Maandag 14/10/2019

Docville

Een klotejob, maar iemand moet ze doen: deze moderatoren duwen bij Facebook op de deleteknop

Beeld uit 'The Cleaners'. Beeld Swa Van Damme

Het is een klotejob, maar iemand moet ze doen. Tienduizenden moderatoren zijn verantwoordelijk voor de delete-knop bij grote internetbedrijven zoals Facebook, Google en YouTube. Allemaal in onderaanneming, in de Filipijnen bijvoorbeeld. Dat blijkt uit de documentaire The Cleaners, te zien tijdens het documentairefestival Docville in Leuven.

Facebook is politiek correct, wordt weleens gezegd. Alsof Mark Zuckerberg hoogstpersoonlijk elk gepost berichtje, elke foto en video inspecteert en eigenhandig verwijdert wanneer ze niet stroken met zijn opvattingen.

In de praktijk beslist een hele batterij mensen in enkele seconden wat online blijft en wat niet. Gebaseerd op het dikke boek met spelregels van elk medium, met veel grijze zones. 

Bij haatdragende boodschappen gebeurt de controle door moderatoren in het Westen. Bij aanstootgevende beelden wordt een beroep gedaan op onderaannemers in de Filipijnen. Of zoals het blad Variety het omschrijft: het geweten wordt geoutsourcet.

Codenamen

In 2013 werd een video waarin kinderen misbruikt werden 16.000 keer gedeeld alvorens Facebook de opname verwijderde. Gechoqueerd door het nieuws begonnen de Duitse documentairemakers Hans Block en Moritz Riesewieck aan hun research voor The Cleaners, een film over de mensen die op de delete-knop drukken.

“Hoe kon dit gebeuren, en waarom gebeurt dat niet veel vaker? Dat wilden we weten”, vertelt Riesewieck, die de film donderdag komt voorstellen op Docville. “Al snel kwamen we in contact met de Amerikaanse mediaonderzoekster Sarah T. Roberts. Zij ontdekte dat het modereren van de meeste platformen wordt uitbesteed. Niemand kan exact zeggen hoeveel mensen in die industrie werken. Allicht gaat het om tienduizenden.”

Beeld RV

Block en Riesewieck trokken dan maar naar de Filipijnse hoofdstad Manilla, op zoek naar de bedrijven die het werk voor Facebook, Twitter of Google verrichten. “Moeilijk, want die firma’s doen er alles aan om hun praktijken te verbergen”, zegt Riesewieck. “De bewuste jobs krijgen vage titels als ‘community operations’ of ‘data analyst’. Werknemers moeten codenamen gebruiken wanneer ze verwijzen naar de Amerikaanse klanten voor wie ze werken. We moesten dus infiltreren in een onbekende, verborgen wereld.”

Uiteindelijk kregen de filmmakers enkele werknemers voor de camera. Mensen die waren bezweken onder de druk van de job of van zin waren snel te vertrekken. Riesewieck: “Toch spraken ze meestal erg trots over hun werk. Het is een belangrijke taak. ‘Je wilt niet weten hoe het internet er zonder ons zou uitzien’, klonk het vaak. Sommigen verwezen naar hun katholieke geloof, alsof ze zichzelf opofferden voor alle zonden van de wereld.”

“Maar over de gevolgen van de traumatiserende beelden die ze dagelijks te zien krijgen, werd aanvankelijk niet veel gezegd. In de Filipijnse cultuur is het niet de gewoonte over psychologische problemen te spreken. In het land lijden nog altijd veel mensen honger, sommigen leven op een vuilnisbelt. Dan is het ongepast om te klagen over een baan in een mooi kantoorgebouw. Bovendien is het hen contractueel verboden over hun werk te spreken, laat staan te klagen.

Geen keuze

Slechts enkele bedrijven organiseren psychologische begeleiding, maar die is weinig efficiënt. Dan worden werknemers gezamenlijk in een ruimte met een therapeut gezet. Niemand durft er vrijuit te spreken. 

“'Niets aan de hand,' klinkt het dan, 'want er is zorg voorzien'”, zegt Riesewieck. “Maar er zijn verhalen over zelfmoord als gevolg van de job. Of mensen die geen zin meer hebben in seks, omdat ze overdag met zo veel seksueel geweld zijn overspoeld. We hebben zelfs iemand gesproken die bepaalde delen van de stad vermeed omdat ze te druk waren en ze alle vertrouwen in de mensheid verloren had.” 

Is het dan niet erg ziek om zulke banen uit te besteden aan landen waar het cultureel is bepaald om vooral niet te zeuren? “Er wordt vooral geprofiteerd van hun financiële situatie”, denkt Riesewieck. “Voor de meesten is het geen keuze, ze moeten geld verdienen om een hele familie te onderhouden. Voor deze baan krijgen ze 2 tot 3 euro per uur, dat is een pak meer dan het gemiddelde. De economische ongelijkheid dwingt hen in een job die uiteindelijk maar door een relatief kleine groep mensen moet worden uitgevoerd. Ze doen het opruimwerk, opdat de rest van de wereld de luxe zou hebben om niet met expliciete content geconfronteerd te worden.”

Geen enkel mediabedrijf wou reageren in de film. En ook na het verschijnen van The Cleaners houden ze de lippen stijf. "We hebben ze allemaal een dvd gestuurd, maar niemand lijkt zichzelf te willen verdedigen."

Op 22, 24 en 26/3 op Docville. docville.be.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234