Maandag 21/10/2019

reportage

Dour, een tentenkamp waaruit je niet wilt ontsnappen

Propere Teletubbies bewijzen dat Dour z'n imago van festival voor vuilaards heeft afgelegd. Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

Reporter Tim F. Van der Mensbrugghe houdt van muziek, maar niet van lang rechtstaan voor een optreden. Het liefst wandelt hij gewoon wat rond tussen de verschillende podia en de camping. Daarvoor is Dour bij uitstek het ideale festival. Verslag van op 's lands stoerste camping.

"Edmond, zijt gíj al ooit naar d'hoeren geweest?" De vraag viel tijdens een maal onder vrienden, een dik decennium geleden. De genaamde Edmond verslikte zich in zijn wijn en werd rood.

"Ja, één keer", gaf hij toe. "Maar het was niet mijn idee! Een maat wou per se dat ik met hem meeging."

Algeheel gelach. Pas toen Edmond over mensenmassa's en rockmuziek begon, beseften wij dat hij zich verontschuldigde voor zijn bezoek aan Dour, niet voor een passage bij een prostituee. Sindsdien heb ik mij altijd afgevraagd waarom iemand zich zou schamen voor Dour.

Van punksong naar openluchtdisco

Onderweg naar het festival verwacht ik ruwe chaos, het organisatorische equivalent van een punksong: even rommelig als krachtig. Ligt het festival immers niet in een uitgewoond dorp in de triestigste streek van Belgiës meest onderschatte provincie? Over Henegouwen en de Borinage lees je zelden dat alles er op wieltjes loopt.

Los daarvan ben ik niet geïnteresseerd in de clichés over Dour - dat het er smerig is, dat er te veel drugs geslikt worden, dat de zeden er te licht zijn. Werkelijk álles wat je hoort over Dour, kun je evengoed zeggen van de Gentse Feesten. En hoor je mensen klagen over de Feesten? Eigenlijk wel, want sommige mensen zijn structureel ongelukkig.

Langs een onverharde weg staat een bord met daarop de vier letters die galmen tot in de eeuwigheid: Dour. Ik zie vanachter een schrale hoop huizen de tenten van het festival oprijzen, ze zweven op een kussen van stof dat opdwarrelt achter een colonne muziekliefhebbers. De punkgitaren in mijn hoofd faden out, een spacey synthesizer zwelt aan.

Via de persingang beland ik op een openluchtdisco. De massa staat te shaken in de ondergaande zon, op een oude mijnterril floepen lichten aan en uit. De nacht moet nog beginnen en iedereen is al uitgelaten. Het publiek van Dour lééft. Een jongen met een t-shirt van Nirvana staat zonder complexen te dansen op elektrobeats: in de jaren negentig zou het geen waar geweest zijn.

De plattegrond van het festival toont velerlei uitstulpingen en dat maakt het rondzwerven er heerlijk. De hele tijd herhaalt dezelfde vraag zich in mijn hoofd: waarom was ik hier nooit eerder? En: waarom moest Edmond zoveel jaren geleden doen alsof een eerzaam burger beter weg blijft van Dour?

In de persruimte ontmoet ik Bert Cambier, pr-man van muziekclub N9 uit Eeklo, het laatste beetje zuurstof in het afstervende provinciestadje. "Het wijze aan Dour is dat het drie, vier festivals door elkaar zijn. Ik moet ieder jaar een halve dag uittrekken om mijn weg te vinden in het programma."

Dour is een sociaal experiment, stelt Bert. "Mensen volgen verschillende ritmes. Liefhebbers van rockmuziek beginnen vroeg aan de dag, terwijl mensen die hier zijn voor electro de camping pas 's avonds verlaten. Daardoor is het om 22 uur het drukst: dan staat iedereen samen op de wei."

De stevigheid van een hek kun je het best testen door ertegen te pissen. De hekken van Dour zijn zo stevig dat ontsnappen onmogelijk is. Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe
Vreugde en jolijt laten zich nooit aan banden leggen op Dour. Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

3 worsten per sandwich

Ik slof naar de camping. In zijn column voor deze krant noemde radiopresentator Stijn Van de Voorde Dour de grootste camping van 't land en ik denk dat hij gelijk heeft. Nooit eeder zag ik zoveel Quechua-tentjes uit de Decathlon bij elkaar. De horizon ligt niet ver genoeg om alle tenten in één blik te vatten. Ik passeer kilometers en kilometers camping en hoe meer ik de periferie nader, hoe vaker ik Vlaams hoor spreken. Een jongen met een zak roséwijn in zijn hand groet iedere voorbijganger met een welgemeend 'Doureeeuh!'.

Plots stopt de camping. Een hek duikt op en scheidt mij van een veld rogge of tarwe, of een ander gewas vol gluten. Hier bevindt zich de kampplaats van een groep jongeren uit Groot-Antwerpen, het gebied dat niet tot de stad behoort, maar zich wel tracht te ontworstelen aan de boersheid van de Kempen. Ze zijn allemaal tussen de 19 en de 20 jaar oud, dat mistige grensgebied tussen naïeve tiener en gekwelde twintiger.

Ze hebben hun tentjes rond een grote partytent geworpen en al hun gerief hebben ze op de grond gesmeten. Het is een Jackson Pollock van afval, vies kookgerei, eten en drank. Jeroen graait een blik tv-worstjes uit de berg en zet het op een gasvuurtje. Eén van de zakken sandwichen die rondslingeren tussen de lege blikken Cara-pils wordt erbij gesleurd.

"Als we drie worsten per sandwich leggen, gaan we te veel sandwichen nodig hebben", merkt Dries op. Hebben ze dat werkelijk berekend? "Wel ja, min of meer." Hij gaat kijken in zijn tent en kraait: "Ah, wacht, hier staan nog 150 worsten! Oké, dan mogen er drie per sandwich."

Met weidse gebaren doet Dries uit de doeken dat hij min of meer gescoord heeft op seksueel vlak. "Eergisteren had ik een grietje mee, een Ierse. Helaas vond ze mijn tent te leeg. En toen heb ik mijn kussen onder gekotst. Ik heb nog gedaan of er niets gebeurd was, maar ze had het gezien", vertelt hij. "Maar ik was wel de enige die een grietje mee had!"

"Ik heb schrik van u!", verklaart Lauren.

Ben lacht. "Dries bezig zien, is reality-tv, maar dan live!"

Het hoofdpersonage van die reality-show zucht. "Het is hier overleven", schudt Dries het hoofd.

Jeroen zet een blik tv-worstjes op het vuur. Hij heeft zeer precies uitgerekend hoeveel worsten er op een sandwich mogen om op het einde van het festival niet met een overschot sandwichen achter te blijven. Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

Het belang van BVO's

De avond valt stevig, maar het groepje heeft nog geen enkel optreden gezien vandaag. "We hebben hier de hele dag gezeten, tegen elf uur vertrekken we", zegt Ben.

Jens twijfelt of hij vanavond wel meegaat. "We zitten te ver. Mijn benen zijn al kapot van gisteren over en weer te wandelen."

"We zitten zo ver weg van het festivalterrein dat we BVO's moeten meepakken: Bier Voor Onderweg", zegt Jeroen.

De jongen met de zak roséwijn die ik daarnet passeerde, hoort ook bij deze bende. Hij gooit de wijn tussen de andere rommel en toont hoe een vinger ingezwachteld is. "Van een pot ravioli. Genaaid zonder verdoving.", zegt Jef. Hij kruipt in zijn tent, sluit de rits en we horen hem niet meer.

Aan de andere kant van het hek verschijnen enkele medewerkers van het festival. Waar het hek een boerenwegel kruist, hebben mensen genoeg ruimte om eronder te kruipen, bijvoorbeeld om tussen het graan te gaan pissen. Dat kan niet zijn, zelfs niet op Dour. De werkmannen dichten de ontsnappingsweg met paletten.

"Wij zitten hier echt opgesloten. Dit is een concentratiekamp", observeert Jeroen.

"De eerste dag probeerde iedereen hier binnen te geraken, nu proberen ze allemaal buiten te geraken", zegt Ben.

"Straks komen hier nog gezinnen naar ons kijken. En gooien ze sandwichen over het hek. Dan moeten we niet meer drie uur naar de Colruyt stappen", zegt Jeroen.

Ben gaat checken hoe Jef het stelt. "Shit, die heeft in zijn tent gekotst!", roept hij.

Er ontstaat paniek. "Ademt hij nog?", vraagt iemand. "We gaan mond-op-mond moeten geven!", weet Dries. In het piepkleine tentje ligt Jef opgeplooid ónder zijn matras en slaapzak. Overal hangt overgeefsel. Een reutel bevestigt dat Jef nog ademt. Hij vraagt de tent te sluiten, want hij krijgt koud. "Jef is dood", grijnst Ben.

"Kom, we gaan naar de camping", beslist Dries.

"We zítten op de camping", corrigeert Lauren.

Het is halftwaalf, de zon heeft haar laatste stralen opgeborgen. "Mannen, verantwoordelijkheid!", roept Dries. "Alle stoelen wegsteken of ze worden gestolen."

"Heeft iedereen een BVO?", vraagt Jeroen. Ze checken allemaal hun hand en ja: BVO aanwezig. De groep vertrekt en hoopt tegen middernacht aan haar festivaldag te kunnen beginnen.

Zelf pik ik ook wat optredens mee om de tijd te doden. STUFF. is weer geweldig, One Man Party - drummer Steve Slingeneyer + samples - is interessant. Steve mept er niet naast.

Groot-Antwerps kampement

Tegen halfdrie zakken alle overlevers naar de openluchtdisco aan de terril. Ik keer terug naar de camping om te polsen of mijn personages zich geamuseerd hebben. In campingbars wordt de polonaise gedanst, jongens en meisjes met te veel discipline staan hun tanden te poetsen.

Tegen kwart voor vier arriveer ik aan het Groot-Antwerpse kampement. Dries ligt met zijn tent open te slapen onder een isolerend ruimtedeken van de NASA. Hij snurkt zachtjes. Het enige wat zijn vrienden weten, is dat hij van de EHBO gekomen is. Waarvoor? "Geen idee, dat zullen we morgen wellicht in alle details horen", zegt Rob.

Was het eigenlijk plezant? "Ja, zeker de moeite", knikt Jeroen.

"Het spijtige is dat er zoveel goede namen zijn dat ge echt moet kiezen", bromt Rob. "Wij zitten zodanig ver dat we niet snel even over en weer kunnen."

Dries wordt wakker. "Ah, godverdoeme, wat is dat hier?!", roept hij. Hij draait zich om en valt opnieuw in slaap.

Rob grijnst. "Morgen zal hij zich in een stoeltje zetten, in de wind, om te ontnuchteren en te proberen niet over te geven. 's Avonds gaat hij er dan weer tegenaan. Een degout van drank krijgt hij niet."

Echte vrienden betuigen hun toewijding door grafmonumenten op te richten voor gevelde kameraden. Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe
Kampwachters patrouilleren opdat geen enkele festivalbezoeker ontsnapt. Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

Ontsnappen

Bij wijze van epiloog begeef ik me op pad naar de persparking. Van een veiligheidsagente zonder gevoel voor geografie mag ik niet meer over het festivalterrein wandelen, ik moet een miljoen miljard kilometer omlopen. Lag ik ook maar in mijn eigen kots in een werptentje!

Via een parking hoop ik een heel stuk af te snijden en dat gaat goed tot twee festivalmedewerkers me de toegang tot de buitenwereld ontzeggen. Ik mag me niet op de openbare weg begeven. Pas na veel vijven en zessen wenkt de vrijheid.

Een beetje verder stap ik zonder enige controle de backstage van Dour binnnen. Dat scheelt alweer een kilometer of twee. Wanneer ik naar buiten wil stappen, houdt een medewerker me tegen en wijst naar een of ander kot: "Eerst langs de controle!" Ik mag Dour pas verlaten als mijn polsbandje gescand en mijn identiteit geverifieerd is.

Het ontsnappen wordt de mensen hier echt moeilijk gemaakt. Maar het is voor ons eigen welbevinden.

Na een lange, zware dag ligt Dries te snurken in z'n tent. Het astronautendekentje voorkomt onderkoeling. Het is zeer belangrijk om ook in tijden van zwaar alcoholgebruik aan je gezondheid te denken. Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234