts is met sociale media én hoe ze de toon wisten te zetten. Ze gaan natuurlijk in de leer bij Génération Identitaire (vooral in Frankrijk actieve extreemrechtse politieke beweging, red.) en kopiëren Steve Bannon-achtige toestanden. Ik ben er bijna jaloers op. Precies daarom is het onzin om hen te negeren. Nee, je moet hen net pakken op hun zwakke plekken. En die zijn er. Zo werden ze heel nerveus na de polemiek rond de homo-uitspraken van Vlaams Belang-parlementslid Dominiek Sneppe.

“Dertig jaar lang hebben we extreemrechts in Vlaanderen proberen te verzwijgen. Nu hebben ze hun eigen kanalen. Ze niet meer aan bod laten komen in kranten, is geen oplossing meer. Ga de confrontatie aan.”

In het cordon sanitaire gelooft u niet meer?

“Ik heb er nooit in geloofd. Want door het cordon sanitaire te handhaven, geef je toe dat de democratie te zwak is om met extreemrechts om te gaan. Dan kun je maar beter meteen ook stoppen met verkiezingen, toch? Democratie is een kwetsbaar gegeven. Zorg dus dat je sterk genoeg in je schoenen staat.”

Wordt er te weinig gedroomd in de politiek?

“Dat onze samenleving veel beter kan, is een linkse en progressieve gedachte die ik nog altijd koester. Moeten we echt tevreden zijn met wat er nu is? Helemaal niet. Vandaar wellicht mijn sciencefiction-obsessie. Er zijn immers zoveel mogelijke werelden. Misschien moeten onze politici eens elders gaan rondkijken. In Hongkong bijvoorbeeld, dat kan bevrijdend werken.”

Hoe kan een schrijver daaraan bijdragen?

“We kunnen ideeën uittesten. Een boek is bovendien een perfecte manier om te twijfelen. In Massa of Jungle beproefde ik denkbeelden over de economische crisis, over privacy, over waakzaamheid, stedelijkheid enzovoort. Misschien was ik wel visionair. Maar om uitgenodigd te worden aan tafel, moet je natuurlijk je stem verheffen. Schrijvers zijn gesubsidieerde oppositie. Als we té bang blijven, dan verliezen we onze geloofwaardigheid. Af en toe mogen onze woorden pijn doen.”

Het valt op: u bent een van de weinige auteurs die zelden de autobiografische toer opgaat.

“Iedereen doet het tegenwoordig, schrijven over zijn zieke moeder, over zijn tragische jeugd, over zijn demente vader… Ik dan maar niet. Welke pretentie heb je om te beweren dat je interessanter bent dan zes miljard andere mensen?”

Is niet elke gepubliceerde roman ook een daad van ijdelheid?

“Ik wil geapprecieerd worden voor wat ik fantaseer, al heeft het dan soms wortels in de realiteit. Dat vind ik interessanter dan de hoekjes ‘gereformeerde literatuur à la Jan Siebelink’ of autobiografische spinsels. Ik wil een eigen hoekje. Een Vandecasteele-hoekje in de boekhandel, met een rare geur en flikkerende tl-buizen. Een beetje rock-’n-roll mag toch nog wel? In die zin zit ik goed bij uitgeverij Lebowski. Ze hebben bestsellers met zussen van criminelen (Astrid Holleeder, DL), ze hebben mij financieel dus niet nodig. Ze zien mij als excuustruus, als hun speeltje.”

U koketteert vaak met uw ongepolijste stijl. Ook hier, bij Wraakengel, cultiveert u nogal dat onaffe.

“Ik ken mijn zwaktes. Als ik nu twee of drie uur aan één zin zit te werken, dat maakt niet zoveel verschil. Mijn zinnen worden daar niet beter of mooier van. Toegegeven, het is ook een manier om mezelf in te dekken: ‘Ik schrijf pulp en daarom schrijf ik niet zo esthetisch.’ Maar ik lees ruwe en ongepolijste literatuur zelf veel te graag. Ik weet natuurlijk wel: recensenten lichten graag mooie zinnen uit een roman. Die wedstrijd ga ik nooit winnen.”

“Ik ben gewoon altijd op zoek naar bondgenoten”, besluit Vandecasteele, met een samenzweerderige blik, terwijl hij nog een sigaret opsteekt. “Ik beschouw een boek niet als een eindpunt, maar als een visitekaartje. ‘Dit is mijn wereld, ik bied hem aan. Misschien kun je er iets mee.’ Snap je? Misschien heb ik wel té veel fascinaties. Dat leidt tot een grillig parcours, ik weet het. Maar ik wil het niet anders.”

Joost Vandecasteele, ‘Wraakengel’, Lebowski, 250 p., 21,99 euro. Verschijnt op 20 augustus. ‘Wraakengel’ is nu al uit als audioserie op Storytel. Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234