Zondag 26/06/2022

DM ZaptFrederik De Backer

En daarom heb ik een hekel aan verborgencameraprogramma’s

Jeroen Verdick en Jens Dendoncker. Beeld VTM
Jeroen Verdick en Jens Dendoncker.Beeld VTM

Frederik De Backer zet de blik op oneindig. Vandaag: Hoe zal ik het zeggen?

Frederik De Backer

Je eerste verloren vriend zie je een leven lang door kinderogen. De mijne heette Wim. Op 7 april wordt hij vijfendertig, maar ik zie enkel geschaafde knieën onder een korte broek vandaan komen. Hij woonde om de hoek, in de Pamelstraat – een oneindigheid weg, zeker in de Dutroux-jaren, toen alle kinderen binnen moesten blijven – en kwam tot mijn twaalfde het dichtst in de buurt van wat ik me voorstel bij een broer.

Wim had een zus, een moeder en een Sega. We voetbalden, bevochten samen andere kleine mannen en lijstten alle worstelaars op die we kenden. Hij was dol op Sting, ik had het meer voor Goldberg. Ook vandaag nog, wellicht. Ik toch.

Geen idee hoe een kind van tien omgaat met het trauma van zijn beste vriend, maar mij leek het dat Wim nooit iets anders had gedaan. Ik herinner me niet dat hij me speciaal behandelde, hij was er gewoon. Dat volstond. Niet alles hoefde plots te verkruimelen. Zijn vader was lang geleden al vertrokken, dat zal er wel iets mee te maken hebben gehad.

Toen we weer buiten mochten, wendde ik mijn mountainbike aan voor de dagreis naar de Pamelstraat. Die liet ik dan, ondanks mijn moeders vermanende woorden – want in de Pamelstraat werd álles gepikt – buiten staan, zonder slot of iets. Maar bestolen worden was iets voor volwassenen.

Zonder slot. In de Pamelstraat.

Vechtend tegen tranen slofte ik de heuvel af. In één jaar tijd had ik zowel mijn ­vader zelf als zijn dierbaarste bezit verloren. Die prachtige groene Cannondale, waarvan zelfs het kleinste onderdeel persoonlijk was uitgekozen door mijn grote, dode held. Mijn moeder vertelde me ­onlangs nog hoe ze me snikkend de oprit op had horen komen. En hoezeer ze met me te doen had gehad toen ik met betraande wangen mijn spijt ­betuigde.

Valse tang.

Nog geen uur eerder had ze in het voorbijrijden de fiets zien staan, vliegensvlug de oude Golf geparkeerd waarvan ik elke avond rond zes uur het geluid al van in het lokaal van de naschoolse opvang had herkend, en – zo zie ik het toch altijd voor mij – met een sigaret in een mondhoek mijn ros in de koffer geheven. Een ravissante vrouw van net veertig. Een toonbeeld van goede smaak en stijl, met één parkeermanoeuvre verworden tot kleine crimineel.

Niemand kan een kind zo liefdevol een dom joenk noemen als mijn moeder. Want net toen mijn bittere klaagzang was aangezwollen tot een vloedgolf van schaamte en smart, wreef ze het in mijn gezicht: de fiets stond gewoon weer in de garage – en dan de term, liefdevol. Een waardevolle les. Een kind getekend voor het leven, een fiets van dertig jaar oud die tot de dag van vandaag bij mij in de schuur staat. Op slot. Opvoeden heet dat.

En daarom heb ik een hekel aan verborgencameraprogramma’s.

Hoe zal ik het zeggen?, maandag om 20.35 uur op VTM.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234