Woensdag 23/10/2019
Alice on the Roof op het Lokers podium waar ook  The Cure, Neil Young en Morrissey hebben gespeeld.

Achtergrond Lokerse Feesten

‘Draai of keer het hoe je wil: dat Lokeren dit kan realiseren met vrijwilligers is miraculeus’

Alice on the Roof op het Lokers podium waar ook The Cure, Neil Young en Morrissey hebben gespeeld. Beeld Illias Teirlinck

In 1975 startten de Lokerse Feesten als antidotum tegen de verveling in de Wase provinciestad. Niemand die toen voor een rotte frank durfde te wedden dat het tiendaags evenement bijna een halve eeuw later meer dan 120.000 bezoekers en topnamen als headliners zou trekken.

“In Lokeren was jij er ook weer bij / Wist ik met m’n geluk geen blijf / Onder een hemel die vol sterren stond, was het dat ons verhaal begon / Toen ik m’n liedjes naar de mensen zong, tussen de kramen en de lampions / En al is mijn leven dan zo kort, ik weet nu dat ik lachend wakker word.”

Johan Verminnen heeft een paragraaf uit ‘Mooie dagen’ overgehouden aan een optreden op de Lokerse Feesten. Hij is echter niet de enige artiest met herinneringen aan een avond aan de Durme. David Byrne van Talking Heads heeft er een mechanisch paard beklommen. Grace Jones is er met haar volle gelaat tegen een flightcase gelopen. Brent DeBoer van The Dandy Warhols heeft er deelgenomen aan het kampioenschap buikschuiven. En dat allemaal in Lokeren. Een stad van 41.000 inwoners. Een wereldstad in broekzakformaat.

Oprichters Marc De Gryze, Jean-Pierre Rosseel, Marc Delbruyère en Herman Van Moeseke hadden bij de opstart van de Lokerse Feesten nooit durven te voorspellen dat het evenement zo’n hoge vlucht zou nemen. Omdat de Lokerse zomermaanden in de jaren 70 weinig voorstellen en ook kermisweek hen niet bekoort, beslissen ze een vierdaagse te organiseren naar het voorbeeld van de Gentse Feesten. Het moet een feest voor de Lokeraar worden, aan de Oude Vismijn. Gratis, en de sfeer zal primeren.

In 1975 is Toots Thielemans de ronkende naam van het evenement. Een jaar later staat Arno met Tjens Couter op de planken. Ook de passage van Eddy Wally in 1977 is er een voor de geschiedenisboeken, nadat hij met eieren en rijstpap werd bekogeld en zijn set vroegtijdig moet stoppen. Hoewel in de beginjaren vooral Belgische artiesten naar de Lokerse Feesten afzakken, kleurt de affiche vanaf de jaren 80 steeds internationaler, omdat die acts betaalbaar zijn wanneer ze elders in België spelen. De organisatie blijft intussen zweren bij gratis toegang, omdat ze geen ambitie koesteren om een volwaardig festival te worden.

Mijlpaal

Tegen eind jaren 80 zijn het vooral grote Belgische namen als Clouseau, Raymond van het Groenewoud en Soulsister die ervoor zorgen dat de Oude Vismijn in Lokeren jaarlijks volloopt. Dat de Lokerse Feesten een feest voor de massa zijn geworden, zint de organisatie echter niet. In 1991 veranderen ze van koers en trekken ze de kaart van de muzikale ontdekkingen. De sfeer van weleer moet het halen van de opkomst.

Bert De Backer begint aan zijn 36ste jaar als vrijwilliger en tekent ook in 1975 present – uit noodzaak, omdat zijn ouders geen babysit vonden. “Op een kind laat zo’n volksfeest een grote indruk na. Er gebéurde iets in de stad”, herinnert de Lokeraar zich, die in 2014 een boek uitbracht over 40 jaar Lokerse Feesten. “Ik ben als prille tiener beginnen te helpen met het ophalen van lege glazen. Zo ging de bal aan het rollen. Mijn generatie is opgegroeid met het idee dat de Lokerse Feesten onderdeel zijn van je identiteit. Je wílde deel uitmaken van dat verhaal. De jongeren van vandaag hebben een veelvoud aan mogelijkheden, wij kenden enkel het stadsfestival.”

