Zondag 20/10/2019

Festivalitis Dranouter

Dranouter: muzikaal meesterschap overgoten met biersaus

Beeld Alex Vanhee

Een paar duizend blinkende kuiten staan ongetwijfeld nog steeds hard van het feesten tussen de mazen van de ploegsteert afgelopen weekend. Onder de kerktoren van Dranouter nam Wannes Cappelle staande ovaties in ontvangst terwijl Lieven Tavernier zijn tranen droogde en Zwangere Guy een stukje grootstad importeerde. 

“I guess all songs are folk songs – I never heard no horse sing’em.”

Aan de ingang van het cultureel centrum van Dranouter prijkt deze quote van Big Bill Broonzy op de muur. Meer dan ooit is hij van toepassing op het West-Vlaamse festival, dat zichzelf in de afgelopen jaren stelselmatig opnieuw wist uit te vinden.

Dranouter is wat men mag noemen een oerfestival, waar liefde voor muziek van eigen bodem hand in hand gaat met schaamteloze moppentapperij én een paar internationale muzikale grootheden. De Vlaamse culturele roots worden ongegeneerd gevierd, zonder daar al te veel politieke poespas bij te betrekken – al blijft de ecologische identiteit van Dranouter duidelijk behouden, maar enige drammerigheid is volledig van de lucht. Blauwe boeren, dorpse tjeven en groene belijders van het bakfietsgeloof kijken elkaar zwijmelend van de Belgische bieren diep in de ogen onder de klokkentoren van Dranouter city.

Álle gitaren

Vanuit de nok van de grote tent rond het hoofdpodium hangen flanellen dekentjes als vers gewassen vaatdoeken naar beneden.  Het publiek wacht geduldig op de komst van burgervader Jan De Wilde. De phallus impudicus komt, zoals hij voorspelt in ‘Daar is de lente’, langzaam tot wasdom op de wei bij het zien van alle glanzende gezichten tijdens zijn set. De spelende kinderen hebben er geen oren naar – hier worden sprookjes voor volwassenen gebracht. 

Jan De Wilde. Beeld Alex Vanhee

“Dit is Erik - hij bespeelt alle gitaren. En een applausje voor onze altvioliste ook, graag”, vraagt Jan De Wilde beleefd aan zijn publiek.

De artiestengage wordt hier verdeeld onder hoboïsten, frontzangers, bugelspelers, slagwerkers, violisten en, ja,  zelfs de triangelspeler krijgt de hele dag betaald. Door het keelgat van de zanger galmen woorden als ‘tabbaard’, en het is niet het enige archaïsme waar we ons taalminnend hart aan ophalen. De Wilde speelt, natuurlijk, ‘De eerste sneeuw’, en onze armen gaan de lucht in bij ‘De fanfare van honger en dorst’ – twee nummers van de hand van de Gentse Lieven Tavernier, die hier nog geen halfuur later het publiek oorstrelend bemint.

Even later druipen enkele tranen van diezelfde Tavernier tot in zijn puntige snor van ontroering. De sympathiekste bard wandelt in spijkerbroek en bergbottines over het podium, en gluurt goedkeurend en geëmotioneerd over de partituren van zijn muzikanten. “Alle West-Vlaamse bootvluchtelingen zijn vanaf heden welkom in Gent”, verklaart de Gentse minnezanger. De nadruk ligt voortdurend op kleine, menselijke verhalen: van Limburgse deurenkomedies, langs liederen over terminale hondjes, tot regelrechte trouwerijen op het middenplein. 

Tegen de avond krijgen ook popprinsessen en synthesizers hun plaats tussen de strijkers, fluiten en minnezangers. SX, Tom Odell en Joan As A Police Woman treden op zaterdag aan als top-popacts, en op zondag schitteren verrukkelijke stemmen van Ibeyi naast de Brusselse bad-ass sound van Zwangere Guy of de Britse charme van The Kooks. Ook kleinere ontdekkingen zijn er bij de vleet: Jan Verstraeten, Wende of Black Flower zijn maar enkele van de iets minder bekende acts die weinig uitstaans hebben met zogenaamde folkmuziek.

Voor de liefhebbers

Veel inwoners uit de omstreken genieten van de sfeer die Dranouter ook buiten de betalende tenten kenmerkt. In de omringende garages en brasseries weerklinken dubstepremixes van Adèle en The Rolling Stones, en ’t Hof van Commerce wordt te pas en te onpas meticuleus meegerapt. Ook ons Brussels bloed werd week van de West-Vlaamse ongedwongenheid rondom het epicentrum van café De Zon – een bruine kroeg onder de kerktoren.

Beeld Alex Vanhee

“Wo goaje doen mit de prijs van de bierkaarting, jongen?” Een kok, een wielrenner en een plaatselijke ondernemer op het terras van De Zon kijken een andere jongeman vragend aan, wiens gezichtsuitdrukking schippert tussen gelukzalige verbazing en het sterven van vele doden. “Vele poepen”, antwoordt de bleke snaak – al won hij natuurlijk geen jongedame, maar een bak bier met het wedstrijdje manillen eerder op de dag. Luistervinkend worden we ook aangeklampt door de plaatselijke burgemeester in spe, gehuld in een vrolijk shirt met fluo palmboompjes. De couleur locale is nergens zo vrolijk, al is het soms moeilijk om niet in clichés over de streek te vervallen: élke dorpeling herkent hier de geneugten van het plattelandsleven, of het nu een West-Vlaming, Kempenaar, Waal of Nederlander betreft. 

Er komen plaatselijke legendes voorbij, en plaatselijke legendes worden geschreven. Voor de liefhebbers vliegen ook de spreekwoorden in het rond – het taalspel wordt te allen tijde met liefde en verve gespeeld. Dranouter lijkt volledig opgebouwd uit ambachtelijk, muzikaal meesterschap en cultuur met een klein hartje, overgoten met een biersaus van de beste brouwers te lande. Alle cynisme daaromtrent mag u steken woada de zonne ni skint, maar een gevoel voor zelfrelativering is hier altijd welkom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234