Donderdag 17/10/2019

Expo

Een kijkje in het obsessieve brein van Stanley Kubrick, misschien de invloedrijkste filmmaker aller tijden

Een ‘one-point-perspective’-shot uit ‘2001: A Space Odyssey.’ Beeld Photo News

Weinig regisseurs eisten zo veel creatieve controle over hun films als Stanley Kubrick. In Stanley Kubrick: The Exhibition mogen bezoekers een blik werpen in het obsessieve brein van misschien wel de meest invloedrijke filmmaker aller tijden. Al blijft het moeilijk om een onderscheid te maken tussen hoofd- en bijzaak.

“Ik wil maar één soort films maken”, zei regisseur Stanley Kubrick in 1958, in een interview met het Amerikaanse studentenblad El Playano. “Goede films.”

Als Stanley Kubrick: The Exhibition, de overzichtstentoonstelling die momenteel in het Londense Design Museum loopt, één ding duidelijk maakt, is het wel dat Stanley Kubrick in zijn opzet is geslaagd. In 1958 had Kubrick (1928-1999) net de uitstekende oorlogsfilm Paths of Glory afgewerkt, maar hij was nog niet de filmmaker die iconische meesterwerken als 2001: A Space Odyssey (1968), A Clockwork Orange (1971) en The Shining (1980) had gemaakt. Stuk voor stuk titels die opduiken in lijstjes met de beste films aller tijden, en die de filmgeschiedenis voorgoed hebben beïnvloed – en dan hebben we het nog niet over Dr. Strangelove (1964), Barry Lyndon (1975) of Full Metal Jacket (1987) gehad.

Kubrick heeft in zijn 45-jarige carrière nauwelijks dertien films gemaakt. De eerste, de B-film Fear and Desire (1953), liet hij later zelf uit roulatie halen omdat hij niet tevreden was met het resultaat. De laatste, Eyes Wide Shut (1999), voltooide hij nauwelijks zes dagen vooraleer hij aan hartaanval overleed. Opvallend is dat The Exhibition eerst en vooral stilstaat bij de twee films die hij nooit heeft kunnen draaien. Er was Aryan Papers, een Holocaust-film waarvan hij zijn hele carrière droomde, maar hij borg die droom definitief op toen hij Steven Spielbergs meesterwerk Schindler’s List zag. En er was zijn Napoleon-film.

Het hele draaischema voor dat megalomane project was klaar, maar op het laatste moment trok de studio zich terug. Er was niet voldoende budget om aan de opnames te beginnen: het einde van twee jaar voorbereidingswerk. Kubrick had een hele bibliotheek over de Franse keizer verzameld, en in een speciale kast hield hij fiches bij: één fiche per dag in het leven van Napoleon, met daarop het weer, de personen die de keizer ontmoette, de maaltijden die hij naar binnen werkte. Die bibliotheek én die fichekast staan te blinken in de Londense museumhallen, samen met zo’n 700 andere objecten uit Kubricks archief.

Stanley Kubrick. Beeld belga

Dat is véél. En lang niet alles is even fascinerend: een vitrine met vijftien verschillende lenzen die Kubrick doorheen zijn carrière gebruikte is waarschijnlijk gevonden vreten voor filmstudenten, maar voor de modale bezoeker weinig interessant. Je kunt je afvragen of een zorgvuldigere selectie geen completer beeld van het genie had geschetst. Bij zijn montagetafel – ook die is te zien – hangt een citaat van Kubrick: “I cut everything to the bone. Bij de montage moet je verlost raken van alles wat niet essentieel is.” Het valt soms te betreuren dat curator Hans-Peter Reichmann (van het filmmuseum in Frankfurt, waar de expo eerst te zien was) dat adagium niet wat strikter heeft gevolgd.

Persoonlijke brieven

Tegelijk wordt er ook veel niet getoond. Je kunt boeken volschrijven over hoe Kubrick omging met zijn acteurs – zo dreef hij actrice Shelley Duvall tijdens de opnames van horrorklassieker The Shining vrijwel tot waanzin – en de expo had een completer beeld van de persoon Stanley Kubrick geschetst als dat aspect meer werd uitgediept. Het had de tentoonstelling menselijker gemaakt, maar wie achter de schermen van de opnames wil kijken, moet het vaak stellen met productiefoto’s, die bijvoorbeeld tonen hoe de regisseur een babbeltje slaat met Eyes Wide Shut-acteurs Tom Cruise en Nicole Kidman.

Het verbaast dan ook niet dat het Kubricks persoonlijke brieven zijn die deze tentoonstelling de moeite waard maken. In hun correspondentie ter voorbereiding van Lolita (1962), schrijft auteur Vladimir Nabokov de regisseur met eindeloos veel respect dat hij het scenario drastisch heeft ingekort. Na de eerste persvisies stuurt Kubrick een telegram waarin hij laat weten dat de eerste reacties positief zijn. Het geef een mooie inkijk in hoe de twee beroemdheden elkaar willen bijstaan om de best mogelijke film te maken, en hoe gespannen ze daarover waren.

Maar The Exhibition toont ook brieven van misnoegde kijkers, die gechoqueerd zijn door het gratuite geweld uit A Clockwork Orange. Een van hen laat Kubrick weten dat “er te veel geweld” in de film zit, en “te weinig seks. Ik haatte al het geweld. En ik was dol op de seks.”

Toch focust The Exhibition vooral op de visuele kant van Kubricks werk, tot in het kleinste detail. Wie binnenkomt, loopt bijvoorbeeld over het iconische tapijt uit de hotelgang van The Shining. Ook het bizarre, futuristische meubilair uit A Clockwork Orange – denk: witte tafels in de vormen van naakte vrouwen en gigantische, wiebelende penissen als interieurdecoratie – neemt een voorname plaats in het Londense museum in.

De futuristische meubels uit ‘A Clockwork Orange’. Beeld AFP

Om zijn films visueel in te kleden, liet de Amerikaanse regisseur zich door toptalent omringen. Voor Dr. Strangelove, een briljante satire over de Koude Oorlog, deed Kubrick een beroep op Ken Adam, de set designer van de eerste James Bond-films. Zijn maquette voor de War Room is al even fascinerend als de beroemde scène uit de film zelf. “Het is heel moeilijk om in de War Room-set shots te draaien die niet interessant zijn”, schreef Kubrick nadien in een essay. Hij was niet te beroerd om dankbaarheid te tonen voor zijn medewerkers.

Maar hij dreef hen evengoed tot het uiterste. Kubrick behield tijdens élke stap van het productieproces alle controle, tot het ontwerpen van de posters toe. “Moeilijk leesbaar, zelfs in deze grootte”, noteerde Kubrick bij een van de voorgestelde affiches voor The Shining. Vier andere ontwerpen stuurde hij eveneens terug. “Geeft de indruk dat het een sciencefictionfilm is”, schreef hij dan. Of: “Ik denk niet dat we de doolhof moeten gebruiken in de promocampagne.”

Vliegangst

Het ging nog verder dan dat. Sinds de vroege jaren 60 woonde de Amerikaan in Engeland, en omdat hij vliegangst had, draaide hij vrijwel al zijn films in het Verenigd Koninkrijk. Voor Full Metal Jacket liet hij de kapotgeschoten Vietnamese stad Hue nabouwen op een verlaten fabrieksterrein – er werden 200 palmbomen overgevlogen uit Spanje, en 100.000 planten uit Hong Kong. Om Manhattan geloofwaardig weer te geven in Eyes Wide Shut, liet hij zijn locatiescout Manuel Harlan dan weer een jaar lang foto’s nemen van straten en gebouwen in Londen, om de juiste decors te vinden. Kubrick bekeek alle 30.000 foto’s met een vergrootglas. “Hij had zo veel charisma”, vertelt Harlan in een video-interview dat in Londen te zien is. “Je wilde hem gewoon behagen.”

