Woensdag 20/11/2019

Concertrecensie

Ennio Morricone in het Sportpaleis: heel mooi, maar waar is het gevaar?

Ennio Morricone Beeld Alex Vanhee

Ennio Morricone is een kloeke 87 lentes jong. Ik verdenk de verkreukte Italiaan ervan in zijn latere jaren een romanticus te zijn geworden, of anders is hij tegenwoordig in een tedere bui. In elk geval: de muziek die hij bracht in het Sportpaleis was móói.

Niet dat Morricone een makkelijke jongen is geworden: de tamelijk imposante 60 Years in Music-tour die vanavond dus halt hield in het Antwerpse, mocht dat vlotjes bewijzen. Er stond op voorhand van alles te lezen: hij zou meer dan 150 muzikanten meebrengen! Zijn hele oeuvre doorlichten! In de bloemetjes worden gezet! Maar een zacht voortkabbelende greatest hits-show klonk in Ennio's oren een beetje saai, en dus werden er lange omwegen genomen langs de minder bewandelde paden van zijn repertoire.

De show werd in verschillende stukken gekapt volgens thema: 'The Mission', '3 adagio's', dat soort dingen. Het eerste was een hommage aan Ennio's Italiaanse spitsbroeder Giuseppe Tornatore. Dat is de regisseur van Cinema Paradiso, destijds van een prachtige score voorzien door Morricone, maar helaas: die soundtrack bleef, net als dat andere bekende Tornatore-werk Malena, in de kast. Werd wel gespeeld: The Legend of 1900, The Best Offer en het al helemaal onbekende Baaria. Stuk voor stuk sublieme stukken, maar met een oeuvre als dat van Ennio kan je ook makkelijker binnenkomen: och, who cares?

Om het publiek toch ietwat op zijn gemak te stellen - schattig overigens hoe Ennio zich telkens verplicht voelde om van z'n houten gestoelte op te krabbelen en na elke beweging een applausje in ontvangst te nemen - werd het tweede deel ('Scattered Sheets' of vrij vertaald: 'allerlei') wél geopend met een hit. Eén van zijn mooiste nog wel: 'Chi mai', de wonderlijke compositie die ooit op de totaal onbekende film Maddalena werd geplakt. Het herkenningseffect zal er wel wat mee te maken hebben gehad, maar de eerste strijkersnoten die dat werk langzaam vooruitduwden, sneden diep: de Tornatore-hommage was onbekend terrein. Híér kwamen we allemaal voor het eerst thuis bij Morricone.

Ennio Morricone Beeld Alex Vanhee

Na even aan het meubilair te hebben gesnuffeld werden we evenwel meteen terug buiten gekegeld: H2S, Love Circle en Croce d'amore waren alweer obscure werken, en dat zeg ik als iemand die er in zijn vrije tijd toch graag een cd-boxje Morricone-soundtracks doorjaagt. H2S, de film, blijkt (thanks, IMDb) een Italiaans sf-drama uit 1969 te zijn, met op het moment van schrijven een gemiddelde score van 5,0. Love Circle en Croce kwamen uit het al evenmin kletterend in de oren klinkende Metti, una sera a cena. Het leek wel of Ennio een punt wilde maken: "U hebt niet alle vijfhonderd films gezien waarvoor ik de soundtrack heb gecomponeerd, maar de muziek is óveral even goed." Geen reden om 'm ongelijk te geven.

En toch. Laten we elkaar geen stronzo noemen: driekwart, zo niet vierkwart van de reden waarom u allemaal zestig tot honderd knotsen op tafel had gegooid voor een zitje in wat toch nog altijd het Sportpaleis is, had bitter weinig te maken met H2S, en wel álles met ene Sergio Leone - die andere maestro - en de muziek die Morricone voor hem schreef. De spaghettiwesterns knalden het concert meteen een nieuwe, lyrische dimensie in. De fluitende westerndeuntjes! De harmonica! Het woestijnzand dat je tussen de klanken hoort schuren! De crux van de show vanavond lag bij Once Upon a Time in the West (of, mooier: C'era una volta il west) en The Good, the Bad and the Ugly (of Il buono, il brutto, il cattivo).

