Donderdag 16/09/2021

InterviewNeil Finn (Crowded House)

‘Een vader die in een groepje zit met zijn zoons, dat is een set-up waarvan vooral de zoons in theorie moeten kotsen’

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

In 1996 speelde Crowded House in Sydney een afscheidsconcert voor 150.000 mensen. Het huis werd leger na de zelfmoord van drummer Paul Hester. Neil Finn speelde een paar jaar bij Fleetwood Mac, en blijkbaar prentte Mick Fleetwood hem het commerciële potentieel van een merknaam in: de nieuwe cd Dreamers Are Waiting zou als soloproject veel minder golven maken dan als cd van een vol huis van vertrouwen. Elk van hun hits is een masterclass in componeren, en als ik zeg ‘hun’, bedoel ik ‘zijn’: Neil Finn. Het huis is nu terug voller met pianist en producer Mitchell Froom, en Liam en Elroy Finn, ‘zonen van’.

We moeten ergens beginnen: geef eens drie tips voor aspirant-componisten?

Neil Finn: “Eén: turn up. Da’s een simpele tip, maar essentieel. Ik heb gemerkt dat routine niet doodt. Integendeel, als je songs schrijven ziet als een dagelijkse discipline, dan start je nooit koud: je brein wéét als je wakker wordt al dat je muziek zult maken – ik geloof dat het ’s nachts het werk van de volgende ochtend voorbereidt.

“Twee: bekijk een arrangement echt van álle kanten. Ik switch vaak van gitaar naar piano en vice versa, of probeer een ander tempo. Zo komt er opeens een moment waarop er plots een schijnwerper wordt gericht op een voorheen schimmige melodie.

“Drie: blow it up. Soms speel ik een melodie opzettelijk slordig of te snel of onlogisch, om te zien wat er dan mee gebeurt. Dat is alsof ik een bom onder die song leg en zie hoe de scherven de lucht in vliegen en in welk patroon ze neervallen.

“O, en vier: ik heb gitaren klaarstaan die in meerdere tunings gestemd zijn. Soms bloeit een melodie open als je ze in een andere tuning speelt. Mijn songs beginnen vaak met open tunings. Bij ‘Something So Strong’ klonk de eerste demo heel dromerig, veel minder strak dan de plaatversie. Al die dingen zijn erop gericht om niet in te vertrouwde patronen te vervallen. Na zeventig jaar popmuziek en een ziljoen songs die al bestaan moet je te allen prijze de platgetreden paden vermijden.

“En vijf: speel zoals een kind dat voor het eerst een instrument ziet. Playfulness is more important than playing. Test een melodie eens uit op een instrument dat je niet of amper beheerst.”

'Haaien zijn a part of life. Maar als je zo’n aanval van dichtbij meemaakt, is dat heel frustrerend: je kunt niets doen' Beeld RV
'Haaien zijn a part of life. Maar als je zo’n aanval van dichtbij meemaakt, is dat heel frustrerend: je kunt niets doen'Beeld RV

Panfluit?

Finn: “Er zijn grenzen! (lacht) Ik heb hier wel een harp staan. Die ik totaal niet kan bespelen.

“Ik kocht jaren geleden een orchestron van een politieman, voor 300 dollar: een futuristisch ogend orgel dat allerlei ongewone effecten kan produceren op basis van discs die je erin stopt. Al de eerste keer dat ik erop speelde, leverde dat ‘Not the Girl You Think You Are’ op. Het was alsof het instrument die song schreef.”

Jij wacht niet tot het de muze belieft op te dagen, you summon the bitch?

Finn (grinnikt): “Ik probeer haar geen bitch te noemen. Respect helpt, de muze is een gevoelig meisje. Maar het gebeurt dat ik iets alleen maar een goddelijke ingeving kan noemen. Soms krijg ik een idee dat totaal onlogisch is, maar toch perfect wat de song nodig heeft. Dan denk ik: waar komt dát vandaan?! Dan stap ik naar de piano en het juiste akkoord of de juiste bridge tuimelt uit mijn vingers. Het voelt dan als een cadeau, alsof iets mijn vingers leidt. Nu, dat gebeurt meestal nadat ik al urenlang vergeefs aan het tokkelen was.”

