Zondag 26/05/2019

Theater Jihad van Liefde

‘Een jihad van liefde’ in première: ‘Het is ons aller verhaal geworden, dat klinkt misschien cheesy. Maar het is ook zo’

Rashif El Kaoui en Amara Reta vertolken Mohamed El Bachiri en Loubna Lafquiri in het theaterstuk ‘Een jihad van liefde’. Beeld ID/ Bob Van Mol

Met zijn oproep tot een jihad van liefde is Mohamed El Bachiri bekend geworden in Vlaanderen. De boodschap werd later een boek en is nu een theatervoorstelling. ‘Ik denk dat de kracht die ervan uitgaat alleen maar sterker wordt.’

Nog even het licht overlopen voor de theatervoorstelling van Een jihad van liefde, in de Rataplan, Borgerhout. Het decor is niets anders dan de woonkamer van Mohamed El Bachiri. Van links vooraan het podium zal Rashif El Kaoui, die de rol van El Bachiri vertolkt, zijn bekende boodschap opzeggen, met een warme spot in het aangezicht, in een verder donker decor. Over de jihad – wat in het Arabisch in de eerste plaats ‘inspanning’ betekent – van liefde. Dezelfde tekst, die meer dan twee jaar geleden, vanuit de studio van De afspraak viraal is gegaan. 

“Het is best een brede boodschap”, zegt El Kaoui. “Je kan ze herleiden tot: wees goed voor elkaar, maar tegelijk toont zijn verhaal dat dat zeker niet evident is. Het is ons aller verhaal geworden. Dat klinkt misschien cheesy. Maar het is ook zo.”

Het minste wat je kan zeggen is dat de meer dan zes minuten durende toespraak van El Bachiri, een man uit Molenbeek en voormalig metrobestuurder, die zijn vrouw verloor bij de aanslagen, een snaar heeft geraakt. David Van Reybrouck werkte Een jihad van liefde nadien uit tot een boek, dat een enorm verkoopsucces is geworden.

Dankzij Adil El Arbi en Billal Fallah, die in de VS de film Bad Boys 3 aan het draaien zijn, heeft hij het boek ook kunnen overhandigen aan Will Smith. “De boodschap heeft volop grenzen overgestoken”, zegt El Bachiri. “En dat is ook mooi. Binnenkort ga ik ook in Rome met een christelijke organisatie spreken. Ik denk dat de kracht die ervan uitgaat alleen maar sterker wordt. Daarom wil ik ook mijn filosofie blijven verspreiden: mensen moeten hun logos, verstand gebruiken, ook religieuze teksten moet je vanuit de rede benaderen. Blijf dingen in vraag stellen.”

Dagelijkse strijd

De theatervoorstelling Een jihad van liefde vertrekt vanuit het boek, maar vertelt vooral wat El Bachiri persoonlijk heeft meegemaakt. Op de bewuste dag, 22 maart 2016, had hij aanvankelijk een dagje recuperatie, en kon hij uitslapen. Tot er een vriendin langskwam. Of hij al iets van zijn vrouw Loubna had gehoord? Wanneer El Bachiri zag dat Loubna na 9.10 uur niet meer online was geweest vanop haar toestel, wist hij genoeg. Loubna Lafquiri, een gymlerares op weg naar haar werk, was een van de slachtoffers bij de aanslag op het metrostation in Maalbeek.

Wie er de interviews op naslaat die El Bachiri in de loop van de laatste twee jaar heeft gegeven, merkt ook dat zijn leed alsmaar zwaarder geworden is om te dragen. Hij spreekt zelf over een toegenomen “verbittering”. “Ik ben vooral erg ontgoocheld”, zegt El Bachiri aan de telefoon. “Ik heb het gevoel dat de staat ons in de steek laat. Er wordt ook niets speciaals ondernomen om ons te helpen. Ik heb wel al geld ontvangen, maar dat is belachelijk weinig. Het is wachten op geld van de verzekering, alsof mijn vrouw bij een auto-ongeluk is omgekomen. Zeker voor mijn kinderen vind ik dat heel erg.”

Daarom is het ook goed dat de voorstelling niet het verhaal van het boek vertelt, maar wel de dagelijkse strijd. Bijna drie jaar na de aanslagen is het voor El Bachiri onmogelijk om een voltijdse baan te vinden, omdat dat niet te combineren valt met het grootbrengen van drie kinderen. “Je moest mij in de keuken zien staan om het eten klaar te maken”, zegt El Bachiri. “In het begin was dat ook echt le bordel.”

