Maandag 14/10/2019

Boeken

Egypte-expert Mounir Samuel dompelt zich als christen onder in de islamwereld

Publicist Mounir Samuel, Amsterdam, begin mei. Beeld Karoly Effenberger

In God is groot. Eten, bidden, beminnen met moslims, laat de politicoloog en journalist Mounir Samuel (28), bekend geworden als Egypte-expert, geen religieus taboe bedekt. "Ik wil loskomen van het hokjesdenken in alle vormen."

In 2017 nam Mounir Samuel, praktiserend christen, deel aan de ramadan. Over zijn wedervaren blogde hij op de website van De Groene Amsterdammer, waarop de blog viraal ging. Zijn ervaringen verwerkt hij nu in zijn nieuwe boek God is groot.

Dat zo’n titel reflecties over godsdienst en religie zou bevatten, spreekt voor zich. Maar Mounir Samuel (28) heeft het over veel meer. Als genderqueer met een biculturele achtergrond, als christelijke transman die meer dan eens op een moslima viel, als Hollander met Egyptische roots die opgroeide in een streng calvinistisch-protestantse omgeving maar die het contact met zijn familie verbrak, vindt Samuel dat hij een uniek perspectief heeft op diversiteit. Vanuit dat oogpunt overschouwt hij de vele verschillende manieren waarop moslims leven.

Als een antropoloog doet hij aan participerende observatie: hij hangt bij hen op de bank, gaat bidden in moskeeën, praat met imams en salafisten, maar ook met alleenstaande, gescheiden moslima’s, een onderneemster, een actrice en queers. Dat levert een geschakeerd beeld op van een wereld die al te vaak onzichtbaar blijft.

In zijn boek toont Samuel welke impact een religie als de islam op mens en samenleving kan hebben, en wijst hij ook op de denkfouten die veel gelovigen maken en op de vastgeroeste patronen in georganiseerde religie.

Zo beschrijft hij een plek waar lhbt-moslims die verstoten werden door hun familie elkaar treffen. Benoemt hij een vorm van ‘narcistisch ouderschap’: de soms verpletterende druk van moslimouders op hun kinderen. Aan de andere kant laat hij voor de Belgische lezer de 30-jarige Marokkaans-Vlaamse imam Khalid Benhaddou aan het woord, die zichzelf introduceert als de ‘eerste moslim die wordt beschouwd als een intellectuele Vlaming’. Daarmee wordt danig voorbijgegaan aan het werk van intellectuele moslims of islamkenners als Yamila Idrissi, Sami Zemni, Hind en Tarik Fraihi of Meyrem Almaci.

Wat na het lezen van dit boek nadrukkelijk blijft hangen, is de bijna jubelende cadans van Mounir Samuels eigen spirituele overtuigingen. Hoewel God is groot een vinger aan de pols van onze tijd houdt, klinkt de auteur soms wat hoogdravend, en sluimert er tussen de regels een soort van messiascomplex.

“De afgelopen jaren waren moeilijk”, vertelt Samuel tijdens het interview. “Ik heb me vaak afgevraagd waarom ik mijn relatie met mijn islamitische vriendin moest verbreken, waarom ik verstoten werd door mijn familie, waarom ik slechtziend ben. Maar ik begin nu te begrijpen waar het allemaal voor diende. Ik geloof dat God je grootste pijn in zijn grootste plan verandert. Dankzij mijn slechtziendheid kijk ik bijvoorbeeld anders naar de wereld. En ik heb dan geen familie op wie ik kan rekenen, maar wel een scala aan Marokkaanse tantes tussen de 35 en de 50 die zelf ooit hebben gebroken met hun familie. Ze zijn alleenstaande moeders, hebben stiekem een Nederlandse partner, of zijn niet meer gelovig...