't Is de mondharmonica die het 'm deed. De lichten waren uit en het applaus was beleefd weggeëbd, en toen was-ie te horen. Het effect was als een snerpende noorderwind die een rilling joeg over elke ruggengraat in de zaal - toch zeker die van mij. Geniaal! Il forte dan, versterkt door het koor (een slordige man of zeventig) en sopraan Susanna Rigacci: het werd een soort legermars voor troepen die weten dat ze naar de slachtbank worden geleid. Bij het centrale deuntje van The Good, The Bad and the Ugly prikte het even dat het bekende fluitmelodietje door een klarinet werd gespeeld: echt wérken deed dat niet. Maar van zodra de song openbarstte, werd je meteen van je zitje gelicht en ergens in de Italiaanse woestenij gedropt. Morricone toverde uit zijn hoed paardengetrappel, aasgieren in de lucht en coyotes achter de rotsen, terwijl jij - de naamloze held - het avontuur tegemoet mocht rijden. Éven weg.

Oud en knorrig

Giu la testa (uit A Fistful of Dynamite) was ook mythisch, maar dreef veel meer op tristesse: in westerns - films waarin de personages altijd onverbiddelijk worden voorbijgestoken door de tijd en door de wereld - moet je altijd een streepje verlies voelen. In schril contrast: Morricones zaligmakende triomf The Ecstacy of Gold, dat voor altijd te boek staat als één van de krachtigste lappen filmmuziek ooit. Dat nummer heeft z'n titel niet gestolen: het heet niet The Happiness of Gold of The Fun Times of Gold. Het is een orgastische, overrompelende, moordende kanonskogel van een compositie die je inderdaad haast ogenblikkelijk in extase brengt. De pauze die volgde was even nodig.

Het tweede deel van de set kon dat niveau nooit aanhouden: dat is geen kritiek, maar gewoon een broodnuchtere vaststelling. Een Vatel of een The Red Tent zal nooit even hard tot de verbeelding spreken als The Ecstacy of Gold. The Hateful Eight maakte van alles na de pauze eigenlijk de beste beurt. Als Morricone straks een Oscar krijgt (en let's face it: dat zál-ie), dan heeft hij zijn laattijdige beeldje voor een waardig werk gekregen: L'ultima diligenza di Red Rock, de centrale melodie, verklankt niet de nerveuze suspense van Bernard Herrmann, maar wel de onvermijdelijke doem van het oprukkende noodlot. Evenwel: veel braaf werk in de staart. Per le antiche scale, I promessi sposi... Mja.

Heel lyrisch, heel mooi, heel romantisch, maar je kon denken: waar is het gevaar, de edginess, de avant-garde die óók deel uitmaakt van de zestigjarige carrière waarvan deze tour toch een viering is? Waarom niet eens Lizard in a Woman's Skin, The Cold Eyes of Fear of Gestazione in een orkestraal jasje stoppen, of anders wel het in Inglourious Basterds passerende Rabbia e tarantella, of nog: de theme song van A Fistful of Dollars? De vunzige waanzin van The Bird with the Crystal Plumage of het verstikkende minimalisme van The Thing? Zijn oeuvre is enorm, maar tegen het einde van de avond kon je gaan denken dat het allemaal wat op elkaar leek, en dan heeft iemand ergens toch een serieuze inschattingsfout gemaakt bij het samenstellen van de setlist. Of ik ben ondertussen even oud en knorrig als Ennio zelf, dat kan natuurlijk ook.

Nog enkele willekeurige gedachten: als Ennio over vrouwen componeert (zie: Jill's Theme, Deborah's Theme, Irene-Dominique) dan zit daar altijd iets van een hartverscheurend spijtgevoel in - geen idee of dat iets zegt over 's mans privéleven. Gabriel's Oboe - één van die fladderende liedjes die iederéén kent - is enkel aan de oppervlakte lieflijk en lichtjes new-agey: daaronder schuilt kwelling, donkerte en vuiligheid, en daarom blijft het een eindeloos fascinerend werk. En ondanks het feit dat hij 87 is, is Morricone nog altijd een onmogelijk te negeren concertleider. Hij zal de muziek voor de volgende Tarantino verzorgen, en dat is wéér iets om naar uit te kijken.

Is het mogelijk om een viersterrenconcert te geven en toch nog een heel klein beetje teleur te stellen? Zeker niet, geen sprake van, onmogelijk. Net dáárom dat Ennio het vanavond toch deed, wellicht: op zijn 90ste moet hij hier maar eens vijf uur vullen, met nog méér werk en nog méér variatie, en dan krijgt hij die laatste ster er ook nog bij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234