Zondag 22/09/2019

Concertrecensie

Dylan LeBlanc in De Casino: verslavende powerpop die je vroeg of laat in een afkickcentrum doet belanden ★★★★☆

Dylan LeBlanc. Beeld Getty Images

Dylan LeBlanc is geen naam die bij iedereen een belletje doet rinkelen. Maar hey, kloppen mag ook. Renegade, ‘s mans vierde langspeler, draait op ons landgoed al een hele zomer overuren en ook zijn enige Belgische concert, in Sint-Niklaas, was er één om ‘topkens’ tegen te zeggen.

LeBlanc, een 29-jarige singer-songwriter die opgroeide in een gebroken gezin in Louisiana, leerde het metier bij zijn pa in Alabama. Die was namelijk actief als sessiemuzikant in de befaamde FAME-studio’s in Muscle Shoals en voor een jonge knaap die bereid was zijn ogen en oren de kost te geven, viel nauwelijks een betere school te bedenken. Vanaf zijn vijftiende speelde Dylan LeBlanc dus bij allerlei punkbandjes, om vijf jaar later al zijn eerste soloplaat aan de wereld toe te voegen. Op Paupers Field (2010) , Cast the Same Shadow (’12) en Cautionary Tale (’16) manifesteerde hij zich als een getormenteerde Americanatroubadour, die grossierde in dromerige, folky liedjes waar liefhebbers van het genre zich graag in onderdompelden. Alleen klonken ze net iets te braaf om een blijvende indruk na te laten.

Op het onlangs verschenen Renegade gooide Dylan LeBlanc het echter over een heel andere boeg. Zo ging hij in zee met The Pollies, een band die zijn songs van een welgekomen adrenaline-injectie voorzag. De zanger rolt nu meer dan ooit met zijn spierballen en in Nashville, waar hij dezer dagen in het bevolkingsregister staat ingeschreven, vond hij de geschikte medestander in Dave Cobb, een producer die eerder al op de loonlijst stond bij Rival Sons, John Prine en Dolly Parton. Cobb legde de nadruk op spontaneïteit: de meeste songs werden in twee of drie takes live ingeblikt en in amper drie dagen was de klus al geklaard. Het resultaat: een dynamisch powerpopgeluid dat naadloos aansluit bij het beste werk van Jason Isbell, Ryan Adams of Tom Petty & The Heartbreakers. Zelf noemt LeBlanc Neil Young en Todd Rundgren als zijn voornaamste invloeden en ambieert hij ooit iets te maken dat evenwaardig is aan Rumours van Fleetwood Mac. Welja, op zijn leeftijd is dromen nog toegestaan.

Op het niveau van zijn nieuwe nummers valt alvast weinig af te dingen. Eén voor één zijn ze verpakt in catchy melodieën, voorzien van onweerstaanbare hooks en versierd met meerstemmige zangpartijen. Het is een verslavende combinatie die je, na herhaalde blootstellingen aan Renegade, vroeg of laat in een afkickcentrum zal doen belanden. Met een intense rock-‘n-rollplaat van dit kaliber geeft Dylan LeBlanc aan dat hij een tijdloze klassieker in de vingers heeft, zonder al te ver af te dwalen van het hier en nu.

In De Casino, een gezellig zaaltje waar almaar vaker interessante dingen gebeuren, zetten LeBlanc en zijn vier gezellen er meteen de beuk in met ‘Bang Bang Bang’, een gebalde song over het wapengeweld waar ze in de VS net iets te vaak door worden opgeschrikt. Ook de andere nummers uit Renegade, goed voor ongeveer de helft van de setlist, waren met zorg geconstrueerd, uitgerust met verrassende gitaarmotiefjes op een bedje van reverb en dooraderd met messcherpe solo’s uit het handboek van Dinosaur Sr.

LeBlancs muzikale universum wordt bevolkt door beschadigde zielen die aan de zelfkant van de maatschappij huizen en dagelijks strijd leveren met alcohol of andere drugs. ‘Domino’ schreef de zanger bijvoorbeeld na een gesprek met een mishandelde prostituee in de bajes, nadat hij was opgepakt wegens openbare dronkenschap. Ook in het bloedmooie ‘I See It In Your Eyes’ en het aan Bruce Springsteen verwante ‘Lone Rider’ stonden zelfgekozen isolement en vereenzaming centraal. In ‘Damned’, geïnspireerd door de donderpreken die hij tijdens zijn jeugd te horen kreeg in de Southern Baptist-kerkgemeenschap, nam Dylan LeBlanc georganiseerde religie op de korrel, om hetzelfde thema even later weer aan te kaarten in ‘Born Again’ (‘He beats you down until you’re born again’). ‘Renegade’, opgespaard als bis, was het soort song dat je al bij de eerste kennismaking treft als een bliksemschicht. Een geheide wereldhit-die-er-geen-was: er zijn zo van die dingen die wij nooit zullen begrijpen.

Tussendoor graaide LeBlanc regelmatig in zijn back catalogue, al zorgden The Pollies ervoor dat ook die oudere nummers een beeldig nieuw jasje kregen aangemeten. Zo leek ‘Part One: The End’ weggelopen uit een soundtrack van Ennio Morricone, bleef het ingetogen ‘If the Creek Don’t Rise’ ook overeind zonder de vocale assistentie van Emmylou Harris en waande je je, dankzij de twangy gitaren in ‘Look How Far We’ve Come’, in een filmdecor van David Lynch. In ‘Easy Way Out’ werden zowaar enkele funky grooves uitgerold en uit ‘Beyond the Veil’, de bluesy afsluiter, bleek dat seismografen bij Dylan LeBlanc, onder een schijnbaar rimpelloos oppervlak, soms gevaarlijke erupties registreren.

Toegegeven, met amper zestig minuten was het concert aan de korte kant, maar LeBlancs stem bracht in je gemoed de juiste snaren aan het trillen en zijn songs haakten zich als harpoenen in je geheugen. De Amerikaan mag dan wel sympathie hebben voor afvalligen (‘Renegades’ dus), op ónze trouw mag hij voorlopig blijven rekenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234