Maandag 18/11/2019

Eigen kweek

“‘Eigen kweek’ speelt zich af in een rustige, witte wereld waaraan de Vlaming met nostalgie terugdenkt”

Beeld Geert Van De Velde

Hij klinkt eerder als Zwangere Guy – even Brussels, maar minder vuilgebekt – dan als Frank Welvaert. En toch is showrunner Philippe De Schepper de geestelijke vader van de familie Welvaert en haar dorpsgenoten uit Wijtschate. Hij schreef, samen met zijn collega-scenaristen, alle van de pot gerukte scenario's van Eigen kweek. Straks moet hij afscheid nemen van zijn personages: het derde seizoen, net gestart op Eén, zal ook het laatste zijn. 

Eigen kweek zit er bijna op, maar er is reden tot blijdschap: ook naar het derde seizoen wordt weer massaal gekeken.

Philippe De Schepper: “De eerste aflevering haalde live 1.382.000 kijkers, en daar zijn nog eens 360.000 uitgestelde kijkers bij gekomen. Dat is het beste resultaat voor een fictiereeks sinds 2016.” 

Wat voor geweldigs was er toen op de buis?

Eigen kweek, seizoen twee (lacht).

“Het was nochtans nooit onze bedoeling een kijkcijferhit te maken. Initieel was Eigen kweek niet eens bedoeld als humoristische reeks. In het dossier waarmee we destijds naar de VRT zijn gestapt, stond: 'dramaserie met komische ondertoon'. Maar toen de eerste afleveringen klaar waren, stonden ze daar versteld van de humor. Dat had veel te maken met de acteurs: we hadden voor een cast gekozen die perfect in elkaar klikte. Ze hebben allemaal eenzelfde intuïtieve manier van acteren. Als de acteurs geloven in hun personage en er zelf lol in hebben, brengen ze het scenario nog meer tot leven.

“Toen ik Wim Willaert in de gedaante van Frank zag, zei ik tegen regisseur Joël Vanhoebrouck: 'Als iemand dít slecht vindt, gaan we daar geweldig hard níét naar luisteren.’”

Was Wim Willaert de sleutel?

“Zijn personage was meteen heel geliefd. Dat had veel te maken met het sterke liefdesverhaal tussen hem en Julita. De mensen zien dat graag, zeker als het een liefde is die wat hindernissen moet overwinnen. Frank méént het met zijn Julita – hij is niet de vieze versie van de West-Vlaamse boer met zijn Filipijnse postorderbruidje.”

'Vlaanderen houdt van underdogs,' zei je bij seizoen één, gevraagd naar een verklaring voor het succes.

“Onze personages zijn inderdaad underdogs, maar we halen hen nooit naar beneden: het zijn geen marginalen, maar gewone mensen, met gewone problemen. Het is herkenbaar, maar we hebben er genoeg rare kronkels in gestopt om de kijker geboeid te houden. Blijf je te veel in the middle of the road, dan zul je geen flop maken, maar zal het ook geen groot succes worden. Als ik me niet vergis, hebben we twee keer na elkaar Humo's Pop Poll gewonnen, waarvan één keer in een jaar dat we niet eens op tv waren (lacht). Bart De Pauw kon daar misschien minder om lachen: zijn Biker Boys greep toen naast de prijzen.

“Wat ook heeft gespeeld, is een zekere nostalgie naar een Vlaanderen dat niet meer bestaat: het rurale, rustige, witte Vlaanderen. Daarom hebben we er ook bewust een Filipijnse in gestopt. Niet dat we er per se diversiteit in wilden pompen, maar Julita houdt de Vlaming een subtiele spiegel voor. Ze komt uit de Filipijnen, maar is wel katholiek. Dat maakt haar in de ogen van de Vlaming een goeike. Had ze een ander geloof aangehangen, dan was ze wellicht minder hartelijk onthaald. Julita begint ook al snel een aardig mondje Vlaams te spreken, wat haar nog méér een goeike maakt. Het is, zeg maar, hoe de Vlaming het graag zou hebben. Daar is niks mis mee, alleen leven we intussen in een andere wereld.

“Ik maak me zelf ook schuldig aan die nostalgie: de wereld van Eigen kweek is die van mijn West-Vlaamse grootouders, bij wie ik elke zomer een maand op vakantie ging. Sindsdien voel ik een band met die streek aan de Franse grens. Die gaat nooit meer stuk.”

