Maandag 21/10/2019

Interview

Drie theaterhuizen werken samen: “Als we geen harmonie kunnen creëren, zijn we niet goed bezig”

Fabrice Murgia (Théâtre National), Peter de Caluwe (De Munt) en Michael De Cock (KVS) slaan de handen in elkaar met Troika. Beeld Wouter Van Vooren

Een pas waarmee je twintig procent korting versiert op een 25-tal voorstellingen in de KVS, Théâtre National en De Munt: dat is Troika, een project waarmee de drie huizen hun publiek willen verbreden én een politiek signaal willen uitsturen. “Cultuur is een draad waarmee we de stad kunnen samenbinden.”

Moi, je commence? Ik begin?”

We hebben net onze eerste vraag gesteld en Michael De Cock, algemeen directeur van de KVS, vraagt aan Peter de Caluwe en Fabrice Murgia – zijn collega’s bij respectievelijk De Munt en Théâtre National de Wallonie-Bruxelles – of hij van wal steekt met het antwoord. In twee talen. Het is tekenend voor het gesprek dat we voeren, én tekenend voor Troika, het project waarmee de KVS, De Munt en Théatre National hun samenwerking verstevigen.

“Discussies over in welke taal je hier in de winkel wordt aangesproken, zijn verleden tijd”, zegt De Cock. “Onze publieken zijn daar totaal niet mee bezig. Twintig jaar geleden was die meertaligheid allicht nog niet vanzelfsprekend, vandaag is het de evidentie zelve.” Daarom heet hun samenwerkingsproject ‘Troika’: “We hebben lang over onze naam nagedacht”, legt De Caluwe uit. “Het mocht geen uitsluitend Nederlandstalige of Franstalige naam zijn.”

Concreet vertaalt Troika zich naar een pas, die voor 9 euro verkrijgbaar is – abonnees van de KVS, De Munt en Théâtre National kunnen de Troika-kaart gratis bekomen. Met die kaart krijg je 20 procent korting op 17 voorstellingen die volgend seizoen in één van de drie huizen geprogrammeerd staan. “Het werkt dus een beetje als de Fnac-kaart”, grapt Théâtre National-directeur Fabrice Murgia. “Maar dan beter.” Het eerste Troika-seizoen zet in op dans. “Dans is heel transparant”, aldus De Cock. “Het is taaloverschrijdend. Brussel heeft een unieke dansscene, die we willen samenbrengen onder één noemer.”

Troika-abonnees kunnen volgend jaar dus genieten van choreografen als Wim Vandekeybus en Lisbeth Gruwez (KVS), Alain Platel en Michèle Noiret (Théâtre National) en Anne Teresa De Keersmaeker en Sidi Larbi Cherkaoui (De Munt). “We willen de mensen echt stimuleren om van De Munt naar de KVS te gaan en daar een nieuwe artiest te ontdekken”, verklaart De Cock. “Om een week later weer iets anders te zien in Théâtre National. Dat lijkt heel evident, maar dat is het niet: anders bestond iets als Troika al veel langer.”

Nieuwe gemeenschap

Er is de afgelopen tien jaar veel veranderd, weet Peter de Caluwe. De intendant van De Munt is, met zijn twaalf jaar op de teller, de ancien van de drie. “Toen ik begon, waren de verschillende publieken erg gesegmenteerd. Er was een concertpubliek, een danspubliek, een operapubliek en een theaterpubliek. En dan had je dan nog een Nederlandstalig én een Franstalig theaterpubliek. Dat waren allemaal gescheiden werelden, maar de laatste jaren is het publiek veel meer gemengd. Dat komt door artiesten die bewust de grenzen van verschillende genres gaan overschrijden, en door de programmering van de huizen zelf. Als je in de opera met choreografen werkt, komen er mensen uit een totaal andere wereld naar je voorstelling kijken. En als Michael of Fabrice bij ons regisseert, trekt dat weer andere mensen aan.” De evolutie is dus al een tijd geleden ingezet. “Nu moeten we die evolutie verzilveren.”

De drie grote huizen uit de hoofdstad werken al langer samen. De KVS opende zijn seizoen met L’homme de la Mancha, een coproductie met De Munt, en werkt ook al samen met Théâtre National. De Cock: Na een tijd hebben we gezegd: laten we zoeken naar een nog intensere samenwerking. Nu is daar met De Munt een derde grote partner bij gekomen. Dat is een grote stap voorwaarts, zowel op het vlak van productie als van publiekswerking.”

Het publiek is een essentiële factor in het Troika-verhaal. Niet omdat de zalen nu niet vol zitten, maar wel omdat de drie directeurs voelen dat het mogelijk is om met z’n drieën een breder publiek te trekken. En ook heel wat nieuwe toeschouwers. Om zo een zo breed mogelijke afspiegeling van het heterogene Brussel in het pluche te krijgen. “Bij De Munt hebben we jaarlijks een gemiddelde zaalbezetting van 93 à 94 procent”, duidt De Caluwe. “Daarover hoor je mij niet klagen, maar het is belangrijk dat je altijd nieuwe mensen kunt interesseren voor je programma.” Murgia: “We willen onze deuren openzetten voor een publiek dat traditiegetrouw misschien niet het onze is. We hopen dat Troika niet simpelweg de optelsom is van onze toeschouwers met die van de KVS en De Munt. We hopen dat we een nieuw publiek, een nieuwe gemeenschap kunnen vormen.”

