Vrijdag 18/10/2019

concertreview

Elvis Costello scoorde in OLT Rivierenhof vaker en gracieuzer dan de Duivels en de Japanners samen

Beeld Koen Keppens

Na zijn door overacting en gratuite effectjagerij getorpedeerde soloshow, vorig jaar in De Roma, had Elvis Costello wat goed te maken. En dat deed hij. De Bob Dylan van de postpunkgeneratie liet zich eindelijk weer seconderen door The Imposters en deelde in Antwerpen zoveel uppercuts uit dat we ons gebit achteraf in een doosje mee naar huis kregen.

"Meestal vraag ik hoe het met jullie gaat, maar ik denk dat ik het antwoord al ken", monkelde de 63-jarige artiest, toen hij iets na tienen, in een keurig zwart pak het podium op wandelde. "Mag ik nog voorzichtig informeren naar jullie bloeddruk?" Uiteraard verwees hij hiermee naar het voorprogramma: het beloftevolle groepje The Red Devils dat zich via een scherm aan het publiek had geopenbaard en, na veel gestuntel, dankzij een spectaculair slotkwartier, alsnog het voordeel van de twijfel kreeg.

Behalve zijn trouwe begeleiders had Costello met Kitten Kuroi en Brianna Lee twee uitstekende zwarte zangeressen meegebracht, wat een weldadige invloed had op het soul- en gospelgehalte van zijn songs. Sinds zijn vijf jaar oude samenwerking met The Roots had Brillemans geen platen meer uitgebracht en aangezien er pas ten vroegste dit najaar vers materiaal wordt vrijgegeven, putte hij in het Rivierenhof uit zijn rijke catalogus. Dat leidde tot verrassende keuzes, want om sommige nummers te herkennen was een academische graad in de Costellogie beslist geen overbodige luxe.

Beeld Koen Keppens

Kenners noemen The Imposters wel eens de meest gesofisticeerde garageband ter wereld. De heren klonken hecht en strak, maar als je weet dat Elvis Costello al vele jaren langer getrouwd is met toetsenman Steve Nieve en drummer Pete Thomas dan met de moeder van zijn kinderen, hoeft dat niet te verbazen. De zanger is bovendien een muzikale alleskunner: jazz of klassiek, country of rock, hij zet het allemaal even moeiteloos naar zijn hand. Eén en ander resulteerde in een gevarieerde set, want als een doorgewinterde guerillastrijder weet hij dat een bewegend doelwit moeilijker te raken valt. Bovendien is geen enkele songwriter van zijn generatie zo welbespraakt als hij: op het podium schoot de man met woorden alsof het gifpijlen waren.

Costello trapte af met ‘Wonder Woman’, een rhythm & blues-souvenir van zijn samenwerking met Allen Toussaint, en ‘Miracle Man’, waarin we de geest van de eveneens aan New Orleans gelinkte Ernie K. Doe betrapten. Bassist Davey Faragher richtte meteen zijn kompas op Motown, terwijl Nieve, met zijn klavierverrichtingen in het stuiterende ‘Clubland’ een morsig etablissement in Havana te voorschijn toverde. Uit het 35 jaar oude ‘Imperial Bedroom’ plukte het gezelschap vervolgens een traag en bluesy ‘Tears Before Bedtime’, met de chanteuses in een sterrenrol. "Ik schreef dit nummer toen ik twintig was", vertelde Cos met enige zelfspot. "Maar mijn tragisch romantische conditie kon iedereen toen nog gestolen worden."

Beeld Koen Keppens

Net zoals Dylan ging Costello nogal vrij om met zijn repertoire. Maar ook al voorzag hij zijn songs regelmatig van een nieuwe carrosserie, het gezoem van hun motor klonk nog net vertrouwd genoeg om ze zonder angst het verkeer in te sturen. ‘Girls Talk’ charmeerde dus evenzeer als vroeger en dan moesten de echte knallers nog komen. Tijdens ‘(I Don’t Want to Go to) Chelsea’ viel nog eens op wat voor expressieve gitarist Elvis Costello wel is. Zijn grofkorrelige uitweidingen op de snaren verloren nooit hun spankracht en in de dub-noirversie van ‘Watching the Detectives’ gedroeg de man zich als een abstract expressionist die net een nieuwe kleur had ontdekt.

Napoleon Dynamite had echter nog ander kruit in zijn geweer zitten. Het recente ‘You Shouldn’t Look At Me That Way’, bedacht voor de filmsoundtrack van ‘Film Stars Don’t Die In Liverpool’, was een zacht voorbij schuifelende, loungy ballad waarin hij de crooner in zichzelf de vrije teugel gaf. Het van George Jones geleende ‘Good Year For the Roses’ was country met een southern soulrandje en het satirische ‘Waiting For the End of the World’ diende zich, net als ‘Beyond Belief’, aan als een kort aangebonden pitbull van een rocker. Goed, Costello is al lang niet meer de Angry Young Man van weleer –hij maakte regelmatig grapjes over zijn leeftijd– maar met ‘I Want You’, een song over ontrouw en ziekelijk verlangen, versierd met messcherp, atonaal gitaarwerk, gaf hij aan dat hij, desgewenst, nog vervaarlijk kan uithalen.

Na goed een uur zat de set erop en tekende ‘Four Eyes’ met een denkbeeldige passer een al even lange bisronde uit. Een gestript ‘Alison’ had niet méér nodig dan Elvis Costello en zijn twee assistentes rond een enkele microfoon geschaard. Het nieuwe ‘A Face in the Crowd’, nu met De Meester aan de piano, was hoorbaar bestoven door de sixtieshits van Burt Bacharach. Zodra Steve Nieve weer ten tonele verscheen vielen trouwens nog méér aangename verrassingen te rapen: het bloedstollende ‘Shot With His Own Gun’ kreeg op de valreep een stukje uit Beethovens negende aangenaaid en in het voor wijlen Johnny Hallyday verzonnen ‘Adieu Paris (L’envie des étoiles)’ bewees Cos dat hij niet te bedonderd is om de Galliërs in hun eigen taal aan te spreken.

De finale, ingeleid door ‘Oliver’s Army’ (de beste popsong die ABBA nooit heeft geschreven) was er één om door een ringetje te halen. Het rauwe ‘Pump It Up’ voegde gezwind de daad bij het woord en met het bij ouwe gabber Nick Lowe betrokken ‘(What’s So Funny ‘Bout) Peace, Love & Understanding’ deelden The Imposters, na twee uur, de genadeslag uit. Wat ons betreft hadden ze best nog een uur langer door mogen gaan. Want Elvis Costello, tegelijk aanvaller en verdediger, scoorde in Antwerpen vaker en gracieuzer dan de Duivels en de Japanners samen. Niet kwaad voor een man die stilaan de pensioengerechtigde leeftijd ziet naderen. Maar zoals hij even eerder zelf had vastgesteld: Accidents Will Happen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234