Maandag 17/06/2019

Strips van de week

Een Belgisch icoon, gebaseerd op een verongelukte piccolo

Beeld Charel Cambre

Robbedoes werd onlangs 80. Hij vierde dat niet alleen met een benoeming door de VN tot mensenrechtenverdediger (naar aanleiding van de 70ste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens), maar ook met enkele aparte uitgaven. Van stokoud over hypermodern tot futuristisch en Vlaams.

Robbedoes door Rob-Vel ★★★☆☆

“Spirou is een jongen van acht à tien jaar. Hij is misschien wat onstuimig en verstrooid, maar daar tilt zijn leraar niet zo zwaar aan, want hij probeert altijd zijn huiswerk zo goed en zo kwaad als het kan te maken.” Zo staat het vermeld in de teruggevonden memoires van uitgever Jean Dupuis. Daaruit leren we verder nog dat Robbedoes gul, loyaal, eerlijk en charmant is. “En daarom kozen we zijn naam als titel voor ons nieuwe blad”, stelt Dupuis. Het morele kantje was dus essentieel voor de fervente katholieke uitgever.

Het uitgebreide dossier bij deze dikke bundeling (312 pagina’s) met, voor het eerst, alle Robbedoes-verhalen van Rob-Vel tussen 1938 en 1943, laat er dus geen twijfel over bestaan. Niet de Fransman Rob-Vel was de geestelijke vader van dit bekende Belgische strippersonage, wel zijn Belgische uitgever. Dan 62 jaar.

In deze forse bundeling vind je vooral rafelige tekeningen, zichtbaar aangetast door de tand des tijds. De verhaaltjes zijn niet van hoogstaande kwaliteit. Integendeel, zelfs. Waarom ze dan lezen? Omdat deze kranige hoogbejaarde dé Belgische strip is die in tachtig jaar tijd de meeste fysieke en inhoudelijke evoluties heeft ondergaan en het leuk is om te weten waar dit rosse baasje vandaan komt, of hoe het er in zijn beginjaren aan toeging. Dit is niet enkel voer voor nostalgici, maar appelleert ook aan de Robbedoes-fans en eenieder die geïnteresseerd is in onze stripgeschiedenis. Je maakt zowat de geboorte van een icoon mee, leert dankzij dit uitstekende dossier dat Jean Dupuis’ zoon met het woord Spirou afkwam (in de Franse taal een onbestaand woord, maar in Wallonië staat het voor ‘eekhoorn’), dat Dupuis zelf tekenaar Rob-Vel ontdekte in een Frans blad of dat hij het was die een piccolo op een schip zag verongelukken en hem eer wilde bewijzen door Robbedoes zijn fysiek mee te geven.

Beeld RV

En zo zie je Robbedoes zich in zijn knalrode uniform zowel voortbewegen in het leger, het Midden-Oosten als in Afrika (jawel, met alle clichés van die tijd), en komen mondjesmaat de eerste sciencefiction- en fantasy-scènes tot leven.

Apart is het laatste verhaal waarin Rob-Vel (1909-1991) in 1970 nog eens terugkeerde naar zijn oude strippersonage en, met behulp van de dan debuterende scenarist Cauvin, naar zijn lezers richt en het heeft over hoe tekenaars strippersonages scheppen en hun ‘modellen’ in de loop der jaren aanpassen aan een steeds veranderende tijd. Maar goed ook, denk je, want na zo’n 300 pagina’s van die allereerste, vaak slecht geconserveerde Robbedoes, heb je het wel gehad met zijne rossigheid. Niettemin een boek dat een ongelooflijk interessante trip to Memory Lane biedt, of je in de jaren 40 nu al bestond of niet.

Uit bij Dupuis.

Beeld RV

Robbedoes keer op keer ★★★☆☆

Een vintage-uitgave op oblongformaat, met recent tekenwerk dat wel afkomstig lijkt uit de jaren 30 en 40. De Waalse tekenaar Al Severin was eigenlijk al lang gestopt met tekenen ten voordele van zijn Jehova Getuigen-activisme, maar keerde voor dit hommage-album nog even terug naar de door hem zo geadoreerde personages.

In Keer op keer bundelt hij vier kortverhalen waarin Robbedoes en Kwabbernoot aan jobhunting gaan doen. Dan zijn ze pompbediende of brandweerman, dan weer trekken ze naar Rommelgem voor een reportage.