Voor zijn drie zonen is het verlies van hun moeder ook al enorm zwaar geweest. De middelste kreeg op school problemen, omdat zijn gedrag als ontoelaatbaar werd beschouwd. Hij moest medicatie nemen, maar omdat die hem volledig “K.O.” maakte, is hij daar weer mee gestopt.

“Op school hielden ze er te weinig rekening mee”, zegt El Bachiri. “De directrice sprak mij ook aan op zijn gedrag. We zitten nu eenmaal in een samenleving waar ze je hopen medicatie geven als je niet in de pas loopt, maar ik wou dat niet. Het is ook allemaal een kwestie van avance ou tombe. Dat zijn al die moeilijkheden waar ik dagelijks tegenaan liep. Op televisie zag ik er misschien nog goed uit, maar al die andere aspecten tonen ze nu ook in de voorstelling. Dat is echt heel belangrijk.”

Er zit momenteel een tweede boek in de pijplijn, ook met Van Reybrouck, dat net over zijn dagelijkse strijd vertelt. Maar eerst is er dus de theatervoorstelling. Toch is zijn boodschap, ook al is ze zo breed gedragen, niet overal even goed onthaald. Ook dat is iets waar de theatermakers mee aan de slag zijn gegaan.

Amara Reta (rechts): “Loubna helemaal kennen, zullen we natuurlijk nooit. Maar dat gaf ons ook weer de ruimte om haar zelf in te vullen” Beeld ID/ Bob Van Mol

“Ik denk dat meer Vlamingen uit de middenklasse het boekje in huis hebben, dan gasten uit het Kiel of Deurne Noord”, zegt El Kaoui. “Er waren ook jonge gasten uit zijn gemeenschap die het gevoel hadden: jij kan misschien mooi praten, maar wij zitten hier nu wel met de shit. Jij spreekt over verbinding, maar de realiteit is ook dat we nog steeds tien keer meer worden tegengehouden door de politie. En dat er een sociale ongelijkheid is, waar je niet naast kunt kijken.”

Je kan die reacties volgens El Bachiri niet negeren, maar je moet er net mee in dialoog gaan. Jongeren perspectief geven en zo de radicalisering bestrijden. Zondag spreekt hij ook in Molenbeek, samen met de moeder van een IS-strijder.

‘Klein-menselijk’

Daardoor is de tekst ook niet eenduidig, vinden de makers, maar net bepaald door zoveel dingen, die errond zijn gebeurd. Inspiratie voor de theatertekst zochten ze samen met regisseur Hans Van Cauwenberghe nog in hun eigen leven – beide hoofdrolspelers hebben een vader van buitenlandse afkomst – maar ook bij auteurs Rachida Lamrabet en Rachida Aziz. Omdat het eerst de bedoeling was om nog meer stemmen aan het woord te laten over hetzelfde onderwerp. Maar dan besloten ze om dat zo veel mogelijk achterwege te laten. Om zo de persoonlijke ervaring te laten spreken.

“Wat wij dus geprobeerd hebben is de context tonen”, zegt Amara Reta, die de rol van Loubna op zich neemt. “Mohammed en Loubna vulden elkaar aan. Ze deelden hetzelfde gedachtegoed. Zij was de georganiseerde van de twee, heel ondernemend, als we voortgaan op wat Mohammed over haar vertelt. Haar helemaal kennen, zullen we natuurlijk nooit. Maar dat gaf ons ook weer de ruimte om haar zelf in te vullen.”

“Klein-menselijk”, zo kan je het volgens El Kaoui het best omschrijven. Hij staat erop dat het met een liggend streepje gespeld wordt. El Kaoui: “Wat ons uit het boek vooral aangreep waren kleine zinnetjes als ‘jouw naam staat nog op de deurbel’. Die zin kan meer zeggen dan hele alinea’s waarin Mohammed haar beschreef, of bespiegelingen weergaf over man-vrouwverhoudingen. Het is een klein verhaal over verlies. Over een man en een vrouw, dat op die manier ook een universeel verhaal over verlies is geworden.”

Een jihad van liefde gaat vrijdag in première. Nadien speelt het stuk onder meer bij De Vieze Gasten in Gent en op Theater aan Zee. Vanaf volgend jaar is er een uitgebreide tournee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.