Vrijdag 10/07/2020

BoekrecensieBoeken

‘Een rooie aan de kant van de weg’: oncynische mengeling van warmte en droge humor ★★★★☆

Beeld Getty Images

Onbeduidende sukkelaars en hun o zo doodgewone leventjes: Anne Tyler wordt er dé chroniqueur van genoemd. Ook het hoofdpersonage in haar nieuwe roman is op het eerste gezicht weer zo’n type. 

In de openingspassage van haar 23ste roman, Een rooie aan de kant van de weg, lijkt Anne Tyler (1941) dezelfde toon aan te slaan als die van sommige van haar zuurste critici, die het al vijftig jaar in negatieve zin over haar personages ­hebben.

‘Je vraagt je af wat er in het hoofd omgaat van een man als Micah Mortimer’, luidt de meewarige openingszin. Waarna een schijnbaar uit roddelige observaties en speculaties opgetrokken schets van diens troosteloze kabbelbestaan twee pagina’s later wordt afgesloten met een berustende herneming van die vraag.

‘Neemt hij ooit de tijd om bij zijn leven stil te staan? De zin ervan, de bedoeling? Beklemt het hem dat er de komende dertig tot veertig jaar amper ­verandering in lijkt te zullen komen? Niemand die het weet. En het staat haast wel vast dat ­niemand het hem ooit heeft gevraagd.’

Onbeduidende sukkelaars en hun o zo gewone leventjes, Tyler is er geregeld dé chroniqueur van genoemd. En ook deze Micah is op het eerste gezicht weer typisch licht excentriek hoofdschudmateriaal.

Stofzuigdag? Afstofdag?

Op zijn 43ste woont hij alleen in een obsessief ordelijk en schoon gehouden kelderappartement in Baltimore (‘Is het stofzuigdag?’, spot een zwager ergens. ‘Afstofdag? Schrob-de-vloer-met-een-tandenborsteldag?’). Zijn brood verdient hij als conciërge in hetzelfde flatgebouw én met zijn eigen eenmans-IT-bedrijfje, Tech Hermit, onder welke naam hij de computerproblemen van bejaarden oplost, niet zelden door hun apparatuur simpelweg uit en weer aan te zetten. En hij onderhoudt een latrelatie met schooljuffrouw Cass, waarbinnen na drie jaar alles wel zo’n beetje is ‘gestold – compromissen gesloten, verschillen aanvaard, eigenaardigheden voor lief genomen’.

Zelf lijkt hij volmaakt tevreden, met zichzelf en met zijn vertrouwde tredmolentje. Een modelburger, die in zijn verbeelding luidkeels wordt geprezen door de ‘Verkeersgod’, wanneer hij zich weer eens precíes aan de maximumsnelheid houdt; veilig opgesloten in zijn ­routines.

Dat wil zeggen, tót Tyler al die zekerheden met een paar plotwendingen op losse schroeven zet. Ongeveer zoals ze dat eerder Macon Leary aandeed in haar verfilmde roman The Accidental Tourist (1985), of die arme gegijzelde Charlotte Emory in Earthly Possessions (1977).

(Dat kan voor u geheimtaal zijn, maar we bedoelen maar: lees ook die vroegere romans.)

Bij Micah staat plotseling de 18-jarige Brink op de stoep, de zoon van vriendinnetje-uit-zijn-studententijd Lorna. De jongen is ervan overtuigd dat Micah zijn biologische vader is. Onmogelijk, weet die laatste, maar hij laat de verdoolde puber toch overnachten in zijn logeerkamer.

Daarop wordt vriendin Cass zó boos dat hij haar die kamer níét aanbood, terwijl zij uit haar huurhuis dreigt te worden gezet en samenwoonhint na samenwoonhint liet vallen, dat ze het ter plekke uitmaakt.

Ze laat onze wat autistische antiheld verbijsterd en verontwaardigd achter. Pas langzaam dringt tot hem door hoezeer hij in de afgelopen tijd van echt menselijk contact verstoken is geraakt – en welke rol hij zelf in dat proces heeft gespeeld.

Veel meer dramatische verwikkelingen heeft Een rooie aan de kant van de weg niet te bieden, afgezien van nog een bescheiden zoektocht naar Brink, die Micah tijdelijk herenigt met diens moeder. De kracht ervan schuilt in ­hoezeer Tyler je laat meeleven met de crises en de eurekamomenten van haar hoofdpersonage. Hoezeer die goedbedoelende oen voor je gaat léven.

Grijpkast op de kermis

Hoe ze dat precies doet, daar krijg je de vinger nauwelijks achter. Het heeft te maken met het kalm stapelen van realistische details. Met het vakvrouwschap van zo’n scène waarin onze eenzaat tijdens een familiebezoek wordt overspoeld door de hartelijke chaos van zijn vier praatgrage zussen en hun gezinnen, waardoor je, bij al hun liefdevolle bemoeizucht, op slag meer van zijn terughoudendheid begrijpt. En met de oncynische mengeling van warmte en droge humor ook, waarmee ze beschrijft hoe hij blind voor andermans signalen door het leven blundert.

Je hart breekt als zijn onvermogen wordt gevangen in een fraaie metafoor (‘In de omgang met mensen voelde het soms alsof hij aan een grijpkast op de kermis stond en de prijs maar niet kon pakken, omdat de knoppen niet goed werkten’) en slaat op de laatste pagina hoopvol een slagje over. Omdat je hebt gelezen wat er in hoofd en hart van ‘zo’n man’ omging.

Anne Tyler, 'Een rooie aan de kant van de weg', Prometheus, 208 p., 19,99 euro. Vertaald door Peter Abelsen.Beeld Prometheus
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234