Maandag 20/09/2021

BoekenrecensieGare du Nord

Een magisch boek over een dito stad

Ansichtkaart van de Gare du Nord in Parijs, circa 1905.   Beeld privéverzameling
Ansichtkaart van de Gare du Nord in Parijs, circa 1905.Beeld privéverzameling

Criticus Eric Min schetst in Gare du Nord een wervelend groepsportret van vermaarde en vergeten kunstenaars die rond 1900 hongerig, geil en overmoedig naar Parijs trokken. Het is zijn beste boek tot nu toe, schrijft Marc Didden.

De eerste keer Parijs. Dat voelt eigenlijk aan zoals iedere andere eerste keer, alleen doet die in dit geval in de regel iets minder zeer dan gewoonlijk.

‘Overweldigend!’ is het woord, met verplicht uitroepingsteken eraan gekoppeld, dat je nog het vaakst hoort of leest als je naar de verhalen luistert van de nieuwe aankomers uit het noorden die hun bloedgrond in Antwerpen of Rotterdam, Zemst of Zierikzee, Namen, Verviers, Schaarbeek of in de Stille Kempen voorgoed of tijdelijk verlieten om in de lichtstad een betere schilder, schrijver, dichter, danser, musicus, zanger, architect, acteur te willen worden. Daar in die magnifieke stad die haar mooie bijnaam ‘Ville Lumière’ dankt aan het feit dat ze reeds lang voor dat elders gemeengoed werd haar straten, pleinen en boulevards uit de duisternis ging halen om die dan royaal af te zomen met bataljons glimmende gaslampen en zodra dat technisch mogelijk werd ook massaal te elektrificeren.

Zo werden de bright lights and the big city algauw verleidelijke lichtbakken die hele horden creatieve mensen naar daar zouden lokken, op zoek naar la vie parisienne, in het schijnsel van de eerste neons.

Parijs, de stad die naar moderne begrippen op een steenworp van Brussel is gelegen en dus ook op een boogscheut van Amsterdam, werd door de noorderlingen de afgelopen tweehonderd ­jaren traditioneel en vriendelijk bestormd via ­stevige stapoefeningen die tenminste een week voetenwerk vergden.

Later kwamen daar nog driedaagse postkoets­reizen aan te pas, tot er bij de komst van ‘de ijzeren weg’ nog maar een lange dagreis nodig was om met de boemeltrein naar Babylon te reizen langs tussenstations die Mons, Quiévrain, Aulnoye, Saint-Quentin, Compiègne en Saint-Denis heetten. Sinds de tweede helft van de vorige eeuw schuiven we in een rotvaart van de Benelux naar Paname (nog zo’n mooie bijnaam van P.) via prachtige sneltreinen die in vaktaal al eens ‘Trans Europe Express’, ‘Trains à Grande Vitesse’, ‘Eurostar’ of ‘Thalys’ heten. U kent die magische stukken superieur speelgoed wellicht uit eigen ervaring.

Aardig detail voor de Brusselaars onder ons: je zit vanaf Brussel-Zuid sneller op het terras van Café Terminus Nord in Parijs dan op dat van Brasserie du Parc in Oostende.

Verwoestend werk

Niemand schrijft in ons taalgebied met meer liefde en eruditie over Parijs en de kunsten dan kunstcriticus en essayist Eric Min. Ik leerde van zijn pen, zijn woorden, zijn kennis proeven toen hij nog in deze eigenste krant als cultuurredacteur zijn zachte oordelen velde over het beste van wat de beeldende kunsten, de letterkunde en de fotografie ons te bieden hadden, niet zelden met een elegante vertakking naar het zuiden des lands, en de hele wereldnatie die daaronder groeit.

Van journalist werd Eric Min volbloed schrijver en de stevige volumes die hij intussen aan leven en werk van James Ensor, Rik Wouters of Henri Evenepoel wijdde, werden instantklassiekers in het genre.

Hulde ook voor de goed gedocumenteerde rêveries die hij ons schonk over de klank van de stad Venetië (samen met musicoloog Gerrit Valcke­naers). En lees eens hoe hij in zijn voorlopige magnum opus De eeuw van Brussel: biografie van een wereldstad 1850-1914 op een wervelende manier onze hoofdstad als belangrijk kruispunt der kunsten schetst.

Sinds deze week ligt bij de boekhandel een verse zachte reus van een boek op ons te wachten dat simpelweg Gare du Nord is gaan heten: 472 pagina’s schoon aan de haak, en ook nog eens uitgebreid en doordacht geïllustreerd. Laten we maar meteen duidelijk zijn: het is Mins allerbeste boek tot nu toe.

Leopold II komt aan in de Gare du Nord, karikatuur van posterkunstenaar Francisque Poulbot, 1907. Beeld privéverzameling
Leopold II komt aan in de Gare du Nord, karikatuur van posterkunstenaar Francisque Poulbot, 1907.Beeld privéverzameling

Via het portaal dat begint waar de doodlopende treinsporen van de Gare du Nord zijn bezoekers uit het noorden bij bosjes de boulevards van het 10de Arrondissement op stuwt, staat Eric Min al aan hun zijde om de lezers met topografische precisie, scherp inzicht en als het moet ook een lach en een traan als smeermiddel, naar de ateliers, droeve zolderkamers, appartementen met uitzicht, kelders en kruipkoten te begeleiden waar over de jaren zoveel artiestendromen bewaarheid werden of stukgeslagen. Waar warme liefde ontstond en vulgair overspel. Waar van scheppingsdrang verteerde mensen uit het noorden zich aan de vlammen van het zuiden gingen warmen. Waar katers ’s anderendaags niet de smaak hadden van schraal bier dat koppig aan het verhemelte bleef plakken, maar waar anijs, absint, cognac, Suze, eaux de vie of ranzige wijnresten hun verwoestend werk deden.