Naast Eigen kweek schreef je ook vier seizoenen van Vermist, Dubbelleven, Rang 1 en onlangs nog De infiltrant. Wat is het geheim van een goed scenario?

“Veel heeft te maken met metier: je moet weten hóé je een verhaal moet vertellen. Dat onderschatten we in Vlaanderen. De opleidingen tot scenarist zijn schaars. In mijn tijd was er zelfs geen. Ik ben toen maar regie gaan studeren aan het RITCS – daar had je tenminste een vak scenario. Jan Eelen liep er ook rond. Toen al gonsde het van de geruchten: 'Die Eelen gaat het maken.' Ik viel veel minder op met mijn cameratechniek, maar ik kreeg wel in de gaten dat ik, in tegenstelling tot mijn medestudenten, plezier had in het schrijven van mijn eigen verhalen. Toen ben ik maar in dat gat gesprongen.

Beeld VRT

“Het moeilijkste aan het vak van scenarist – en dát onderschatten de mensen – is het eindeloze zitten tikken aan je bureau. Je moet het kunnen opbrengen om elke dag acht uur te schrijven en te herschrijven. Er zijn mensen met meer talent die het minder ver schoppen, omdat ze minder zitvlees hebben. Daarom hebben ook zoveel scenaristen een kapotte rug: allemaal de schuld van dat zitten.

“Ik probeer elk jaar een serie te maken. In Amerika is dat de normaalste zaak van de wereld, hier zegt iedereen: 'Wát?'”

Jij kunt het weten: je bent een kijkje gaan nemen in een paar Amerikaanse writers' rooms.

“Ik ben in de writers' room van Bones geweest. Daar heb ik een paar zaken geleerd die ik tot op vandaag ter harte neem. Het was interessant om te zien hoe ze het daar doen. Ik probeer altijd te stelen met mijn ogen. Mensen zeggen me wel vaker: 'Ik moet oppassen wat ik je vertel, of ik zie het straks in een serie.'”

Schrijf je altijd samen met anderen?

“Ja. Als je dat hebt geprobeerd, is er geen weg terug: het levert zoveel op. Om te beginnen haal je er elkaars bullshit uit. Iedereen schrijft onvermijdelijk een hele hoop onzin, zeker in de eerste versies.

“Mensen denken dat wij een makkelijke job hebben: 'Schrijven? Dat leert toch iedereen als hij zes is?' Maar wat wij doen, is meer dan schrijven: het is vertellen. Je moet ervoor zorgen dat de situaties en de personages van dat verhaal kloppen. Door je verhaal te vertellen aan andere scenaristen, merk je meteen welke stukken saai zijn. Plus: je stelt elkaar voortdurend waarom-vragen. 'Waarom doet je personage dat?'”

Of: waarom wilde je graag een verhaal vertellen over West-Vlaamse keuterboeren die zich uit geldnood aan de wietteelt wagen?

“Ik had een artikel van Chris de Stoop gelezen over een familie West-Vlaamse boeren die waren overgeschakeld op de lucratieve wietteelt. Ze vertelden hoe ze stuk voor stuk waren geript. Ze dáchten dat ze een deal hadden en gaven hun gekweekte wiet af, om vervolgens naar hun centen te kunnen fluiten.

“Het mooie was dat ze er zo normaal over spraken, zonder er dramatisch over te doen. Dat maakte het heel Vlaams. Gaat het over drugs, dan krijgen we altijd de verhalen van de grote misdadigers. Ik wilde liever het verhaal van de gewone mens vertellen, de boer die dat wiet kweken weleens wil proberen, maar vervolgens bang wordt van zijn eigen daden.”

Ben je je vervolgens, bij wijze van research, gaan verdiepen in de wietbusiness?

“Ik heb er veel over gelezen, maar ik ben nooit een kijkje gaan nemen bij de wietboeren uit dat artikel. Het moet fictie blijven, hè. Anders kun je maar beter een documentaire maken. We zijn wel naar een echte growshop in Nederland gegaan – toen ze daar nog legaal waren – waar je alles kunt kopen wat je nodig hebt om je eigen wiet te telen.”

Is wiet kweken voor filmdoeleinden legaal?

