Woensdag 11/12/2019

Maud Vanhauwaert

Er gleed een klodder omlaag, toen zag ik: Poetin smolt!

Maud Vanhauwaert Beeld DM

Elke week ontmoet Maud in de achterbuurten van haar geest een vooraanstaande persoon.

Het was al nacht toen ik alleen door de stad wandelde, op zoek naar een nachtwinkel. Voor tampons. Dat gebeurt. Op de terugweg bleef ik staan voor een donker steegje. Ik zag, zo in het midden ervan, een vlek vaal licht. Wellicht kwam het uit een woonkamer met open gordijnen. Waarom ik het per se zeker wilde weten? Misschien omdat ik aan mijn avondwandeling een grotere queeste wilde verbinden dan het 'halen van tampons'.

Ik wandelde het steegje in en gluurde, voorzichtig vanaf een afstandje, naar binnen. Tegen het raam stond een tafel, met daarop een schaakbord en een brandende kaars. Aan de ene kant, met haar rug naar mij toe, zat een meisje, met hoog opgestoken haar. Aan de andere kant zat Poetin. Hij zat voorovergebogen over het schaakbord. Zijn kale schedel blonk in het kaarslicht. Ze zaten daar, als een stilleven. Toen plots stond het meisje op. Ze nam de kaars, en bracht die naar Poetins bleke hoofd. Hij verroerde zich niet.

Ik kwam wat dichter bij het raam, en kon zien hoe de kaarsvlam zijn schedel likte. Een dikke druppel biggelde van zijn voorhoofd. Ik wist niet of het kaarsvet was of zweet. Er gleed een tweede klodder omlaag en toen zag ik: het was een wassen beeld dat daar aan tafel zat. Poetin smolt! Het meisje bleef de vlam bij zijn hoofd houden. Droppels dropen, steeds logger, over de oogwallen, en trokken die mee naar beneden. Het hoofd kreeg, letterlijk, een aanwassende nek, glimmend als de dikke speklaag van een zeehond. Uiteindelijk zakte het hele hoofd in elkaar en het goedje vlijde zich over Poetins bleke schaakpionnen.

Net toen ik nog iets dichter bij het raam wilde komen, draaide het meisje zich bruusk om en keek mij strak aan. Haar grote ogen grijsblauw en mat, als ongewassen druiven. Ik voelde mij betrapt. Ik hield mijn plastic zakje van de nachtwinkel omhoog, alsof mijn tampons konden verklaren waarom ik hier, in dit verlaten steegje, door een raam naar binnen staarde. (Onbewust wilde ik, misschien ter geruststelling, zeggen: "Ach, er lekt zo veel vanavond".) Maar in plaats van de gordijnen dicht te trekken, glimlachte ze zacht, een samenzweerderig trekje om haar lippen.

Het meisje zette de kaars weer op tafel en opende het raam. Ik stond nu vlakbij. Ik zag hoe ze de vingers van haar rechterhand in de was doopte. Ze wachtte even. Toen schoot ze, met de nagel van haar duim, de kleine dopjes gedroogde was uit het raam.

Vervolgens herhaalde ze de handeling. Ze deed het uiterst geconcentreerd, ceremonieel bijna. De dopjes leken wel minuscuul kleine schedelpannetjes.

"Voor elk slachtoffer één", zei het meisje plechtig. Ik wist niet waar ze precies op doelde. Ik liep terug naar huis en toen ik 's nachts niet kon slapen ging ik nog eens kijken. Het hele steegje lag bezaaid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234