Woensdag 21/04/2021

PoëziePaul van Ostaijen

Een revolutie op papier. 125 jaar geleden werd Paul van Ostaijen geboren

Paul van Ostaijen. Beeld Bezette Stad 100!
Paul van Ostaijen.Beeld Bezette Stad 100!

2021 is hét herdenkingsjaar van dandy-dichter Paul van Ostaijen. Biograaf Matthijs de Ridder en deBuren-directeur Willem Bongers-Dek smeedden zijn beroemde, nu honderdjarige bundel Bezette stad om tot het coronaproject Besmette Stad.

De meningen waren hevig verdeeld toen de baanbrekende dichtbundel Bezette stad in april 1921 het licht zag. Na het wervelende Music-Hall en Het sienjaal bracht Paul van Ostaijen (1896-1928) de critici nu in totale verwarring. Stilzwijgen én weerstand waren zijn deel voor deze ‘revolutie op papier’.

En kijk nu. Het avant-gardistische Bezette stad valt niet meer weg te denken uit de Nederlandse literatuur. ‘De allesomvattende vertelling van een jonge Antwerpenaar tijdens de grote catastrofe van WO I’, voortgevloeid uit een persoonlijke en maatschappelijke crisis, blijft de pennen in beweging zetten, ook die van jonge kunstenaars, wetenschappers, schrijvers en dichters.

Bezette stad is een eeuw na zijn verschijning dan ook het speerpunt van het Van Ostaijenjaar. De modernistische dichter, die al op zijn 32ste aan tuberculose overleed, is in het Antwerpse straatbeeld alomtegenwoordig. Voortdurend stuit je op de lokkende posters voor de expo in het Letterenhuis op Boem Paukeslagen en Zeppelins. Bovendien werd de loodgieterszoon met een Nederlandse moeder precies 125 jaar geleden in Antwerpen geboren.

Het Van Ostaijenjaar begon overigens met een ferme knal, alsof de apotheose zich van moment had vergist: de Vlaamse overheid mocht bij monde van cultuurminister Jan Jambon (N-VA) apetrots aankondigen dat ze het (lang verloren gewaande) handschrift van Bezette stad had verworven, via discrete onderhandelingen met een anonieme verzamelaar. Met dank aan het Topstukkendecreet had Vlaanderen 725.000 euro veil voor deze ‘heilige graal’. Het wordt uiteraard ook het paradepaard van de expo Bezette Stad 100! in het Letterenhuis. Applaus op alle banken, ook bij cultuurkritische schrijvers. Heeft Van Ostaijen, ooit in stevig activistisch en flamingantisch vaarwater, alle rangen en standen overstegen?

Ontwerp voor de omslag van 'Bezette stad' door Oscar Jespers, 1921. Beeld Bezette Stad 100!
Ontwerp voor de omslag van 'Bezette stad' door Oscar Jespers, 1921.Beeld Bezette Stad 100!

Visueel icoon

Bezette stad is een visueel icoon van ons allen geworden”, zegt Matthijs de Ridder, die dit najaar zijn langverwachte biografie over Van Ostaijen hoopt af te ronden. Nu publiceert hij Boem paukeslag, waarin hij het ontstaan en de geschiedenis van Bezette stad helder en overtuigend uitvlooit.

“Van Ostaijen stuurde met zijn poëzie aan op een radicale omwenteling, maar tegelijk was er die heftige desillusie”, vervolgt De Ridder. “Hij had een heel duidelijke maatschappij- en artistieke visie, waaraan hij zelf ten onder is gegaan. Hij leefde voor zijn kunst en daardoor in relatieve armoede, offerde zijn persoonlijke geluk op. Al kun je zijn politieke stellingnames maar beter in hun tijd situeren. Van Ostaijen is later zowel door linkse ideologen, die droomden van een sociaal en communistisch Europa, als door flaminganten voor hun kar gespannen.”

“Toch waren zijn Vlaamse eisen destijds realistisch: onderwijs aan de universiteit in het Nederlands, dat was een logisch strijdpunt. Van Ostaijen valt helemaal niet in een hokje te stoppen. Hij grapte ook dat zijn boek bestemd was voor royalisten en republikeinen, voor dokters en analfabeten. Of hij in de jaren 30 in extreemrechts vaarwater zou zijn beland? Ik denk van niet. Daarvoor was hij te intelligent en zou hij de nazi’s gewoon te dom hebben gevonden. (lacht)

Bezette stad is weleens het eerste multimediale kunstwerk uit onze literatuurgeschiedenis genoemd. “Het is ogenschijnlijke kretologie en typografische experimenteerdrift over Antwerpen in de Eerste Wereldoorlog, waar nauwelijks structuur in zit. Maar als je eenmaal de sleutels beethebt, dan is die tekst veel opener én consequenter dan hij op het eerste gezicht lijkt.”

De kardinaal uitgejouwd

Van Ostaijen zette de eerste pennenstreek van zijn meesterwerk op 27 juli 1920 in Berlijn, waar hij twee jaar voordien met zijn Emmeke heen was gevlucht. Er hing hem een vervolging voor activisme boven het hoofd, zeker nadat hij bij een betoging de franskiljonse kardinaal Mercier mee had uitgejouwd. In de Duitse hoofdstad vormden dadaïsme, kubisme, en het jonge medium film zijn springtuig. “Van Ostaijen wou fundamenteel sleutelen aan de principes van de poëzie, als een filmmaker die zijn camera richtte op de aan flarden geschoten wereld. Die verbrokkeling en die onrust moesten de gedichten uitademen.”

