Dinsdag 17/05/2022

Kunst

Echt of wat? Over hyperrealisme en authenticiteit in de kunst

Het spiegelei van Tjalf Sparnaay.  Beeld rv Kunsthal Rotterdam
Het spiegelei van Tjalf Sparnaay.Beeld rv Kunsthal Rotterdam

Er is geen vager begrip in de kunstwereld dan authenticiteit. We willen het allemaal, maar dat wil niet zeggen dat we het altijd appreciëren.

Daan Ballegeer

Vijftig jaar nadat de hyperrealistische schilderkunst aan haar opmars begon in de VS, heeft de stroming nog altijd iets onbestemds. Dat kan ook moeilijk anders, omdat die tussen twee werelden zweeft. Hyperrealisme is enerzijds een hommage aan het fotografisch beeld, anderzijds probeert het dat te overtreffen.

Net als hun tijdgenoten van de popart portretteerden de hyperrealisten aanvankelijk vooral symbolen van de Amerikaanse consumptiemaatschappij, maar dan op een neutrale en objectieve manier. Wie de straatbeelden van de hyperrealist Don Eddy uit de jaren 70 bekijkt, ziet aan de auto’s in welk decennium hij zich bevindt. De schilder is daarbij "de seismograaf van zijn tijd, en zijn penseel de naald die heen en weer schommelt", om losjes Louis Paul Boon te citeren.

Unheimlich

De naald van de huidige fotorealisten registreert vooral de digitale mogelijkheden van hun tijd, waardoor schilderij en foto nog moeilijker van elkaar te onderscheiden zijn. Neem bijvoorbeeld het spiegelei van Tjalf Sparnaay. Het ziet er zo ongelofelijk echt uit, maar met het unheimliche gevoel dat het toch vals is. En dat is allebei waar.

Kan iets dan authentiek zijn doordat het echt voelt, ook al is het dat niet? En wat als iets echts vals voelt? Dat klinkt verwarrend, maar een voorbeeld maakt veel duidelijk. Beeld u in dat u in een elegante kamer zit, in een comfortabele fauteuil. Aan de muur hangt Rozen, een schilderij van Vincent van Gogh uit 1890. Of een ander werk dat het hart sneller doet kloppen. Een Rembrandt misschien, een Picasso of een Pollock. En vraag u nu af: hoeveel wilt u betalen voor een halfuurtje in deze haast sacrale setting met uw favoriete schilderij?

Hou dat bedrag in het achterhoofd.

Wat als u nu bij het naar buiten stappen te horen krijgt dat het werk waar u zo van genoten hebt een nagenoeg perfecte replica is? Hoe voelt u zich dan? Bedrogen? Boos? En eist u dan uw geld terug?

Vraag u tot slot af hoe diep u in uw zakken zou willen tasten om in diezelfde kamer naar een nagenoeg perfecte replica van uw lievelingswerk te kijken. De kans dat dit hetzelfde bedrag is als daarnet is miniem. Er speelt dus meer mee in wat we waardevol vinden dan pure schoonheid. Het financiële aspect kan er een element van zijn.

Zielloos

Denk bijvoorbeeld aan het schilderij dat Jan Starckx uit Turnhout eind 2015 online kocht voor 450 euro. Enkele maanden later bleek het om een werk te gaan van de abstracte expressionist Willem de Kooning. Geschatte waarde: 100.000 euro. Zou het gemiddelde bedrag dat kunstliefhebbers vandaag op tafel willen leggen om het in hun kamer te zien echt gelijk zijn aan wat ze vorig jaar hadden betaald, toen ze nog dachten dat het maar 450 euro waard was?

Er zijn natuurlijk nog andere redenen waarom ontgoocheling opduikt bij het vernemen dat het om een kopie gaat. We willen een ‘echt’ schilderij zien, dat een weerspiegeling is van de tijd, moeite en creativiteit die erin zijn gegaan. Die immateriële kenmerken zitten in andere verhoudingen in de kopie. Zelfs al gaan er meer tijd en middelen in de namaak, dan nog ontbreekt de creativiteit van het origineel. Het is de levensadem die de kunstenaar in het doek blaast. In vergelijking daarmee is de kopie een zielloos ding.

Uniek-zijn

Kunst is daarin veel uitgesprokener dan andere producten, merken econoom George Newman en psycholoog Paul Bloom van de Yale-universiteit op. Daar zijn twee verklaringen voor: het belang dat mensen hechten aan het uniek-zijn van een kunstwerk, en het idee dat de essentie van de maker daarin besloten ligt. Die twee elementen zijn ook belangrijk in de ‘gewone’ wereld, maar zeker wanneer het kunst betreft. Ze komen bovendien op een vreemde manier samen als het om een reeks gaat, zoals prints. Zo verkiezen mensen van een reeks van honderd identieke Andy Warhols het exemplaar met serienummer 3 boven dat met nummer 97, en willen ze voor het eerste ook meer betalen.