Mounir Samuel: ‘Als ik voor moslims kook, hoef ik voor velen van hen heus niet naar de halalslager, zelfs al dragen ze een hoofddoek.’ Beeld Karoly Effenberger

“Die herkenning zorgt voor een instantvertrouwen. Ik kom bij hen thuis, ik zie hen in hun pyjama. Ik heb dan misschien geen gemakkelijk bestaan, ik noem dit wel een voorrecht. Als ik een cisgender (mensen bij wie de seksuele identiteit overeenkomt met het biologische geslacht waarmee ze geboren zijn, red.) moslimjongen was geweest, had ik nooit bij hen binnen gemogen. Dit boek is dus het product, maar ook de meerwaarde van mijn strijd.”

Waarom wilde u vorig jaar meedoen aan de ramadan?

“Ik wilde het samen doen met mijn toenmalige vriendin, een Marokkaans-Nederlandse moslima. Het dagboek was vooral bedoeld als een praktisch verslag om de niet-islamitische lezer te tonen wat de vastenmaand eigenlijk inhoudt. Ik had nooit kunnen denken dat het viraal zou gaan en zo’n grote impact zou hebben, dat het zoveel jonge islamitische lezers zou trekken. Mensen zochten me zelf op met de vraag of ze hun verhaal mochten vertellen.”

Intussen zijn u en uw vriendin niet meer samen.

“Zij had het gevoel dat ze constant moest kiezen tussen mij en haar familie die mij nooit als christelijke partner zou erkennen. In een jaar tijd zag ik haar in een burn-out terechtkomen. Ze werd depressief en futloos, was niet meer in staat om ontspannen te genieten. En dat was nog los van de religieuze strijd die in haar woedde. Die woelt bij mij ook, maar mijn relatie met God is van dien aard dat ik zijn onvoorwaardelijke liefde al heb gevonden. Zij niet. Ik heb van dichtbij gezien hoe zelfs de kleinste religieuze mechanismen iemand kunnen maken of breken. Komt daarbij nog de ontdekking van haar geaardheid. Voor haar was dat erg heftig.

“Bovendien voelen vrouwen die zich deels hebben losgerukt van hun familie bindingsangst. Nadat ze keihard hebben moeten vechten om los te komen van de controle van de mannen in hun familie, vinden ze het vaak moeilijk om zich opnieuw te hechten aan een man. Ook dat speelt mee in de levensvatbaarheid van relaties. Er is te weinig erkenning en steun voor de strijd van die vrouwen. Ze moeten werkelijk tegen alles opboksen.”

In het hoofdstuk over de verstikkende rol van ouders van jonge moslims hebt u het over ‘narcistisch ouderschap’, waarbij het kind verantwoordelijk wordt gesteld voor het welbevinden van de ouder.

“Ik wil benadrukken dat ik niet wil provoceren, en het is ook niet mijn bedoeling om de derde generatie moslims in Nederland als slachtoffer voor te stellen. Maar ik zie waar ze mee worstelen, en het wordt tijd dat we die zaken aankaarten. Als iemand met toegang tot die gemeenschap maar tegelijk ook een outsider is het voor mij gemakkelijker. Men kan me niet verwijten dat ik de vuile was buitenhang, of vanuit een privilege spreek. Ik ben een observator met recht van spreken omdat ik hetzelfde heb meegemaakt.”

De linkerzijde zwijgt hier liever in alle talen over.

“Ik word helemaal ziek van die linkse politieke correctheid. Door problemen weg te moffelen geven we net een podium aan de rechtse populist, de moslimhater en de islam-basher. Ik houd de islamitische gemeenschap inderdaad een pijnlijke spiegel voor. Maar ik houd ook een spiegel voor aan rechts Nederland, dat het niet gewoon is om zo welbespraakt van weerwoord te worden gediend.

“Ik houd links een spiegel voor over de hypocrisie, want ook zij spelen groepen van mensen tegen elkaar uit. Ze richten hun pijlen namelijk op christenen, maar vooral om in het gevlij van moslims te komen. Sommige mensen noemen het recht op zelfbeschikking een westerse waarde, ik noem dat een christelijke waarde. Ik neem het christelijk Nederland dus ook kwalijk dat men niet reageert op de manier waarop rechts de joods-christelijke waarden kaapt.”

U klinkt nu bozer dan op papier.

