Dinsdag 27/09/2022

AchtergrondFilosofie

Een van de belangrijkste werken van Kierkegaard verschijnt voor het eerst in het Nederlands: ‘De genialiteit spat er vanaf’

Søren Kierkegaard. Beeld ANP / AKG
Søren Kierkegaard.Beeld ANP / AKG

Voor het eerst verschijnt een van de belangrijkste werken van de Deense denker Søren Kierkegaard in het Nederlands. Wat is eigenlijk de grote betekenis van dat boek?

Sofie Messeman

Het wordt beschouwd als een mijlpaal in de geschiedenis van de filosofie, maar toch verscheen het nog nooit in het Nederlands: Afsluitend onwetenschappelijk naschrift bij Filosofische kruimels van de grote Deense denker Søren Kierkegaard (1813-1855).

Kierkegaardkenners en redacteuren van de Nederlandse uitgave Paul Cruysberghs (emeritus hoogleraar filosofie aan de KU Leuven) en Karl Verstrynge (hoogleraar filosofie aan de Vrije Universiteit Brussel) vertellen over de betekenis van dit merkwaardige boek.

Paul Cruysberghs: “Afsluitend onwetenschappelijk naschrift is een lang commentaar bij Filosofische kruimels, een werk dat Kierkegaard twee jaar eerder schreef onder het pseudoniem Johannes Climacus. Filosofische kruimels vertrekt vanuit een gedachte-experiment: laten we de wereld op een andere manier bekijken dan de traditionele filosofen, die geloven dat het – in navolging van Plato – voor de mens mogelijk is om al denkend de waarheid in zichzelf te vinden.”

“Kierkegaard stelt voor om er eens van uit te gaan dat we geen toegang hebben tot de waarheid via ons denken. Dan moet die waarheid van elders komen. Daarop lanceert hij vreemde categorieën voor een filosoof: openbaring, zonde, een waarheid die er ‘plots’ is. Een christen zal daarin het christendom herkennen, maar dat woord valt nergens in Filosofische kruimels. Twee jaar na die kruimels publiceert Kierkegaard Naschrift, waarin hij vertelt dat hij datgene wat hij in Filosofische kruimels heeft gezegd ‘een historisch kostuum heeft aangetrokken’: de feitelijkheid van het christendom, van God die op de wereld komt in de figuur van Jezus van Nazareth.”

In Naschrift introduceert Kierkegaard het begrip ‘existentie’. Wat bedoelt hij daarmee?

Karl Verstrynge: “Eén van de voornaamste verdiensten van Naschrift – noem het een scharniermoment van de 19de eeuw – is dat Kierkegaard probeert ‘iets buiten het denken te houden’. Hij stelt vast dat er iets is wat ontsnapt, iets wat niet in wijsgerige categorieën te begrijpen valt. Eigenlijk is dat de existentie.”

Schets in waterverf van Søren Kierkegaard. Beeld Getty
Schets in waterverf van Søren Kierkegaard.Beeld Getty

“Kierkegaard zegt dat de taak van de ‘subjectieve denker’, de concrete existerende mens, paradoxaal is: hij moet denken en zich er tegelijk van bewust zijn dat hij ook leeft, wat niet in het denken te vangen is. Existentie staat synoniem voor de menselijke bestaanswijze, die individueel is. Die eigenschap van de existentie heeft Heidegger de Jemeinigkeit genoemd, het altijd ‘in jezelf gesloten zijn’. Dat is een gegeven van het menselijk bestaan. Het ontsnapt aan de universele categorieën van het denken. De christelijke leer verkondigt net zoiets: dat ieder mens zondig is en moet proberen op zijn manier met de eigen zonde in het reine te komen. Ook daar heeft existeren een strikt individuele betekenis. Dat alles staat in schril contrast met systeemdenkers als Hegel, die pretenderen dat alles kan worden gedacht en verklaard. Over die systeembouwers zegt Kierkegaard: ‘Ze bouwen aan de grote systemen van de rede, maar wonen in het hondenhok ernaast’. Lees: ze kunnen in hun denken niet tevoorschijn halen waar ze in hun leven voor staan.”

Cruysberghs: “Dat probeert Kierkegaard bij uitstek te tonen voor religie. Hij heeft het dan over ‘durven springen’, ‘vertrouwen’, ‘passie’. Dat zijn categorieën waar je met je verstand op botst en waar je als moderne mens moeilijk kan mee leven. Maar de winst van het introduceren van die nieuwe categorieën is dat hij dimensies van de mens binnenbrengt die de traditionele filosofie altijd verwaarloosd heeft: de verbeelding en het gevoel.”

Hoe kunnen we het vandaag nog hebben over het belang van het lijden, zonder kwezelachtig te klinken?

Cruysberghs: “De voorwaarde voor een religieuze houding is het lijden op je te nemen. Dat betekent dat je alles wat relatief is moet durven opgeven. Het is merkwaardig dat Kierkegaard zo sterk de nadruk legt op dat lijden, maar er zit iets in wat je terugvindt bij veel mensen die op zoek zijn naar de zin van het leven. Ook boeddhisten gaan ervan uit dat we vasthangen aan allerhande relatieve dingen en dat de levenskunst erin bestaat dat op te geven. Het valt me op dat Kierkegaard niet bezig is met de vraag of God bestaat of niet. Bij hem gaat het erom dat áls je het christendom aanvaardt, je daaruit de gevolgen moet trekken voor je eigen leven.”