Wie waren die mensen over wie we zullen lezen en leren in dit wonderlijke boek ?

U zult velen onder hen beslist kennen of herkennen: Antoine Wiertz, Adolphe Sax, Félicien Rops, George Hendrik Breitner, Vincent van Gogh, Emile Verhaeren, Henry Van de Velde, Victor Horta, Léon Spilliaert, Rik Wouters, Piet Mon­driaan, Frans Masereel, Georges Simenon, Hendrik Marsman, Remco Campert, Simon Vinkenoog, actrice Elly Overzier en haar toenmalige man Hugo Claus.

Ze noemden Parijs allemaal ooit een beetje ‘thuis’. Jacques Brel en Salvatore Adamo zouden later nog volgen, en ook nu nog voelen artiesten zich erg aangetrokken tot Parijs (denk aan mensen als Arno, Axelle Red, Bent Van Looy, Benoît Poelvoorde of Stromae) – die er weliswaar allemaal tijdelijk nestjes bouwden maar toch ook graag en veelvuldig naar de heimat terugkeerden.

De ware manier om een voorbeeldige Parijzenaar te zijn is daar niet de rol te spelen van de vaak slecht gehuisveste inwoner, of die van een lompweg langslopende toerist. Eervoller en zinniger is het om in de Franse hoofdstad als gepassioneerde passant te fungeren, de frequente gast die ernaartoe trekt wanneer het hem of haar past en zichzelf vervolgens uitnodigt aan de rijke tafels van wat Ernest Hemingway in zijn memoires als ‘a moveable feast’ omschreef.

Woody Allen

Wie, vroeger zowel als nu, op zoek was of is naar een uitzonderlijk klein of groot museum, een van kwaliteit uitpuilende boekenwinkel, een sterke theater– of operavoorstelling, een kleine kroeg, een eenvoudige plat du jour, een opulent restaurant, een spannend stadsgezicht of een gebouw of monument met eeuwigheidswaarde, een stadspark met allure of een bos waar (7/7 en 24/24) allerlei avonturen kunnen worden beleefd, vindt zijn gading in deze metropool waar het licht nooit echt uitgaat.

Ooit had ik het geluk om de grote schrijver/filmmaker/humorist/hypochonder/nu bijna verschoppeling Woody Allen te interviewen in de bar van het legendarische Hotel Ritz, aan de meer dan mondaine Place Vendôme. Ik vroeg hem hoe het kwam dat hij zich als verstokte New Yorker zo goed voelde in dat toch wat ouderwetse Parijs. Zijn antwoord was kort en duidelijk: hij was van in zijn jeugd weliswaar al verknocht geweest aan Franse schrijvers, schilders, fotografen, filosofen en cineasten, maar via zijn talrijke bezoeken aan de Seine­stad had hij ook ontdekt dat hij, zodra hij zijn hotel verlaten had, alleen daar de ware beat of the street ervaren had die hem in zijn Manhattan zo nauw aan het hart ligt.

Ik ben er zeker van dat het ook die beat is die de jonge levens van Léon Spilliaert en Antoine Wiertz, de merkwaardige schilderende gebroeders Alfred, Joseph en Arthur Stevens, de instrumentenbouwer Adolphe Sax aantrok. Of onderschatte kleine meesters als Charles Degroux, Léon Frédéric of Alfred Verwee. Dezelfde beat die schrijvers als Emile Verhaeren, Maurice Maeterlinck, Georges Rodenbach of later Simenon bespeelden. Die de Vlaams-Nederlandse vriendengroep Karel Appel, Corneille, Simon Vinkenoog, Rudy Kousbroek, Remco Campert of Hugo Claus naar de schildersezel of de schrijftafel deed reiken, daar op die plek, op dat tijdsgewricht.

Eric Mins Gare du Nord is met zoveel liefde en lenigheid geschreven, zo compact en toch zo veelomvattend en volledig verteld, gevuld met zoveel kennis maar gelukkig zonder de prietpraat die zoveel kunstkritiek kenmerkt, dat ik het boek meteen tot huisvriend gemaakt heb, al zal het ook nooit ontbreken in mijn handbagage wanneer de Thalys en het terras van mijn stamcafé La Palette straks weer eens lonken.

Nu waren Mins eerdere biografieën van notoire kunstenaars of zijn stadskronieken ook al verre van onleesbaar maar, wellicht aangestoken door de textuur van de stad in kwestie, is dit ook een sensueel boek geworden: verfstroken worden er tastbaar, de zijden schouderbandjes van de bh’s van mannequins, maîtresses en meisjes van plezier kan men desgewenst en met een beetje verbeelding door de vingers laten glijden.

Gare du Nord van Eric Min is een magisch boek over een dito stad. Die iedere bezoeker op een dag weer moet verlaten via het desbetreffende station.

Jacques Brel wist dat al in 1961, in zijn chanson ‘Les prénoms de Paris’.

‘Mais la fin du voyage, la fin de la chanson

Et c’est Paris tout gris

Dernier jour, dernière heure, première larme aussi

Et c’est Paris la pluie

Ces jardins remontés qui n’ont plus leur parure

C’est Paris l’ennui

La gare où s’accomplit la dernière déchirure

Et c’est Paris fini’

Eric Min, Gare du Nord. Belgische en Nederlandse kunstenaars in Parijs, Pelckmans, 472 p., 29,50 euro

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234