“Ik word kwaad als mensen God gebruiken als een stok om iemand anders mee te slaan. Dan denk ik: wie ben jij om God zo te vormen dat hij jouw politieke of persoonlijke agenda vertegenwoordigt? Mijn God is een goede god, hij is een god van bevrijding en liefde. Noem jezelf alsjeblieft geen christen zolang je niet impliciet de liefde van Christus kunt tonen. Dat bespaart ons allemaal veel hoofdpijn.”

Kunt u geen gedonder krijgen omdat u soera’s en aya’s uit de Koran citeert?

“Blijkbaar mag je niet meer zeker van je leven zijn als je uit de Koran citeert, maar hoe kan ik praten over de islam als ik er de Koran niet mag bijnemen? Ik citeer ook ruimschoots uit de Bijbel. Anderzijds verrast het me hoe weinig gedonder ik tot nu toe heb gehad. Na de publicatie van mijn ramadandagboek en de reeks over ‘hervormingsfundamentalisten’ op de website van De Groene Amsterdammer namen het respect en de waardering van de islamitische gemeenschap vooral toe. 

"Dat maakt dat veel mensen met naam en toenaam in dit boek staan, en dingen zeggen die ze nog nooit durfden te zeggen zoals: ‘Ja, ik heb seks voor het huwelijk gehad en als je daar een probleem mee hebt, flikker dan maar op.’ Maar er werkten ook conservatieve moslims mee. Dat ik hun steun heb, maakt me een stuk sterker.”

U noemt het boek een oproep tot alle mensen om moeite te doen om in dialoog te gaan, en om religie niet als een argument te gebruiken om je op te sluiten in je eigen gelijk.

“Ik lees de Koran zoals ik de Bijbel lees: ik zoek naar de verklaring van wat er staat. Moslims zouden beter ook weer naar de grondteksten van de Koran gaan, ook al mogen ze dat niet omdat de poorten van de ijtihad (het ‘onafhankelijk redeneren’, red.) sinds de 10de eeuw gesloten zijn. Alle voorschriften, regels en principes die aan de Koran en ahadith (overleveringen over de profeet Mohammed, red.) kunnen worden ontleend, waren bekend, stelde men toen. Dit betekent dat herinterpretatie van de belangrijkste grondteksten niet langer mogelijk is.”

Een actrice, een bekeerde rapper, een politica en een alleenstaande moeder: er passeren heel wat mensen de revue die het beeld van de moslim als deel van een monolithisch blok doorprikken.

“Ik ben wars van frames en identiteiten. Als we nu iéts hebben gemaakt van de moslim is het toch wel een ‘identiteit’. Ik zie en herken die bepaalde moslim niet in mijn vriendenkring en netwerk. Die frames kunnen giftig en beperkend zijn. Als je niet oppast, raak je erin gevangen. Ik weet zelf hoe kwalijk het is: een paar jaar lang kwam ik nauwelijks aan de bak omdat men enkel de transgender zag. Ik zie dit boek dus als een collectieve coming out van een pluriforme groep van mensen die uit allerlei soorten kasten komen. Ik maak me zorgen over die segregatie, die leidt tot radicalisering en extremisme. Als ik al iets wil, dan is het die pluriformiteit omarmen. Dan kunnen we weer bruggen gaan bouwen in onze samenleving.”

Vandaag is islammarketing trendy. Maar duwt het promoten van halaltoerisme en halal-entertainment moslims niet nog meer in een hokje?

“Natuurlijk wel. Veel moslims eten niet eens halal! Niet is wat het lijkt, hoor. Als ik voor moslims kook, hoef ik voor velen van hen heus niet naar de halalslager, zelfs al dragen ze een hoofddoek. De een drinkt wel alcohol, maar eet geen varkensvlees. De ander drinkt niet, maar eet wel varkensvlees. Ik ken geen enkele moslim die volledig volgens de regels van de profeet leeft. Wie zegt dat-ie dat wel doet, liegt. Het is onmogelijk om alle voorschriften na te leven.