GOD OF GOUDVIS

Heb je een lakmoes-proef om te zien of een song werkt? Eén van je soloplaten heet Try Whistling This. Is de song fluiten een goeie test?

Finn: “Soms. Er zijn muzikanten die de eindmix altijd door een piepklein luidsprekertje jagen, omdat de gigantische boomboxen in een opnamestudio een song meestal beter doen lijken dan hij is. Vaak was mijn vrouw de maatstaf: als zij zich heupwiegend door de studio bewoog als ze me een sandwich bracht, wist ik dat de song potentieel had.”

In ‘Too Good For This World’ zing je: ‘We made heavenly love, I saw God for a moment’. Ik maakte al mee dat de hond of de goudvis van één van mijn lieven me aanstaarde tijdens het liefdesspel, maar God?

Finn: “Tja, katholieken beweren dat God overal is en álles ziet – daar mag je vooral niet bij stilstaan als je thuis bepaalde activiteiten beoefent (lacht). Ik schreef die song samen met mijn oudere broer Tim, die altijd heeft beweerd dat hij een betere minnaar is dan ik.”

‘Playing With Fire’ bevat ook een zin die een tikje te veel informatie bevat: ‘My wife is wild in quarantine’.

Finn (monkelend): “Je hebt een rijke verbeelding. Ik bedoel wild in de zin van avontuurlijk, energiek. Wij wonen midden in de natuur: zelfs tijdens corona kon je hier zwemmen, surfen, trekken… Mijn vrouw was vastberaden: die quarantaine zou van ons geen moedeloze couch potatoes maken. En in het volle besef dat ik me in een luxepositie bevind: de lockdowns hadden ook positieve kanten. Ik heb de natuur herontdekt. Wij worden gewekt door kolibries! Ik hoor dat het water in Venetië voor het eerst in honderd jaar helder was en dat er wilde zwanen zwommen. Corona stopte de ratrace en de vervuiling.”

In ‘Deeper Down’ zing je over een aangespoelde walvis. Schuilt er een Crocodile Dundee in Neil Finn? Heb je al met haaien of anaconda’s gevochten?

Finn: “Walvissen spoelen vaak aan in Farewell Spit, op ons Zuidereiland. Maar mijn verwijzing werd geïnspireerd door Mr Pye, een leuk oud boek van de Britse schrijver Mervyn Peake. Daarin wordt een gezellige lunch onderbroken door een aangespoelde walvis. Bij ons is dat altijd een moment van intense bonding: zowat alle bewoners zetten zich dan in om die walvis opnieuw in het water te krijgen.

“Omdat Nieuw-Zeeland zo’n enorme kustlijn heeft, is de oceaan nooit veraf. Ik heb al vaak het gezelschap van dolfijnen gekregen als ik in zee zwom. Ook haaien zijn part of life. Ik ben nog nooit door een haai aangevallen, maar ik heb wel enkele incidenten van dichtbij meegemaakt. Heel frustrerend, want je bent vlakbij maar kunt niets doen. Het rare is dat Nieuw-Zeeland amper gevaarlijke dieren telt. Er is één spinnensoort die af en toe een ochtendhumeur heeft: als die je bijt, ben je een tijdje misselijk. En we hebben ook één slang die bijwijlen haar plaats niet kent. Maar in Australië krióélt het van het ongedierte, en bijna al hun spinnen, duizendpoten en slangen zijn dodelijk.”

In de video voor ‘To the Island’ kapseist je kano. Stond dat in het script? Want dan ben je een geweldig acteur.

Finn: “Ik ben een rotacteur. En niet alleen heb ik me toen erg bezeerd, maar bovendien was die vintage kano zwaar beschadigd – de eigenaar kon er niet om lachen. Voor mij is dat extra gênant, want zo’n deal wordt gemaakt op mijn naam: ‘Het is voor Neil Finn.’ ‘O, dan zal het wel safe zijn.’ Niet dus, en dan probeer je zo’n man te sussen met gratis concerttickets.”

In ‘Real Life Woman’ verwijs je naar criminelen: niet een mensensoort die ik met jou associeer. Of heb je tijdens de lockdowns The Sopranos, Boardwalk Empire en Peaky Blinders gebingewatcht?