Voor geen enkele film dreef Kubrick zijn manie voor ontwerp zó ver als voor 2001: A Space Odyssey. De sciencefictionklassieker – voor de meesten een onmiskenbaar meesterwerk, voor sommigen een hermetische brok pretentie – kwam uit in 1968, het jaar voordat Neil Armstrong als eerste een voet op de maan zette. De totale productie nam zo’n vier jaar in beslag, op dat moment een record voor een film, en Kubrick was vastbesloten om een zo getrouw en gedetailleerd mogelijk beeld van de toekomst te schetsen. Hij liet bestek en tandenborstels uit een futuristisch 2001 ontwerpen, hij beeldde zich in hoe het interieur van een Hilton-hotel in de ruimte er zou uit zien, en hij verzon toekomstige krantenkoppen uit The New York Times, de ene al profetischer dan de andere: van “Wereldbevolking overschrijdt grens van 6 miljard” tot “Laatste grizzlybeer overleden.” Kubrick wilde een zo compleet mogelijk beeld krijgen van hoe de wereld er in 2001 zou uitzien.

Het belangrijkste daarbij was het ontwerp van HAL-9000, de computer die slimmer blijkt dan de mensen die hem ontworpen hebben en zich tegen hen keert. Hij deed een beroep op IBM (als je van elke letter uit die bedrijfsnaam één letter aftrekt, krijg je HAL) om een beeld te krijgen van hoe een computer er veertig jaar in de toekomst zou uitzien, en toen de eerste resultaten niet naar zin waren, liet hij dat ook blijken. “De tekeningen zijn nutteloos en irrelevant, met betrekking tot wat we nodig hebben”, schreef hij. “Dit is een hopeloze fuckup, die ons te veel tijd kost.” Hij ondertekende de brief met “verveeld en depressief, maar met veel liefde. S.”

Je loopt snel verloren in Stanley Kubrick: The Exhibition, alsof je door de doolhof uit The Shining dwaalt. Maar het is dan ook moeilijk om een visionair genie te volgen. Want ook al leer je uit Stanley Kubrick: The Exhibition de persoon Stanley Kubrick nauwelijks kennen, je gaat hem eens te meer waarderen als de briljante filmmaker die hij was. rUit de meeste van zijn films worden tien tot tien vijftien minuten aan fragmenten getoond, die dat bewijzen. Maar het meest veelzeggend is de montagesequentie die helemaal bij het begin wordt afgespeeld: een montage van one-point-perspective-shots. Stuk voor stuk feilloos gecomponeerde beelden, met één enkel dieptepunt in het midden van het shot. Het keert terug in al zijn films, hoe verschillend ze ook zijn: of het nu gaat om de bevreemdende horror uit The Shining, de donkere dystopie uit A Clockwork Orange of de op schilderkunst geïnspireerde kostuumfilm Barry Lyndon.

Als het zijn ambitie was om “goede films” te maken, heeft Stanley Kubrick zijn ambitie ver overtroffen. Niet alleen omdat “goede films” een understatement van jewelste is – minstens zes van zijn films kun je gerust als “meesterwerken” omschrijven – maar ook omdat hij een unieke, eigen beeldtaal heeft gevonden, een manier van werken die de filmkunst naar nieuwe hoogten heeft getild. Met nauwelijks dertien films heeft hij de filmgeschiedenis blijvend veranderd. “We zijn allemaal kinderen van Kubrick”, vatte Magnolia-regisseur Paul Thomas Anderson het ooit samen. “Is er iets dat je kunt doen dat hij nog niet heeft gedaan?”

‘Stanley Kubrick: The Exhibition’ loopt nog tot 15 september in het Design Museum London.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234