"Zelfs Abid Tounssi, de rapper die zich tot het salafisme heeft bekeerd, erkent dat het niet kan. Ook hij luistert nog naar muziek, kijkt Netflix en heeft een Instagram-account. Mensen zijn bang voor hem, maar eerlijk, ik vond hem als rapper van mocromaffia-songs gevaarlijker dan nu. Nu roept hij op tot veganisme. (lacht)

“De economische sturing die erachter zit is zorgwekkend. De vraag is in hoeverre je moslims de ruimte geeft als je dat halalproduct opdringt. Er zit een soort vrijheid in het niet beschikbaar zijn van dingen. Anderzijds ben ik helemaal te vinden voor langere openingsuren van restaurants tijdens de ramadan. Het belangrijkste is de keuzevrijheid. Beoordeel mensen niet op hun keuze.”

De vraag is of identiteitspolitiek segregatie in stand houdt.

“Ik denk dat vooral onze politici en onze media een kwalijke rol hebben gespeeld door groepen zwart-wit voor te stellen. Daarop zie je nu een tegenbeweging van mensen die hun eigen verhaal in handen willen houden. Hoe de Afro-Europese gemeenschap zich bijvoorbeeld emancipeert door hun eigen verhaal en kleur op te eisen, is een prachtige evolutie.

“Maar er schuilt ook gevaar in identiteitspolitiek. Onlangs kreeg ik de kritiek dat ik dit boek niet had mogen schrijven omdat ik geen moslim ben. Volgens die vrouw mag alleen een moslim moslims interviewen. Terwijl dit niet eens een boek over de islam is, maar een boek over de ontmoeting van een christen met de islam. ‘Wie mag mij dan interviewen?’, vroeg ik haar. Bij iemand als ik implodeert die identiteitspolitiek. In haar opvatting mag een Egyptische journalist me niet interviewen, want die is geen Nederlander. Een moslim ook niet, want die is geen christen. Mensen van kleur ook niet, want mijn moeder is wit. Een witte persoon mag me niet interviewen, want ik ben niet wit. Een vrouw ook niet, want ik ben een man. En een een man ook niet, want ik ben niet als biologische man geboren.

“Identiteitspolitiek kan dus schadelijk en gevaarlijk zijn omdat het niets dan uitsluiting oplevert.”

Hoe kunnen we dat probleem voorkomen?

“We moeten vooral werk maken van inclusiviteit. Ervoor zorgen dat bepaalde bolwerken, zoals de media, veel diverser worden. Ons meer bewust zijn van wie het verhaal van wie vertelt. En hopelijk is ook dat slechts een fase in een ontwikkeling naar post-identiteit. Ik wil loskomen van het hokjesdenken in alle vormen.”

U studeerde onder andere Islamitisch recht, en legt de verschillende islamitische stromingen en wetsscholen ook uit in dit boek. Kunt u begrijpen dat een juridisch systeem als de sharia veel westerse mensen afschrikt?

“Aan wie bang is voor de sharia, vraag ik: bang voor welke sharia? De sharia is het juridische pakket aan actieve wet- en regelgeving op basis van jurisprudentie en rechtsbronnen die verschilt per rechtsschool. Wij denken natuurlijk aan excessen als stenigen van vrouwen en homoseksuelen, of het afhakken van handen bij diefstal. Die wetgeving hoort inderdaad bij de meeste praktische vormen van sharia, alleen is het de vraag hoeveel moslims dat zelf willen.

‘Noah’, staat er op de arm van Samuel. ‘Mijn God is een goede god, een god van liefde en bevrijding.’ Beeld Karoly Effenberger

“In landen waar sharia het meest wordt toegepast, zoals in Saoedi-Arabië en Iran, leeft er ook veel verzet tegen. En in landen als Marokko, Egypte en Turkije is de wetgeving soms deels geïnspireerd op sharia, maar ligt de basis in Europese regelgeving.

“Ik begrijp de angst voor sommige toepassingen van de sharia dus wel, maar het is niet realistisch om bang te zijn dat het in Nederland of België die richting op zal gaan. Ik weet zeker dat de moslims die hier wonen die strenge sharia niet willen.”