“Voor de beelden van de plantage werkten we uitsluitend met mannelijke wietplanten. In tegenstelling tot de vrouwelijke plantjes bevatten die geen roesverwekkend THC. We hadden er wel toestemming van de politie voor nodig, en na de opnames moest de hele zwik worden vernietigd.”

Palestina aan de IJzer

Onlangs las ik een bericht in de krant: een wietteler was tegen de lamp gelopen omdat zijn 4-jarige dochter in de kinderopvang liep te verkondigen dat papa wel héél veel plantjes op zolder had staan. Te gek voor fictie?

“Als je erop begint te letten, vind je voortdurend zulke artikels. De grootste grap was dat de politie een wietboer oppakte in Wijtschate terwijl wij er al aan het filmen waren. Toen die man de berichten over Eigen kweek in de kranten zag verschijnen, moet hij gedacht hebben: verdorie, ze zijn me op het spoor! (lacht) Voor ons was dat het beste bewijs dat ons verhaal toch niet zo van de pot gerukt was.

“Wat je verzint in een scenario, vinden mensen soms moeilijker te geloven dan de realiteit. In werkelijkheid gebeuren de dingen gewoon, omdat ze gebeuren. Maar in een fictieverhaal raak je daar niet mee weg: daar moet alles een reden hebben.

'De Infiltrant'. Beeld VTM

“Neem nu De infiltrant: voor die reeks zijn we vertrokken van het boek Alpha 20, waarin Kris Daels over zijn leven als undercoveragent vertelt. Het staat bol van de onwaarschijnlijke anekdotes. Ooit heeft hij bijvoorbeeld geprobeerd als undercoveragent bevriend te raken met een drugstrafikant. Omdat die man vaak in bordelen rondhing, ging hij er zelf ook rondhangen. Alleen kwam hij hem maar niet tegen. Intussen zat hij wel dagenlang in die bordelen, gaf hij hopen geld uit – onkostennota's indienen kon niet, want dat geven ze niet in een bordeel – en kreeg hij de boel niet meer uitgelegd aan zijn bazen. Die situatie is zo absurd dat ze komisch wordt, maar schrijf zoiets neer in een scenario en het werkt niet. Je vraagt je alleen maar af: hoe kan die agent zo dom zijn?

“Een aardappelboer die wiet begint te kweken, gewoon omdat hij lui is en snel rijk wil worden? In het echt kan dat gebeuren, maar in een scenario niet. Er moet méér achter zitten.”

Het zou me niks verbazen als je de beste plotwendingen van Eigen kweek hebt bedacht terwijl je apestoned was.

“Ik heb nog nooit geschreven in een roes. Ik drink zelfs niet als ik schrijf. Misschien doen sommige journalisten dat, maar jullie hoeven dan ook geen fictie te schrijven, hè (lacht).

“Voor zover ik weet, blowt niemand van onze scenaristen. We hebben de reeks ook niet geschreven omdat we wiet roken wilden verheerlijken. Het ging ons om die boeren, niet om de drugs.”

Beeld VRT

Bij de persvoorstelling van het eerste seizoen werd de VRT plots omzichtig: ze wilden vooral niet de indruk wekken dat Eigen kweek, betaald met belastinggeld, luchtig deed over softdrugs.

“Er is altijd een verschil tussen een pitch lezen en het gefilmde resultaat zien. Toen pas dachten ze: oei, misschien gaat dat in het verkeerde keelgat schieten. Ze hadden ook niet kunnen voorzien dat de overheid net op dat moment een ontradingscampagne over softdrugs zou starten. Maar ze hebben het verstandig opgelost, door na elke aflevering een waarschuwing te tonen over drugsgebruik. Mij stoorde dat niet. Ik ben ervan overtuigd dat de kijker daar ook niet van wakker ligt.”

Zijn scenaristen voorzichtiger geworden, nu de tenen alsmaar langer lijken te worden?

“Dat valt mee. In seizoen twee hebben we één keer klachten ontvangen, toen Wim Willaert achter het stuur van zijn auto zat te bellen met zijn gsm. Zeker op de openbare omroep moet je daarmee oppassen. Ook op het gebruik van gordels in beeld zijn ze streng. Ik snap het wel, maar het is niet de taak van fictie om burgers te tonen wat mag en wat niet mag. Niet elk personage hoeft een rolmodel te zijn. Trouwens, de meeste flikken die ik ken, dragen nooit hun gordel: dat is te onhandig als ze snel uit hun auto moeten.