Vanop de eerste rij maakt De Backer de evolutie mee. Van volksfeest tot internationaal gekend festival. Van de Oude Vismijn naar de Grote Kaai. In 1994 veranderen de Lokerse Feesten van decor – tot grote spijt van de Lokeraar. “Ik had mijn twijfels bij die verhuis”, bekent De Backer. “Ik vreesde dat de gezelligheid verloren zou gaan, maar tegelijkertijd voelde je dat de Oude Vismijn te klein was geworden.” De twijfels worden echter meteen in de kiem gesmoord. “Als je tijdens de eerste editie op de Grote Kaai zag wat de mogelijkheden waren, was je meteen verkocht.”

dEUS vorig jaar op de Lokerse Feesten. Beeld Illias Teirlinck

Uit verzet beginnen enkele cafébazen en medewerkers de Fonnefeesten, die tot vandaag gelijklopen met de Lokerse Feesten. Het uitwijken is een eerste slag in het gezicht, een tweede volgt in 1998. Drieëntwintig edities weet de organisatie het evenement gratis te houden. “Maar de btw-wetgeving werd veranderd en de verwachte impact was zo groot dat het festival betalend werd”, vertelt De Backer. “Dat is misschien wel de grootse mijlpaal in de geschiedenis van de Lokerse Feesten.” In 1998 wordt een symbolische toegangsprijs gevraagd: 20 Belgische frank (ongeveer 0,5 euro). Al zal dat bedrag fors toenemen.

In hetzelfde jaar maken de broers Geert en Peter Daeninck hun intrede als programmatoren van de Lokerse Feesten. The Cure, Neil Young, Sex Pistols, Morrissey: de wereldsterren die in het tijdperk Daeninck aan de Durme aanmeren zijn niet de minsten. “Mijn broer en ik hebben de lijn van onze voorgangers gewoon doorgetrokken”, is Peter Daeninck bescheiden. “De Lokerse Feesten zijn al sinds 1975 eclectisch en dat is nu niet anders. Het streefdoel is om kwaliteit voor een breed publiek te brengen.” Het oogt misschien raar om Marco Borsato op een affiche te zien naast Zeal & Ardor, The Chemical Brothers en Roméo Elvis, maar op de formule van het Wase stadsfestival lijkt geen sleet te zitten.

Verffabriek

De Lokerse Feesten bestrijken een uniek gebied in het festivallandschap. Nergens is een programma zo divers en toch trekt de tiendaagse meer dan 100.000 bezoekers. En dat voor een festival op een parking met plaats voor 180 wagens. “Je kan lacherig doen over een dag met Marco Borsato en Niels Destadsbader, maar dat zij maanden op voorhand uitverkopen, zegt natuurlijk véél. We zijn niet leftfield – we zijn geen ontdekkingsfestival en ambiëren dat ook niet. Het is bijna onmogelijk om een profiel van onze bezoeker op te maken. Zo hebben we onze naam gemaakt.”

Een tweede speerpunt is de werking van de Lokerse Feesten. De voltallige ploeg bestaat uit vrijwilligers. Voorzitter Timothy Heyninck is medezaakvoerder van een verzekeringskantoor, programmator Peter Daeninck werkt in een verffabriek, en stage- en productiemanager Jo De Vreese is industrieel peperkoekbakker. Er is dus niemand financieel afhankelijk van het festival. Wat hen bindt: ze zijn Lokeraars. Voorzitter Heyninck is als 16-jarige begonnen aan Toog 4, dé uitvalsbasis voor leden van de Chiro en KSA. “Dat gaat van generatie op generatie”, legt Daeninck uit. “Een deel van de vrijwilligers neemt tien dagen verlof om te komen helpen. Die verbondenheid is een troef en tegelijk ons grootste kapitaal.”