U reflecteert veel over godsbeelden. U schrijft: ‘In de islam is God een abstracte onbereikbare grootheid die men ook na de dood niet zal ontmoeten’, in tegenstelling tot de god van het christendom.

“Ik vind het godsbeeld van de islam op een of andere manier incompleet. De god van de christenen is een relationele god. Hij daalt neer tot ons, en vraagt om een actieve relatie. In het godsbeeld van de islam is God een onzichtbare, onbereikbare god. Allah heeft dan wel 99 namen, hij manifesteert zich enkel en alleen in een afstandelijke entiteit van wiens vergeving je nooit helemaal zeker bent.”

U vertelt aan het einde van het boek dat u tijdens uw ramadan een spiritueel inzicht kreeg. Plots besefte u de betekenis van de woorden die Jezus uitsprak toen hij stierf aan het kruis: ‘Het is volbracht.’

“Inderdaad. Plots drong tot me door: ik kan niets doen om de liefde van God te winnen of te verliezen. Ze is er gewoon. En of je nu gelooft of niet, Jezus stierf ook voor jou. Hij diskwalificeerde niemand.

“Als je beseft dat je recht hebt op bestaan, zonder meer, dan houdt de ratrace op. Dan hoef je geen succes meer te meten, dan hoef je je niet beter te voelen dan een ander, en dan hoef je ook geen ruzie te maken over religie.”

Dat is ook uw argument als mensen zeggen dat u als transman niet gelovig kunt zijn.

“Ik vind het erg voor hen die het idee van een liefhebbende god niet kunnen omarmen. Een van de grote pijnpunten in onze samenleving is geestelijke armoede. Mensen vragen zich af wat de reden van het bestaan is. Ze zijn onzeker en bang. Die leegte proberen ze weg te drukken en op te vullen met drank, drugs, relaties en allerlei soorten van verdoving en verzachting.

“Sinds de religieuze kaders zijn weggevallen, werden die vragen alleen maar groter. Dat is niet erg: nu kunnen we naar de kern gaan, want ook die kaders zijn een soort van schijnopvulling. Ook een geloof dat opgelegd is, is niet vervullend. Dus laat die existentiële crisis maar losbarsten, zodat we op zoek kunnen naar wat echt werkt.”

Kunt u nog rationeel zijn, als u met zoveel overgave in uw geloof staat?

“Ja, natuurlijk kan ik dat. Is een atheïst neutraal als het gaat over religieuze vraagstukken? Zijn moslims neutraal als het gaat om de islam? Er bestaat geen neutraliteit in dit soort van diepe persoonlijke overtuigingen en levensbeschouwingen. Het enige wat je kunt doen is transparant zijn, en zo droog en eerlijk mogelijk vertellen over het kader en de ervaring waaruit je vertrekt.

“Waarom zou je trouwens gevoel en ratio scheiden? Ik heb moeite met dat dualistische beeld. In die zin kunnen we nog iets leren van de islam, waar men de mens meer als een geheel ziet. Wat je met je lichaam doet, heeft invloed op je geest, en andersom. Intussen is de wetenschap er stilaan ook achter dat wat je eet impact heeft op je mentale toestand. Wat dat betreft is een praktijk als vasten mooi en zinvol – al is de manier waarop mensen vasten niet noodzakelijk gezond.”

Op 15 mei start de ramadan 2018. Gaat u opnieuw meedoen?

“Dat is het plan. Met de publicatie van het boek zal ik allicht vaak op iftars (rijkelijke avondmalen tijdens de ramadan, red.) te vinden zijn. Als ik daar de rituele dadel met melk ga delen, wil ik dat wel in eer en geweten doen. Al kan ik nu ook al zeggen dat het me allicht weer niet zal lukken om elk uur van die ramadan braaf vol te houden. Ik ben een opstandige rebel in dat soort dingen.”

Mounir Samuel, 'God is groot. Eten, bidden, beminnen met moslims', Jurgen Maas, 344 p., 19,95 euro. Beeld RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234