Finn: “Heel wat mensen in mijn omgeving, waaronder mijn vrouw, hebben een ongezonde fixatie op Amerikaanse series zoals Law and Order, NCIS en Criminal Minds. Ik snap hun aantrekkingskracht niet, want wat ze tonen, zijn échte seriemoordenaars die échte gruwelijke misdaden plegen, wat échte lijken oplevert. Waarom uren van je leven stoppen in kijken naar mensen waarvan je blij bent dat je ze niet persoonlijk hoeft te kennen? Het heeft naar mijn gevoel iets masochistisch.”

Jij en je vrouw gebruiken die series dus niet als voorspel?

Finn: “Zelden (lacht). Genieten van bang gemaakt worden is een karaktertrek die ik mis. Als kind zat ik ook al niet te wachten op de donkere sprookjes van de gebroeders Grimm. Ik was geen bangescheet, ik vond ze gewoon tijdverspilling.”

‘Show Me the Way’ bevat verwijzingen naar wapens, en jij lijkt me niet het type om die in huis te hebben.

Finn: “Nee, maar ik schrik soms wel van mijn verbeelding. Dan hoest mijn brein beelden op waarvan ik denk: ik wil dit helemaal niet denken! De tekst van ‘Show Me the Way’, met z’n handguns en z’n sheriffs, schreef zichzelf.”

IJLENDE ZOONS

Een jaar of dertig geleden was je zo sluw om je toekomstige groepsleden te verwekken.

Finn (lacht): “Zo vooruitziend ben ik niet, en mijn vrouw had aan zo’n berekend plan niet meegewerkt!

“Het is natuurlijk heel ongewoon: broers in een groep, dat kennen we van The Kinks en Oasis en duizend andere bands, maar een vader die in een groepje zit met zijn zoons, da’s een set-up waarvan vooral de zoons in theorie moeten kotsen (lacht). Het is zo gegroeid. En ik zag onze samenwerking tot voor kort niet aankomen. Mijn zonen Liam en Elroy waren wel van jongs af aan gefascineerd door muziek. Ze hebben al heel wat muzikale watertjes doorzwommen, buiten het oog van de camera’s. Voor hen is Crowded House heel vanzelfsprekend, ze hebben nooit iets anders gekend. Ze werken ook heel gedisciplineerd, hebben talent, en ik kan hen vertrouwen. What’s not to like?

Kunnen zij jou vertrouwen? Ik hoorde van Mitchell Froom dat jouw song ‘Pineapple Head’ werd geïnspireerd door iets wat Liam zei of deed. Hij was toen 5 jaar. Heb je hem auteursrechten uitgekeerd?

Finn: “Hij was 7. En hij kostte ons aan kost en inwoon sowieso een fortuin (lacht). Hij had toen koorts en was aan het ijlen, en dat heeft enkele zinnetjes opgeleverd. Hij moet er vooral niet meer van maken dan het was!”

Heb jij met opgroeiende kinderen in huis ooit moeten zeggen: ‘Zet dat fucking lawaai af!’?

Finn: “Ik moet toegeven dat mijn jongens een goeie smaak hebben. Maar ik heb wel vaak vriendelijk gevraagd of we tijdens het eten een andere soundtrack konden krijgen. Dineren met loeiharde hiphop doet mijn spijsvertering tilt slaan en saboteert de tafelconversatie. Elroy had een zware Eminem-fase. Ik had het meer voor Fun Lovin’ Criminals en hun gevoel voor humor. Ik had alleen moeite met grunge toen Liam 13 tot 16 was: Soundgarden, Nirvana, Pearl Jam… The usual suspects galmden vaker dan me lief was door het huis. Ik vond grunge te negatief, te druggy en te monotoon. Ik had toen al het gevoel dat het niet goed met die grungers zou aflopen, and it didn’t.”

Houden de zoons zich in als ze met De Grote Neil Finn spelen?