Het is even wennen. Kwabbernoot beschikt over zes haarsprieten van ongeveer 30 centimeter lang, is zowat vier koppen groter dan Robbedoes en lijkt wel op stelten te lopen. Opvallend: in elke van de verhaaltjes flirten ze opvallend met vrouwelijk schoon, scènes die in de jaren 30 en 40 verboden waren. Zéker wanneer grote borsten in beeld kwamen. En die verschijnen volop.

Beeld RV

Severin is zowat de Belgische grootmeester van de retrostrip. In dit album keert hij eigenlijk terug naar hoe Robbedoes en Kwabbernoot er in hun eerste jaren uitzagen; en vermengt hij de stijl van de twee auteurs die de piccolo groot maakten: Jijé en Franquin. Vooral in zwartwit, met hier en daar een verhaaltje in steunkleuren.

Je kan dit moeilijk een ingenieus album met fascinerende of boeiende verhaaltjes noemen. Hier geldt maar één woord voor: charmant. En geen klein beetje. Flauwe, naïeve grappige verhaaltjes verpakt in een adembenemende retrostijl. Nostalgici als eerste in de rij! De rest zal er wellicht met wat verbazing naar staren.

Uit bij Dupuis.

Beeld RV

Robbedoes Special: De wolfman ★★☆☆☆

Met Happy Family werd vorig jaar het startschot gegeven voor een eigen, Vlaamse interpretatie van Robbedoes. Daarvoor schoven twee bekende Vlaamse auteurs aan: Marc Legendre en Charel Cambré. Geen slecht album, zwierig getekend, met veel goesting geschreven en talloze amusante knipogen naar Franquin. Maar laten we hun derde album, De wolfman, (hun recente Rode Neuzen Special valt buiten categorie) maar snel vergeten wegens te rommelig en te flauw. Alleen al het verhaal…

Een rijke Amerikaan die een domein in de Ardennen wil overkopen om er een pretpark aan te leggen, en een Kwabbernoot die er niets anders op vindt dan zich in een wolvenpak te wurmen om hem op andere gedachten te brengen.

Beeld RV

De clichés spatten van de pagina’s, het verhaal is érg voorspelbaar en het regent ongeloofwaardigheden. Hun derde Robbedoes is verveld tot een karikatuur van het origineel, een schim van hun eerste opzet. Nergens voel je als lezer enige liefde voor de karakters, – inclusief Spip – terwijl ook de hoofdschurk van dienst – een vreselijke karikaturale Amerikaan me veel arrogantie, een grote cowboyhoed en een dikke sigaar – je worst zal wezen. Geen idee wat deze, voor het overige bijzonder goed geoliede auteurstandem bezielde.

Uit bij Dupuis.

Beeld RV

Zwendel 2: De leerling slechterik ★★★☆☆

Nadat de Spaanse tekenaar José Luis Munuera in 2004 de Robbedoes-hoofdreeks overnam van Tome en Janry, werd duidelijk dat hij er manga-invloeden in probeerde te smokkelen. Want was dat niet het genre waarvoor de Franse jeugd toen een knieval maakte? Helaas, de verkoopresultaten logen er niet om. Na vier Robbedoes-albums kwam er een eind aan.

Nu is diezelfde Munuera terug met de spin-off Zwendel, waarin de hoofdrol gaat naar de schurk Zwendel en diens dochter Zandra. De manga-invloeden van weleer zijn terug, en ziedaar; het werkt plots wel.

Zwendel krijgt er in dit album, naast zijn androïde-dochter ook nog een superheldje bij dat zich voorstelt als ‘Zedrik, ik ben tien, ik ben een genie en ik wil graag de meester van de wereld worden.’

Beeld RV

Robots, explosies, indrukwekkende achtervolgingen,… Munuera zag het allemaal zo groots dat hij, net als in het eerste deel, zelfs een uitvouwbare dubbelpagina liet opnemen in dit album.

Groot, groter, groots,… Er staat geen maat op zijn goesting en kunde. Maar we moeten streng zijn en opnieuw zijn Michael Bay-syndroom bijhalen waarbij de onvermijdelijke bullshit-factor van Zwendel gecamoufleerd wordt door overmatige spektakel- en actiescènes. Leesmoeheid ligt om elke hoek. Net als ongeloofwaardigheid. Vreemd genoeg werkt zijn humor dan weer wel, overbluft hij met zijn tekenwerk wel en entertaint deze Franco-Belgische manga met superheld-invloeden voor twintig minuutjes snel vertier. Maar het is voorbij voor u er erg in hebt.

Uit bij Dupuis.

Beeld RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden