Vrijdag 22/11/2019

Podium

Een terugblik op het parcours van Abattoir Fermé: de niche ontgroeid

Acteur, regisseur en medeoprichter van Abattoir Fermé Stef Lernous. Beeld Bob Van Mol

Wat ooit begon als een drietal liefhebbers dat experimenteerde binnen een niche, is nu een collectief dat de ene zaal na de andere uitverkoopt met een bewerking van een drama van Shakespeare. Maar toch is Abattoir Fermé altijd koppig zijn zin blijven doen.

Abattoir Fermé dat zich waagt aan een bewerking van Shakespeares ultieme klassieker Hamlet? Het roept vragen op – is Shakespeare geen saaie keuze voor een gezelschap dat altijd wist te verrassen? – maar het prikkelt ook. Niet alleen omdat rasacteur Stefaan Degand de hoofdrol vertolkt, maar ook omdat het Mechelse theatergezelschap altijd een heel eigen stempel drukt op onaantastbaar gewaande klassiekers, zoals Kafka’s Het proces en Lewis Carrolls Alice In Wonderland.

Het prikkelt kennelijk ook een groot publiek: de twaalf voorstellingen in het Mechelse kunstencentrum Nona, Abattoirs thuisbasis, zijn al uitverkocht. De drie voorstellingen in de Gentse Vooruit ook. Hetzelfde voor de Monty in Antwerpen. “Heel fijn natuurlijk”, vindt regisseur Stef Lernous. “Jarenlang speelden we altijd acht voorstellingen in Nona. Nu zijn het er twaalf. Misschien gaan we ooit naar twintig. Ik ga daar niet over klagen, ik vind dat fijn. Keep it coming.”

Beter stoppen

Ooit was het anders. Toen Stef Lernous samen met actrice Tine Van den Wyngaert en Nick Kaldunski in 1999 oprichtte, was er van een professionele carrière nog geen sprake. Stukken werden gemaakt zonder subsidies, in kleine zaaltjes voor een handvol toeschouwers, in de vrije tijd. “Tine werkte toen nog bij Flair, Nick werkte halftijds bij Telenet”, herinnert Lernous zich. “Ik had geen job.”

2005 werd een kantelpunt, vertelt Lernous vandaag. “We hadden op dat moment al zo’n dertig stukken gemaakt, meestal zonder subsidies. We hadden 2.000 euro op onze rekening staan”, vertelt Lernous vandaag. “Tine, Nick en ik zeiden: we gaan nog één stuk maken. Als dat niet aanslaat bij de pers, bij het publiek, bij de subsidiecommissies, dan stoppen we er beter mee.”

Bizar

Dat stuk heette Galapagos, en het werd onwaarschijnlijk goed onthaald. “Onze eerste selectie voor het Theaterfestival: voor ons was dat heel verrassend, dat mensen meegingen in zo’n donker universum. Het was een voorstelling over tegencultuur, over complotheorieën, over sm. Het was misschien wel ons eerste apocalyptische stuk. En het werd plots opgepikt.”

De stijl en toon van Abattoir Fermé werden voor vele jonge theatermakers een voorbeeld. “Andere mensen – ik ga geen namen noemen – gingen dezelfde dingen doen als wij. Je zag acteurs kruipen over de bühne, zoals dat bij ons gebeurde. Die monsterlijkheid, die horror… We waren school aan het maken. Ik dacht: hoe kan dat nu? Voor mij was dat altijd cult of niche, en plots werd dat opgepikt door andere makers, en het publiek beloonde ons ook. Heel bizar.”

Volkscafé

Het is sindsdien snel gegaan, met succesvoorstellingen als Tourniquet (2008), Colossus (2015) en Buko (2017). “Dan sta je op het Theaterfestival. En het jaar nadien opnieuw, en dan nog eens. En dan vraagt de Vlaamse Opera om een stuk te maken, en blijkt dat ook een succes. Voor je het weet vraagt Helmut Lotti om mee te werken aan zijn videoclip.”

Toch is Abattoir altijd zijn eigen zin blijven doen, en persoonlijke voorstellingen blijven maken. Zelfs voor Hamlet deed Lernous in zijn eigen ervaringen inspiratie op, bij de herinneringen die op zijn netvlies staan gebrand van toen hij met zijn ouders meeging naar het plaatselijke volkscafé. “Eigenlijk maken wij documentaire theater. Natuurlijk is het heel grotesk, met bizarre kostuums, een uitvergrote speelstijl enzovoort. Maar ik kan je meenemen naar plekken waar je dat soort dingen ziet. De realiteit is veel straffer en grotesker dan we vaak denken. En veel van de stukken die we maken zijn gebaseerd op dingen die ik echt heb meegemaakt.”

Helmut Lotti

Op die manier is Abattoir het cultcircuit ontgroeid, zonder aan eigenzinnigheid in te boeten. “Mensen denken soms nog dat Abattoir ‘niche’ is. Maar als je met Helmut Lotti werkt, en met de Vlaamse Opera, ben je niet meer niche, denk ik.” En voor je het weet breng je Shakespeare naar de planken. “Inderdaad,” lacht Lernous, "maar wel op een manier waarop wij het willen maken. Bij Helmut Lotti was dat ook zo: ik moet mij daarachter kunnen zetten. Anders blokkeer ik.”

Blijft de vraag: is een zaaltje van zo’n 115 man niet te klein geworden voor Abattoir Fermé? “We hebben ons die vraag wel al gesteld. Een grotere zaal, maar minder voorstellingen? Of een kleinere zaal, en meer voorstellingen? Het is een groot verschil, spelen voor honderd man of voor zevenhonderd man.”

Eén toeschouwer

Hij wil het een niet opgeven voor het ander, besluit hij. “Ik ben bij Nick al lang aan het pushen om een monoloog te kunnen maken. Voor 25 man, zodat je publiek echt in het decor zit. En een een-op-eenvoorstelling lijkt mij ook geweldig: één acteur van Abattoir tegenover één toeschouwer. Dat moet spannend zijn. Dan maak je als toeschouwer echt iets mee.

"Ik heb al ideeën daarvoor, alleen zijn die dingen moeilijk te ensceneren, omdat ze niks opleveren. Je moet daar heel veel tijd en moeite in steken, voor een erg klein publieksbereik. Als je een miljoen of anderhalf miljoen euro subsidie hebt, kun je je dat wel permitteren. Of als dat soort theater echt je kernactiviteit is. Maar wij willen meer: wij willen een grote opera maken in Duitsland én een voorstelling voor één toeschouwer. Ik zou niet kunnen kiezen.”

Hamlet, Abattoir Fermé. Vanaf 10 oktober in Kunstencentrum Nona, Mechelen. Daarna op tournee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234