Meertaligheid

Mensen die dus doorgaans misschien in andere stoeltjes zitten. Of een andere taal spreken. De KVS staat te boek als het Nederlandstalige theater, Théâtre National voorziet in de eerste plaats in de behoefte van Franstalige podiumliefhebbers. “Wat je zegt, klopt helemaal”, zegt De Cock. “Al hebben we ook 30 procent Franstalige toeschouwers – wat toch redelijk veel is – en er zijn ook heel wat Engelstaligen in ons publiek. Maar ‘meer Franstalige kijkers in de KVS’ is niet de kern van dit project. Het signaal dat we willen geven, is: het doet er niet er niet toe tot welke taalgroep je behoort.”

Murgia: “Voor ons is dat ook nooit een issue geweest. Théâtre National is dan wel het theater van ‘de Franstalige Gemeenschap’, maar ik programmeer nauwelijks klassiek Frans teksttheater. We boventitelen ook al onze voorstellingen in het Nederlands en het Engels, en dan moet je niet met monologen van vier uur komen. Integendeel: we proberen stukken te brengen die ook het leven in de stad weerspiegelen.”

De Cock: “Ook wij vragen aan elk gezelschap dat hun voorstelling boventiteld wordt. Soms vraagt dat veel werk, en veel energie, maar wij moeten ons aanpassen aan de Brusselse realiteit. Anders heeft het geen zin om een voorstelling bij ons te programmeren: er zit altijd een mix aan talen in de zaal. We kunnen niet terug naar de jaren 90 met de KVS als een gesegregeerd eiland van de Nederlandse taal. We moeten de meertaligheid als artistieke troef inzetten.”

Als je je niet aanpast aan de realiteit, heeft kunst geen enkele democratische waarde en geen enkel draagvlak in deze stad, vindt De Cock. “Je moet de complexiteit van de stad aangaan. En meertaligheid is hier gewoon een gegeven. Als hier in Brussel drie mensen samen uitgaan, wordt er vaak de hele avond van taal geswitcht. Een stad als Brussel is voorbij die hele discussie rond taal.”

De bedoeling is dat de verschillende publieken “migreren” tussen verschillende huizen. Een beweging die ook al even is ingezet: trouwe toneelkijkers die zweren bij een huis, zijn meer uitzondering dan regel. Murgia: “Het cultureel aanbod in Brussel is gigantisch, en het kijkgedrag verandert daardoor ook. Bij National zien we dat het aantal abonnementen zakt, maar de verkoop van losse tickets stijgt heel sterk.” De Caluwe: “Het publiek is veel mobieler: het kiest niet meer voor één gezelschap of één huis, het kiest voor artiesten die het goed vindt – waar ze ook spelen. Daar willen we op inspelen.”

Idealisme

Op zich is het niet meer dan logisch dat de drie grote podiumhuizen in Brussel de handen in elkaar slaan. “De KVS en Théâtre National zitten op 150 meter van elkaar, en loop je twee hoeken om, dan sta je in De Munt”, stelt De Cock vast. “Dat is, op een zeer kleine oppervlakte, een uniek aanbod aan nationale en internationale producties. Als je dat met elkaar kunt verbinden en vermengen, is dat zowel voor de artiesten als voor het publiek heel aanlokkelijk.”

Enige moeilijkheid: om die verbinding aan te gaan, moet er communautaire grenzen worden doorbroken. De KVS wordt gesubsidieerd door Stad Brussel en de Vlaamse Gemeenschap, Théâtre National door de Franstalige, en De Munt is een federale instelling. “We zijn te veel verzand in institutionele discussies”, vindt De Caluwe. “Mensen samenbrengen, is belangrijker dan de grenzen van de instituten te respecteren.” Is Troika dan een politiek project? “Wij doen niet aan actieve politiek, maar theater brengt wel mensen samen. Het is een vorm van community building, en in die zin is het wél politiek. De essentie van ons vak is dus: harmonie creëren. Als we daar niet in slagen, zijn we niet goed bezig. En natuurlijk valt die harmonie ook te vertalen naar de samenleving. Veel mensen zullen dit initiatief naïef vinden, zullen hier cynisch op reageren. Maar wij doen dit echt uit een soort van idealisme, uit de wens om mensen samen te brengen.”

Murgia: “We hebben ons afgevraagd wat we kunnen om de verschillen tussen ons te overstijgen. We willen in het theater de maatschappij een spiegel voorhouden. Cultuur is een draad waarmee we de stad kunnen samenbinden. En die draad gaat niet stuk door noties als ‘confederalisme’ of ‘regionalisering’.” De Cock: “Institutionele scheidingslijnen hebben ook geen belang voor de inwoners van de stad. Een organische stad functioneert zonder die scheidingslijnen.”

En als alles goed gaat, functioneert ook Troika zonder die scheidingslijnen. Zo lang mogelijk. “Op termijn moet de mogelijkheid die we met Troika bieden, onmisbaar worden”, besluit De Cock. “We hebben hier te veel energie in gestoken om er na één jaartje al mee op te houden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234