Woensdag 29/01/2020
Beeld Bob Van Mol

Column

Een zaal vol oud-gevangenen, hun kinderen, hun kleinkinderen. Zo ziet overleven eruit

Daan Heerma van Voss is een Nederlandse schrijver.

“We treffen het”, zegt de Bürgermeister van Bergen, terwijl hij onder het afdakje komt staan en zijn gemeenteparaplu uitschudt. “Echt Bergen-Belsen-weer.” Vandaag herdenkt men in Niedersachsen de bevrijding van het kamp door de Engelsen, precies drieënzeventig jaar geleden. Als stadsschrijver – lang verhaal, voor een andere keer – zal ik samen met de Nederlandse ambassadeur, vanochtend vanuit Berlijn gekomen, een krans leggen. Opdat we niet vergeten, zelfs niet datgene waaraan wij geen enkele herinnering hebben.

Sluierregens, een grauwe mist. Op het parkeerterrein naast het kamp staan twee politiebusjes en vier inmiddels lege tourbussen. Groepjes bezoekers staan dicht bij elkaar, vergeefs op zoek naar warmte. Bij de ingang staat een plastic teiltje met steentjes, als je wilt kun je er eentje bij een graf leggen, naar oud Joods gebruik. Iets verderop krijg je als bezoeker een bloem in handen gedrukt, een tulp, in mijn geval een gele. Sommige blaadjes zien bij de randen een beetje zwart, alsof aangetast door necrose.

Voordat de ambassadeur – een lange, slanke man met een stevige handdruk – en ik aan de beurt zijn om voor volk en vaderland onze krans te leggen, worden wij verzocht te gaan zitten, op een van de tweehonderd plastic stoeltjes. Het is opgehouden met zachtjes regenen, maar hierover klagen is ook zo wat. Onaangedaan vraagt de ambassadeur me mijn paraplu voor ons beiden omhoog te houden, wat ik natuurlijk doe. Op het stoeltje naast me ligt een geplastificeerd naamkaartje: Marx. Marx is nergens te bekennen, maar niemand haalt het in zijn hoofd Marx' plekje voor zich op te eisen. Wat mij betreft een adequate historische samenvatting van de laatste dertig jaar.

Onaangekondigd, uit speakers die ik niet zie: krakerige kinderstemmen die ‘Lang zal ze leven’ zingen. Een oude, ijle opname, van nog geen week na de bevrijding van het kamp. Daarna volgen toespraken, die wederom stellen dat we nooit mogen vergeten, wat we natuurlijk al lang en breed aan het doen zijn. Tussendoor klinkt vanuit de menigte babygehuil, dat ook ineens weer ophoudt, alsof iemand een geluidsband aan en weer uit heeft gezet. Een schoolkoor betreedt het podium. Sommige meisjes, veertien à vijftien jaar oud, lachen zenuwachtig, en zingen vervolgens foutloze aria’s. Eentje van hen draagt een vrolijke panty, met zwarte en witte blokken.

Vanonder zijn felblauwe paraplu neemt een bebaarde dwerg alles op met zijn camera; een vreemde droomfiguur, in deze grimmige setting.

Dan wordt Marx naar voren geroepen. Marx blijkt een dame te zijn, een prachtig Frans mevrouwtje in een camel jas, een voormalig gevangene, die zich in helder en onweerlegbaar Duits kou herinnert, honger, maar ook vriendschap, inmiddels vervlogen. Na haar toespraak loopt ze op haar man af, een Franse boer met tranen in zijn ogen, die haar stevig omhelst.

Een namenlijst wordt voorgelezen: de oud-gevangenen die dit jaar zijn overleden. Geboren in Frankrijk, Nederland, Duitsland, Polen, Oostenrijk – allen gestorven in Israël.

Applaus. Een voorzichtige zon breekt door. De ambassadeur en ik lopen naar onze krans, die al op zijn plaats blijkt te liggen, het enige wat wij nog kunnen doen is de blaadjes van onze vlag vegen, een honneur die Zijne Excellentie ten deel valt.

We wandelen naar het (symbolische) graf van Anne Frank, omringd door bloemen, de aarde eromheen platgetreden. Rondom de andere graven: nauwelijks bloemen, dik en lang gras.

Na afloop krijgt iedereen Hochzeitsuppe, met gehaktballetjes en stukjes asperge. Een zaal vol oud-gevangenen, hun kinderen, hun kleinkinderen. Zo ziet overleven eruit.

Ik word aangesproken door een in het zwart gestoken dame met strenge ogen. Ze is Polizistin. Ze heeft een interview met me gelezen in de streekkrant, waarin ik stel dat het enige overgebleven verschil tussen Duitsers en Nederlanders, de fietshelm betreft. Zij dragen er een, wij niet. De Polizistin is niet blij met mijn uitspraken. Weet ik dan niet hoe gevaarlijk het is, fietsen zonder helm? Weet ik soms niet wat er allemaal kan gebeuren?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234