Volgens economen verbonden aan Yale Management School, die dit fenomeen onderzocht hebben, voelen mensen zich met een lager serienummer dichter bij de kunstenaar, en zijn essentie. Alsof die laatste op hen afstraalt.

Zelfs als een schilderij authentiek is als de optelsom van tijd, moeite en creativiteit, dan nog kunnen vragen rijzen over de authenticiteit ervan. In historische zin bijvoorbeeld. "We weten nu dat er niet zoiets is als een originele staat, doordat schilderijen voortdurend veranderen zodra ze de ezel hebben verlaten", verklaarde Ella Hendriks, hoofd restauratie bij het Van Gogh Museum, enkele jaren geleden op een lezing.

Verwelken als bloemen

Neem Rozen, het schilderij uit onze denkbeeldige kamer. Vandaag is nog amper iets te zien van het levendige roze dat Vincent van Gogh ruim 125 jaar geleden gebruikte. Daardoor is ook het contrast met de groene kleuren, waarop de meester mikte, verloren gegaan. De reden is dat Van Gogh rode lak gebruikte, een organisch pigment dat sterk verbleekt als het aan licht wordt blootgesteld.

Dat besefte de schilder wel degelijk. In de ijdele hoop de kleur te vangen, smeerde hij de lak extra dik. "Schilderijen verwelken zoals bloemen", schreef Van Gogh in 1889 vanuit Arles aan zijn broer Theo. "Alle kleuren die door het impressionisme in de mode zijn gebracht veranderen. Reden te meer om ze botweg te fel te gebruiken. Mettertijd zullen ze toch alleen maar verbleken."

Dat brengt kunstliefhebbers in een moeilijk parket, want wat telt nu als echt? Wat de schilder ruim een eeuw geleden zag – ga er maar aan staan, beste restaurateur – of wat het schilderij nu laat zien?

Beschilderde beelden

Nergens is dat vraagstuk groter dan bij de witte Griekse en Romeinse sculpturen van goden en atleten. "Nobel in hun eenvoud en met een stille grandeur", loofde de Duitse 18de-eeuwse archeoloog Johann Winckelmann die. Op dat ogenblik wist niemand dat ze oorspronkelijk in felle kleuren gekleed gingen.

"We gaan er nu van uit dat bijna alle Griekse marmeren beelden beschilderd waren", verklaart Susanne Ebbinghaus, curator van oude kunst bij Harvard Art Museums. Pas vanaf de renaissance vormde simpel, effen wit het ideaalbeeld, met de David van Michelangelo als primus inter pares.

Via sporenonderzoek en technieken zoals infrarood en ultraviolet is het in sommige gevallen mogelijk te achterhalen met welke kleuren die sculpturen lang geleden beschilderd waren, en in welke patronen. Toch is er geen beweging die ervoor pleit die te restaureren, vermoedelijk omdat het niet juist zou voelen ze met kleuren te bedekken.

Nochtans vertellen ze dikwijls iets essentieels over de tijd waarin de beelden uit het marmer stapten. De kleur van Romeinse toga’s, bijvoorbeeld, gaf de maatschappelijke status van de drager aan. Zoals wij nu naar die antieke beelden kijken, zo kijken mensen over een paar honderd jaar misschien naar een Warhol-zeefdruk van Marilyn Monroe, zonder een flauw idee te hebben wie dat was.

Aura

Laat ons een laatste keer teruggaan naar onze sacrale kamer, waar we nog altijd het rijk alleen hebben. We kunnen er met onze neus op vijf centimeter van het doek de verf opsnuiven, en elk detail in ons opnemen. Zeker voor wie daar een blockbuster zoals de Mona Lisa van Da Vinci heeft hangen, is het waarschijnlijk de enige kans om in alle rust van dat werk te genieten. Tenzij je Jay Z of Beyoncé heet, want dan huur je gewoon het Louvre een paar uur af voor jezelf. Het koppel deelde dat voorrecht in 2014 via sociale media met alle minder gelukkigen; ze plaatsten selfies met ’s werelds beste kunst op de achtergrond.

Zo’n 900 kilometer daarvandaan draaide Walter Benjamin zich waarschijnlijk om in zijn graf. "Het hier en nu van het origineel maakt het begrip van zijn echtheid uit", schreef de Duitse filosoof in 1936 in een beroemd opstel. "Wat in het tijdperk van de technische reproduceerbaarheid van het kunstwerk wegkwijnt, is de aura ervan." Benjamin had het daarbij niet enkel over de aura van de kopie, maar ook over die van het origineel, die alleen al door het bestaan van reproducties verwatert.

