Donderdag 25/04/2019

Boekenrecensie

Duits onelinerkanon schiet zijn doel voorbij in ‘Opperduitsland’

Alexander Schimmelbusch, ‘Opperduitsland’, Prometheus, 220 p., 19,99 euro. Vertaald door Kris Lauwerys en Isabelle Schoepen. Beeld rv

Alexander Schimmelbusch neemt in het gehypete Opperduitsland een boosaardig loopje met kapitalistische bankiersuitwassen. Een bijtende satire die aanvankelijk leest met de vaart van een gestroomlijnde ICE-trein. Tot hij van de rails vliegt.

‘Een Duits antwoord op Michel Houellebecqs Onderworpen’, zo staat er op de achterflap van Opperduitsland. Uitgeverij Prometheus weet hoe ze de lezer bij de lurven moet nemen. Toch is het citaat niet helemaal uit de lucht gegrepen. Ook in dit boek wordt er een wel erg onorthodoxe stormloop naar de macht verbeeld. Maar Alexander Schimmel­busch (°1975) gaat schetsmatiger te werk en de satire ligt er te vingerdik op. Niettemin roept het snedige cynisme van hoofdpersonage Victor weleens reminiscenties op aan de grondtoon van Houellebecq.

De Oostenrijker Schimmelbusch – en nee, dat is geen komisch pseudoniem – zette vorige zomer half literair Duitsland op stelten met zijn vierde roman, waarin hij het land een malicieuze spiegel voorhoudt. Opperduitsland weifelt tussen een pamflet, een economisch traktaat en een zwart-humoristische roman over laat-kapitalistische ontsporingen. Schimmel­busch lijkt er vooral op uit ons te overdonderen met hoogst citeerbare frasen. Talloze pagina’s zijn doorspekt met een stekelige oneliner.

Opperduitsland speelt zich af in de haute finance van Frankfurt, met zijsprongen naar Berlijn. Schimmelbusch weet waarover hij praat: zelf is hij een telg van grootindustriëlen. De econoom groeide op in New York en Washington om vervolgens een vijftal jaar als consultant bij een investeringsbank in Londen te werken. Tot hij de geldbubbel vaarwel zei, zich wijdde aan de zorg voor zijn zieke moeder, en het schrijverschap lonkte.

Zijn hoofdpersonage en verteller, de in comfort badende Victor, is een uiterst gewiekste investeringsbankier. Op zijn 39ste heeft hij financieel zijn schaapjes op het droge, dankzij cascades van fusies en overnames. Nu staat hij aan het hoofd van de Birken Bank, samen met twee medevennoten, en een batterij hyperloyale werknemers. Hij tuft rond met zijn elektrische, emissieloze Porsche Shere Kahn, ‘rijk genoeg om het zich te kunnen permitteren niet bereikbaar te zijn’. Of hij verschanst zich in zijn jarendertigwoning op een rots ‘die er ’s nachts uitzag als een modernistische lamp’. Voorts beschikt Victor over 102 woningen in Berlijn. In een ervan onderhoudt hij zich graag met zijn Turks-Duitse vriend Ali Osman, die voor de Groenen in de Bundestag zetelt.

Victor draagt zijn zesjarige, rotverwen­de dochter Victoria op handen, maar emotioneel loert er een moeilijk te dempen leegte. De gescheiden Victor onderwerpt zich in het Adlonhotel gretig aan massages met happy ending bij de Poolse Valezska en heeft ‘een nauwelijks gedefinieerde affaire’ met zijn buurvrouw Maia, ‘dun, uitgemergeld bijna, met een ascetische Jil Sanderstyle en zo’n kort kunst- en cultuurkapsel’. Niettemin bezit Victor een ‘fijne neus voor de verborgen kwetsuren van zijn medemens’, een eigenschap waar Schimmelbusch fraaie staaltjes van geeft.

Merkwaardig genoeg raakt de amorele Victor, die ook aan een roman werkt, zich zorgen over de inkomensongelijkheid en ‘economische apartheid’ in Duitsland. Hoe moet het verder met ‘een wereld waarin de acht rijkste mensen een groter vermogen hebben geaccumuleerd dan de armste helft van de wereldbevolking in zijn geheel’? Hij vraagt zich af waarom het nog niet tot ‘een radicale correctie’ is gekomen.

De salonrevolutionair voegt daarom de daad bij het woord, tuk op zijn plaats in de geschiedenis, en ranselt – weliswaar bij het genot van peperdure Richebourgwijn – een manifest in elkaar, ‘een cognitieve upgrade’ om ‘Duitsland voor dreigende irrelevantie te behoeden’. Het moet paal en perk stellen aan de gespleten samenleving. Zo mag niemand meer dan 25 miljoen aan eigen vermogen bezitten, komt er een staatsfonds voor investeringen,
 een resem nationaliseringen én een minimum­inkomen. Victors geschrift is een ratjetoe van linkse en rechtse principes en remedies. Uiteindelijk zal renegaat Ali Osman met het pamflet aan de haal gaan en het als fundament gebruiken voor zijn nieuwe partij Deutschland AG. Om met de vingers in de neus kanselier te worden en Duitsland uit te bouwen tot een bikkelharde, gedirigeerde staat.

Kleffe worst

Helaas zit er een vreemde ruptuur in deze roman, die garen spint bij het verontrustende gegeven dat populistische partijen met een programma van niks toch horden kiezers lokken. Terwijl Schimmel­busch in pakweg de eerste 120 pagina’s zijn satire smakelijk op streek houdt, verliest hij later de grip op zijn tekst. Zeker, de manier waarop hij de vakterminologie van de financiële zetbazen ridiculiseert, verdient applaus, net als de hilarische scène waarin de wereldvreemde Victor de modale burger in een Mediamarkt tegemoet treedt. Hij ziet ze als ‘kleurrijk getatoeëerde fabelwezens’. En zo’n man zou de maatschappij in een oogwenk hervormen?

Toch bevat Opperduitsland ook dorre passages, met stuitend kromme zinnen, taai en klef als een te lang gebakken Frankfurter Bratwurst. Bovendien is de psychologische diepgang van de nevenpersonages zo goed als nihil en gaat Schimmelbusch er in de slothoofdstukken met de grove borstel doorheen. Als dystopische parabel schiet Opperduits­land uiteindelijk zijn doel voorbij. Gelukkig valt er veel te grijnslachen én is ons reservoir met pasklare puntigheden behoorlijk bijgevuld.

Alexander Schimmelbusch, Opperduitsland, Prometheus, 220 p., 19,99 euro. Vertaald door Kris Lauwerys en Isabelle Schoepen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.