Woensdag 04/08/2021

Expo Chanel

Een expositie toont hoe radicaal Coco Chanel in de mode was. Haar kleding verloste de draagsters van vrouwonvriendelijkheid

Enkele Chanel-creaties op de expo ‘Gabrielle Chanel, Manifeste de Mode’ in Musée Galliera in Parijs.  Beeld Foto: Olivier Saillant
Enkele Chanel-creaties op de expo ‘Gabrielle Chanel, Manifeste de Mode’ in Musée Galliera in Parijs.Beeld Foto: Olivier Saillant

Vijftig jaar geleden stierf Gabrielle ‘Coco’ Chanel. Aan haar avontuurlijke leven werden vele biografieën en films gewijd, over haar vakmanschap is amper iets te vinden. Tot nu: Musée Galliera wijdt als eerste Parijse museum een expositie aan het spectaculaire en radicale werk van de mademoiselle.

Stel dat er in De slimste mens een associatievraag voorbijkwam die luidde: ‘Wat weet je van Coco Chanel?’, dan zouden de kandidaten – ook zij die weinig met mode hebben – er op mitrailleursnelheid uitfloepen: N°5, little black dress, tweedjasjes, Parijs, parelkettingen. En misschien na enig peinzen ook nog: doorgestikte tassen, Rue Cambon, nonnen, sterrenbeeld Leeuw, oneindig veel minnaars.

Dat we zo veel over Gabrielle ‘Coco’ Chanel weten is in de eerste plaats aan de Franse ontwerpster zelf te danken. Toen ze zich eind jaren nul van de vorige eeuw eenmaal klemvast in de Parijse beau monde had genesteld, wist ze precies wie ze hebben moest om aandacht te krijgen en haar naam te vestigen. Ze voelde gedurende haar hele carrière feilloos aan hoe ze haar kleding en parfums het best aan de man kon brengen. Hoe ze van zichzelf een karikatuur kon maken, hoe ze haar lotgevallen moest opdissen, aandikken en opleuken.

Tijdens en na haar leven verschenen er zodoende een kleine honderd biografieën, waarin haar wonderbaarlijke levensverhaal uit de doeken werd gedaan. Hoe ze door haar vader, een marktkramer, na de dood van haar moeder werd gedropt bij de armenopvang van het klooster van het Heilige Hart van Maria in Aubazine en daar werd onderwezen door barse nonnen, van wie ze de simpele zwart-witte dracht afkeek. Als jonge juffrouw verdiende ze een zakcentje als danig talentloze zangeres in een cabaret waar officieren kwamen pimpelen - ze zong er steevast ‘Qui qu’a vu Coco’, dat haar haar koosnaam opleverde.

Daarna: haar ontmoeting met de rijke erfgenaam Etienne Balsan die haar in liet wonen in zijn kasteel, waar ze begon met hoeden maken voor zijn aristocratische vriendinnen en verliefd werd op huisvriend Arthur ‘Boy’ Capel. Hij was het die haar eerste boetiek financierde, haar grote liefde werd en jammerlijk verongelukte in de auto op weg naar zijn geliefde, drie dagen voor kerst 1919.

Gabrielle Coco Chanel in 1954. Beeld Getty
Gabrielle Coco Chanel in 1954.Beeld Getty

Het zat Chanel in de liefde daarna nog vaak tegen – ze versleet een reusachtige stoet rijke, artistieke en/of aristocratische minnaars, maar eindigde verbitterd en eenzaam. Qua werk had ze meer mazzel: ze maakte eerst hoeden, toen sportkleding en accessoires, couturejurken, parfums, make-up en juwelen, en alles met laaiend succes.

Dat succes was niet bepaald van korte duur: haar eerste winkel opende ze in 1910, haar laatste collectie was die voor zomer 1971. Het geeft blijk van een uithoudingsvermogen waaraan alleen Giorgio Armani en Coco’s opvolger Karl Lagerfeld kunnen tippen, al werkten de heren in tegenstelling tot Chanel eerst voor andere merken alvorens hun eigen modehuis te stichten. Chanel opereerde vanaf dag één onder haar eigen naam.

Zo lang en zo soeverein op zo’n hoog niveau meedraaien in de mode, dat houdt natuurlijk niemand vol op basis van marketing, storytelling en publiciteit alléén. Het geeft aan, al is dat feit nogal ondergesneeuwd door al die bio's, films, kinderboeken en musicals over de dekselse mademoiselle, dat Gabrielle Chanel een geweldig goede ontwerper was. Hóé goed ze was, en waarom, dat was gek genoeg nog nooit het onderwerp geweest van een tentoonstelling.

