Maandag 23/11/2020

Boeken

Een klein monument voor een foute oudoom

De Spaanse Burgeroorlog, ergens na 1936.

Na lang aarzelen schreef Javier Cercas dan toch het boek over zijn oudoom, die fout was in de Spaanse Burgeroorlog. Hij doet zijn best genuanceerd te zijn, maar gaandeweg wordt het beeld steeds eenduidiger. 

Manuel Mena was 17 toen hij zich in 1936 aansloot bij de militaire opstandelingen die orde op zaken wilden stellen in het hopeloos gepolariseerde Spanje, toen een piepjonge republiek. Het zou drie jaar duren voor de nationalistische militairen de laatste republikeinse gebieden hadden veroverd en generalísimo Franco Spanje met harde hand kon gaan besturen. Manuel Mena maakte de overwinning niet mee. In september 1938 overleed hij aan de verwondingen die hij had opgelopen tijdens de slag om de Ebro. Hij was 19 jaar.

Mena zou een van de honderdduizenden vergeten doden van de Spaanse Burgeroorlog zijn geweest als hij niet de oudoom van Javier Cercas was, de schrijver die in 2001 in Spanje een aardschok veroorzaakte met zijn roman Soldaten van Salamis. Daarin ging Cercas op zoek naar een republikeinse soldaat die tegen het einde van de oorlog, en tegen alle regels in, een falangistisch kopstuk had laten ontsnappen. Maar hij bracht ook – dat was nieuw – op empathische wijze het leven van deze fascistoïde man in kaart. In De koning van het schimmenrijk gaat hij nog verder, door een falangist uit zijn familie onder de loep te nemen.

Cercas had nogal wat redenen om dit niet te doen. Allereerst omdat hij zich schaamde voor de politieke opvattingen van oudoom Manuel en voor die van zijn familie, die franquistisch bleef tijdens de dictatuur. Het tweede obstakel was dat hij het gevoel had dat zijn moeder, met wie hij een goede band heeft, wilde dat hij een boek zou schrijven over haar favoriete oom en zo zou vastleggen wat hij voor haar en haar familie was: een held die was gestorven voor zijn idealen en zijn familie. De derde reden om er niet aan te beginnen werd hem aangereikt door schrijver en goede vriend David Trueba: ‘Wat je ook schrijft, de een zal je aanwrijven dat je de republikeinen idealiseert door hun misdaden te vergoelijken en de ander dat je een revisionist bent of het franquisme roze kleurt door de franquisten als normale mensen voor te stellen in plaats van als monsters.’

Geen fundamentele vraagtekens

Cercas was dus gewaarschuwd. Maar hij deed het tóch, dat boek schrijven over de foute oudoom van wie zijn moeder zielsveel was blijven houden, en dat maakt nieuwsgierig. Portretteert hij zijn oudoom als een monster? Kleurt hij hem roze? Of doet hij iets daartussenin?

Ongeveer zoals in Soldaten van Salamis geeft Cercas je alle kans om met hem mee te kijken, denken en twijfelen, met name in de oneven hoofdstukken, waarin hij met grote bevlogenheid vertelt waarom en hoe hij het boek dat hij eigenlijk niet had willen schrijven, toch heeft geschreven.

De even hoofdstukken, waarin het korte leven van Manuel Mena op een rij wordt gezet, zijn veel zakelijker van toon en stijl, maar ook hierin ontbreekt het niet aan slagen om de arm als ‘ik weet niet of…’ Ook andere elementen wijzen erop dat Cercas koerst naar een schets waarin niet strakke strepen maar dunne stippellijnen domineren.

Cercas mag dan zijn uiterste best doen om zich op te stellen als een verteller die twijfelt en nuanceert, toch creëert hij een beeld dat steeds eenduidiger wordt en dat zijn moeder niet ontevreden zal hebben gestemd. Dat komt vooral doordat hij geen fundamentele vraagtekens zet bij de verhalen die zijn familieleden hem vertellen.

Hij laat er weliswaar geen misverstand over bestaan dat Mena bij de verkeerde club zat, maar zijn oudoom had wel het beste voor met zijn land en met zijn familie. En wist deze jonge idealist wel waaraan hij begon, toen hij de oorlog inging? Nee, aldus Cercas, want pas aan het front begreep hij dat oorlog niet de waardigheid heeft die Velázquez’ beroemde schilderij La rendición de Breda uitdrukt, maar vol is van de verschrikkingen die Goya uitbeeldde in zijn Desastres de la guerra.

Al met al wordt Mena vooral neergezet als slachtoffer, als een ‘verliezer’. Omdat hij zijn leven verloor, maar ook omdat hij ‘alles verloren had voor een zaak die de zijne niet was’ en omdat hij ‘alles had verloren voor een kwalijke zaak’. Aan het einde doet Cercas er nog een schepje bovenop door zich te vereenzelvigen met zijn oudoom en zijn familie: ‘Ik wás hem, zoals ik mijn moeder en mijn vader en mijn grootvader Paco [...] was, net zoals ik al mijn voorouders was […].’

Deze grote woorden onderstrepen opnieuw dat Cercas niet voluit de confrontatie met Manuel Mena is aangegaan, maar een klein monument voor hem heeft opgericht. Familie is familie.

Javier Cercas, De koning van het schimmenrijk, De Geus; 315 p., 21,50 euro. Uit het Spaans vertaald door Jos den Bekker. 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234