“Aan de andere kant: fictie slaagt er soms wel in de mentaliteit te veranderen. Het debat over diversiteit op het scherm is waardevol. Het maakt wel degelijk uit hoeveel zwarte of vrouwelijke acteurs je ziet op het scherm, en welke rollen ze spelen. Zeker op jongere kijkers kan dat een impact hebben. Tijdens een internationale workshop heb ik een keer een scenarist met Palestijnse roots ontmoet. Volgens hem zou tv-fictie zelfs een oplossing kunnen bieden in het Israëlisch-Palestijnse conflict. Waarom is het voor Palestijnen moeilijk vriendschapsbanden te smeden in Israël? Omdat ze zich er niks bij kunnen voorstellen. Maar een goeie fictiereeks, waarin Israëli's en Palestijnen vriendschappelijk met elkaar samenleven, zou een duwtje in de goede richting kunnen geven.”

Met Eigen kweek zijn jullie erin geslaagd West-Vlaanderen een zekere hipheid te geven.

“Is dat zo? Ik snap wel dat de West-Vlaming trots is op Eigen kweek. Eindelijk werd er, ook dankzij Bevergem, over hun streek gesproken. Voordien had je ook wel verhalen over West-Vlaanderen, maar die speelden zich altijd af aan de zee, wat toch een ander soort West-Vlaanderen is.”

Beeld VRT

Humo’s Dwarskijker vroeg zich, bij de aanvang van seizoen twee, af: 'Hoelang zal de West-Vlaamse way of life nog in de mode zijn?' Wat denk jij: is 't ollichte gedoan of kun je bluvn goan?

“In Bevergem en Eigen kweek voelde dat West-Vlaams fris aan. Opeens vonden mensen het schattig, zoals Hollanders de Vlaming schattig vinden. Die frisheid is er nu wat af, maar als iemand een goeie reden heeft om een nieuwe reeks in het West-Vlaams te maken, dan zie ik het nog wel gebeuren.”

Busje komt zo

Jos en Ria Welvaert zijn geen West-Vlamingen: ze zijn uitgeweken naar Wijtschate vanuit Duffel. Jouw ouders deden het omgekeerde en gingen weg uit West-Vlaanderen.

“Dat Jos en Ria geen West-Vlaams spreken, daar hebben we aanvankelijk grote discussies over gevoerd. West-Vlamingen zijn daar supergevoelig voor. En toch klopt het, dat Jos en Ria hun eigen dialect aanhouden, maar hun kinderen de taal spreken van waar ze zijn opgegroeid. Ik ben daar zelf het beste bewijs van: ik spreek met een Brusselse tongval, omdat ik in Brussel ben geboren, maar thuis heb ik West-Vlaams geleerd, zodat ik kon meepraten als we op bezoek gingen bij de familie. Mijn zus en ik spreken nog altijd West-Vlaams met elkaar, god weet waarom.”

Hoe zijn je ouders ooit in de Brusselse rand beland?

“Ah, de diaspora van de West-Vlamingen! Daar zouden ze eens een reeks over moeten maken. Je vindt ze overal in het land. Er was gewoon niet genoeg werk in de streek, terwijl er veel te doen was in de rest van de wereld. Mijn vader trok al op zijn 16de naar de kadettenschool in Brussel.”

Hoe bekeek de goegemeente van Sint-Agatha-Berchem jullie?

“Onze roots deden er niet echt toe – in Brussel ben je veel anoniemer dan in een boerendorp. Plus: de kwestie van de Vlaamse minderheid in Brussel was toen veel belangrijker. De directeur kwam ons zelf ophalen met een busje om toch maar genoeg Vlaamse leerlingen te hebben in zijn schooltje.”

West-Vlamingen houden de rangen doorgaans goed gesloten. Sloot de familie jullie in de armen, wanneer jullie bij hen op bezoek kwamen?

“Als kind trok ik vooral op met mijn grootvader. Hij was douanier aan de Franse grens – veel stelde dat niet voor: gewoon af en toe een koffer openmaken. Hij was ook duivenmelker, dus ging ik met hem van het ene café naar het andere. Iedereen kende hem. En dan liet hij de rest van het café raden van wie van zijn kinderen ik de zoon was. Dat vonden ze tof.

“Maar het is waar: omdat wij uit Brussel kwamen, werden we als speciaal gezien. De grootstad sprak tot de verbeelding. Ik keek niet neer op dat dorpsleven. Integendeel: ik vond het wel iets hebben, de gezelligheid van een potje koffie met wat koekjes. Iedereen kende iedereen, en ze konden urenlang lullen over niks. Het was het absolute tegendeel van de ratrace. Dat ritme hebben we ook in de reeks gestopt: alles gezapig en rustig. Geen haast. Dat je nét niet denkt: 'Mag het hier even wat vooruitgaan?'

Beeld Geert Van De Velde

“Als ik voor opnames naar Wijtschate reed, dan overviel me altijd dat oude gevoel van rust. Zodra ik de Kemmelberg zag opdoemen, viel de stress zo van me af. Naar de fileberichten over de Brusselse ring luisteren op de radio terwijl ik zorgeloos over die lege landwegen reed: heerlijk. Wij staan daar niet bij stil, maar in die dorpen horen ze die berichten ook elke dag, terwijl ze geen idee hebben hoe het voelt om in die file te staan.”

Ben je trots op je West-Vlaamse roots?

“Ja. Ze zeggen wel dat West-Vlamingen onverstaanbaar zijn, maar ik vind het goed meevallen. Ik beschouw het ook niet als een dialect, maar als een volkomen andere taal, met een eigen grammatica. In Eigen kweek hebben we daar een beetje mee gefoefeld: hadden we onze personages écht West-Vlaams laten praten, dan had niemand er wat van begrepen. Wat wij deden, was de dialogen neerschrijven in het Nederlands, om ze vervolgens te hertalen naar het West-Vlaams. De kijker moest het kunnen begrijpen zonder ondertiteling.

“Ik wil hier ook even aanstippen dat 'hét West-Vlaams' niet bestaat. Onze acteurs kwamen uit verschillende streken en allemaal beweerden ze het échte West-Vlaams te spreken. Heel vermoeiend. Ik ben nu met een serie bezig met Koerdische acteurs en die hebben net dezelfde discussie. Misschien zijn de West-Vlamingen wel de Koerden van Vlaanderen?

“Het heeft een paar discussies gekost om de VRT ervan te overtuigen alles in het West-Vlaams te doen. Het probleem is dat West-Vlamingen, in tegenstelling tot alle andere Vlamingen, geen verkavelingstaal hanteren. Ze spreken ofwel heel proper, ofwel heel plat – een opgekuiste versie is er niet. Maar dat West-Vlaams is de ziel van onze reeks en die ziel moet je koste wat kost bewaken. Dat heb ik nog geleerd op de set van Bones.”

Sebastien Dewaele, Steven Welvaert in de reeks, zag Eigen kweek als een overwinning van het West-Vlaams: voor het eerst werd het niet ondertiteld.

“Ik zie wel hoe hard West-Vlamingen zich dat aantrekken, maar die strijd is de mijne niet. Ik vind het gewoon een mooie taal.

“In het derde seizoen speelt Peter Van den Begin, in het plat Antwerps, de rol van politiecommissaris Verlinden. Even hebben we met het idee gespeeld alleen hém te ondertitelen, maar dat zagen ze bij de VRT niet zo zitten. Jammer, ik had het een goeie grap gevonden. Alle West-Vlamingen wellicht ook.”

Beeld VRT

De derde reeks is drie jaar op het schap blijven liggen. Kun je je nog wel herinneren hoe het straks eindigt?

(lacht) “Ik heb er te intensief aan gewerkt om dat ooit nog te vergeten. Het voordeel van een laatste seizoen is dat je er alles in kwijt kunt. Aan elke verhaallijn die we ooit in de steigers hadden gezet, konden we nog een mooi orgelpunt breien. Welke zoon neemt straks de boerderij over? Zal Steven ooit volwassen worden en de rokken van zijn moeder loslaten?

“En verder hebben we er nog een laatste keer een goei lap op gegeven. Er zaten al rare kronkels in, maar daar doen we in de allerlaatste aflevering nog een flinke schep bovenop. Het is toch gedaan, dus kunnen we maar beter all the way gaan. We zullen straks wel zien of we uit de bocht vliegen.”

Eigen kweek, Eén, dinsdag, 20.35 uur

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234