Tot oktober 2020, toen na een vertraging van een half jaar door de eerste lockdown in het geheel gerenoveerde Parijse modemuseum Galliera de met veel tromgeroffel aangekondigde tentoonstelling Gabrielle Chanel: Fashion Manifesto eindelijk opende. Uw moderedacteur mocht daar in een klein comité van internationale journalisten komen kijken en sprak na afloop met curator Miren Arzalluz, die de tentoonstelling opzette.

Directeur Miren Arzalluz van Palais Galliera, Musée de la mode. Beeld
Directeur Miren Arzalluz van Palais Galliera, Musée de la mode.

Maar zo feestelijk als de tentoonstelling opende, zo stilletjes ging ze kort daarna weer dicht, toen de tweede lockdown van kracht werd. Het interview met kunsthistoricus Arzalluz (43, geboren in Bilbao, opgeleid in Londen en gespecialiseerd in haar legendarische landgenoot Cristobal Balenciaga) moest even de ijskast in. Tot nu: 10 januari was het vijftig jaar geleden dat Gabrielle Chanel stierf. Dat, en de hoop dat Galliera snel weer open gaat, is een mooie aanleiding om er nu alsnog over te schrijven.

Waarom is er nu, vijftig jaar na haar dood, pas een Parijse tentoonstelling over het werk van Chanel?

Arzalluz: “Ik weet niet waarom een van de invloedrijkste ontwerpers nog nooit eerder is geëerd met een serieuze tentoonstelling. Mijn collega-curator Véronique Belloir en ik denken dat het juist is omdat ze zo is ingebed in ons collectieve geheugen. Door al die boeken en films, omdat het huis Chanel haar geest en stijl al decennialang levend houdt, omdat haar erfenis telkens weer geherinterpreteerd is door Karl Lagerfeld. Misschien dachten andere musea: het is niet meer nodig.”

Het idee voor deze tentoonstelling komt van Olivier Saillard, uw voorganger bij Galliera, die drie jaar geleden vertrok. Hoe ver waren de voorbereidingen gevorderd toen u aantrad in januari 2018?

“Er was nog niks, alleen het idee. De eerste beslissing was om een tentoonstelling te maken over Gabrielle Chanel zelf, niet over de geschiedenis van het huis. We besloten ons alleen te concentreren op haar werk en niet op haar privéleven. We willen als modemuseum een bijdrage leveren aan het begrip van haar werk, en we wilden iets nieuws laten zien. Het tweede besluit was: het moest een klassiek retrospectief worden dat haar werk van de jaren tien tot zeventig toont. Dat was een enorme opgave. Het moeilijkst was stukken te vinden uit het begin. Vooral de gewone kleren, de tweeds en breisels, die waren allemaal intensief gedragen, meer dan de avondjurken, en daardoor vaker afgedankt dan bewaard. Maar we zijn overal gaan zoeken en besloten: het moet kunnen, een compleet beeld schetsen.”

Ali Baba

Dát het kan, bewijst de tentoonstelling, die inderdaad behoorlijk klassiek van opzet is: chronologisch ingedeeld, met aparte zalen voor beauty en juwelen – die laatste zo letterlijk schitterend en royaal dat Ali Baba’s grot erbij verbleekt. Qua vormgeving is de expo ontdaan van nodeloze opsmuk, het vakmanschap staat centraal – eigenlijk net als bij Chanels werk.

Zij begint met voor die tijd baanbrekende korsetloze, daagse kleding uit de jaren tien en twintig, gemaakt van rekbare zijdejersey en tricot. Ze was misschien niet de eerste of enige ontwerper die vrouwen uit hun straffe korsetten wilde bevrijden - tijdgenoot Paul Poiret deed dat immers ook - maar Chanel bleef haar leven lang kleren ontwerpen die hun dragers verlosten van vrouwonvriendelijkheid. Ze boden bewegingsvrijheid en comfort, waardoor vrouwen eindelijk meer konden doen dan stilzitten en mooi wezen. Maar hoe comfortabel ook: ze bleven altijd geraffineerd door het gebruik van chique knopen, sierstiksels, corsages en biezen.

Chanel liet zich graag inspireren door mannenkleren als de Bretonse trui, de matrozenbloes, het tweedjasje en de lange broek – ideale kleren om in te bewegen en de hort op te gaan. Ze bestudeerde de patronen, maakte ze na in rekbare, zachte materialen en perfectioneerde ze met groot respect voor de vrouwelijke anatomie. “Chanel schetste niet”, zegt Arzalluz. “Net als veel andere grote designers als Balenciaga en Azzedine Alaïa werkte ze direct op het lichaam. Ontwerpers die dat doen zetten de vrouw ook letterlijk centraal.”

Het resultaat was in Chanels geval een perfect zittende garderobe voor de garçonne, een vrouwelijke dandy. Radicaal anders dan de ingesnoerde tailles en zware rokken uit het fin de siècle. Dat baanbrekende werk deed Chanel niet alleen eind jaren tien en begin jaren twintig, toen na de Eerste Wereldoorlog de vrijheid door de flappers (jonge vrouwen die onder meer korte rokken droegen, red.) tot in de klerenkast en op de dansvloer werd gevierd.