The Beach Boys op de Lokerse Feesten 2012. Beeld Alex Vanhee

Intussen staat voetbalclub Sporting Lokeren al jaren in de schaduw van de Lokerse Feesten, dé trots van de provinciestad. Ze kunnen adelbrieven voorleggen – dat in combinatie met een uitmuntende productie maakt dat bookers de weg naar het Waasland vinden. Anders kan je The Cure of Neil Young niet halen. “Draai of keer het hoe je wil: dat een stad met moeite de naam waardig dit kan realiseren met vrijwilligers is miraculeus”, aldus De Backer. Hij runde jarenlang het artiestenrestaurant, vandaag geeft hij rondleidingen in de backstage. “Ik herinner mij de verbazing op het gezicht van The Beach Boys. Dat een bende amateurs zó professioneel werkten? Dat hadden ze nog nooit meegemaakt.”

Ongeveer 4.000 mensen kopen een combiticket, geldig voor de tien dagen. Dat is een kwart van de capaciteit per dag. “Het blijft een Lokers gegeven”, weet programmator Peter Daeninck, “maar we reiken verder dan Oost-Vlaanderen. We hebben bezoekers uit heel België. De metaldag is dan weer in trek bij Noord-Fransen en Nederlanders. Dat is het mooie: de traditie is overgewaaid naar de rest van het land en daarbuiten.” Voor de bezoekers zijn de Lokerse Feesten een ongedwongen manier om helden te zien spelen in een relatief kleine setting, maar ook artiesten keren met plezier terug.

Arsenal heeft al 12 keer op de Grote Kaai gespeeld. Arno herinnert zich nog een “héél schoon meiske uit Lokeren” van zijn show in 1976 met Tjens Couter. Jeroen De Pessemier heeft er 6 keer met The Subs gestaan, één keer als One Track Brain. “In Lokeren hebben ze altijd opengestaan voor onze zotternijen”, blikt die laatste terug. Ook de buitenlandse acts zijn lovend, zegt Peter Daeninck. “We hebben een productie van internationaal niveau. Het is bovendien backstage niet over de koppen lopen. De sfeer is gemoedelijk en persoonlijk en dat vertaalt zich naar goede reacties en optredens. Als een persoonlijke held als Johnny Marr je achteraf bedankt, doet dat plezier.”

The Subs op de Lokerse Feesten 2014. Beeld Alex Vanhee

Toekomstplannen

De Lokerse Feesten hebben een principeakkoord bereikt dat ze de komende 6 jaar op de Grote Kaai mogen blijven. Ze willen niet groter worden, maar evenmin verkleinen. Ze willen relevant blijven. Daarvoor startten ze in 2013 met de Red Bull Elektropedia Room – een broeikast voor minder bekende namen. Er is intern gedebatteerd over die keuze, bekent programmator Peter Daeninck, maar ze kwamen al snel tot een consensus. “We moeten verjongen om niet ter plaatse te blijven trappelen. We kunnen niet blijven teren op de oude glorie.”

Die aanpak werpt nu ook zijn vruchten af. Met Charlotte de Witte, Zwangere Guy en Roméo Elvis staan deze editie drie artiesten op het hoofdpodium die de overstap maken van het zijpodium. “Het doet deugd om te merken dat die keuze om te verjongen loont. We nemen jaar per jaar, maar we hebben toch een belangrijke stap naar de toekomst gezet.” Verjongen is echter niet alles, weet ook Daeninck. “We kennen onze plaats in het landschap en willen die behouden, maar we kunnen niet té ver vooruitkijken. Het is de bezoeker die over onze toekomst beslist. Sommige festivals verkopen op voorhand uit, zonder dat er één naam bekend is. Dat kunnen wij niet. De Lokerse Feesten zijn afhankelijk van de acts die we halen.”

Ook de vrijwilligerswerking wordt onder de loep genomen, vertelt ancien De Backer. “We hebben een werkgroep opgestart om deze groep samen te houden en te bekijken hoe we nieuwe medewerkers kunnen werven. Het is allemaal niet zo vanzelfsprekend. De generatie veertigers en vijftigers gaat niet eeuwig verder, en de huidige generatie jongeren is moeilijker te overtuigen. Als een volledige generatie afhaakt, wordt het moeilijk om de identiteit van de Lokerse Feesten te bewaren. We moeten durven vooruit te kijken.”

Johnny Marr op de Lokerse Feesten 2014. Beeld Alex Vanhee
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234