Zaterdag 28/03/2020

Review

Een sentimentele sadist, onder meer

Beeld rv

'Wraak' was het motto van Willem Frederik Hermans (1921-1995) en hij bracht het met verve in de praktijk.

Het motto van 'De zanger van de wrok', dat de periode van 1953 tot het einde van Hermans' leven beslaat, is ontleend aan het befaamde autobiografische verhaal 'Het grote medelijden' en luidt als volgt: 'Ik heb geschreven om wraak te nemen - wat is daar voor bijzonders aan?' Was het leidmotief in het vorige deel van de biografie nog het onverwoestbare gevoel van mislukking dat Hermans ondanks alles altijd eigen zou blijven, dan staat hier dus duidelijk centraal hoe de schrijver met deze gewaarwording omging. Hoe hij, met andere woorden, zijn sentiment liet verkeren in ressentiment.

Otterspeer begint ermee Hermans neer te zetten, op het eerste gezicht curieus genoeg, als een mengeling van een Griekse held ('iemand zonder coherent "ik", (...) gastheer van de meest uiteenlopende verlangens, trefpunt van de hefstigste emoties') en een moderne, 'verlichte' mens zoals die door filosoof Peter Sloterdijk bondig wordt samengevat: 'Ik word gekwetst, dus ik ben' - en ik heb, sterker nog, het volste recht mijn kwetsuren te wreken.

Hoe terecht deze kenschets wel is, blijkt vervolgens uit het gehele boek, te beginnen met de geboorte van de echte, door en door dwarse, krijgszuchtige Hermans nadat hij zijn eerste grote pamflet geschreven heeft, 'Het geweten van de Groene Amsterdammer of Volg het spoor omhoog', gericht tegen J.B. Charles en later opgenomen, uiteraard, in Hermans' roemruchte Mandarijnen op zwavelzuur, waarin hij ongeveer de gehele Nederlandse literatuur van zijn tijd over de kling joeg. 'Het was een stuk waarop iedereen die een appeltje met Hermans te schillen had gewacht leek te hebben', schrijft Otterspeer, verwijzend naar de vele woedende reacties die Hermans met zijn schotschrift oogstte. Hermans op zijn beurt toonde zich louter in zijn nopjes. In een brief zucht hij tevreden: 'Nú pas voel ik werkelijk dat ik schrijf.'

Paradox

Volgens Hermans was de persoonlijkheid van de kunstenaar 'altijd een bloemlezing', en hij moet, deze Griekse held, goed geweten hebben waarover hij het had. Ook in dit deel, immers, rijst onverminderd het beeld voor ons op van een man uit ontelbare stukken die voortdurend bezig is met tussen wal en schip het hoofd boven water te houden. Alles was allesbehalve eenvoudig aan Hermans, de paradox was zijn wezenskenmerk.

Dit blijkt onder meer uit de verschillende intermezzo's - korte essays in de marge - waarmee Otterspeer zijn boek verlucht en die bijvoorbeeld handelen over Hermans' weinig doordeweekse verhouding tot katten. De beschrijving van een kat kwam altijd neer, volgens Hermans, op een zelfportrettering, en het is veelzeggend hoe hij katten én als bloeddorstige roofdieren én als schuldeloze ('boem boem met de voetjes') knuffelbeestjes aanzag. Hij vond ze lieflijk en was bang voor ze. Hij 'hield wel van ze, maar zij hielden niet van hem', wat overigens tevens gold voor auto's, schrijfmachines et cetera.

Hij was haast onmenselijk ambitieus, maar kon zich in een brief aan Gust Gils ook laten ontvallen: 'Het succes is een van die barbaarse grappen die de werkelijkheid niet kan nalaten met ons uit te halen.' Diezelfde Gils kon hij zonder aanleiding de vriendschap opzeggen, maar kennissen in geldnood liet hij maar zelden na te hulp te schieten. Hij was boers en hoffelijk, wereldwijs en bleu, een schrijver die de taal verachtte, hij was sentimenteel en kende geen genade. Zijn besluitvaardigheid en daadkracht beletten niet dat hij twintig jaar lang zou blijven wonen in Groningen, een stad die hij 'zo vervelend vond dat hij af en toe bij Vroom & Dreesmann op de roltrap ging staan en zich een halfuur van beneden naar boven en weer terug liet vervoeren'.

Misbaksels

Willem Otterspeer verdient ons diepste ontzag voor zijn overdonderende kennis van zaken en het grote analytische inzicht waarmee hij werk en leven van Hermans tegemoet treedt en met elkaar in verband brengt. Weliswaar gaat hij soms, op zijn expeditie naar de diepste krochten van Hermans' veellagige ziel, en dit wellicht vanuit de vrees om de weg kwijt te spelen, een tikje te kort door de bocht, bijvoorbeeld wanneer hij de weerzin die Hermans voelde jegens Ter Braak al te vlotweg koppelt aan de zelfmoord van zijn zus Corrie, maar zulke dingen zijn eerder prikkelend dan storend.

Enigszins kwalijker is het dat Otterspeer zich aansluit bij de vele critici die Hermans' mettertijd zeer rechts geworden politieke ideeën meenden te moeten afstraffen door meesterwerken als Onder professoren en Uit talloos veel miljoenen niet te loven als de indrukwekkende prestaties van een schrijver die het ook op hogere leeftijd niet moe werd zichzelf te vernieuwen, maar ze daarentegen af te serveren als onwelriekende misbaksels uit de keuken van een has-been.

Al kun je ook wel zeggen, natuurlijk, dat een zo fraai monument als deze tweedelige biografie van een auteur die in het aangezicht van de dood in zijn dagboek noteerde dat zijn literaire ambitie pas ontstond toen hij 'besefte dat je over dingen waarin je niet slaagde toch wel verhalen kon schrijven', en die teleurgesteld leefde en stierf, sowieso niet áf zou zijn zonder een paar, al met al weinig beduidende mankementjes.

Willem Otterspeer, 'De zanger van de wrok. Willem Frederik Hermans. Biografie, deel II (1953-1995)', De Bezige Bij, 1.152 p., 49,90 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234