Dertig jaar later, toen na de stofschaarste van de Tweede Wereldoorlog de rokken weer wijd werden en Christian Dior met zijn New Look het zandlopersilhouet terug invoerde, trok Chanel opnieuw ten strijde: ze háátte wespentailles. Toen in 1954 haar modehuis na 14 jaar weer opende, presenteerde de inmiddels 71-jarige ontwerper een collectie sluike en ogenschijnlijk eenvoudige mantelpakjes: een nieuw uniform voor de vrijgevochten vrouw.

Hoe goed kenden jullie haar werk eigenlijk?

“Niet zo goed, eerlijk gezegd. We vertrokken vanuit een boel clichés, over de little black dress en de tailleur – die veel geraffineerder kledingstukken blijken dan we dachten. We ontdekten haar radicale visie op mode, hoe coherent ze werkte, hoe precies ze was op comfort, op vrijheid van beweging en er tegelijkertijd toch heel beschaafd uitzien. Als je kijkt naar een jurk van haar uit de jaren dertig, van top tot teen bezaaid met lovertjes, dan zie je een jurk die niet alleen simpel van vorm is, maar ook nu nog modern en stijlvol.

“Chanel was een meester wat betreft simpele, tijdloze chic. De manier waarop ze ogenschijnlijk tegenstrijdige elementen combineerde – een simpel pakje met wagonladingen juwelen, zowel echt als nep – was razend origineel en knap. Nu lijkt het heel logisch om bijvoorbeeld sneakers onder een jurk te dragen, maar feitelijk danken we het idee aan Chanel.”

Jullie hebben de jurken goed kunnen bestuderen, zelfs vanbinnen, waar je het ware vakmanschap kunt aflezen. Wat heeft jullie dat geleerd?

“Dat haar patronen helemáál niet simpel zijn, al oogt het resultaat licht en moeiteloos. Dat geldt zeker ook voor het wereldberoemde Chanel-pakje, dat lijkt op een vest met een rok, maar bijna een design-object is. Elk detail heeft een functie. De biezen, de ingenaaide kettinkjes om te zorgen dat de panden recht naar beneden vallen, de voering, de wijde armsgaten die autorijden mogelijk maken, de plaatsing van de zakken, de net iets te korte mouwen die de polsen elegant laten uitkomen. De manier waarop de rok niet in de taille rust maar iets lager, zodat ie niet in de weg zit bij het bewegen, en zodat je gewoon kunt eten zonder je rot te voelen. Het gaat bij Chanel-kleding om hoe vrouwen zich vóélen in hun kleren, en dat is wat ik het meest indrukwekkend vind.”

De Chanel-expositie in museum Galliera in Parijs. Beeld Olivier Saillant
De Chanel-expositie in museum Galliera in Parijs.Beeld Olivier Saillant

Hoe uniek was Chanel daarin?

“Chanel was buitengewoon, zeker gezien de duur van haar succes en de wereldwijde invloed die ze had. Maar ze stond niet alleen, ze maakte deel uit van een generatie buitengewone vrouwen uit het Interbellum, waartoe ook Madeleine Vionnet, Jeanne Lanvin, Louise Boulanger en Elsa Schiaparelli behoren. Chanel was wel een van de radicaalsten in de mode. Daarbij heeft ze intensief samengewerkt met andere creatieven als Cocteau, Stravinsky, Picasso en Diaghilev.

“De jaren twintig waren een enorm belangrijk decennium in de vorige eeuw, wat betreft kunst, interieur en architectuur. In die zin is ze absoluut een weerspiegeling van haar tijd, zo radicaal in de manier waarop ze tegen alles wat er gebeurde inging. Zelfs toen ze parfum ging maken, in 1921, deed ze alles anders. In een tijd van lieflijke bloemengeuren met evocatieve namen in romantische flessen kwam zij met een abstracte, synthetische geur, in een simplistische vierkante fles en de prozaïsche naam N°5.”

Toch zag ik tussen alle typische tweedpakjes en effen jurken ook een paar vrij traditionele jurken met bloemprints en hier en daar zelfs modellen met een duidelijke taille. Hoe kan dat?

“Chanel was wel baanbrekend, maar niet gek. Ontwerpers die wilden verkopen moesten voor een deel toch in het systeem blijven en voldoen aan de vraag van hun klanten, hoe extreem ze ook dachten. Vroeg of laat moesten ze zich aanpassen aan hun tijd, je kunt niet altijd de kont tegen de krib gooien. Wie voortdurend radicaal anders is wordt buitengesloten door de gevestigde orde.”

Gabrielle Chanel: Fashion Manifesto, tot en met 14 maart, Palais Galliera, Musée de la Mode de la Ville de Paris.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234