Finn: “Do they fuck! (lacht). Heel eerlijk: de eerste keren dat Liam me corrigeerde of me richtlijnen gaf, alsof hij mijn producer was – of godbetert mijn vader! – vond ik dat heel irritant. Een paar keer ‘verbeterde’ hij mijn zanglijn, de snotneus! Ik was het zo lang gewoon om het op mijn manier te doen – en ik ben best een koppig ventje – dus dat zat me niet lekker. Maar: vaak heeft hij gelijk. Waarin we sterk verschillen, is dat Liam losser is dan ik. Ik krijg iets te zeer een kick van clockwork stuff, dat een song naadloos wordt afgewerkt. Maar soms is zo’n minutieus afgewerkte song dan te uptight. Een goeie song moet kunnen ademen.”

‘Wat me het meest opviel bij Fleetwood Mac: hoe alle groepsleden elkaar perfect aanvullen. Hun grootste talent is de ruwe diamanten van een ander polijsten.’ (Foto: Stevie Nicks, Mick Fleetwood en Neil Finn) Beeld Getty Images for iHeartMedia
‘Wat me het meest opviel bij Fleetwood Mac: hoe alle groepsleden elkaar perfect aanvullen. Hun grootste talent is de ruwe diamanten van een ander polijsten.’ (Foto: Stevie Nicks, Mick Fleetwood en Neil Finn)Beeld Getty Images for iHeartMedia

Het aanbod om tijdelijk lid te worden van Fleetwood Mac heb je aangenomen. Was dat het eerste? Heb je niet eerder aanlokkelijke aanbiedingen moeten afwijzen omdat Crowded House prioritair was?

Finn: “Ik ben ooit gevraagd om Tommy te spelen in de gelijknamige musical van The Who op Broadway. Ik had wel bij The Who willen zingen, maar dat deed Roger Daltrey al zoveel beter.

“De meeste aanbiedingen komen van bedrijven die in een reclamecampagne ‘Don’t Dream It’s Over’ willen gebruiken, en vaak enkel het ‘Hey now, hey now’-gedeelte. Dan krijg ik een enorm bedrag aangeboden voor twee akkoorden en vier woorden! Recent was er een Amerikaanse artiest die er dit van wilde maken: (zingt met karikaturaal Amerikaans accent) ‘Hey now, hey now, I wanna put your body on me’. Ik ben niet preuts, maar dat leek me ongepast.

“‘Better Be Home Soon’ is ook zo’n song waarvoor ik constant aanvragen krijg. Die lijkt geadopteerd door iedereen die heimwee heeft of niet bij z’n geliefden kan zijn. Hij is tijdens de lockdowns meer gespeeld dan ooit tevoren.”

Ligt het aan mij, of lijkt de eerste halve minuut van ‘Bad Times Good’ erg op ‘Dreams’ van Fleetwood Mac?

Finn: “Really?! Ik kijk het eens na. En als het niet zo is, hoor je nog van mijn advocaten (lacht). De sfeer van die twee songs is wel een tikje verwant. Mijn song is in 5/4, een tempo dat je zeer zelden in een popsong vindt.

“In mijn eerste groep Split Enz hadden we een pianist die feilloos zelfs de meest vage gelijkenis van iets dat Tim of ik componeerden fileerde, en vervolgens meedogenloos de originele versie speelde. Hij deed dat liefst nét als ik de deur van de studio wilde uitstappen. Hij liet me urenlang euforisch zweven bij de gedachte dat ik net een klassieker had geschreven, en speelde of neuriede dan als koude douche een flard ‘Let It Be’ (lacht).”

Wat verbaasde je tijdens je jaren in Fleetwood Mac aan Stevie Nicks’ werkmethode?

Finn: “Zij speelt op een simpele manier piano. Ze overcompliceert niet. Wat me nog het meest opviel, is hoezeer alle groepsleden elkaar perfect aanvullen. Lindsey Buckingham, Christine McVie, Mick Fleetwood: hun grootste talent is de ruwe diamanten van een ander groepslid polijsten. Ik heb de demo gehoord van ‘Dreams’. Die klinkt goed, maar een onverbiddelijke hit is het niet. Dat werd het nummer pas nadat de anderen het ritme en het arrangement onder handen hadden genomen. ‘Dreams’ bestaat maar uit twee akkoorden, en toch word je ze nooit beu: heel uitzonderlijk.”

Ik wilde je vragen of je, als je een geweldige song schrijft, niet verscheurd wordt tussen hem houden voor Crowded House of voor Fleetwood Mac. Maar toen besefte ik dat het zo niet werkt. Zoals die slogan uit de sixties ‘Nobody sings Dylan like Dylan’ geldt voor alle artiesten. Daarom zijn covers haast nooit zo goed als het origineel: ook al kan Randy Newman amper toonvast zingen, niemand zingt zijn songs zo goed als hij.

Finn: “Dat heeft mij altijd gefascineerd. Songs van Tom Waits, die schijnbaar maar wat bromt en kreunt, hebben nooit dezelfde impact als iemand anders die ‘beter’ zingt. Ik zou een song voorbehouden voor Fleetwood Mac als ik tijdens het componeren in mijn hoofd de stem van Stevie of Christine hoor. Soms is iets niet kunnen een voordeel, en iets wel kunnen een handicap. Als ik een andere stem had…”

Als jij zong zoals Mariah Carey…

Finn: “Precies. Dan had ik wellicht nooit mijn soort songs geschreven. Want mijn songs gezongen door dat type zangeres, dat werkt niet. Het helpt ook dat ik niet beroemd ben. Ik ben bekend en ik word gerespecteerd, maar ik ben niet beroemd. Gevoelige songs laten zingen door celebrity’s besmet en ontkracht die songs. Ik ken songschrijvers die niet kunnen zingen én een lelijke kop hebben, zodat ze geen ster konden worden. Dat heeft hun heel wat stress bespaard (lacht).”

WATERGEVECHT

Ongetwijfeld mis je Paul Hester. Ik herinner me hem als een onverbeterlijke grapjas, maar ik kreeg zoals alle buitenstaanders enkel de manische Paul te zien. Was de depressieve Paul een probleem?

Finn: “Ik mis Paul nog elke dag. Maar ook de manische Paul was niet altijd een zegen. Ik herinner me een watergevecht in een hotel – leuk – maar Paul ging dan altijd een stapje verder, en dat is een understatement. Zo’n practical joke begon dan met Nick die aanklopte met: ‘Roomservice!’, en als je de deur opende een emmer water over je uitkapte. Maar als Paul wraak nam, klopte hij niet aan, hij trapte de deur in.”

Wat was tot nu toe de meest ontroerende reactie op één van je songs?

Finn: “Ik werd na een optreden in Zuid-Amerika aangeklampt door een man die me huilend vertelde dat hij ooit aan de rand van de jungle was overvallen en halfdood geslagen. Hij dacht: this is it, ik ben aan het sterven. Maar hij hoorde uit een bar twintig meter verderop ‘Don’t Dream It’s Over’ klinken. Dat gaf hem kracht. Hij sleepte zich tot daar en werd gevonden door een echtpaar. Voor hem symboliseerde dat refrein een overlevingskans. Toen die man het vertelde, bleef hij me dooreenschudden: ‘Jij beseft niet wat dat nummer voor mij betekent!’

“In New York hoorde ik een koor van straatkinderen ‘Private Universe’ zingen. Toen kreeg ik het moeilijk. (Lacht) Ik moet net denken aan een optreden in Londen toen een man op het podium sprong en daar – ongevraagd! – een striptease opvoerde op de tonen van ‘Four Seasons in One Day’. Uit de omvang van zijn lid leidde ik af dat hij zich van die vier seizoenen vooral concentreerde op de winter. Tijdens het bisnummer sprong hij opnieuw het podium op, in de waan dat ook van hem een bisnummer werd verwacht. Eén keer volstond ruimschoots.

“Sorry, Serge, ik moet echt stoppen nu. Mijn vrouw ligt te zieltogen op bed, ze heeft vanochtend een operatie aan haar mond ondergaan.”

Dan zwijgt ze eens vijf minuten.

Finn: “Dat zal ik haar dadelijk zeggen met jouw complimenten. Ongetwijfeld ben je daarna nog altijd welkom (lacht).

Dreamers Are Waiting is uit bij Universal.

null Beeld RV
Beeld RV

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234