De oorlogsdreiging, het uitbundige nachtleven en de music halls: de poëzie komt als een pandemonium van klank op je af, als voorloper van de slampoëzie, en volgens sommigen zelfs de beatpoëzie. De flamboyante ex-stadhuisklerk – ook nog bekend van gedichten als ‘Marc groet ’s morgens de dingen’ en ‘Singer Naaimasjien’ – gaf strikte typografische aanwijzingen voor de uitgave. Kunstenaar Oscar Jespers voerde in Antwerpen de instructies nauwgezet in houtsnedes en zelfgemaakte letters uit, en ontwierp het befaamde omslag. “Een voor die tijd redelijk professionele en ambitieuze onderneming”, zegt De Ridder.

null Beeld Photo News
Beeld Photo News

Er zijn niet enkel twaalf Vlaamse straten naar Van Ostaijen genoemd, fragmenten uit zijn gedichten sieren tegenwoordig ook kussenslopen, muren, T-shirts en mondmaskers. Maar Van Ostaijen weet ook hedendaagse dichters en kunstenaars midscheeps te raken. “De duidelijkste invloed zie je bij Peter Holvoet-Hanssen. Bij hem voel je Van Ostaijens geest volop weerklinken.”

Er vallen wel meer bruggen te slaan. Samen met spitsbroeder Willem Bongers-Dek, directeur van het Vlaams-Nederlands huis deBuren stampte De Ridder het voorbije jaar het nog steeds lopende multimediaproject Besmette Stad uit de grond, met een link naar de actualiteit en een stad in coronatijdperk. “De stad was deze keer niet bezet, maar wel besmet. En we ervoeren opnieuw hoe kwetsbaar we wel zijn.”

Vijfenzestig dichters en kunstenaars – van Ilja Leonard Pfeijffer en Jeroen Olyslaegers tot Ellen Deckwitz, Maud Vanhauwaert, Aya Sabi en Lisette Ma Neza – vielen te porren voor een respons. Het resultaat: TikTok-filmpjes, gedichten, affiches en een interactieve site. En natuurlijk een boek dat de vijfenzestig hedendaagse artistieke antwoorden verzamelt.

“Meestal slaat bij het lezen van Van Ostaijen in de middelbare school de vonk over”, zegt Willem Bongers-Dek. “Men herkent het rebelse, het afwijkende van zijn poëzie, helemaal anders dan wat je aan literatuur krijgt voorgeschoteld. Ikzelf schreef al toen ik tien was samen met mijn Nederlandse klas een variant op ‘Marc groet ’s morgens de dingen’: ‘Dag bord met de opdrachten en platen…’”

Bongers-Dek: “Op de middelbare school raakte ik met een groepje vrienden gefascineerd door Paul van Ostaijen. Dat zijn affiche van het ‘Grote Zirkus van de H. Geest’ zomaar een gedicht was, vonden wij fantastisch.”

Toch viel het Bongers-Dek in de leesateliers van deBuren over Van Ostaijen op dat zijn werk wel wat weer accurate duiding kon gebruiken. “Velen kenden natuurlijk de slogans uit Bezette stad. Maar er was ook koudwatervrees: de bundel ziet er op het eerste oog moeilijk uit. Maar geleidelijk aan gingen er bij de kunstenaars lampjes branden. De een sloeg op de typografie aan, de ander op de oorlogscontext, een derde ontdekte hardop meelezend de muzikaliteit. Of herkende de autobiografische noodkreet. Nog anderen zagen het actuele appel van de bundel om je via je kunst kritisch tot de maatschappij te verhouden.”

De Ridder vult aan: “Momenteel zie je hoe poëzie meer de anekdotische toer opgaat en minder experimenteel is. Toch zie je her en der sporen van Van Ostaijen. Er is bovendien een hele generatie schrijvers opgestaan die opnieuw ontdekt dat politiek en literatuur perfect kunnen samengaan.”

Graphic novelmaker Shamisa Debroey herkent dat: “Van Ostaijen is een beeldenmaker met woorden en laat ons toe vragen te stellen over ons leven vandaag. Vandaar dat ik in mijn prent voor Besmette Stad het gedicht ‘Rouwstad’ wou verbinden met Black Lives Matter. Tijdens de leesateliers werd me duidelijk hoezeer hij de kentering zocht.”

“Hij pionierde in elk genre dat hij aanvatte, van zijn eerste tot zijn laatste gedichten en ook in zijn proza”, concludeert Bongers-Dek. “Je voelt in zijn werk steeds die tinteling van iets voor het eerst te doen.” Of zoals het in zijn bekende vers uit ‘De feesten van angst en pijn’ luidt: ‘Ik wil bloot zijn / en beginnen.’

Opmerkelijk is dat net twee Nederlanders als Bongers-Dek en De Ridder zich tot onze vurigste Van Ostaijen-pleitbezorgers ontpoppen. Een goedaardige bezetenheid, geven ze toe. De Ridder betrekt zelfs het geboortehuis van Van Ostaijen in de Lange Leemstraat, van waaruit hij mee het Van Ostaijengenootschap bestiert en stadswandelingen organiseert. Bongers-Dek eert af en toe zijn lievelingsdichter: “Onlangs nog trok ik naar het Schoonselhof om bloemen bij zijn graf te leggen en op een bankje enkele van zijn grotesken te herlezen.”

Matthijs de Ridder, Boem paukeslag. Op strooptocht door Paul van Ostaijens bezette stad, Pelckmans Uitgevers, 324 p., 20 euro.

Matthijs de Ridder en Willem Bongers-Dek, Besmette stad. Vijfenzestig kunstenaars antwoorden op Bezette Stad van Paul van Ostaijen, Pelckmans Uitgevers, 256 p., 18 euro.

Bezette Stad 100!, expo in het Letterenhuis, nog tot 27/6. vanostaijenleeft.be en deburen.eu/besmette-stad

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234