Door de alomtegenwoordigheid van de smartphone zijn er vandaag veel meer vehikels voor een dunne neerslag van een ervaring dan in de tijd van Benjamin, en zeker dan in die ervoor. Vroeger moest je een schilderij afgrazen zodat er een afdruk op het netvlies bleef hangen.

Fotografieverbod

Wie eind 19de eeuw Saturnus die zijn zoon verslindt van Francisco Goya zag in het Prado in Madrid, kon daar bij thuiskomst over vertellen. "En daar zit dus die vent, een titaan eigenlijk, schrokkend op zijn kind, zijn bloedeigen kind. En dat door een voorspelling dat een van zijn kinderen hem van de troon zal stoten. Hij moet dus wel, zie je. Waanzinnig, die blik in zijn ogen. Hij is op dat ogenblik almachtig, maar allemachtig, wat een barbaar. Een kannibaal. Die blik in zijn ogen, echt, dat moet je gezien hebben. Je wordt er koud van in je botten."

Musea kunnen de beleving in het hier en nu versterken door stoorzenders af te zwakken. Bijvoorbeeld met een fotografieverbod, ook al zullen sommigen dat als paternalisme ervaren. Om aan hen tegemoet te komen kunnen museumwinkels misschien kwalitatief goede afdrukken verkopen van individuele werken die in hun tentoonstellingen te zien zijn, en niet enkel de volledige en vaak dure catalogus.

Sommige musea gaan vandaag al veel verder. Zo biedt het Van Gogh Museum negen meesterwerken aan in een hoogwaardige 3D-reproductie. ‘Reliëfografie’, zo heet de driedimensionale print-techniek waarmee de kwaststreken van de meester minutieus geïmiteerd zijn. "Een leek zal geen verschil zien met het origineel", verklaarde museumdirecteur Axel Rüger bij de presentatie. In het vernis van de ‘relievo’s’ zijn zelfs scheurtjes te zien, zoals het een schilderij betaamt dat pretendeert meer dan honderd jaar oud te zijn. Van elk meesterwerk zijn 260 replica’s gemaakt. Ze moeten elk 25.000 euro opleveren.

Afbreuk?

Doet deze praktijk geen afbreuk aan het origineel? Het is maar hoe je het bekijkt, vindt restaurator Ella Hendriks. "Hoe meer goede reproducties er bestaan, hoe meer zij de uniciteit van het origineel benadrukken. Je kunt die relievo’s ook zien als een technisch hoogstaande manier om het inspirerende werk van Van Gogh te verspreiden. Vergeet niet dat Van Gogh zelf ook geïnspireerd was door reproducties van schilderijen waarvan hij nooit het origineel had gezien. Op zijn beurt maakte hij dan weer kopieën van eigen werken, om uit te wisselen of weg te geven."

We vergeten nogal eens dat het dedain voor namaak een relatief recent gegeven is. Kopieën maakten het lang mogelijk voor gewone burgers (en voor andere kunstenaars) om werken te zien waarmee ze anders nooit in aanraking konden komen.

Ergens tegen het eind van de 19de eeuw verdween de tolerantie voor kopieën bij zowel kunstenaars als verzamelaars. Een van de verklaringen is de opkomst van openbare musea, waarbij de queeste om uitsluitend nog originelen te bezitten steeds belangrijker werd. Die evolutie verklaart ook waarom vanaf dat moment het aantal vervalsingen gestaag toenam.

Dat neemt niet weg dat gedurende een lange tijd veel mensen niet dichter bij het origineel konden komen dan met een mooie namaak. Ze voelden zich niet bedrogen door de kopie, maar waren er juist dankbaar voor.

In ons hoofd

Vandaag zijn de mogelijkheden om meesterwerken in het echt te bewonderen veel groter, ook al bevinden ze zich in musea aan de andere kant van de wereld. Die wetenschap kan het plezier bij een meesterlijke kopie vergallen, ook al zullen we het origineel misschien nooit bezoeken.

Of kunst ons raakt, zit dus evenzeer in ons hoofd, zoals bij de blinde kunstkenner uit De onzichtbare verzameling, een novelle van Stefan Zweig uit 1927. Hij weet nog perfect hoe zijn schetsen van Rembrandt eruitzien en houdt ze dagelijks in zijn handen, onwetend dat zijn familie ze uit armoede heeft verkocht en vervangen door blanco papier. Als hij een zogezegde schets van Dürer omhooghoudt, licht zijn gezicht op in extase, en lijkt er een blik van herkenning in zijn lege ogen te sluipen.

In de Kunsthal in Rotterdam loopt van 25/2 tot 10/6 overzichtstentoonstelling van vijftig jaar hyperrealistische schilderkunst. Info: kunsthal.nl

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234