Zondag 13/10/2019

Podium

“Eerst zeggen ze altijd: nein, nein, nein! Maar uiteindelijk krijgen we toch wat we willen”

Vincent Glowinski, alias Bonom, in ‘Die Bakchen - Lasst uns tanzen’. Beeld Danny Willems

Voor Die Bakchen – Lasst uns tanzen kan het Residenztheater in München met een opvallend kwartet uitpakken. Choreograaf Wim Vandekeybus, auteur Peter Verhelst, muzikant Dijf Sanders en straatkunstenaar Vincent ‘Bonom’ Glowinski zijn partners in crime. Een verhaal over buikkrampen, verfspatten en computercrashes.

“Het heeft lang geduurd voor ik heb toegezegd. Het is een tricky piece. Ivo Van Hove zei me: De bacchanten is ontelbare keren opgevoerd, maar ook ontelbare keren mislukt.”

Wim Vandekeybus grijnst. Zijn update van Euripides’ antieke tragedie is niet mislukt, lijkt hij nu al te weten. Ook al duurt het nog een uurtje of drie voor Die Bakchen – Lasst uns tanzen in première gaat in het Residenztheater in München. De Brusselse regisseur en choreograaf heeft het stuk in nauwelijks zes weken in elkaar gebokst. Met de hulp van auteur Peter Verhelst, muzikant Dijf Sanders en straatschilder Vincent Glowinski.

Vandekeybus, die naam maakte met genreoverschrijdende voorstellingen als What the Body Does Not Remember (1987), In Spite of Wishing and Wanting (1999) en booty Looting (2012) en al ruim dertig jaar het Brusselse gezelschap Ultima Vez leidt, is in München op uitnodiging van dramaturg Götz Leineweber, met wie hij eerder al samenwerkte in Keulen. 

Leineweber stelde voor De bacchanten van Euripides te bewerken, een tragedie over Dionysos, de Griekse god van wijn, theater en dans. Het is een wreed stuk, waarin de Thebaanse koning Pentheus, die de cultus van Dionysos bestrijdt, door zijn eigen moeder Agave wordt onthoofd tijdens een dansritueel. In de woorden van Verhelst, die de tekst bewerkte: “What the fuck is dit? Hoe kan ik hier iets zinnigs van maken? Het is krankzinnig, compleet getikt en van de pot gerukt. Het heeft lang geduurd voor ik hier een samenhangende tekst uit kon boetseren.”

Het is een voorstelling geworden die de grenzen tussen theater, muziek, dans en beeldende kunst aftast en doorbreekt; een aparte ervaring, zeker voor de oudere, rijke abonnees van het Residenztheater – “the grey wave”, zoals Vandekeybus hen omschrijft. 

Op de scène staan vijf acteurs, vier dansers, een muzikant en een acrobatische schilder. Het decor en de acteurs worden het hele stuk lang beschilderd. Er wordt met verf gesmeten, er wordt geroepen en gedanst, en anderhalf uur lang neemt Vandekeybus’ cast het publiek mee in een hallucinante trance. “Lose yourself to dance”, zou Daft Punk zingen. Die Bakchen is vuil en prachtig tegelijk, een staaltje lichamelijk danstheater dat niemand onberoerd zal laten. Ook ‘the grey wave’ niet.

Theaterleek

Euripides’ stuk draait rond rituele dansen die de acteurs in vervoering brengen. Het is eigenlijk gek dat Vandekeybus in zijn carrière niet eerder met de beroemde tragedie aan de slag is gegaan. “Het is een stuk over losing yourself,” zegt Vandekeybus zelf, “en misschien gaat al mijn werk daar wel over.”

Het helpt, zegt Verhelst, dat Vandekeybus geen klassieke theatermaker is. “Hij is geen tekstregisseur. Hij behandelt tekst op een unieke manier. Hij doet niet aan close reading. Hij bestudeert de tekst niet veertien dagen lang om elk woord te doorgronden. Hij werkt intuïtief.” 

Het was voor zijn Duitse cast, die het gewend is klassieke toneelteksten te declameren, even schrikken. “Die hebben een fysieke shock gehad”, grijnst de regisseur. “Ik begin niet met een lezing van de tekst aan tafel, ik begin meteen met bewegen. Dat hadden ze nog nooit meegemaakt.”

Wim Vandekeybus. Beeld danny willems

Wie daarmee ook niet vertrouwd was, is Dijf Sanders. Hij maakte eerder muziek voor het Brusselse jeugdtheater BRONKS en het Antwerpse gezelschap MartHa!tentatief, maar het theater ligt nog steeds buiten zijn comfortzone. 

“Het is een wereld die ik niet ken. Ik ben een culturele luiaard op dat vlak”, vertelt hij wanneer we hem voor de première spreken in de kantine van het Beierse theater. Met Vandekeybus’ werk was hij dan ook niet vertrouwd – “Ik ben een echte theaterleek, ik heb geen idee wie de ‘goede’ makers zijn” – tot de choreograaf hem uitnodigde op een voorstelling van zijn vorige productie, TrapTown. “Toen we elkaar achteraf spraken, leek het alsof ik al was aangenomen en mee op de boot zat. Er was geen reeks audities, geen lijst met vragen als ‘waar heb je ervaring mee?’ Er was meteen een vertrouwensrelatie.”

Sanders heeft een belangrijke rol: hij vertolkt Semele, de overleden moeder van Dionysos, en met zijn eigenzinnig klankenpalet bepaalt hij de occulte, donkere en bijwijlen extatische sfeer van Die Bakchen. Een grote verantwoordelijkheid, merken we op, zeker voor iemand die het niet gewend is voor een theaterpubliek te spelen. 

“Iedereen heeft eigenlijk veel verantwoordelijkheid”, relativeert hij. “Ik denk dat je het minder zult doorhebben als ik een fout maak, dan wanneer een acteur zijn tekst vergeet of een danser op de grond valt. Mensen hebben het vaak niet door als er een fout gespeeld wordt. Als ik een volledig verkeerd stuk zou starten, zouden de mensen het zelfs niet weten, denk ik. Het zou zelfs nog interessant kunnen zijn.”

Rock-’n-roll

Het blijken profetische woorden. Sanders’ computer laat het afweten tijdens een sleutelscène. Vandekeybus moet er na de voorstelling nog even van bekomen. “Computercrash. Halverwege de opbouw, bam. Alles stil”, lacht hij ietwat nerveus nadat het minutenlange applaus is weggedeemsterd. Maar niemand lijkt er zwaar aan te tillen. Meer zelfs: niemand lijkt het te hebben opgemerkt. Behalve wie op de scène stond. “De acteurs waren verrast”, lacht Sanders na de voorstelling. “Ik vond dat eigenlijk nog wel tof.”

Noem het maar een broodnodige injectie rock-’n-roll in het ietwat stoffige theaterhuis. En niemand brengt meer rock-’n-roll dan Vincent Glowinski. Hij is beter bekend als Bonom, de Franse straatkunstenaar die Brussel inkleurt met grote, opvallende muurschilderingen. 

Hetzelfde doet hij tijdens de voorstelling. “Hij is nog meer punk, nog meer anarchistisch dan ik”, had Sanders ons gewaarschuwd. Iemand die geen bevelen of regie-instructies opvolgt, iemand die zelf zijn weg kiest. 

Vandekeybus: “Iedereen zei altijd: je moet met hem werken. Maar ik heb dat altijd geweigerd, omdat ik voelde: die gast moet totale vrijheid krijgen. Hier hebben we dat van in het begin kunnen doen. Je kunt hem niet zeggen wat je wilt dat hij doet. Je moet hem gewoon laten doen, en de acteurs moeten daarop reageren. Dankzij hem is de voorstelling elke dag anders.”

Alles is relatief, natuurlijk. “Ik heb hier nog wel veel beperkingen, hoor”, lacht Glowinski op het feestje na de première. “Maar ik hang een beetje de rebel uit. Er hing een goede sfeer tijdens de repetities. Toen hebben de acteurs en ik veel kunnen improviseren. Gaandeweg hebben we zo een beetje vastgelegd welke tekeningen ik tijdens de voorstellingen maak. Ik was eerst wat ontgoocheld, ik wilde liever meer vrijheid. Dus het is relatief, die mogelijkheid om te improviseren. Twee weken geleden stak het me echt tegen. Toen wilde ik niets meer doen. Maar nu gaat het beter. Er hangt een positieve energie in deze groep.”

Glowinski is eigenlijk de ster van Die Bakchen. Hij is de god die de voorstelling in beweging brengt, hij trekt met zijn monumentale schilderingen en zijn bijna-dierlijke fysiek de aandacht naar zich toe. Maar dat brengt ook zenuwen mee, geeft hij toe. “Niet hier,” wijst hij naar zijn hoofd, “maar hier”, zegt hij, terwijl hij over zijn buik wrijft. “Ik heb al twee dagen last van krampen.”

Badjassen

Voor de straatkunstenaar betekent werken in het Residenztheater dan ook: zich aanpassen, hoeveel vrijheid Vandekeybus hem ook geeft. “Ik kan een beetje improviseren”, zegt hij nadat hij op de première indruk heeft gemaakt met monumentale tekeningen en halsbrekende acrobatie. “Maar het is een grote scène, en bepaalde bewegingen liggen wel vast. Ik kan niet elke avond iets helemaal nieuws brengen.” En dat vinden ze bij het Residenztheater maar goed ook.

Dit is een stadstheater naar Duits model: een goed geoliede machine met een budget en een hoeveelheid vaste medewerkers waarvan Vlaamse makers als Wim Vandekeybus doorgaans alleen maar kunnen dromen. Maar die middelen brengen ook beperkingen met zich mee: wie op zoek is naar radicale vrijheid, botst hier al snel op regeltjes en strakke planningen. “Dit is een echt instituut”, legt Vandekeybus uit. “Een kast van een theater. Als je hier een set ontwerpt, staat er veertig man op de scène om die te bouwen. In vijf minuten is dat klaar, bij wijze van spreken. Maar daarna kun je er wel niets meer aan veranderen.”

In München krijg je voortdurend te horen wat wel en niet mag, weet Vandekeybus. “We mochten bepaalde dingen niet doen, omdat er zeker geen spatje verf op de gordijnen mocht komen. De acteurs mogen die gordijnen ook niet aanraken, omdat ze dan vuil kunnen worden. Na het stuk leggen ze kamerjassen en sloffen klaar, zodat de acteurs de gang zeker niet vuilmaken als ze gaan douchen.”

En toch draagt ook Die Bakchen het onmiskenbare stempel van Vandekeybus, dankzij een eigenzinnige combinatie van dans, muziek, tekst en beeld. Het zegt veel over zijn doorzettingsvermogen dat hij zich ook binnen de grenzen van een strak georganiseerde, hiërarchische instelling als het Residenztheater zo vrij weet te bewegen. “Ik zou hier niet altijd willen werken. Maar je moet je daar ook bij neerleggen. En ze zeggen dan wel heel dikwijls ‘nein, nein, nein!’, maar uiteindelijk krijgen we toch wat we willen.”

Na de voorstelling, in een typische Beierse bar waar het bier in halve liters wordt getapt, horen we Vandekeybus nog goede raad geven aan zijn jonge, Duitse assistent. “Of je nu je eerste voorstelling of je 35ste voorstelling maakt, je stuit altijd op dezelfde problemen.” De kwestie, zo lijkt het wel, is om je niet te veel van die problemen of de veranderende omstandigheden aan te trekken. “Ik doe wat ik wil doen. En ik werk op mijn eigen manier. Of dat nu in België, in Zweden of in Duitsland is.”

Nog tot 4 juli in het Residenztheater in München.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234