Het gaat om innerlijkheid, maar dat heeft niets te maken met ‘je terugtrekken uit de wereld’?

Verstrynge: “Kierkegaard stelt in Naschrift dat het een voorstudie is voor de ethiek om te leren dat de mens alleen staat. Dat is duidelijke taal. Er is iets structureels aan onze eenzaamheid. Je kunt daar rouwig om zijn, of je kunt dat amoreel noemen, maar het is een hoeksteen van het existentiedenken. De brug naar de ander moet je voor Kierkegaard maken via de naastenliefde. Maar ook dat gebeurt op een zeer ambigue manier; want eigenlijk moet je daarbij de ander eerst leren dat hij het aardse moet verzaken en dat hij daarin alleen staat.”

Cruysberghs: “Op verschillende vlakken – vooral ethisch en religieus – gaat het erom dat ík het ben die verantwoordelijkheid moet nemen. Je kunt je verantwoordelijkheid niet afschuiven. Toch doen veel mensen dat. In die zin speelt het inbrengen van een absoluut doel in het leven een belangrijke rol. Typerend voor onze tijd is dat mensen heel hun verlangen investeren in relatieve doeleinden. Of dat ze van het absolute – van God of iets als eeuwige zaligheid – verwachten wat ze verwachten van relatieve doeleinden. Met andere woorden: ze maken van het hoogste goed een ding zoals andere dingen. Dan is dat geen hoogste goed meer. Dat betekent dat men eigenlijk alleen maar relatieve doeleinden ernstig neemt: huis, tuin, kind, goed eten, genieten... Natuurlijk leidt dat vaak tot ontgoocheling. Er is daarin geen plaats voor een idealiteit die radicale repercussies heeft voor de manier van leven. En dat is ook heel moeilijk, het is een idealiteit die er nooit is, maar die je toch altijd moet vasthouden in elke reële verhouding. Ten slotte moeten we betekenis zien te vinden in het alledaagse. Dan gaat het om ‘herten kijken in het dierenpark’ – destijds een favoriete bezigheid in het Kopenhagen van Kierkegaard – en toch onthecht zijn.”

Verstrynge: “Je kunt die idealiteit volgens Kierkegaard alleen nastreven in het besef dat je haar niet kunt bereiken. In jezelf besloten zijn lijkt problematisch, maar ik zou het nog veel problematischer vinden als wij mekaar per definitie zouden kunnen verstaan. Dat zou inhouden dat wij in een onderling gesprek zouden kunnen uitmaken waar het in het leven om draait, terwijl het absolute juist door je individuele zelf moet worden nagestreefd en dus niet deelbaar kan zijn. Als ik mezelf situeer in de traditie van het existentiële denken, dan heeft dat te maken met de kracht van die positie: dat wij beginnen met alleen te staan.”

Cruysberghs: “Mijn probleem met Kierkegaard is dat hij, nadat hij alle grote filosofen heeft gelezen, opnieuw een klassieke, traditionele christen lijkt te zijn. Maar hij is niet naïef, hij heeft de moderniteit begrepen. Maar als dichter, als poëet, iemand die speelt met taal en voorstellingen, probeert hij iets wat aan het denken ontsnapt toch aanwezig te stellen.”

Waarom schreef Kierkegaard dit werk onder pseudoniem?

Verstrynge: “Zijn methode is die van de indirecte mededeling. Kierkegaard meent dat hij datgene wat hij te zeggen heeft, niet in eigen naam kan zeggen. Bovendien wil hij dat de lezer zich in een pseudoniem kan herkennen om van daaruit zijn eigen ‘oneigenlijke bestaan’ te onderkennen. Kierkegaards pseudoniemen spreken vanuit een bepaalde positie, die dan weer verlaten moet worden. Het is de bedoeling dat de lezer gaandeweg tot iets meer waarachtigs komt.”

Wat is de betekenis van Naschrift voor jullie persoonlijk?

Verstrynge: “Je moet toch door veel kreupelhout in Naschrift. Maar af en toe kom je in een oase: stukken waar de genialiteit vanaf spat. Het feit dat hij vaststelt dat er iets blijvends aan onze greep wordt onttrokken, vind ik Kierkegaards grote verdienste, ingegeven door zijn analyse dat we als mens in onszelf besloten zijn. Maar zijn religieuze oplossing vind ik erg problematisch.”

Cruysberghs: “Voor mij is Kierkegaard een filosoof die je telkens weer op het verkeerde been zet. Telkens als je een zelfgenoegzame positie inneemt in het leven, zit hij daaraan te morrelen. Daarom kun je Kierkegaard blijven lezen, ook al omdat hij zo’n grote literaire auteur is. Verder beschouw ik Naschrift als een vertwijfelde poging om de religie nog te redden in de moderne tijd.”

Søren Kierkegaard: Afsluitend onwetenschappelijk naschrift bij Filosofische Kruimels. Vertaald door wijlen Jan Marquart Scholtz, herzien en van een nawoord voorzien door Paul Cruysberghs en Karl Verstrynge. Damon, 846 blz., € 59,90

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234