Maandag 17/06/2019

Boekenrecensie

Eindelijk een biografie die het genie van Chopin alle eer aandoet ★★★★★

Frédéric Chopin speelt in de woonkamer van aristocraat Antoni Radziwill, in 1829, Warschau. Beeld © De Agostini / A. Dagl

Eindelijk is er een biografie van Chopin (1810-1849) waarin Polen, geboorteland van de componist, ook in zijn verdere leven genoeg in het oog blijft springen. Alan Walker doet het genie van de componist alle eer aan.

Je hebt mensen die denken dat Frédéric Chopin speciaal componeerde voor ontbijtradio en winkelacties onder de noemer ‘Aangenaam Klassiek’. Toen zijn ‘Sonate nr 3’ onlangs een bijeenkomst van de Nederlandse politieke partij Forum voor Democratie opluisterde, ging het in reacties achteraf over de achterlijkheid van deze keuze. Immers: dit was ‘muziek voor verliefde stelletjes’.

Toevallig hoort net deze sonate tot de grilligste, meest hemelbestormende muziek die Chopin heeft nagelaten. Pas decennia na z’n eerste uitgave werd het stuk aan de obscuriteit ontrukt, meldt Alan Walker in zijn dikke, Engelstalige, muzikaal goed doortimmerde en sociaal-historisch prachtig gedetailleerde biografie Fryderyk Chopin.

Met de voornaam op z’n Pools. Het bizar getalenteerde kind aan wie Walker, leunend op nieuw Pools onderzoek, zijn eerste 200 pagina’s wijdt, is immers daarginds geboren en opgegroeid, ziek geworden en opgekrabbeld, weer ziek geworden en opgekrabbeld. Op Walkers titelblad had ook Fr. Shopen of Choppen kunnen staan – zoals hij in de eerste jubelrecensies heette. Zijn theorieprofessor schreef Szopen op het eindrapport (‘speciale vaardigheid: muzikaal genie’). Fryderyks moeder spelde ‘Choping’.

Migratiestroom

Niet-Poolse biografen schreven tot nu toe losjes over Chopins vroege jaren heen. Zonder geboorteland en heimwee ging het natuurlijk niet, maar in Walkers vertelling blijft Polen ook in het verdere verloop in het oog springen, even nadrukkelijk als andere bekende bakens als piano’s, George Sand, tuberculose en mazurka.

Polen was voor ‘Chopin de émigré’ meer dan een bron van behaaglijke zielenpijn. De concertreis die hem in Parijs deed belanden viel samen met een massale migratiestroom vanuit Oost-Europa naar het Westen. Poolse handwerkers, middenstanders en aristocraten, politici, militairen en intellectuelen ontvluchtten met tienduizenden tegelijk de slachtingen en onteigeningen die de Russen na een opstand in 1831 aanrichtten in de door hun bezette sector van het land. Vooral Frankrijk heette migranten welkom.

Chopin werd vanaf zijn aankomst in Parijs tot in zijn schemerjaren door Poolse migranten omringd. Een Poolse bediende droeg hem van hot naar her toen hij zijn ene been niet meer voor het andere kreeg. Een Poolse huisvriend, de in Rusland ter dood veroordeelde Grzymala, vorm de zijn laatste schakel met de buitenwereld. In salons van de Poolse regering in ballingschap had Chopin zich bewogen als Pool onder de Polen.

Doorprikker

Het verhaal dat Chopin bij zijn vertrek uit Warschau een pot Poolse aarde zou hebben meegenomen om die voor altijd aan de borst te koesteren, word met smaak ontkracht. Walker, die eerder Liszt tot leven bracht, is een erkende doorprikker, ook van nonsens die al doorgeprikt was, zoals de brief- dagboekvervalsingen die van Chopin postuum een sentimenteel gedrocht hebben gemaakt.

Met waardering voor George Sand, die van minnares veranderde in mantelzorger en tweede moeder (de seks zou gestopt zijn per 19 juni 1839); ook zij moet eraan geloven, als ze die bekende prelude uit opus 28, gecomponeerd op Mallorca, betitelt als ‘Regendruppel’ – zogenaamd vanwege het tikkende geluid op het dak boven Chopins hoofd. Iedere toerist weet, na bezichtiging van Chopins werkcel in het klooster van Valldemossa, dat er nog een etage tussen heeft gezeten, maar het is goed dat dit eens hardop wordt gezegd.

Chopin, volgens Sand altijd bang dat anderen iets van hem vonden, had toenemend last van podiumvrees; voor een optreden in de Salle Pleyel moest de ruimte salonachtig herschapen worden, met vrienden op het podium en bloemen overal.

Met attenties was hij zuinig: een en dezelfde wals, ‘voor u’, schonk hij aan acht gelukkigen. Een Engelse muziekuitgever zag marketingkansen in de zangerig-delicate aspecten van Chopins nocturnes en ballades, en voorzag naamloze opusnummers van titels als ‘Verzuchting’ en ‘Troost’.

“Toe, speel uw Tweede Zucht” hoorde hij dames smeken, op concertreis in Schotland. Chopin: “Aan al die lui hier zit een steekje los.”

Maar verontrustender nog was het lot van Chopins 15-jarige sterleerling Karoly Filtsch, een zeldzaam begaafde puber, na wiens optreden Franz Liszt zei: “Nu kan ik mijn winkel wel sluiten.” De jongen ging dood. Tuberculose. Hoeveel leerlingen, peinst Walker, zou Chopin hebben besmet? De Poolse arts die lang bij Chopin inwoonde (tot hij zelf aan tbc bezweek) had het niet kunnen zeggen. Tbc werd beschouwd als niet-overdraagbaar.

Alan Walker, Fryderyk Chopin (*****), Farrar Straus & Giroux, 768 p., 30 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden